Verhoor Erich Raeder 2

Ochtendzitting 1 16-05-1946

Inhoudsopgave

De BODE (Kol. Charles W. Mays): Met welnemen van het Tribunaal, de beklaagden Sauckel en Von Papen zijn afwezig.
(Beklaagde Raeder neemt weer plaats in de beklaagdenbank.)
Dr. SIEMERS: Admiraal, gisteren zijn we geëindigd met een enigszins belangrijk document C-32 en we zijn gekomen tot en met punt 11. We komen nu aan punt 12: “Munitievoorraden boven de toegestane hoeveelheid.” Mag ik het Tribunaal eraan herinneren dat dit document C-32 is, bewijsstuk USA-50 in documentenboek 10a, pagina 8, punt 12 dat drie kolommen bevat.
Beklaagde, mag ik vragen wat u te zeggen hebt op de beschuldiging dat u de toegestane hoeveelheid munitie overschreed?
RAEDER: Bepaalde munitievoorraden waren groter dan de toegestane hoeveelheid en andere lagen daar onder. Ik kan u nu niet vertellen wat in elk afzonderlijk geval de reden was. Ik neem aan dat het voor een groot deel afhing van de hoeveelheden die uit de laatste Wereldoorlog waren overgebleven.
In het geval van de eerste twee artikelen, de 17 en 15 cm. granaten waren de feitelijke voorraden groter dan de toegestane hoeveelheid terwijl het derde artikel, de 10.5 cm. granaten er ver onder lagen, - in plaats van de 134.000 waren het er 87.000. In het geval van de 88 mm. granaten was er een overschot, dan weer een tekort en het zelfde geldt voor het laatste artikel. Maar het waren allemaal onbetekenende aantallen.
Dr. SIEMERS: In het afschrift dat het Tribunaal heeft schijnt er een notitie te staan in de derde kolom – op de volgende pagina van uw exemplaar, beklaagde – die luidt dat bepaalde hoeveelheden munitie gedeeltelijk in productie en gedeeltelijk in de afleveringsfase zijn en dat de totaal toegestane hoeveelheid gauw zal worden overschreden. Ik wil u alleen maar vragen, de lijst werd opgemaakt in september 1933. Zijn de genoemde cijfers juist voor september 1933 of de herfst van 1933?
RAEDER: Ik heb u niet helemaal begrepen.
Dr. SIEMERS: Als hier in dit document staat dat later te nemen maatregelen de totalen boven de toegestane hoeveelheden zullen brengen die volgens deze opgave nog niet waren bereikt, dan is dat gerekend vanaf de herfst van 1933.
RAEDER: Dat mag men aannemen ja. Omdat wanneer er nieuwe munitie net als nieuwe kanonnen werd geproduceerd, dan moest de oude munitie worden vernietigd.
Er moet ook worden opgemerkt dat munitie voor zware artillerie, die hier niet is opgegeven, in alle gevallen onder de toegestane hoeveelheid lag. Er was ons een relatief grote hoeveelheid munitie voor zware artillerie toegestaan voor gebruik in zware kustkanonnen en we hadden er bij lange na niet zoveel van als was toegestaan.
Dr. SIEMERS: Als hulp voor het Tribunaal mag ik erop wijzen dat dit laatste punt wordt bewezen door de feitelijke documenten die in handen zijn van het Tribunaal. In het afschrift van het Tribunaal staat onder figuur 12, kolom 2, net naast de afzonderlijke cijfers een zin die luidt: “...dat de totale voor zware artillerie toegestane hoeveelheid niet is bereikt.”
We komen nu toe aan nummer 13: “Overschrijding van de toegestane voorraden mitrailleurs, geweren, pistolen, en gasmaskers.”
RAEDER: Hier moet ook worden toegegeven dat in afzonderlijke gevallen de voorraden wat groter waren dan toegestaan. Er waren bijvoorbeeld 43.000 gasmaskers in plaats van de toegestane 22.500. Er waren zelfs grote aantallen geweren en mitrailleurs door burgers meegenomen naar boerderijen enzo na de Eerste Wereldoorlog. Later werden die allemaal weer ingezameld en om die reden was er een betrekkelijk grote voorraad van. Maar we hebben het hier niet over aanzienlijke aantallen. Eveneens overschreden de aantallen munitie, bajonetten, handgranaten, zoeklichten, mistlampen en dergelijke de voorgeschreven limieten maar niet in grote mate.
Dr. SIEMERS: Nu, figuur 14: “Verkrijgen van 337 mitrailleurs type MG C/30 zonder een zelfde aantal operationele wapens te verschroten.” Omdat ik niet .....
De PRESIDENT: Dr. Siemers, zou het mogelijk zijn om in een verklaring al deze punten in het document te behandelen waarom er overschotten waren? We hebben hier een lijst waar 30 verschillende artikelen op staan, u bent pas bij 13 en u behandelt ze allemaal afzonderlijk.
Dr. SIEMERS: Meneer de President, persoonlijk ben ik het er geheel mee eens. Het spijt me dat ik het Tribunaal zoveel last bezorg in verband met dit document. Omdat ik op het gebied van de marine niet ter zake kundig ben had ik grote moeite er doorheen te komen, maar ik denk niet dat ik de oorzaak van al die last ben. Ziet u, de Aanklager heeft elk punt afzonderlijk als bewijsmateriaal aangevoerd.
De PRESIDENT: Dr. Siemers, de kwestie is niet dat ik u iets kwalijk neem, maar we willen opschieten. We nemen u niets kwalijk. Kan het niet in een verklarende uitspraak gebeuren, één korte verklaring?
Dr. SIEMERS: Ik zal proberen, Meneer de President het kort te houden.
Het is niet nodig verder iets te zeggen over de punten 15 tot 17. Ik denk dat dat de meest belangrijke waren. De onderwerpen die voor een latere datum stonden gepland zouden pas van kracht worden in 1933 en 1934. Ik mag het Tribunaal er misschien op wijzen dat punt 17 de voorgenomen bouw van reservedestroyers betreft. Het Verdrag stond de bouw van deze schepen toe. Ik sla punt 18 over want dat hebben we al behandeld. Punt 19 gaat ook weer over voorgenomen bouw. Punt 21 vind ik onbelangrijk; het betreft alleen het bewapenen van vissersboten. De punten 21 tot 29 ........
De PRESIDENT: Ik denk dat u beklaagde misschien moet vragen enkele van die opmerkingen in de derde kolom uit te leggen. Ik bedoel bijvoorbeeld in Punt 18: “Moeilijk te ontdekken. Kan indien nodig worden genegeerd.”
RAEDER: Dat was een uitleg, gegeven door onze deskundige aan onze vertegenwoordiger op de Ontwapeningsconferentie van de Volkenbond. Het gaat niet over de plaatselijke situatie. De fabricage van onderdelen voor onderzeeboten bijvoorbeeld vond in het buitenland plaats of werd voorbereid. Dat vond in werkelijkheid pas in 1934 en 1935 plaats en de eerste U-boot werd eind juni 1935 te water gelaten.
Dr. SIEMERS: Mag ik aannemen, beklaagde dat alleen de bouw en aanschaf van U-boote verboden was?
RAEDER: Ja, de bouw in Duitsland.
Dr. SIEMERS: Ik kan pas op een later tijdstip bewijzen dat het bij de fabricage van deze reservedelen geen schending betrof van het Verdrag; maar ik vind dat u een of andere aanwijzing moet geven voor uw redenen dit alles geheim te houden; gezien het feit dat reservedelen niet waren verboden. Ik mag u eraan herinneren dat dit in september 1933 gebeurde toen de onderhandelingen al werden voorbereid.
RAEDER: In die periode, voordat het Duits-Britse Marineverdrag werd gesloten op basis van 35:100 was Hitler er bijzonder op gebrand alles te voorkomen wat op enige wijze de onderhandelingen zou kunnen verstoren. De fabricage en voorbereiding van reservedelen voor U-boote waren een onderwerp waar Engeland bijzonder gevoelig voor was.
Dr. SIEMERS: Was er geen bijkomende reden voor dit aanhangsel en andere opmerkingen in deze tweede kolom – namelijk de ongelukkige ervaringen die de Marine in de binnenlandse politiek had, het feit dat wanneer ook maar de geringste actie werd ondernomen er onmiddellijk een fel debat ontstond op het front van de binnenlandse politiek?
RAEDER: Ja en dat ging zover dat bij gelegenheid de Reichswehrminister werd aangevallen door Pruissische ministers die het oneens waren met de Reichsregierung – bijvoorbeeld Müller, Severing, Stresemann en later Brüning – die het de Reichskanzler verweten dat hij stappen nam waartoe hij niet bevoegd was. In werkelijkheid had de Reichsregierung deze zaken al goedgekeurd en er de verantwoordelijkheid voor genomen.
Dr. SIEMERS: Deze zaken werden dus geheim gehouden om redenen van binnenlands beleid zodat die niet duidelijk ....
RAEDER: Ja.
. Dr. SIEMERS: Met toestemming van de Reichsregierung?
RAEDER: Met toestemming van de Reichsregierung. Wat de bedrijven betreft, een aantal bedrijven ....
Dr. SIEMERS: Ik zou nu willen terugkeren naar kolom 2, punt 20 omdat ik in het verslag zie dat de Aanklager dit punt ook express ter sprake heeft gebracht in verband met de bewapening van vissersboten, dat heeft benadrukt en als basis voor een beschuldiging heeft gebruikt, “Waarschuwingsschoten, houd het kalm.”
RAEDER: De twee vissersboten waren zeer kleine schepen en normaal gesproken niet bewapend. Ze dienden om toezicht te houden op de vissersboten op de Noordzee tot aan IJsland, die in noodgevallen te helpen, zieke bemanningsleden over te nemen en bescherming te bieden tegen vissers van andere landen. We vonden het raadzaam om tenminste kanonnen van 5 centimeter op die schepen te plaatsen omdat het per slot oorlogsschepen waren. “Waarschuwingsschoten” betekende dat ze een salvo afvuurden als ze de aandacht van vissers op iets wilden vestigen; het was dus een volkomen onbelangrijke kwestie en die hoefde niet kunstmatig te worden opgeblazen want het stelde in feite niets voor.
Dr. SIEMERS: We komen nu toe aan de punten 21 tot 28. Dit is een lijst van diverse firma’s waaronder ondernemingen die aan bewapeningscontracten werkten. Het Verdrag stond bepaalde ondernemingen van dit soort toe terwijl het andere uitsloot. In feite hadden andere firma’s contracten gekregen. Misschien kunt u in het algemeen iets over dit punt zeggen?
RAEDER: Dat was op een tijd dat we nog de sterke hoop koesterden dat er vooruitgang zou worden geboekt bij de Ontwapeningsconferentie. Het Plan MacDonald dat een zekere verbetering betekende, was al aangenomen en we konden dus verwachten dat de nieuwe fabrieken die ons nog waren gelaten hun productie in de komende jaren zouden moeten uitbreiden. Ik mag u herinneren aan het programma ter vervanging van schepen. Als gevolg daarvan waren fabrieken die gespecialiseerde producten maakten beter uitgerust en bevoorraad. Er was echter nooit enige sprake van zware kanonnen of iets dergelijks maar van automatische ontstekingen, explosieven – containers voor mijnen bijvoorbeeld, kleine artikelen maar gespecialiseerde artikelen die alleen maar door bepaalde bedrijven konden worden gemaakt. Maar afgezien van de ons toegestane bedrijven werden er ook andere ondernemingen ingezet die waren uitgesloten. Zo was bijvoorbeeld de Friedrich Krupp Grusenwerke A.G. in Maagdenburg uitgerust voor het maken van luchtafweergeschut en kanonslopen van 2 tot 10.5 centimeter; eveneeens nummer 6, een firma die luchtdoelmunitie produceerde, explosieven; nummer 27 ....
Dr. SIEMERS: Ik vind niet dat we de details hoeven te weten.
RAEDER: Nee; dan motoren waar ook een grote vraag naar was.
Dr. SIEMERS: Ik heb een paar vragen over al deze cijfers. Worden die niet tot op zekere hoogte teniet gedaan door het feit dat sommige toegelaten ondernemingen om economische redenen al waren uitgevallen?
RAEDER: Ja, dat kunt u wel zeggen. Die ondernemingen hadden relatief weinig opdrachten die niet voldoende waren om ze in productie te houden.
Dr. SIEMERS: Beklaagde, ik denk dat men dat niet alleen kan zeggen maar dat men het moet zeggen. Mag ik uw aandacht vestigen op Punt 22, kolom 3 die luit: “De lijst is in ieder geval verouderd omdat er enkele ondernemingen zijn weggevallen.
RAEDER: Ja.
. Dr. SIEMERS: Dan blijven ons de Punten 29 en 30 over. Punt 29, “Voorbereidingen op het gebied van experimenten met motorboten.” Ik denk dat dit voorbereidingen op een heel smal vlak waren.
RAEDER: Op het moment kan ik u niet precies vertellen wat dat betekent.
Dr. SIEMERS: Hoe dan ook, ik geloof ook niet dat de Aanklager hier enig belang aan zal hechten. Dan wil ik alleen nog van u een definitieve uitspraak over Punt 30:
“Waarschijnlijk worden in de nabije toekomst verdere schendingen noodzakelijk,” tot aan en inclusief 1934. Hoe dan ook hebt u de vraag al beantwoord met uw verwijzing naar de voorgenomen onderhandelingen met de Britse regering, waarvan er al enkele aan de gang waren.
RAEDER: Ja, dat was het punt.
Dr. SIEMERS: Dat zijn daarom zaken die in elk geval besproken moesten worden in de loop van de onderhandelingen met de Britse regering, of liever met de Admiraliteit.
RAEDER: Dat kunt u niet van allemaal zeggen. Bijvoorbeeld, de punten 1 tot 3 handelen over mijnen. Het aantal mijnen moest worden uitgebreid en modern materiaal moest het oude vervangen. Hetzelfde geldt voor de overplaatsing van geschut van de Noordzee naar de Baltische “A” batterijen, niet voor het afschrijven van geschut.
Dr. SIEMERS: Om de hele zaak af te ronden, mag ik u vragen te zeggen wat voor indruk dit geheel maakte op een kenner van de marine als u. Alles in overweging nemend, zou u zeggen dat dit slechts kleine schendingen waren en in hoeverre zijn dit schendingen van agressieve aard?
RAEDER: Zoals ik gisteren al heb gezegd, de meeste ervan zijn zeer onvoldoende verbeteringen voor de verdediging van een bijna volkomen onverdedigbare positie. De afzonderlijke artikelen zijn, zoals ik gisteren heb uitgelegd zo onbelangrijk dat het eigenlijk onmogelijk is er veel tijd aan te besteden. Ik geloof dat de Controlecommissie ook de indruk had dat er zeer weinig belang aan al deze zaken gehecht hoefde te worden; toen in 1925 de Controlecommissie haar basis in Kiel verliet, waar zij had samengewerkt met de organisaties van het Marinecommando, Commandant Fenshow, de Chef Staf van Admiraal Carlton en voorzitter van de Commissie wiens grootste belangstelling uitging naar geschut en die had samengwerkt met een Kapitein Raenkel, een artillerist en specialist op dit gebied zei:
“We moeten nu vertrekken en u zult blij zijn dat we vertrekken. U had geen plezierige taak en wij ook niet. Ik moet u echter een ding vertellen. U hoeft niet te denken dat wij geloofden wat u zei. U hebt geen enkel woord van waarheid gesproken, maar u hebt uw inlichtingen zo knap gegeven dat we die konden accepteren en daarvoor ben ik u dankbaar.”
. Dr. SIEMERS: Ik kom nu toe aan document C-29, bewijsstuk USA-46. Meneer de President, het staat in Raeder’s documentenboek 10; pagina 8 van het documentenboek van de Aanklager.
De PRESIDENT: Bedoelt u 10a?
Dr. SIEMERS: Nummer 10, pagina 8. Dit document is ook ingediend tijdens het voorlezen van de algemene aanklacht door de Aanklager aan het begin van het proces op 27 november. Het bestaat uit een rede, een document ondertekend door Raeder en gedateerd 31 januari 1933: “Algemene richtlijnen ter ondersteuning van de Duitse wapenindustrie door de Marine.”
(tot de beklaagde): De Aanklager heeft hierop gewezen en heeft gemeend hieruit te moeten concluderen dat u op de dag na Hitler’s benoeming tot Reichskanzler hem met deze brief al actief ondersteunde. Wilt u alstublieft uw mening hierover geven?
RAEDER: Er bestaat geen enkel verband tussen deze brief en Hitler’s aan de macht komen. U zult moeten toegeven dat het onmogelijk zou zijn een dergelijk lang en ingewikkeld document op te stellen tussen de avond van 30 en de morgen van 31 januari en dat ook nog zorgvuldig werd voorbereid. Dit document komt voort uit de hoop die ik al eerder noemde dat al onder de regeringen van Von Papen en Von Schleicher de bepalingen van het Verdrag van Versailles en van de Ontwapeningsconferentie geleidelijk aan versoepeld zouden worden omdat de Britse delegatie herhaaldelijk had gezegd dat ze voorstander waren van een geleidelijk herstel van gelijke rechten. We moesten daarom onze industrie in een zo goed mogelijke positie brengen, voor zover het de productie van wapens betrof, door de productie te verhogen en hen zo in staat te stellen de concurrentie het hoofd te bieden
Zoals ik in alinea c van die brief zeg, destijds deed bijna ieder land pogingen in dezelfde richting, zelfs die welke in tegenstelling tot Duitsland niet aan beperkingen onderhevig waren. Groot-Brittannië, Frankrijk, Noord-Amerika, Japan en in het bijzonder Italië spanden zich tot het uiterste in om een markt voor hun wapenindustrie te veroveren en ik wilde ze op dit bijzondere terrein volgen. Om dit te kunnen doen moest er overeenstemming heersen tussen de diverse afdelingen van het Opperbevel van de Marine in die zin dat de industrie gesteund moest worden op een manier die de geheimzinnigheid over technische zaken en ontwikkelingen zou voorkomen. Daarom leg ik in alinea c uit dat geheimhouding over kleine zaken minder belangrijk is dan het handhaven van een hoog peil en het aan de leiding blijven.
Ik stel in de laatste zin:
“Samenvattend, ik hecht bijzonder belang aan de voortdurende steun van de Marine aan de industrie in kwestie, zelfs na de verwachte versoepeling van de huidige beperkingen zodat de industrie vertrouwen zou winnen in het buitenland en daar een markt vinden.” Dit heeft volgens mij absoluut niets te maken met Hitler of enige onafhankelijke herbewapening.
Dr. SIEMERS: Kunt u ons vertellen wanneer ongeveer u deze richtlijnen opstelde?
RAEDER: Gedurende de maand januari. Ik kan zeggen dat we er een vergadering over hielden – misschien begin januari – en daarna heb ik het op schrift laten stellen.
Dr. SIEMERS: Dat zou zeker 2 tot 3 weken voordat deze brief werd geschreven geweest zijn?
RAEDER: Ja, zeker.
Dr. SIEMERS: Ik denk dat het maar zelden gebeurt dat men een brief van een regeringsinstantie krijgt, een dag nadat die is opgesteld door het hoofd van die instantie.
Mag ik u nu een ding vragen in verband met de “geleidelijke versoepeling van de huidige beperkingen.” Dat betekent versoepeling van het Verdrag van Versailles, neem ik aan, via de Ontwapeningsconferentie. U hebt dat vier keer in dit document genoemd, dus neem ik aan dat dat uw basis is.
RAEDER: Ja, dat was het. De hele sfeer van destijds, onder beide regeringen was zodanig dat men een verbetering kon verwachten.
Dr. SIEMERS: En dat was de basis waarvoor, om slechts een paar namen te noemen, Stresemann en Brüning streden?
RAEDER: Ja.
. Dr. SIEMERS: En zij zagen het als hun plicht bepaalde voorzorgsmaatregelen te nemen?
RAEDER: Ja.
Dr. SIEMERS: Ik denk dat er voor mij geen noodzaak is dieper op details in te gaan. Ik heb dit document meerdere keren gelezen en heb geen enkel punt kunen vinden waarop de Aanklager de conclusie zou kunnen baseren dat u er Nationaalsocialistische ideeën op na hield.
Ik kom nu toe aan document C-140, bewijsstuk USA-51 en het zit in documentenboek 10a, pagina 104.
RAEDER: Mag ik u alstublieft onderbreken? Zou het niet passend zijn als ik nu zeg wat ik wilde zeggen om de verklaring in C-156 betreffende vliegtuigen aan te vullen?
Dr. SIEMERS: Neem me niet kwalijk. Het kan praktischer zijn om de schendingen van het Verdrag van Versailles geheel af te werken alvorens op een ander onderwerp over te stappen. Dat was ik vergeten.
De Aanklager heeft document C-156 ingediend. Het is het boek van Kapitein Schussler over 1937 en bevat bijna dezelfde lijst met schendingen als document C-32 zodat dat document op hetzelfde moment behandeld kan worden. Bovendien behandelt het de kwestie van het ontwerpbureau voor onderzeeboten in Nederland die we al hebben behandeld. Maar er is nog een punt waarover ik graag uw commentaar wil horen en dat betreft bepaalde voorbereidingen in verband met marinevliegtuigen die later misschien zouden worden toegelaten.
RAEDER: Er waren op het gebied van de luchtvaart al allerlei voorbereidingen getroffen voordat ik in functie kwam. Er was een aantal vliegtuigen gekocht, zoals ik in dit boek zie. Ze waren opgeslagen bij de firma Severa GmbH die bij de Reichswehrminister bekend was. Het Verdrag van Versailles had ons luchtafweergeschut toegestaan op zowel schepen als aan land, zoals gisteren genoemd en voor dat luchtdoelgeschut moesten schietoefeningen worden geregeld. De Controlecommissie had ons een bepaald aantal vliegtuigen toegestaan om de nodige doelen te slepen. Deze toestellen werden gevlogen door ex-marinepiloten die bij die firma in dienst waren. De firma op haar beurt werd geleid door een oude marinepiloot.
Omdat het ons niet was toegestaan marinevliegers op te leiden of een marinevliegdienst te hebben gaven we aan een aantal toekomstige marineofficieren een jaar training op een burgerluchtvaartschool voordat ze bij de Marine kwamen zodat ze zich door deze een-jarige training tot zeer goede piloten ontwikkelden. Daarna kwamen ze bij de Marine en doorliepen hun normale marineopleiding. Het vliegtuig dat op die manier werd gekocht was tijdelijk in bezit van de Severa die ook veel te maken had met de affaire Lohman en werd om die reden door Reichswehrminister Groner in de zomer van 1928 opgeheven. Reichswehrminister Groner richtte in de herfst van 1928 een nieuwe firma op met gelijksoortige taken, kort nadat ik in functie trad. Maar hij had de overeenkomst zelf getekend om toezicht te hebben op de juiste leiding van de hele kwestie.
Bij deze firma voerden de Marinevliegers, naast hun normale werk, ook experimenten uit in verband met de ontwikkeling van vliegtuigen voor een toekomstige marinevliegdienst. We hadden toestemming van de regering om van elk type dat we dachten te kunnen gebruiken een exemplaar te bouwen, maar het was ons niet toegestaan een vloot vliegtuigen te vormen. De regering had dat uitdrukkelijk verboden. Het resultaat was dat in de loop der jaren de firma een aantal vliegtuigtypen ontwikkelde die op een later tijdstip nuttig konden zijn wanneer we weer een luchtmacht mochten hebben.
In de beginperiode werden de oefeningen bij de Marine gedaan door de oud-marinevliegers – anders gezegd, er werd geëist dat er geoefend werd in luchtwaarneming en dat scheepsbemanningen leerden hoe ze tegen vliegtuigen moesten optreden. Wanneer deze jonge marinevliegers aan dergelijke oefeningen werden toegewezen, werden ze voor die tijd uit de Marine ontslagen. Het was een lastige kwestie maar die werd altijd stipt uitgevoerd.
Dr. SIEMERS: Ik mag nu overgaan op document C-140, dat zit in documentenboek 10a, pagina 104. Het is een brief van Reichswehrminister Von Blomberg en gedateerd 25 oktober 1933. Hij is geadresseerd aan het hoofd van het Leger, van de Marine en aan de Reichsluftfahrtminister.
Op dit document heeft de Aanklager zijn beschuldiging gebaseerd, beklaagde dat u militaire plannen voorbereidde voor een gewapend verzet dat nodig zou kunnen worden als gevolg van het feit dat Duitsland uit de Ontwapeningsconferentie en uit de Volkenbond stapte. Misschien kunt u in het kort uw mening geven?
RAEDER: Ik wist er van te voren niets van dat we uit de Volkenbond zouden stappen. Deze richtlijn verscheen 11 dagen nadat we eruit waren gestapt en die voorziet slechts in defensieve maatregelen in het geval er door andere mogendheden sancties zouden worden opgelegd vanwege ons vertrek uit de Volkenbond. Er staat onder 2c: “Ik verbied in de tussentijd iedere praktische voorbereiding.” Allereerst gebeurde er dus niets als gevolg van deze richtlijn en de Reichsverteidigungsminister vroeg slechts om een rapport van mij, een rapport van mij over wat er zou moeten gebeuren.
Voor zover ik me herinner werd er destijds geen enkele praktische voorbereiding getroffen door de Marine, want de situatie bleef rustig en er was geen reden om aan te nemen dat er een noodzaak voor een verdediging zou ontstaan.
Dr. SIEMERS: Dat wordt vermoedelijk aangegeven door de woorden onder 2a, “Voorbereiding op verdediging tegen sancties.“ Het ging alleen om verdediging.
RAEDER: Alleen om verdediging.
Dr. SIEMERS: Dat het vertrek uit de Volkenbond op 14 oktober plaatsvond, 11 dagen voordat het document werd opgesteld is een bekend feit en is door de Aanklager genoemd op pagina 257 van het verslag (Deel II, pagina 304.)
We komen nu toe aan document C-166, bewijsstuk USA-48. Meneer de President, dit staat in documentenboek 10 op pagina 36. Het is een document gedateerd 12 maart 1934. Het is afkomstig van het Opperbevel van de Marine en betreft de voorbereiding op actie van hulpkruisers. De Aanklager heeft slechts de eerste twee alinea’s van dit document geciteerd en erop gewezen dat het aantoont dat er hulpkruisers moesten worden gebouwd en beschrijft transportschepen “0” voor camouflagedoeleinden.
De twee alinea’s klinken beschuldigend maar kunnen heel eenvoudig worden verklaard. Mag ik verwijzen naar de verklaring van Lohmann. document Raeder-2; in mijn documentenboek 1, pagina 5. Ik verwijs naar alinea II en citeer:
“Dit document C-166, aan mij voorgelegd, een bericht van het Opperbevel van de Marine gedateerd 12 maart 1934, handelt over de beschikbaarheid van hulpkruisers die, zoals in het document is vermeld, worden aangeduid als “Transportschepen 0.” Deze schepen zouden niet nieuw worden gebouwd maar moesten uit de vloot van Duitse koopvaardijschepen worden uitgezocht in overeenstemming met de eisen die in het document worden opgesomd en er moest onderzoek worden gedaan naar de bruikbaarheid ervan voor de op te leggen taken. Daarna werden er plannen gemaakt voor de reconstructie in geval van noodzaak maar de schepen bleven bij de koopvaardijvloot.”
Mag ik op dit punt opmerken dat in de Engelse vertaling het woord “Umbau” vertaald is met “reconstructie.” Ik heb zo mijn twijfels of dit wel helemaal juist is. Ik neem aan dat de tolk het nu ook heeft vertaald met “Umbau.” Voor zover ik weet betekent het Duitse woord “Umbau” ongeveer hetzelfde als het Engelse “change,” anders gezegd “Veränderung.”
Ik citeer verder:
“Het bevel tot het selecteren van dergelijke schepen bij de Duitse scheepswerven werd onder andere ontvangen door het bureau van de Marinecommandant in Hamburg waar ik destijds diende.”
Tot zover Admiraal Lohmann.
Beklaagde, is de verklaring van Lohmann juist? Hebt u er iets aan toe te voegen?
RAEDER: Nee. Ik wil nogmaals benadrukken dat er geen sprake was van een onmiddellijke bouw maar alleen van het selecteren van geschikte schepen en die te onderzoeken met het oog op het vaststellen van de noodzakelijke wijzigingen om die in staat te stellen als hulpkruiser te functioneren in het geval van een algehele mobilisatie. De voorbereidingen op de plannen en de plannen zelf moesten tegen 1 april 1935 afgerond zijn, zoals vastgelegd in punt 12. Ze moesten worden overgedragen aan de Marine zodat in geval van mobilisatie de schepen uit de koopvaardijvloot konden worden gehaald en omgebouwd.
Al die voorstellen voor mobilisatie werden natuurlijk geheimgehouden.
Dr. SIEMERS: Ik geloof, heren van het Tribunaal dat het hele misverstand niet zou zijn ontstaan wanneer de Aanklager nog twee zinnen had vertaald. De Engelse versie is erg kort en punt 11 ontbreekt. Ik citeer de tekst van punt 11:
“B” wordt verzocht in samenwerking met “K” om allereerst geschikte schepen uit te zoeken en vast te stellen hoeveel 15 cm. kanonnen moeten worden geplaatst om de vereiste vuurkracht te bereiken ..... “ Het woord uitzoeken is hier gebruikt zodat de bedoeling niet is – zoals de Aanklager beweert – het bouwen van hulpkruisers maar het maken van een selectie uit koopvaardijschepen.
RAEDER: Ja, en de schepen bleven bij de koopvaardij varen.
Dr. SIEMERS: De tweede zin, die helaas, vind ik is weggelaten uit de Engelse vertaling van de Aanklager, luidt als volgt:
“Zolang er maar een beperkt aantal kanonnen – momenteel 24 – voor dit doel ter beschikking kunnen worden gesteld, moeten er voorbereidingen worden getroffen voor slechts vier transportschepen (0). Een uitbreiding van dat aantal – vermoedelijk tot zes – zal worden uitgesteld tot een tijdstip waarop meer kanonnen ter beschikking komen. Tot dan moeten we de resultaten afwachten van de voorbereidingen voor de eerste hulpkruisers.”
Het feit dat er sprake is van slechts vier, of ten hoogste zes koopvaardijschepen toont aan hoe onbelangrijk de hele kwestie is.
Ik kom nu toe aan document C-189, bewijsstuk USA-44. Dat staat in documentenboek 10 van de Britse delegatie, pagina 66.
Ik zou graag uw commentaar horen - neemt u mij niet kwalijk, ik moet u eraan herinneren dat dit het gesprek betreft tussen Grossadmiral Raeder en de Führer aan boord van de Karlsruhe in juni 1934.
Grossadmiral, wilt u alstublieft uw mening geven over de drie punten die in dit korte document worden genoemd en die u in juni 1934 met de Führer besprak?
Eerste vraag: Waarom was Hitler niet bereid de toename in waterverplaatsing van D en E – de Scharnhorst en de Gneisenau – te onthullen als deze volgens dit document defensieve wapens waren en iedere kenner de toename in tonnage van deze schepen zou opmerken en voor zover ik weet dat ook deed?
RAEDER: Destijds waren we aan het nadenken wat we met deze twee gepantserde schepen D en E konden doen na de ondertekening van het komende marinepact met Engeland – dat wil zeggen de twee schepen die Hitler mij voor de Marine had toegestaan binnen het budget van 1934. We hadden definitief besloten niet verder te gaan met de bouw van deze gepantserde schepen als zodanig omdat we het beschikbare materiaal beter konden gebruiken.
Dr. SIEMERS: Maar u realiseerde zich natuurlijk toch dat iedere deskundige in de Britse, Amerikaanse of welke Admiraliteit dan ook op een reis, zogauw hij het schip zag zou weten dat die 10.000 ton nu 26.000 ton waren geworden?
RAEDER: Ja, natuurlijk.
Dr. SIEMERS: Zodat het dus alleen de bedoeling was ......
De PRESIDENT: Dr. Siemers, wanneer u een beklaagde rechtstreeks ondervraagt mag u geen suggestieve vragen stellen die hem juist dat antwoord in de mond leggen dat u graag wilt horen. U stelt allerlei soorten zaken aan de beklaagde en vraagt hem dan: “Is dat niet zo”?
Dr. SIEMERS: Neemt u mij niet kwalijk. Ik zal alles in het werk stellen om mijn vragen anders te formuleren.
RAEDER: Mijn antwoord is toch anders.
DR. SIEMERS: Ja?
RAEDER: We hebben het hier in de eerste plaats over plannen. Ik vroeg toestemming de plannen voor deze twee gepantserde schepen te herzien; allereerst door versterking van de defensieve bewapening – de bepantsering en het onderwaterschip – en dan door de offensieve bewapening uit te breiden, namelijk door het toevoegen van een derde 28 cm. toren in plaats van een van 26 cm. De Führer was nog niet bereid een 28 cm. toren toe te staan omdat hij, zoals ik al eerder zei, onder geen enkele voorwaarde de lopende onderhandelingen met Groot-Brittannië wilde verstoren. Daarom, om te beginnen stond hij slechts een gemiddelde waterverplaatsing van 18.000 tot 19.000 ton toe; we wisten dat wanneer de ontwikkelingen de fase bereikten waar een 28 cm. toren kon worden geplaatst, de waterverplaatsing tussen de 25.000 en 26.000 ton zou liggen.
We zagen echter geen reden om dat in deze fase aan te kondigen omdat het bij de Marine gebruikelijk is dat nieuwe bouwplannen en in het bijzonder nieuwe scheepstypen pas op het laatste moment worden aangekondigd. Dat was de belangrijkste reden; afgezien daarvan wenste Hitler niet de aandacht van andere landen te vestigen op deze aanbouw door de genoemde cijfers te geven of de zeer hoge snelheid te noemen. Er was geen andere reden om deze zaken niet aan te kondigen.
Dr. SIEMERS: Ik zou graag uw commentaar horen op punt 2 van dit document. Dat is in het bijzonder door de Aanklager tegen u gebruikt omdat u daar de mening verkondigt dat de vloot opgebouwd moet worden om het later tegen Engeland op te nemen.
RAEDER: Eerst – zoals mijn bedoeling was om later uit te leggen – hadden we de Franse schepen als voorbeeld genomen. De Franse Marine ontwikkelde in die tijd de Duinkerken klasse met acht 33 cm. kanonnen en een hoge snelheid, en we namen die als ons voorbeeld, zeker omdat naar Hitler’s mening – zoals u later zult horen – er geen sprake van was ons te bewapenen tegen Engeland. We hadden de bedoeling deze twee gepantserde schepen naar dit voorbeeld om te bouwen als slagschepen met negen stukken 28 cm. geschut en in staat tot een hoge snelheid. Maar toen hoorden we dat in Engeland de King George klasse werd ontwikkeld met 35.6 cm. geschut en daarmee sterker dan de Franse types; dus zei ik dat we in elk geval uiteindelijk moesten afstappen van het Franse type en het Engelse voorbeeld volgen dat nu wordt gebouwd met 35 cm. geschut.
Er staat een fout in de vertaling – namelijk “het opnemen tegen Engeland.” In mijn tekst staat dat onze ontwikkelingen de lijn van de Britse ontwikkelingen moesten volgen, anders gezegd, dat wij schepen moesten ontwikkelen overeenkomstig de Engelse types. Maar die raakten kort daarna ook verouderd omdat Frankrijk toen de Richelieu klasse bouwde met 38 cm. geschut. Zo kwam de Bismarck tot stand. Het woord “opnemen tegen” zou zinloos zijn geweest in een tijd waarin de bedoeling hadden met Engeland tot een overeenstemming te komen onder voorwaarden waaronder we het in geen geval tegen haar konden opnemen.
Dr. SIEMERS: We komen nu toe aan punt 3 van het document, hetgeen de Aanklager als net zo belangrijk beschouwt. Ik citeer:
“De Führer eist volledige geheimhouding met betrekking tot de voorgenomen bouw van U-boote, en ook met betrekking tot de volksraadpleging in het Saargebied.”
RAEDER: Ik heb al verwezen naar de wens tot geheimhouding van de Führer in verband met zowel de bouw van U-boote als de voorbereidingen voor die bouw. Dit is een van de punten waarvoor hij het meest gevoelig was want hij wilde onder geen beding op de onderhandelingen vooruit lopen. Hijzelf was in het algemeen uiterst voorzichtig in deze periode en zou onder geen enkele voorwaarde ook maar iets doen dat het Marinepact kon verstoren dat hij zo graag wilde sluiten.
Dr. SIEMERS: Ik begrijp het verband niet helemaal tussen de verwijzing naar geheimhouding in verband met de bouw van U-boote. Die waren toch nog niet in aanbouw?
RAEDER: Nee; ik zei geheimhouding in verband met de voorbereidingen op de bouw van U-boote; dat is slechts een korte manier van uitdrukken.
Dr. SIEMERS: We komen nu toe aan document C-190, bewijsstuk USA-45. Dat staat in documentenboek 10 van de Britse delegatie, pagina 67. Dat is een gesprek dat plaast vond tussen Hitler en Raeder op 2 november 1934 aan boord van de Emden. In het document dat voor u ligt licht Hitler u erover in dat hij het nodig vindt, de Marine tegen 1938 uit te breiden en te verbeteren en dat hij indien nodig Dr. Ley opdracht zou geven 120 tot 150 miljoen Reichsmark van het DAF ter beschikking te stellen aan de Marine.
Had u eigenlijk iets te maken met het werven van fondsen voor herbewapening?
RAEDER: Nee, niet met de feitelijke werving van fondsen. Ik vroeg de fondsen aan bij de Reichsverteidigungsminister die ze mij toewees voor die herbewapening. Ik neem aan dat deze uitspraak is gedaan omdat de geaccepteerde toewijzing aan de Marine mij te klein leek en om die reden zei de Führer dat hij indien nodig Ley aan het werk zou zetten. Dit gebeurde echter niet. Ik kreeg mijn middelen uitsluitend via de Reichsverteidigungsminister.
Dr. SIEMERS: Hoewel de door de Aanklager gedane beschuldiging mij niet helemaal duidelijk is, omdat die gebaseerd is op de mening van Hitler – die met u niets te maken heeft – wil ik nog een keer op dit bedrag terugkomen. Ik mag u eraan herinneren dat een pantserkruiser in de oude 10.000 ton klasse, een kruiser die per slot maar klein was, 75 tot 80 miljoen kostte. Kon dit bedrag van 120 tot 150 miljoen hoog genoeg zijn om de Marine in een positie te brengen waarin zij op grote schaal kon herbewapenen?
RAEDER: Nee, zeker niet. Er waren ook nog twee slagschepen in aanbouw, afgezien van die twee pantserkruisers. U kunt zich voorstellen dat de kosten voortdurend toenamen.
Dr. SIEMERS: Dat bedrag was dus niet definitief?
RAEDER: Nee, dat was niet definitief.
Dr. SIEMERS: Wilt u dan alstublieft doorgaan naar punt 2. Volgens punt 2 van dit document wees u tijdens dit gesprek Hitler erop dat het nodig zou kunnen zijn in het eerste kwartaal van 1935 zes U-boote te bouwen.
RAEDER: Ik zei dat omdat ik wist dat wij in het begin van 1935 streefden naar een heroprichting van de strijdkrachten en ik dacht dat hierdoor een kritieke situatie met betrekking tot sancties zou kunnen ontstaan, die Hitler ook altijd verwachtte. Ik neem aan dat we hierover spraken en dat is waarom ik voorstelde dat wanneer door de heroprichting van de strijdkrachten de noodzaak ontstond dat er dan zes U-boote moesten worden gebouwd op een tijdstip voorafgaand aan de eigenlijke bouw met die onderdelen die in het buitenland waren verkregen.
Dr. SIEMERS: Gaf Hitler dat bevel eigenlijk?
RAEDER: Nee. Het bevel werd niet gegeven.
De PRESIDENT: We kunnen nu beter schorsen.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
kruiser
Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
U-boot
Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.
Volkenbond
Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
30-05-2009
Laatst gewijzigd:
19-12-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.