Verhoor Hans Frank

Middagzitting 1

Mr. SMIRNOV: Vertelt u ons, beklaagde, wie was de feitelijk leider van de Nationaalsocialistische partij in het Generaal-gouvernement?
FRANK: Ik hoor helemaal niets.
Mr. SMIRNOV: Ik vraag u ....
FRANK: Ik hoor helemaal niets.
Mr. SMIRNOV: Ik heb de volgende vraag aan u: na 6 mei in het Generaal-gouvernement ....
FRANK: 6 mei?
Mr. SMIRNOV: Ja, 6 mei nadat de Nazi organisatie in het Generaal-gouvernement gevestigd was, wie werd er benoemd tot leider ervan?
FRANK: Ik.
Mr. SMIRNOV: De leiding over het bestuur van de Nationaalsocialistische partij en over de politie lag dus in uw handen. U bent dus verantwoordelijk voor het bestuur, de politie en het politieke leven binnen het Generaal-gouvernement ....
FRANK: Voordat ik die vraag beantwoord moet ik ertegen protesteren wanneer u zegt dat ik de leiding had over de politie.
Mr. SMIRNOV: Ik geloof dat dat de enige manier is waarop men de bevelen van de Führer en de andere documenten die ik u heb voorgelegd kan interpreteren.
FRANK: Ongetwijfeld, wanneer men tenminste de feiten en de realiteit van de situatie negeert.
Mr. SMIRNOV: Goed dan, laten we op een andere serie vragen overgaan. U hoorde pas in 1944 van het bestaan van Maidanek, niet waar?
FRANK: In 1944 werd de naam Maidanek mij voor het eerst officieel ter kennis gebracht door de perschef Gassner.
Mr. SMIRNOV: Ik verzoek nu dat u een document wordt getoond dat is ingediend door uw verdediger, door u is opgesteld en het is een verslag aan Hitler gedateerd juni 1943. Ik zal een passage voor het verslag voorlezen en ik wil dat u in gedachten houdt dat dit gedateerd is op 19 juni 1943:
“Als bewijs voor het wantrouwen tegen de Duitse leiding sluit ik een kenmerkend uittreksel bij uit het rapport van de Chef van de SIPO en de SD in het Generaal-gouvernement ....
FRANK: Een ogenblik. Mij is de verkeerde passage getoond. Ik heb hier een passage op pagina 35 van de Duitse tekst en die luidt heel anders.
Mr. SMIRNOV: Hebt u de plek nu gevonden?
FRANK: Ja. Maar u begon met een andere zin. De zin hier begint met: “Een aanzienlijk deel van de Poolse intellectuelen .....
De PRESIDENT: Welke pagina is dat?
Mr. SMIRNOV: Pagina 35 van de Duitse tekst, laatste alinea.
FRANK: Het begint hier met de woorden: “Een aanzienlijk deel ....
Mr. SMIRNOV: Goed, dan ga ik verder:
“Als bewijs voor het wantrouwen tegen de Duitse leiding sluit ik – dit zijn uw eigen woorden, deze passage staat iets hoger in de tekst – een kenmerkend uittreksel bij uit het rapport van de Chef van de SIPO en de SD in het Generaal-gouvernement voor de periode 1 tot 31 mei 1943, betreffende de mogelijkheden van propaganda die voortvloeien uit Katyn.”
FRANK: Dat staat hier niet. Wilt u zo goed zijn mij die passage te laten zien? Wat u hier nu voorleest staat niet in mijn tekst.
Mr. SMIRNOV: Nee, het staat hier; het komt iets eerder in uw tekst.
FRANK: Ik denk dat het uit mijn tekst is weggelaten.
Mr. SMIRNOV: Ik begin nu met dat gedeelte dat verder naar beneden staat. Volgt u de tekst:
“Een groot deel van de Poolse intellectuelen zal zich, als voorheen niet laten beïnvloeden door het nieuwes uit Katyn en beschuldigt de Duitsers van soortgelijke wreedheden, in het bijzonder in Auschwitz.”
Ik sla de volgende zin over en ga verder:
“Onder dat deel van de werkende klasse dat niet naar het Communisme neigt wordt dit nauwelijks ontkend; tegelijk wordt erop gewezen dat de houding van Duitsland tegenover de Polen niet veel beter is.”
Let u alstublieft op de volgende zin:
“Er wordt beweerd dat er concentratiekampen in Auschwitz en Maidanek zijn waar de maasamoord op Polen net zo wordt uitgevoerd.”
Hoe kan men dit gedeelte van uw rapport dat Auschwitz en Maidanek noemt waar massamoorden werden gepleegd in overeenstemming brengen met uw uitspraak dat u pas eind 1944 over Maidanek hoorde. Nou, uw rapport is gedateerd juni 1943 en u noemde daar zowel Auschwitz als Maidanek.
FRANK: Wat betreft Maidanek hadden we het over de uitroeiing van de Joden. De uitroeiing van Joden in Maidanek werd mij in de zomer van 1944 bekend. Tot nu toe is de naam Maidanek altijd genoemd in verband met de uitroeiing van Joden.
Mr. SMIRNOV: We moeten het dus zo begrijpen – ik verwijs naar de tekst die aan u is overlegd – dat u in mei 1943 hoorde over de massamoorden op Polen in Maidanek en in 1944 hoorde u over de massamoorden op Joden?
FRANK: Wat zegt u? Ik hoorde over de uitroeiing van Joden in Maidanek in 1944 uit officiële documenten in de buitenlandse pers.
Mr. SMIRNOV: En u hoorde in 1943 over de massamoorden op Polen?
FRANK: Dat staat in mijn memorandum en ik protesteer: dat zijn de feiten zoals ik die aan de Führer heb voorgelegd.
Mr. SMIRNOV: Ik verzoek of u een ander document kan worden getoond. Kent u dit document, bent u ervan op de hoogte?
FRANK: Het is een decreet van 2 oktober 1943. Ik neem aan dat de tekst overeenkomt met die van het originele besluit.
Mr. SMIRNOV: Ja, het stemt volledig overeen met de originele tekst. In elk geval zal uw raadsman in staat zijn de tekst te volgen en hem te bevestigen. Ik moet u één vraag stellen. Wat denkt u van de wet die door u is onderteken?
FRANK: Ja, die staat hier.
Mr. SMIRNOV: U was President van de Reichsakademie für Deutsches Recht. Gezien vanuit het meest elementaire principe van het recht, hoe denkt u over die door u ondertekende wet?
De PRESIDENT: Hebt u daar het nummer van?
Mr. SMIRNOV: Het is bewijsstuk USSR-335, Meneer de President.
FRANK: Dit is de algemene tekst van een besluit voor de krijgsraad. Dat bepaalt dat de behandeling moet geschieden in aanwezigheid van een rechter, dat er een document moet worden opgemaakt en dat de hele behandeling schriftelijk moet worden vastgelegd. Afgezien daarvan had ik het recht gratie te verlenen, zodat ieder vonnis aan mij moest worden overlegd.
Mr. SMIRNOV: Ik wil graag dat u ons verteld hoe deze krijgsraad was samengesteld, wie de leden van de raad waren. Wilt u alstublieft letten op Artikel 3, lid 1 van Artikel 3?
FRANK: De SIPO, ja.
Mr. SMIRNOV: U hebt ons verteld over uw vijandige houding jegens de SD. Waarom gaf u de SD dan het recht druk uit te oefenen op de Poolse bevolking?
FRANK: Omdat dat de enige manier was waarop ik enige invloed kon uitoefenen op de vonnissen. Als ik dit decreet niet had uitgevaardigd zou er geen mogelijkheid tot controle zijn en de politie zou naar willekeur hebben gehandeld.
Mr. SMIRNOV: U had het over het recht van opschorting dat aan u was toevertrouwd. Wilt u alstublieft letten op Artikel 6 van deze wet. Ik herinner u eraan dat een vonnis van de krijgsraad volgens de tekst door de SD onmiddellijk voltrokken moest worden. Ik herinner u er nogmaals aan dat er slechts één vonnis mogelijk was: “de doodstraf.” Hoe kon u dat veranderen wanneer de veroordeelde direct na de uitspraak moest worden opgehangen of geëxectueerd?
FRANK: Het vonnis moest in ieder geval aan mij worden overlegd.
Mr. SMIRNOV: Ja, maar een vonnis moest onmiddellijk worden voltrokken.
FRANK: Dat waren de algemene instructies die ik had uitgevaardigd in het kader van de aan mij verleende bevoegdheid uitstel te geven en de commissie die dat uistel behandelde had voortdurend zitting. Er werden dossiers ingediend ....
Mr. SMIRNOV: Omdat u het had over het recht van opschorting, stel ik u een andere vraag. Herinnert u zich de AB Aktion?
FRANK: Ja.
Mr. SMIRNOV: Herinnert u zich dat deze actie inhield het executeren van duizenden Poolse intellectuelen?
FRANK: Nee.
Mr. SMIRNOV: Wat betekende het dan wel?
FRANK: Die viel binnen het kader van de algemene actie van verzoening en het was mijn idee om door middel van een geordende procedure iedere willekeurige actie van de politie uit te sluiten. Dat was de bedoeling van die actie.
Mr. SMIRNOV: Ik begrijp niet goed wat u bedoelt. Hoe behandelde u personen die onder de AB Aktion vielen? Wat gebeurde er met hen?
FRANK: Deze bijeenkomst ging alleen maar over de kwestie van arrestaties.
Mr. SMIRNOV: Ik vroeg u wat er later met hen gebeurde?
FRANK: Ze werden gearresteerd en in preventieve hechtenis genomen.
Mr. SMIRNOV: En daarna?
FRANK: Ze werden onderworpen aan de gevestigde procedure. Tenminste, dat was ik van plan.
Mr. SMIRNOV: Werd dit uitsluitend aan de politie overgelaten?
FRANK: De politie had de leiding.
Mr. SMIRNOV: Met andere woorden, de politie nam de liquidatie van deze mensen op zich nadat zij waren gearresteerd, is dat juist?
FRANK: Ja.
Mr. SMIRNOV: Vertelt u ons dan alstublieft waarom u niet uw recht van uitstel uitoefende terwijl deze onmenselijke actie werd uitgevoerd?
FRANK: Ik heb er gebruik van gemaakt.
Mr. SMIRNOV: Ik zal uw eigen verklaring aan u voorleggen, gedateerd 30 mei 1940. U herinnert zich vast en zeker deze bijeenkomst met de politie op 30 mei 1940 toen u de laatste instructies gaf aan de politie voordat deze actie werd uitgevoerd?
FRANK: Nee.
Mr. SMIRNOV: U stelde het volgende: “Iedere poging van de kant van de juridische autoriteiten om zich in de AB Aktion te mengen, die met hulp van de politie wordt gevoerd, zal worden beschouwd als verraad aan de Staat en aan de Duitse belangen.”
Herinnert u zich die uitspraak?
FRANK: Ik herinner het me niet maar u moet rekening houden met alle omstandigheden die gedurende enkele weken heersten. U moet de uitspraak als geheel zien en niet de nadruk leggen op één enkele zin. Dit betreft een ontwikkeling die zich over weken en maanden uitstrekte, in de loop waarvan de commissie van uitstel door mij voor het eerst werd ingesteld. Dat was mijn manier van protesteren tegen willekeurige acties en het invoeren van het recht in al deze processen. Dat is een ontwikkeling die zich over weken uitstrekte en die u naar mijn mening niet in één enkele zin kunt samenvatten.
Mr. SMIRNOV: Ik heb het over termen die naar mijn mening voor een jurist maar een betekenis kunnen hebben. U schreef:
“De commissie van uitstel, een deel van mijn departement, heeft met deze zaken niets te maken. De AB Aktion zal uitsluitend door HSSPF Krüger en zijn organisatie worden uitgevoerd. Dit is een zuiver interne actie om rust te krijgen in het land en die valt buiten het kader van een normale juridische rechtsgang.”
Anders gezegd, u zag af van uw recht van gratie?
FRANK: Op dat bepaalde moment maar als u de verdere ontwikkeling van de AB Aktion gedurende de weken erna volgt zult u zien dat dat nooit van kracht werd. Dat was een bedoeling, een slechte bedoeling waar ik God zij dank op tijd vanaf stapte. Misschien kan mijn raadsman later enkele woorden over dit onderwerp zeggen.
Mr. SMIRNOV: Eén enkele vraag interesseert me. Zag u wel of niet af van uw recht op gratieverlening terwijl deze actie werd uitgevoerd?
FRANK: Nee.
Mr. SMIRNOV: Nou, hoe verklaart u dan uw woorden, deze ene zin: “De commissie van uitstel heeft met deze zaken niets te maken.”
Hoe moeten we die woorden uitleggen?
FRANK: Dit is geen decreet; het is geen definitieve regeling van de kwestie. Het is een opmerking die spontaan werd gemaakt en er werd dagen over onderhandeld. Maar men moet rekening houden met de laatste fase van de ontwikkeling en niet alleen met de diverse motieven die tijdens de ontwikkeling ontstonden.
Mr. SMIRNOV: Ja, dat begrijp ik heel goed, beklaagde. Maar ik zou u willen vragen, werd deze uitspraak gedaan tijdens een bijeenkomst met de politie en hebt u de politie in deze zaak instructies gegeven?
FRANK: Niet gedurende die bijeenkomst. Ik neem aan dat het in een ander verband ter sprake kwam. Hier bespraken we alleen maar deze actie. Per slot van rekening moest ik ook met Staatssecretaris Bühler overleggen.
Mr. SMIRNOV: Goed dan. Terwijl u de AB Aktion met de politie besprak zei u dat de commissie van uitstel – die aan u ondergeschikt was - niets met de resultaten van deze actie zou hebben.
FRANK: Die zin staat in het dagboek. Het is echter niet het uiteindelijke resultaat maar een tussenfase.
Mr. SMIRNOV: Misschien dat ik u een andere zin in gedachten kan brengen zodat u de resultaten van die actie kunt beoordelen. Misschien kunt u zich het gedeelte herinneren dat ik u voorleg. U zei het volgende:
“We hoeven deze mensen niet naar Duitse concentratiekampen te brengen want in dat geval zouden we alleen maar problemen krijgen en een nodeloze briefwisseling met hun verwanten. We moeten gewoon de problemen in het land oplossen en wel op de simpelste manier.”
Wat u bedoelt is dat dit gewoon een kwestie van liquidatie in de simpelste vorm zou zijn, niet waar?
FRANK: Dat is een vreselijke uitlating. Maar Goddank gebeurde het niet zo.
Mr. SMIRNOV: Ja, maar deze personen zijn terechtgesteld, Wat bedoelt u met te zeggen dat het zo niet gebeurde? Blijkbaar gebeurde dit wel want de personen werden terechtgesteld.
FRANK: Nadat ze waren veroordeeld werden ze terechtgesteld, als het recht om hen gratie te verlenen niet werd toegepast.
Mr. SMIRNOV: En ze werden veroordeeld zonder toepassing van het recht op gratie?
FRANK: Ik denk het niet.
Mr. SMIRNOV: Helaas zijn deze mensen er niet meer en daarom is het duidelijk dat ze zijn terechtgesteld.
FRANK: Welke mensen?
Mr. SMIRNOV: Degenen die werden gearresteerd in het kader van de AB Aktion. Ik ga u herinneren aan nog een uittreksel dat verband houdt met de AB Aktion. Als u het niet eens was met bepaalde acties van de politie zou het moeilijk zijn de feestelijkheden in verband met het vertrek van SS-Brigadeführer Streckenbach te verklaren toen hij naar Berlijn vertrok. Betekent dat niet dat u tenminste op goede voet stond met de politie?
FRANK: In het kader van poltieke betrekkingen worden er veel lovende woorden gesproken die niet overeenstemmen met de waarheid. U weet dat net zo goed als ieder ander.
Mr. SMIRNOV: Laat mij u nog herinneren aan een passage uit uw toespraak tot Brigadeführer Streckenbach. U zei:
“Wat u, Brigadeführer Streckenbach en uw mensen hebben gedaan in het Generaal-gouvernement mag niet worden vergeten en u hoeft zich er niet voor te schamen.”
Dat wijst toch wel op een heel andere houding jegens Streckenbach en zijn mensen?
FRANK: En het werd ook niet vergeten.
Mr. SMIRNOV: Ik heb verder geen vragen voor de beklaagde.

De PRESIDENT: Is dat het einde van het verhoor?
Mr. DODD: Met uw welnemen, Meneer de President, ik heb een of twee vragen.
(tot de beklaagde): In het verloop van uw verhoor heb ik u horen zeggen dat u zich nooit een van de kunstschatten uit het Generaal-gouvernement heeft toegeëigend. Daarmee neem ik niet aan dat u bedoelt dat u ze niet bijeen liet brengen en registreren; u bracht ze bijeen en liet ze registreren, niet waar?
FRANK: Kunstschatten uit het Generaal-gouvernement werden officieel ingezameld en geregistreerd. Dat boek is hier bij het Hof ingediend.
Mr. DODD: Ja. En u hebt het Tribunaal verteld dat voor uw aankomst er al een collectie Dürers was weggehaald voordat u in functie kwam.
FRANK: Mag ik u vragen dat als volgt op te vatten: Dit waren de etsen van Dürer die uit Lvov waren weggehaald voordat het burgerlijk bestuur daar was gevestigd. De heer Muhlmann ging destijds naar Lvov en haalde ze uit de bibliotheek. Daarvoor ben ik nooit in Lvov geweest. Deze etsen werden daarna rechtstreeks naar het hoofdkwartier van de Führer overgebracht of naar Reichsmarschall Göring, ik weet niet zeker naar wie.
Mr. DODD: Ze werden verzameld voor Göring, daar wil ik heen. Is dat geen feit?
FRANK: Toen ik het hem vroeg vertelde Staatssecretaris Muhlmann mij dat hij kwam op bevel van de Reichsmarschall en dat hij ze liet weghalen op bevel van de Reichsmarschall.
Mr. DODD: En waren er niet nog andere kunstvoorwerpen die door de Reichsmarschall werden ingezameld en ook door beklaagde Rosenberg op een moment dat u het Tribunaal vertelde dat u het te druk had met uw oorlogstaken om bij dergelijke zaken betrokken te raken?
FRANK: Ik weet niets over dergelijke zaken in het Generaal-gouvernement. De Einsatzstab Rosenberg had geen enkele bevoegdheid in het Generaal-gouvernement en afgezien van de collectie van de componist Elsner en de Joodse bibliotheek in Lublin had ik geen enkele officiële aanleiding om de teruggave van welk kunstvoorwerp dan ook van Rosenberg te eisen.
Mr. DODD: Maar u had kunstvoorwerpen in uw bezit toen u door Amerikaanse troepen gevangen werd genomen.
FRANK: Ja. Die waren niet in mijn bezit. Ik bewaarde ze maar niet voor mijzelf. Ze waren ook niet in mijn direct bezit, ik had ze meegenomen uit het brandende Silezië. Ze konden op geen enkele andere manier bewaard worden. Het waren kunstvoorwerpen die zo algemeen bekend zijn dat ze op nummer 1 tot 10 in het boek staan – niemand kon ze zich hebben toegeëigend. Je kunt nu eenmaal geen Mona Lisa stelen.
Mr. DODD: Goed, ik wilde dat alleen maar ophelderen. Ik weet dat u bij uw verhoor hebt gezegd dat u er enkele in uw bezit had. Ik probeer niet te suggereren dat u ze voor uzelf hield, als u dat al niet deed. Ik denk echter dat u dat duidelijk hebt gemaakt.
FRANK: Omdat ik bijzonder belang aan dit punt hecht zou ik in dit verband willen opmerken dat de kunstschatten waarover we het hier hebben alleen op die manier beveiligd konden worden. Anders zouden ze verloren zijn gegaan.
Mr. DODD: Prima. Ik heb nog een andere kwestie die ik graag opgehelderd zou zien en het duurt niet lang. Ik begreep ook dat u vanmorgen hebt gezegd dat u enige tijd moeite hebt gedaan om de professoren uit Krakau vrij te krijgen die kort na de bezetting van Polen waren opgepakt en naar Oranienburg gestuurd. U bent natuurlijk op de hoogte van wat u er zelf in uw dagboek over hebt geschreven, niet waar?
FRANK: Ja, dat heb ik vanmorgen gezegd. Geheel afgezien van wat er in het dagboek staat, wat ik vanmorgen heb gezegd is de waarheid. U moet nooit vergeten dat ik verkeerde in een kring van doodsvijanden, mensen die ieder woord dat ik zei overbrachten aan de Führer en aan Himmler.
Mr. DODD: U herinnert zich natuurlijk wel dat u voorstelde dat ze in Polen vastgehouden hadden moeten worden en daar geliquideerd of geïnterneerd.
FRANK: Zelfs niet als u mij met die uitspraak confronteert. Dat heb ik nooit gedaan. In tegendeel, ik heb de professoren uit Krakau ontvangen en rustig met hen gesproken. Van alles dat er gebeurd is, betreur ik dat het meest.
Mr. DODD: Misschien begrijpt u mij niet. Ik heb het over wat u in uw eigen dagboek over deze professoren schreef en ik zal het graag aan u voorlezen en het u overhandigen als u het mocht willen bestrijden. U ontkent toch niet dat u zei dat ze ofwel voor liquidatie naar Polen moesten worden teruggebracht ofwel in Polen geïnterneerd. U ontkent dat niet?
FRANK: Ik heb u al gezegd dat ik dat allemaal heb gezegd om mijn vijanden zand in de ogen te strooien; in werkelijkheid heb ik die professoren bevrijd. Er gebeurde niets meer met hen – daarna.
Mr. DODD: Goed. Sprak u ook om speciale redenen toen u Generaal Krüger, de HSSPF dat hartelijke afscheid gaf?
FRANK: Hetzelfde geldt ook in dit geval. Laat me zeggen meneer dat ik zonder voorbehoud alles toegeef wat kan worden toegegeven; maar ik heb ook gezworen niets toe te zullen voegen. Niemand kan meer toegeven dan ik heb gedaan door het overhandigen van deze dagboeken. Wat ik u vraag is mij niet te vragen om daar iets aan toe te voegen.
Mr. DODD: Nee, ik vraag u niet iets toe te voegen; ik probeerde het eerder te verduidelijken want u hebt misschien een nogal moeilijke situatie geschapen, voor uzelf en voor anderen. Ziet u, als we niet kunnen geloven wat u in uw dagboek schreef dan weet ik niet hoe u ons kunt vragen te geloven wat u hier zegt. U hebt die dingen zelf opgeschreven en toen u ze opschreef neem ik aan dat u niet verwachtte er ooit mee geconfronteerd te worden.
De PRESIDENT: Bedoelt hij niet dat het een verslag van een rede is die hij heeft gehouden?
Mr. DODD: In zijn dagboek, ja. Het staat in zijn dagboek.
De PRESIDENT: Toen hij zei: “ik deed het om mijn vijanden zand in de ogen te strooien.”?
Mr. DODD: Ja.
De PRESIDENT: Ik neem aan dat die specifieke notitie een verslag is van een of andere toespraak die hij heeft gehouden.
Mr. DODD: Dat is zo. Het staat genoteerd in zijn dagboek.
FRANK: Mag ik daar iets over zeggen. Het was niet dat ik mijzelf in een lastige positie bracht; de veranderende loop van de oorlog maakte de situatie voor iedere bestuursambtenaar lastig.
Mr. DODD: Ten slotte, herinnert u zich een notitie in uw dagboek waarin u zei dat u een anderhalf uur durend gesprek had met de Führer en dat u ....
FRANK: Wanneer was dat laatste gesprek, alstublieft?
Mr. DODD: Nou, deze notitie is van maandag 17 maart 1941. Hij staat in uw dagboek.
FRANK: Dat was waarschijnlijk een van de zeer weinige gesprekken, of ik met hem alleen was weet ik niet meer.
Mr. DODD: ..... waarin u zei dat u en de Führer volledige overeenstemming hadden bereikt en dat hij alle maatregelen goedkeurde, waaronder alle decreten in het bijzonder ook het hele bestuur over het land. Blijft u daar ook vandaag bij?
FRANK: Nee, maar ik mag wellicht het volgende zeggen: De Führer gaf altijd zeer spontaan zijn toestemming maar men moest er altijd lang op wachten.
Mr. DODD: Was dat een van de keren dat u zich bij hem beklaagde, zoals u ons vanmorgen vertelde?
FRANK: Ik beklaagde mij voortdurend. Zoals u weet heb ik 14 keer mijn ontslag ingediend.
Mr. DODD: Ja, dat weet ik; maar had u bij deze gelegenheid veel klachten en kreeg u toestemming van de Führer of wees hij bij deze gelegenheid op 17 maart 1941 uw klachten af?
FRANK: De Führer koos destijds een zeer gemakkelijke uitweg door te zeggen: “U zult dat met Himmler moeten regelen.”
Mr. DODD: Nou, dat is eigenlijk geen antwoord. U hebt in uw dagboek genoteerd dat u het met hem had uitgepraat en dat hij u zijn toestemming gaf, u maakt in uw dagboek geen melding van enige teleurstelling over het indienen van een klacht. Dit was zeker geen toespraak die u in uw dagboek noteerde; het schijnt een feitelijke notitie te zijn over uw gesprekken met de Führer. En mijn vraag is gewoon: geeft u nu toe dat dat de situatie was of zegt u dat het een valse notitie was?
FRANK: Neemt u mij niet kwalijk, ik heb niet gezegd dat ik valse notities maakte. Dat heb ik nooit gezegd en ik ga niet over woorden twisten. Ik zeg alleen maar dat u mijn woorden moet beoordelen in de hele context. Als ik in het bijzijn van ambtenaren benadrukte dat de Führer mij ontving en instemde met mijn maatregelen, dan deed ik dat om mijn eigen gezag te verstevigen. Ik kon dat niet doen zonder de toestemming van de Führer. Wat mijn gedachten waren wordt hier niet duidelijk. Ik zou willen benadrukken dat ik niet ga redetwisten over woorden en heb er ook niet om gevraagd.
Mr. DODD: Goed, ik heb geen zin daar verder op in te gaan.

De PRESIDENT: Dr. Seidl, wenst u een verhoor in tweede termijn?
Dr. SEIDL: Beklaagde, de eerste vraag die u door de Sovjet aanklager werd gesteld was of u de leider van de NSDAP in het Generaal-gouvernement was en u antwoordde met ja. Had de Partei een beslissende invloed op politiek en bestuurlijk gebied in het Generaal-gouvernement?
FRANK: Nee. Op dat gebied stond de Partei als organisatie slechts in naam onder mijn gezag want alle partijambtenaren werden door Bormann benoemd zonder dat ik geraadpleegd werd.
Er bestaat geen Führerdecreet voor het terrein van activiteiten van de NSDAP in de bezette gebieden, waarin staat dat deze activiteiten direct onder het gezag van Reichsleiter Bormann staan.
Dr. SEIDL: Hadden uw activiteiten op dat terrein van de NSDAP in het gebied van het Generaal-gouvernement iets te maken met zaken van de SIPO?
FRANK: Nee, de Partei was veel te klein om een belangrijke rol te spelen; die had geen staatsfunctie.
Dr. SEIDL: De volgende vraag: de Sovjet Aanklager heeft u document USSR-335 getoond. Het is het decreet betreffende de “Drumhead” krijgsraad van 1943. In Artikel 6 wordt bepaald: “Drumhead” vonnissen van de krijgsraad moeten onmiddellijk worden voltrokken.” Is het juist wanneer ik zeg dat er geen formeel juridisch beroep mogelijk was tegen deze vonnissen maar dat gratieverlening altijd toelaatbaar was?
FRANK: Zeker, maar niettemin moet ik zeggen dat ik dit een onmogelijk decreet vind.
Dr. SEIDL: Welke situatie in het Generaal-gouvernement gaf aanleiding tot de uitvaardiging van dit decreet van 2 oktober 1943? Ik denk in het bijzonder aan de veiligheidssituatie.
FRANK: Terugkijkend vanuit de meer vreedzame toestand van het heden kan ik geen enkele reden bedenken die een dergelijke eis noodzakelijk had gemaakt; maar als men zich de gebeurtenissen in de oorlog en de wereldbrand in herinnering haalt, lijkt het een wanhoopsmaatregel geweest te zijn.
Dr. SEIDL: Ik kom nu terug op de AB Aktion. Is het waar dat er in 1939 een decreet voor de krijgsraden werd uitgevaardigd dat aanzienlijk grotere juridische garanties bood dan dat van 1943?
FRANK: Ja.
Dr. SEIDL: Is het waar dat personen die tijdens de AB Aktion werden gearresteerd op grond van dit decreet werden veroordeeld of vrijgesproken?
FRANK: Ja.
Dr. SEIDL: Is het ook waar dat alle vonnissen van deze rechtbanken naar uw goeddunken werden doorgegeven aan de bevoegde commissie van uitstel onder Staatssecretaris Buhler?
FRANK: Ja.
Dr. SEIDL: De Aanklager van de Verenigde Staten heeft tegen u gebruikt dat in Neuhaus, waar u na de ineenstorting van de Duitse troepen werd gearresteerd, diverse kunstschatten werden gevonden, niet in uw huis maar in het kantoor van de Gouverneur-generaal. Is het waar dat u Staatssecretaris Dr. Buhler met een brief naar Reichsminister Lammers stuurde en dat deze brief een lijst met deze kunstschatten bevatte?
FRANK: Ja, dat niet alleen want ik vestigde de aandacht van het hoofd van de Pinakothek in München direct op het feit dat de schilderijen zich daar bevonden en dat ze onmiddellijk moesten worden beschermd tegen bombardementen. Hij bekeek de schilderijen ook en ze werden naar een bomvrije bunker overgebracht. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb want wie weet wat er anders had kunnen gebeuren met deze kunstschatten.
Dr. SEIDL: En nu een laatste vraag. De Aanklager heeft document 661-PS ingediend. Dit document heeft ook een USSR nummer dat ik op het moment niet weet. Dit is een document dat van invloed moet zijn geweest op de activiteiten van de Akademie für Deutsches Recht waarvan u president was. Het document heeft als titel: “Juridische Richtlijnen voor Duitsland’s beleid in Polen betreffende Raciaal-politieke kwesties;“ het juridische deel dient als richtlijn voor de Commissie voor de Wet op de Nationaliteiten in de Akademie für Deutsches Recht. Ik zal dat document aan u laten overhandigen. Kunt u mij alstublieft vertellen of u dit document ooit onder ogen hebt gehad?
FRANK: Waar komt het vandaan?
Dr. SEIDL: Dat is het vreemde juist; het heeft het nummer bewijsstuk USA-300.
FRANK: Staat er ergens wie het heeft opgesteld of zo?
Dr. SEIDL: Het document vermeldt geen schrijver en het toont ook niet op wiens bevel het werd samengesteld.
FRANK: Ik kan alleen maar zeggen dat ik dit document nooit heb gezien; ik heb ook nooit bevel gegeven het op te stellen dus kan ik er in feite niets over zeggen.
Dr. SEIDL: Er staat hier dat het gevonden is in het Ministerie van Justitie in Kassel. Was er in 1940 een Ministerie van Justitie in Kassel?
FRANK: Ministerie van Justitie in Kassel?
Dr. SEIDL: Ja.
FRANK: Dat bestond sinds 1866 al niet meer.
Dr. SEIDL: Ik heb verder geen vragen.

De PRESIDENT: Dan kan beklaagde naar zijn plaat terugkeren.
Dr. SEIDL: In dat geval roep ik, met permissie van het Tribunaal, de getuige Dr. Bilfinger op.
De PRESIDENT: Kolonel Smirnov.
Mr. SMIRNOV: Ja, Meneer de President.
De PRESIDENT: Het document dat u indiende als USSR-223, uittreksels uit het dagboek van Dr. Frank, dient u dat in als bewijsmateriaal? Blijkbaar zijn enkele notities uit Frank’s dagboek al als bewijsmateriaal ingediend, andere nog niet. Wilt u het als bewijsmateriaal indienen?
Mr. SMIRNOV: Dit document is al ingediend als bewijsmateriaal onder twee nummers; het eerste nummer is 2233-PS dat is ingediend door de Amerikaanse Aanklager en het tweede is USSR-223 en dat is al op 15 februari 1946 door ons ingediend.
De PRESIDENT: Ik begrijp het. Zijn de notities in dit document ingediend onder nummer USSR-223? Ziet u, het PS nummer betekent niet noodzakelijk dat het document als bewijsmateriaal is ingediend. De PS nummers werden gegeven aan documenten voordat ze als bewijsmateriaal werden ingediend; maar het nummer USSR-223 betekent dat het als bewijsmateriaal is ingediend.
Mr. SMIRNOV: Dit document is al ingediend als bewijsmateriaal.
De PRESIDENT: Kolonel Smirnov, wat het Tribunaal wil weten is of u USSR-223 als bewijsmateriaal wilt indienen want tenzij het eerder is voorgelezen is het niet als bewijsmateriaal ingediend of in het verslag opgenomen.
Mr. SMIRNOV: We hebben op 15 februari al een uittreksel voorgelezen en daarom is het al in het verslag opgenomen.
De PRESIDENT: Prima.
Mr. SMIRNOV: Mag ik gaan zitten, Meneer de President?
De PRESIDENT: Ja.

Zie ook: Slotverklaring Frank, Vonnis Frank.

Definitielijst

Communisme
Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Katyn
Bos bij Smolensk in de Sovjet-Unie. In 1943 vonden de Duitsers hier de lijken van ca. 4.000, door de Russen vermoorde, Poolse officieren.
krijgsraad
Militair gerechtshof.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

Bronnen

International Military Tribunal Nuremberg 1947.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
14-06-2009
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.