Vonnis Hans Frank

Vonnis 07 Hans Frank

Frank wordt aangeklaagd op de Punten Een, Drie en Vier van de Aanklacht (uitleg).
Frank voegde zich in 1927 bij de nazipartij. Hij werd in 1930 lid van de Reichstag, in maart 1933 Minister van Justitie in Beieren en toen deze functie in 1934 werd opgenomen in de Reichsregierung werd hij Rijksminister zonder Portefeuille. Hij werd in 1933 benoemd tot Reichsleiter van de nazipartij belast met juridische kwesties en in het zelfde jaar werd hij President van de Akademie für Deutsches Recht. Frank kreeg ook de honoraire rang van SA-Obergruppenführer. In 1942 raakte Frank betrokken bij een tijdelijk geschil met Himmler over de vorm van het juridische systeem dat in Duitsland zou moeten worden toegepast. In het zelfde jaar werd hij ontslagen als Reichsleiter van de nazipartij en als President van de Akademie für Deutsches Recht.

Misdaden tegen de Vrede

Het aangevoerde bewijsmateriaal heeft het Tribunaal er niet van overtuigd dat Frank voldoende nauw betrokken was bij het algemene plan tot het voeren van een aanvalsoorlog om hem op Punt Een van de Aanklacht te kunnen veroordelen.

Oorlogsmisdaden en Misdaden tegen de Menselijkheid

Frank werd benoemd tot Hoofd van het Civiele Bestuur voor het bezette gebied in Polen en werd op 12 oktober 1939 benoemd tot Gouverneur-Generaal van het bezette gebied in Polen. Op 3 oktober 1939 beschreef hij het beleid dat hij van plan was te voeren door te zeggen: “Polen zal worden behandeld als een kolonie; de Polen zullen de slaven worden van het Grootduitse Wereldrijk.” Uit het bewijsmateriaal blijkt dat dit bezettingsbeleid was gebaseerd op de complete vernietiging van Polen als nationale eenheid en een meedogenloze uitbuiting van haar menselijke en economische bronnen ten gunste van de Duitse oorlogsinspanning. Iedere weerstand werd met de grootst mogelijke hardheid neergeslagen. Er werd een bewind van terreur ingesteld, gesteund door rechtbanken voor snelrecht die opdracht gaven tot het uitvoeren van acties als het in het openbaar neerschieten van groepen van 20 tot 200 Polen en het op grote schaal executeren van gijzelaars. Het stelsel van concentratiekampen werd in het Generaal-gouvernement ingevoerd met het opzetten van de beruchte kampen Treblinka en Majdanek. Al op 6 februari 1940 gaf Frank een indicatie van de omvang van zijn terreurbewind met zijn cynische opmerking tegenover een verslaggever over een aanplakbiljet van Von Neurath waarop de executie van Tsjechische studenten werd aangekondigd: “Als ik bevel zou willen geven om voor iedere zeven neergeschoten Polen een aanplakbiljet op te hangen, zouden er in Polen niet voldoende bossen zijn om het papier hiervoor te leveren.” Op 30 mei 1940 zei Frank op een vergadering met de politie dat hij gebruik zou maken van het offensief in het Westen, dat de aandacht van de wereld van Polen afleidde, om duizenden Polen, waaronder vooraanstaande elementen van de Poolse intelligentia van wie kon worden verwacht dat ze tegenstand zouden bieden aan de Duitse overheersing in Polen te liquideren. Als gevolg van deze instructies ging de wrede AB Aktion van start waarbij de SIPO en de SD de executies uitvoerden die slechts gedeeltelijk onderworpen waren aan de beperkingen van gebruikelijke juridische procedures. Op 2 oktober 1943 vaardigde Frank een decreet uit op grond waarvan iedere niet-Duitser die de Duitse bouwactiviteiten in het Generaal-Gouvernement hinderde door snelrechtbanken van de SIPO moest worden berecht en ter dood veroordeeld.

De economische eisen die aan het Generaal-Gouvernement werden gesteld stegen ver uit boven de behoeften van de bezettingsmacht en stonden in geen enkele verhouding tot de bronnen van het land. Het in Polen verbouwde voedsel werd in zulke grote hoeveelheden naar Duitsland verscheept dat de rantsoenen van de bevolking in de bezette gebieden daalden tot aan de rand van de hongersnood en overal epidemieën uitbraken. Er werden enkele maatregelen genomen voor de voeding van de landarbeiders die ingezet werden om de producten te verbouwen, maar de behoeften van de rest van de bevolking werden genegeerd. Het is ongetwijfeld waar, zoals door de Verdediging is betoogd, dat enig lijden binnen het Generaal-Gouvernement onvermijdelijk was vanwege de verwoestingen tijdens de oorlog en de daaruit ontstane economische chaos maar het lijden werd verzwaard door het gevoerde beleid van economische uitbuiting.

Frank voerde al in het prille begin van zijn bestuur deportatie in van slavenarbeiders naar Duitsland. Op 25 januari 1940 uitte hij zijn plan om een miljoen arbeiders naar Duitsland te deporteren en op 10 mei 1940 stelde hij voor de politie in te zetten om zijn quotum te bereiken. Op 18 augustus 1942 rapporteerde Frank dat hij al 800.000 arbeiders voor het Reich had geleverd en verwachtte in staat te zijn om er voor het einde van het jaar nog eens 140.000 te leveren.
Met de Jodenvervolging werd in het Generaal-Gouvernement onmiddellijk begonnen. In het gebied woonden oorspronkelijk tussen de 2.500.000 en 3.000.000 Joden. Ze werden gedwongen in getto’s te leven, werden onderworpen aan discriminerende wetten, het voedsel noodzakelijk om uithongering te voorkomen werd hen onthouden en uiteindelijk werden ze stelselmatig en wreed uitgeroeid. Op 16 december 1941 zei Frank in het Kabinet van het Generaal-Gouvernement: “We moeten de Joden uitroeien overal waar we ze vinden en overal waar mogelijk om de structuur van het Reich als geheel te behouden.” Tegen 25 januari 1944 schatte Frank dat er nog maar 100.000 Joden waren overgebleven.

Aan het begin van zijn getuigenis stelde Frank dat hij een gevoel had van “vreselijke schuld” voor de wreedheden die in de bezette gebieden werden begaan, maar zijn verdediging was grotendeels gewijd aan een poging te bewijzen dat hij in feite niet verantwoordelijk was; dat hij slechts bevel gaf tot de noodzakelijke maatregelen ter pacificatie; dat de excessen te wijten waren aan de politie waarover hij geen zeggenschap had en dat hij zelfs niets wist over de activiteiten in de concentratiekampen. Er is ook betoogd dat de hongersnood te wijten was aan de nasleep van de oorlog en het vanwege het Vierjarenplan gevoerde beleid; dat het programma van slavenarbeid onder leiding stond van Sauckel en dat de uitroeiing van de Joden door de politie en de SS gebeurde op direct bevel van Himmler.

Het is zonder twijfel waar dat het grootste deel van de misdaden waarvan Frank beschuldigd wordt gepleegd werd door de politie; dat Frank moeilijkheden met Himmler had met betrekking tot het gezag over de politie en dat Hitler veel van deze geschillen in het voordeel van Himmler besliste. Het kan daarom heel goed waar zijn dat sommige misdaden die in het Generaal-Gouvernement werden gepleegd zonder medeweten van Frank werden begaan en bij gelegenheid zelfs ondanks zijn tegenstand. Het kan ook zo zijn dat iets van het misdadige beleid dat in het Generaal-Gouvernement werd gevoerd niet afkomstig was van Frank maar gevoerd werd op grond van orders uit Duitsland. Maar het is ook waar dat Frank een actief deelnemer was aan en volledig op de hoogte van het gebruik van terreur in Polen; aan de economische uitbuiting van Polen tot een mate die leidde tot de hongerdood van een groot aantal mensen; aan de deporatie van miljoenen Poolse slavenarbeiders naar Duitsland en aan een programma dat de moord omvatte op tenminste 3 miljoen Joden.

Conclusie

Het Tribunaal acht Frank niet schuldig aan Punt Een. Hij wordt schuldig bevonden aan de Punten Drie en Vier.

Uitleg van de vier aanklachten:

  1. Samenzwering tot het voeren van een agressieve oorlog ofwel misdaden tegen de vrede
  2. het voeren van een agressieve oorlog
  3. oorlogsmisdaden
  4. misdaden tegen de menselijkheid

Definitielijst

getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
Jodenvervolging
Een door de nazi’s opgelegde actie om Joden het leven moeilijk te maken, actief te vervolgen en zelfs uit te roeien.
kolonie
Overzees gebiedsdeel.
liquideren
Uitschakelen, uit de weg ruimen.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg 1947

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
15-06-2009
Laatst gewijzigd:
19-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.