Verhoor Walter Funk 1

Middagzitting 04-05-1946

De PRESIDENT: Het Tribunaal zal nu verder gaan met de zaak tegen beklaagde Funk.
Dr. FRITZ SAUTER (Raadsman van beklaagde Funk): Meneer de President, met uw toestemming roep ik eerst beklaagde Dr. Funk zelf naar de beklaagdenbank.
(Beklaagde Funk gaat naar de beklaagdenbank.)
De PRESIDENT: Wilt u alstublieft uw volledige naam zeggen?
WALTER FUNK (Beklaagde): Walter Emanuel Funk.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.
(de beklaagde herhaalt de eed in het Duits)
De PRESIDENT: Neemt u plaats.
Dr. SAUTER: Meneer de President, mag ik beginnen met een opmerking: Beklaagde Funk is nu al gedurende vele jaren een ziek man en voordat hij naar de gevangenis werd overgebracht heeft hij enige tijd in het ziekenhuis gelegen. Hij zou een operatie ondergaan die echter vanwege de toestanden van destijds niet uitgevoerd kon worden. Dat feit in overweging nemende en omdat de beklaagde erop gebrand is zijn verhoor zo snel mogelijk af te ronden zal ik alleen die vragen aan beklaagde stellen die absoluut noodzakelijk zijn om u een juist beeld van zijn persoon en zijn bezigheden te geven.
(tot de beklaagde): Beklaagde, wanneer bent u geboren?
FUNK: Op 18 augustus 1890.
Dr. SAUTER: U bent dus nu 56?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: Allereerst wil ik u de belangrijkste bijzonderheden van uw leven voorleggen en om de zaak te vereenvoudigen hoeft u alleen met ja of nee te antwoorden.
U bent 56 jaar oud. U bent geboren in oost-Pruissen?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: U stamt uit een handelsfamilie in Königsberg?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: Daarna studeerde u aan de universiteit van Berlijn rechten en politieke wetenschappen, literatuur en muziek. U komt ook uit een familie die een aantal artiesten heeft voortgebracht?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende u bij de infanterie en in 1916 werd u vanwege een blaasaandoening ongeschikt verklaard voor de dienst?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: Daarna werd u redacteur van diverse grote kranten en u hebt mij verteld dat u lange tijd niet kon beslissen of u musicus of journalist wilde worden. Toen besloot u tot het laatste en u werd in 1922 meen ik hoofdredacteur van de Berliner Börsenzeitung. Is dat allemaal juist?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: Misschien wilt u ons nu vertellen wat de politieke kleur van de krant was waaraan u ongeveer tien jaar als hoofdredacteur was verbonden?
FUNK: De positie van de krant lag ongeveer tussen het Centrum en Rechts. De krant was niet aan enige partij gebonden. Hij was eigendom van een oud geslacht van Berlijnse uitgevers.
Dr. SAUTER: Wat was de houding van die krant ten opzichte van de Joodse kwestie voordat u het redacteurschap op u nam en gedurende de periode waarin u hoofdredacteur was?
FUNK: Strikt neutraal. We hielden ons op geen enkele manier bezig met de Joodse kwestie.
Dr. SAUTER: In een beëdigde verklaring van Dr. Schacht heb ik gelezen dat u zich destijds – gedurende de jaren twintig – ophield in kringen waarin zich ook Joden bevonden en waar economische en politieke zaken zoals de goudwaarde en dergelijke vaak werden besproken. Is dat juist?
FUNK: Daar weet ik niets van.
Dr. SAUTER: Dr. Schacht heeft dat gezegd in een beëdigde verklaring van 7 juli 1945, document 3936-PS.
FUNK: Ik had veel met Joden te maken. Dat lag in de aard van mijn beroep. Iedere dag op de beurs was ik in het gezelschap van 4.000 Joden.
Dr. SAUTER: Toen in 1931 legde u uw functie van hoofdredacteur neer?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: Wat was de reden daarvoor?
FUNK: Ik was ervan overtuigd dat de Nationaalsocialistische Partij regeringsmacht zou krijgen en ik voelde mij geroepen mijn eigen politieke en economische mening kenbaar te maken binnen de partij.
Dr. SAUTER: Zou u in wat meer bijzonderheden willen uitleggen wat voor mening u had, in het bijzonder betreffende de botsingen tussen partijen, tussen klassen destijds?
FUNK: De Duitse natie bevond zich destijds in grote nood, spiritueel zowel als mentaal. De bevolking werd verscheurd door de strijd tussen de Partij en de klassen. De regering, of liever de regeringen hadden geen gezag. De rol van het parlementaire stelsel was uitgespeeld en ik zelf heb 10 tot 12 jaar daarvoor al geprotesteerd en openlijk gestreden tegen de last van de herstelbetalingen van Versailles want ik was ervan overtuigd dat die herstelbetalingen de hoofdoorzaak van het economische bankroet van Duitsland waren. Ik heb mijn hele leven gestreden voor de privé ondernemingen omdat ik ervan overtuigd was dat de private onderneming onlosmakelijk verbonden is aan het idee van doelmatigheid en de waarde van het individu. Ik heb gestreden voor het vrije initiatief van de ondernemer, vrije concurrentie en de vestiging van een sociale gemeenschap op basis van de industriële gemeenschap.
Dat waren allemaal ideeën waarvoor ik in mijn gesprekken een gretig gehoor vond, in het bijzonder bij Gregor Strasser.
Dr. SAUTER: Wie was Gregor Strasser, wilt u het Tribunaal dat in het kort vertellen?
FUNK: Gregor Strasser was destijds de leider van het Reichsverwaltungsamt van de Nationaalsocialistische Partij en werd algemeen beschouwd als de tweede man na Adolf Hitler. Ik heb .....
De PRESIDENT: Het is nu tijd om te schorsen.
(de zitting wordt verdaagd tot 4 mei 1946 om 10:00 uur.)

Ochtendzitting van 04-05-1946.
(Beklaagde neemt weer plaats in de beklaagdenbank.)
Dr. SAUTER: Meneer de President, mag ik het verhoor van beklaagde Funk voortzetten?
Dr. Funk, gisteren deed u ons een kort verslag van uw leven, u vertelde ons dat u 56 jaar bent, dat u 25 jaar getrouwd bent, dat u 10 jaar lang redacteur bent geweest van de Berliner Börsenzeitung en tenslotte vertelde u gisteren wat uw opvattingen waren betreffende de toekomstige ontwikkeling van Duitsland.
Misschien kunt u ons nog iets meer vertellen over uw standpunt omdat u gisteren door de schorsing werd onderbroken en omdat uw gezondheidstoestand gisterenavond dermate slecht was dat u zich nauwelijks kon herinneren wat u het Tribunaal hebt verteld.
Goed, wat was uw mening over Duitsland’s economische vooruitzichten toen u lid werd van de Partij. Misschien kunt u dat in het kort herhalen?
FUNK: Destijds bevond Duitsland zich in een zeer moeilijke economische crisis. Deze crisis werd hoofdzakelijk veroorzaakt door de herstelbetalingen, de manier waarop deze moesten worden betaald en door de onmacht van de toen zittende regeringen om de economische problemen de baas te worden. Het meest rampzalige kenmerk van de herstelbetalingen was dat Duitse marken in enorme bedragen naar het buitenland werden overgebracht zonder daar iets van een tegenwaarde voor terug te krijgen. Het gevolg was een enorm overschot aan Reichsmarke in het buitenland en een grote druk op de munt. Dat leidde tot inflatie in Duitsland en landen met een stabiele munt kochten Duitsland leeg. De Duitse industrie raakte diep in de schulden en kwam als gevolg daarvan tijdelijk onder buitenlandse controle; de Duitse landbouw raakte in de schulden.
De middenklasse, de belangrijkste vertegenwoordiger van de Duitse cultuur, raakte verarmd. Een op de drie Duitse gezinnen was werkloos en de regering zelf had noch de macht, noch de moed om deze economische problemen de baas te worden. En deze konden niet worden opgelost met economische maatregelen alleen. Het eerste essentiële was de aanwezigheid van een regering die volledige bevoegdheden en verantwoordelijkheid bezat; daarnaast de vorming van een gemeenschappelijke politieke wil onder de bevolking.
De Nationaalsocialisten behaalden destijds 40 procent van de zetels in de Reichstag; de mensen voegden zich met miljoenen bij de partij, in het bijzonder de jongeren die werden gedreven door idealisme. De fascinerende persoonlijkheid van de Führer werkte als een enorme magneet. Het economische programma van de Partij zelf was vaag en in mijn ogen voornamelijk opgesteld voor propaganda doeleinden. Er werden levendige discussies over gevoerd in Partijkringen waarmee ik in 1931 in contact kwam.
Daarom besloot ik destijds mijn positie als redacteur van een krant met een grote oplage onder de middenklasse op te geven en voor mijzelf te beginnen met het uitgeven van een politiek en economisch nieuwsbulletin dat gericht was op de meest uiteenlopende sectoren van de economie, op leidende partijkringen maar ook op in economie geïnteresseerde partijen die met de Duitse Nationale Partij samenwerkten, de Volkspartij en zelfs de Democraten.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, u zei eerder ongeveer dat volgens de mening die u in 1931 uitte, alleen een regering met volledige bevoegdheden en volledige verantwoordelijkheid, anders gezegd een sterke staat en een gemeenschappelijke politieke wil, Duitsland konden helpen de crisis van destijds, die natuurlijk maar een deel van de wereldwijde crisis was te boven te komen. Hebt u er destijds ooit over nagedacht of het Führerprinzip, dat zich later in enorme mate ontwikkelde, of dit Führerprinzip op een lijn gebracht kon worden met uw ideeën over economische politiek? Of, om het negatief te stellen, verwachtte u destijds grote misstanden als gevolg van dit Führerprinzip?
Wat kunt u over dit punt zeggen?
FUNK: Wat betreft een regeringsprincipe, nou goed, het Führerprinzip, daarvan kan men nooit op voorhand zeggen of het goed of slecht is. Dat hangt af van de heersende omstandigheden en bovenal van diegenen die regeren. Het parlementair-democratisch stelsel was in Duitsland geen succes gebleken. Duitsland had geen parlementaire en democratische tradities zoals andere landen. De toestand was uiteindelijk zo dat wanneer een regering besluiten nam, die paar stemmen van de economische partij doorslaggevend waren en die werden voornamelijk gekocht. Daarom moest een ander beginsel tot het heersende worden gemaakt; wanneer in een autoritaire regering degenen die het gezag en de verantwoordelijkheid dragen goed zijn, dan is de regering ook goed. Het Führerprinzip betekende in mijn ogen dat de beste mensen en de beste man moesten regeren en dat het gezag dan werd uitgeoefend van bovenaf naar beneden en de verantwoordelijkheid van onder af naar boven. En uit gesprekken met Hitler en andere leidende figuren in de Partij in 1931 en zoals ik zei uit het vertrouwen en het enthousiasme dat de bevolking in deze politieke beweging had, kwam ik tot de conclusie dat deze partij wel aan de macht moest komen en dat alleen door haar de redding kon komen. Ik wilde mijn eigen economische ideeën binnen deze partij in de praktijk brengen.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, u had het met over de persoonlijkheid van Hitler. Via wie ontmoette u Hitler – anders gezegd, wie waren de personen binnen de Partij die u overhaalden zich aan te sluiten?
FUNK: Voornamelijk Gregor Strassser, zoals ik gisteren zei, die mijn eerste ontmoeting met Hitler regelde. Pas veel later in Berlijn ontmoette ik Hermann Göring. Afgezien van hen had ik destijds weinig kennissen binnen de Partij en ik speelde er zelf geen rol in.
Dr. SAUTER: Toen u Hitler ontmoette, wat voor indruk maakte hij toen op u? Ik zou vooraf willen zeggen dat u op dat moment – 1931, denk ik – een volwassen man van boven de 40 was. Welke indruk kreeg u destijds van Hitler’s persoonlijkheid, zijn doelstellingen et cetera?
FUNK: Mijn eerste gesprek met Adolf Hitler was zeer gereserveerd. Dat was niet verwonderlijk omdat ik uit een wereld kwam die hem volledig vreemd was. Ik kreeg direct de indruk van een uitzonderlijke persoonlijkheid. Hij pakte alle problemen bliksemsnel op en wist ze op indrukwekkende wijze te presenteren met zeer vloeiende en expressieve gebaren. Hij had dan de gewoonte verweven te raken in de problemen, in lange monologen om zo te zeggen en zo de problemen naar een hoger peil te tillen. Toen legde ik hem mijn economische ideeën uit en in het bijzonder dat ik aanhanger was van het idee van privé bezit wat voor mij de principiële basis van mijn economisch beleid vormde en dat onafscheidelijk was van het idee van het variabel potentieel van de mens. Hij zelf was het hartgrondig met mij eens en zei dat zijn economische theorie ook gebaseerd was op selectiviteit – het principe van individuele productiviteit en de creatieve persoonlijkheid en hij was zeer verheugd dat ik binnen de Partij langs die lijnen wilde werken en contacten en steun voor hem wilde regelen op het terrein van de economie, iets wat ik in werkelijkheid ook deed. In de tussentijd werden mijn betrekkingen met de Füher niet nauwer omdat hij zelf tegen mij zei: “Ik kan mij momenteel niet binden aan een economisch beleid en de standpunten die door mijn economische theoretici worden ge-uit, zoals de heer Gottfried Federer, zijn niet noodzakelijk de mijne.”
De afdeling economisch beleid die destijds bestond, werd geleid door een Dr. Wagner.
Dr. SAUTER: De afdeling economisch beleid waarvan? Van de Reichsleitung?
FUNK: De afdeling economisch beleid van de Reichsleitung werd geleid door een zekere Dr. Wagner. Ik werd niet uitgenodigd bij politieke gesprekken. Een nauwe band met de Führer – of liever een nauwere band - had ik eigenlijk alleen in 1933 en de eerste helft van 1934 toen ik als perschef van de Reichsregierung regelmatig aan hem rapporteerde. Destijds gebeurde het zelfs een keer dat hij plotseling de persconferentie onderbrak, met mij de muziekkamer inging en mij piano voor hem liet spelen.
Daarna werden bekoelden onze betrekkingen weer wat en toen ik Minister van Economische Zaken werd hield de Führer mij steeds meer op afstand, of hij hier een speciale reden voor had zoals Lammers hier heeft getuigd, weet ik niet. Gedurende mijn termijn als minister werd ik misschien hoogstens vier of vijf keer voor overleg bij de Führer geroepen. Maar hij had mij niet echt nodig want zijn economische decreten werden aan de Reichsmarschall gegeven, de hoofdverantwoordelijke voor economische zaken, en later, vanaf 1942 aan Speer omdat de wapenproductie de hele economie overheerste; zoals ik zei, ik had slechts een nauwe band met hem in 1933 en de eerste helft van 1934 tot aan de dood van Reichspräsident Von Hindenburg.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, u bent ver op de zaken vooruit gelopen. Ik zou willen teruggaan naar 1931 of 1932, naar de tijd toen u zich bij de Partij aansloot. Wanneer was dat?
FUNK: In de zomer van 1931.
Dr. SAUTER: In de zomer van 1931. U hebt het Tribunaal al verteld dat u geen bezwaar had tegen het Führerprinzip om de redenen die u hebt genoemd.
FUNK: Nee, in tegendeel, het Führerprinzip was absoluut noodzakelijk.
Dr. SAUTER: In tegendeel, u achtte het Führerprinzip noodzakelijk voor de noodtoestand die toen heerste. Nu zou ik graag iets willen weten: Er waren andere standpunten die natuurlijk ook in het partijprogramma stonden die later ongunstig bleken uit te werken en die in de loop van dit proces veelvuldig tegen de beklaagden zijn gebruikt. Ik wijs op een voorbeeld, zoals de leuze “Lebensraum;” die hebt u keer op keer tijdens dit proces gehoord. Beklaagde Schacht heeft het ook over deze kwestie gehad. Misschien kunt u ons kort uw eigen mening geven over dit probleem en deze vraag?
FUNK: Het “Lebensproblem” is geen leuze en het levensprobleem was in feite een probleem voor de Duitse bevolking van destijds. Met “Lebensproblem”.....
Dr. SAUTER: U bedoelt “Lebensraum”?
FUNK: ....... of Lebensraum – ik bedoelde destijds niet de verovering van vreemde landen; de gedachte aan oorlog was mij toen net zo vreemd als waarschijnlijk voor de meeste andere Duitsers. Met Lebensraum bedoelde ik het openen van de wereld voor de vitale belangen van Duitsland, anders gezegd de deelname van het Duitse volk aan het nuttig gebruik van de goederen in de wereld waarvan er een enorm groot overschot bestond. Of dat moest gebeuren door middel van kolonies, door concessies of internationale handelsovereenkomsten, ik heb destijds niet de moeite genomen daar achter te komen.
De uitbreiding van de deelname van Duitsland aan de wereldeconomie voor de Eerste Wereldoorlog was voor mij de beslissiende factor om economisch journalist te worden. De deelname van Duitsland in de Roemeense olieindustrie, de concessie van de Bagdad spoorweg, de groeiende Duitse invloed in Zuid-Amerika, in China, in het Verre Oosten in het algemeen – dit alles inspireerde mij zeer. In die tijd maakte ik al kennis met zulke mensen als Franz Gunther van de Bank van Lening, Arthur von Gwinner van de Deutsche Bank, Karl Helferich, de grote importeur uit Hamburg, Witthoft en vele andere Duitse economische pioniers en ik begon aan mijn carrière met al het enthousiasme van de jonge journalist.
Lebensraum was voor mij in die tijd dus het voldoen aan deze economische eisen, dat wil zeggen, Duitsland’s deelname aan de goederen in de wereld en de afschaffing van de beperkingen die ons van alle kanten insloten. Het was complete onzin dat Duitsland van haar kant herstelbetalingen moest doen en schulden betalen terwijl de schuldeisende landen van hun kant weigerden betaling te aanvaarden in de enige vorm die mogelijk was, namelijk in goederen en producten.
Die periode markeerde het begin van een golf van beschermende maatregelen in de wereld. Ik herinner me het Amerikaanse economische beleid van die die tijd; ik herinner me de overeenkomsten van Ottawa en dit verkeerde economische beleid leidde tot een economische wereldcrisis in 1929 en 1930 waardoor Duitsland ook zwaar getroffen werd.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, bent u klaar? (de beklaagde knikt instemmend.)
Dr. Funk, de Aanklager heeft in de Akte van Beschuldiging gesteld dat u deel had aan het formuleren van het Nazi programma. Wat kunt u ons daarover zeggen?
FUNK: Ik weet niet wat de Aanklager onder het Nazi programma verstaat.
Dr. SAUTER: Ik denk het Partijprogramma.
FUNK: Dat is volkomen onmogelijk. Het Partijprogramma werd voor zover ik weet in 1921 opgesteld. Toen wist ik nog niets van het Nationaalsocialisme of van Adolf Hitler.
Dr. SAUTER: Beklaagde, de Aanklager heeft u er verder van beschuldigd het zogenaamde reconstructieprogramma te hebben opgezet, het economische herstelprogramma van 1932, een programma voor het herstel van het Duitse economische leven. Is het juist dat u dit herstelprogramma hebt opgezet?
FUNK: In 1932 verzamelde ik voor een toespraak door Gregor Strasser enkele punten voor een economisch programma die Strasser zelf later aan mij toeschreef. Hij gaf die door aan de diverse partijbureau’s als instructie en propaganda materiaal.
Dit economische herstelprogramma, dat in de ogen van de Aanklager de economische Bijbel voor de partijbestuurders moest worden is naar mijn mening op geen enkele wijze revolutionair of zelfs maar sensationeel en het kon geloof ik door iedere democratische regering worden overgenomen en aanvaard. Ik geloof dat daarop is gewezen in een boek waaruit de Aanklager diverse informatie heeft gehaald.
Dr. SAUTER: Misschien is het gepubliceerd, beklaagde in het boek door Dr. Paul Oestreich dat hier al herhaaldelijk is genoemd. Dit boek bevat uw biografie onder de titel: “Walter Funk, ein Leben für Wirtschaft” en is door de Aanklager ingediend als document 3505-PS, bewijsstuk USA-653.
Dr. Funk, ik heb de tekst van dit programma voor me liggen.
FUNK: Leest u het alstublieft voor.
Dr. SAUTER: Het hele programma beslaat een halve pagina en bevat eigenlijk niets dat beschouwd kan worden als kenmerkend voor Nationaalsocialistische trends of gedachten.
FUNK: Nou, destijds was ik nog geen Nationaalsocialist maar een heel jong lid van de Partij.
Dr. SAUTER: Dit economisch herstelprogramma moet echt worden gelezen om je ervan te overtuigen hoe weinig het van de kenmerkende Nationaalsocialistische eisen bevat. Dit is een programma waarvan Funk zegt dat het door bijna iedere liberale, democratische of andere bourgoisie partij kan worden aanvaard. Het programma is getiteld: “Het direct scheppen van werkgelegenheid door nieuwe Staats- en privéinvesteringen.” Dat is de eerste eis. Dan het productief verstrekken van kredieten door de Reichsbank maar geen inflatie, eerder het herstel van een stabiele munt en een gezonde financiële en kredieteconomie om de productie te stimuleren.
Een algemene verlaging van de rentetarieven met aandacht voor de afzonderlijke economische toestand. Het vormen van een bureau voor buitenlandse handel en een centraal wisselkantoor. Herstel van economische betrekkingen met het buitenland, daarbij prioriteit gevend aan de vitale belangen van de binnenlandse markt maar met speciale aandacht voor de export die absoluut noodzakelijk is voor Duitsland. Herstel van gezonde openbare financiën waaronder publieke verzekeringen. Afschaffing van de onhoudbare methoden voor het in balans brengen van de begroting. Staatsgaranties voor landbouw. Reorganisatie van het stelsel van eigendom van huizen en grond in overeenstemming met de pricipes van productiviteit en nationale gezondheid. Verbreding van de basis van Duitsland’s grondstoffen, het stichten van nieuwe nationale industriën en handel, het organiseren van fabrikanten op basis van technische vernieuwingen. Dat is alles wat in dit zogenaamde economische herstelprogramma staat.
FUNK: Dit programma zou, zoals de Aanklager heeft gezegd, het officiële partijdogma over economische kwesties moeten worden. Ik zou blij zijn geweest als de Partij deze principes had gehuldigd. In latere jaren had ik grote problemen met die diverse partijbureau’s in verband met mijn fundamentele opvatting van economisch beleid. Ik werd, zelfs in Partijkringen altijd beschouwd als een liberaal en een buitenstaander ....
Dr. SAUTER: Een liberaal?
FUNK: Ja, ik bestreed alle tendensen naar collectivisme en om deze reden kwam ik voortdurend in conflict met het Arbeiterfront. In het bijzonder in mijn opvattingen over particulier eigendom werd ik gesteund door Reichsmarschall Hermann Göring. Zelfs tijdens de oorlog liet hij op mijn suggestie een deel van de Hermann Göring Werke privatiseren. Ik was tegenstander van een genationaliseerde economie omdat een genationaliseerde economie slechts middelmatige resultaten voortbrengt. Een genationaliseerde economie betekent een steriele economie. Een economie zonder een gezonde concurrentie en persoonlijke rivaliteit zal stagneren en slechts middelmatige resultaten opleveren. De Führer had eerder altijd enthousiast ingestemd met die principes van mij. Daarom was het voor mij een grote teleurstelling toen hij zich uiteindelijk, in de laatste jaren scherp keerde tegen de bourgoisie wereld want dat betekende in feite dat heel mijn levenswerk had gefaald.
De PRESIDENT: Dr. Sauter, het Tribunaal is van mening dat hij wellicht verder kan gaan met iets belangrijkers dan zijn visie op de staatseconomie en particuliere ondernemingen.
Dr. SAUTER: Ja, Meneer de President.
(tot de beklaagde): Dr. Funk, u weet dat het juist vanwege het grote probleem van de werkloosheid van destijds was dat Hitler in staat was de macht te grijpen. Welke plannen had u voor de opheffing van de werkloosheid, omdat u wist dat juist die belofte .....
De PRESIDENT: Dr. Sauter, we hebben bijna alle beklaagden gehoord over de toestanden die destijds in Duitsland heersten. Tegen deze beklaagden ligt er geen beschuldiging vanwege de Duitse economie tussen de jaren 1933 en 1939.
Dr. SAUTER: Meneer de President, ik wilde beklaagde Dr. Funk vragen hoe hij dacht dat de werkloosheid kon worden opgeheven; want uit de getuigenis van andere beklaagden maak ik op dat ze van plan waren die op andere manieren op te heffen, zoals herbewapening enzo. Voor zover ik weet was dat in zijn geval niet zo en ik denk dat bij de beoordeling van beklaagde Funk, de vraag hoe hij dacht het opheffen van de werkloosheid aan te pakken, hetzij door herbewapening, hetzij op andere wijze van enig belang is. Ik denk niet dat het lang zal duren, Meneer de President. Ik weet zeker dat beklaagde Funk het erg kort zal houden.
Misschien kan hij ....
De PRESIDENT: Hij zou dat in een zin kunnen beantwoorden zou ik denken.
Dr. SAUTER: Meneer Funk, houdt u het alstublieft zo kort mogelijk.
FUNK: Als ik dit in een zin moet beantwoorden kan ik alleen maar zeggen dat ik mij destijds voorstelde de werkloosheid op te heffen met een zeer precies plan, maar in elk geval zonder herbewapening, zonder bewapening ....
Dr. SAUTER: Maar in plaats daarvan?
FUNK: Met methoden die ik zou moeten uitleggen. Maar hoe dan ook, van bewapening was toen nooit sprake.
Dr. SAUTER: Misschien kunt u het ons in een paar zinnen vertellen.
FUNK: Allereerst, werkgelegenhgeid werd om zo te zeggen overal aangeboden. Het was van vitaal belang in Duitsland een grootschalig wegenbouwprogramma op te zetten; het was nodig de machinefabrieken nieuw leven in te blazen, in het bijzonder de autoindustrie die natuurlijk op passende wijze moest worden beschermd. Een uitgebreid programma van huizenbouw was nodig; er waren honderdduizenden huizen nodig........
Dr. SAUTER: In het kort .....
FUNK: Het ontbrak de landbouw aan mechanisatie.
Ik zou hier echter twee cijfers willen noemen, twee verhoudingen die licht werpen op de hele situatie. Tot aan de oorlog was twee/derde van Duitsland’s totale productie bestemd voor particuliere consumptie en slechts een/derde voor openbare behoeften. Tot aan dat moment speelde de bewapeningsindustrie daarom geen beslissende rol.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, we zullen nu overgaan op een ander onderwerp. U herinnert zich dat de Aanklager in zijn Akte van Beschuldiging heeft gesteld dat het bewijsmateriaal tegen u grotendeels indirect was. Ik neem daarom aan dat het eerder gebaseerd was op uw functies dan op uw acties. Daarom zou ik graag willen weten welke partijfuncties u bekleedde tijdens de periode die volgde.
FUNK: Slechts een keer, in 1932 ....
Dr. SAUTER: Ik bedoel in de Partij, niet in de regering.
FUNK: Ik begrijp het. Alleen in 1932, en dan nog maar voor een paar maanden, kreeg ik partijtaken want Gregor Strasser wilde een eigen departement voor mij opzetten, voor particuliere economie. Dit departement werd een paar maanden later echter ontbonden toen hij zelf uit de Partij trad en zijn functies neerlegde. Toen in december 1932 kreeg ik opdracht de leiding op me te nemen van een commissie voor economisch beleid.
Dr. SAUTER: In december 1932?
FUNK: Ja en in februari 1933, twee maanden daarna gaf ik die functie alweer op. Beide taken waren onbelangrijk en kwamen eigenlijk nooit van de grond in de korte tijd dat ze bestonden. Alle heren op de tribune die destijds leidende posities in de Partij bekleedden kunnen dat beamen. Ik heb nooit enig andere Partijfunctie gehad zodat ik na 1933 geen verdere taken meer van de Partij kreeg en ook geen Partijfunctie.
Dr. SAUTER: Dit zogenaamde Amt für Privatwirtschaft bestond dus, als ik u goed begrijp maar een paar maanden in 1932 maar functioneerde in feite niet. En in december 1932 werd u aan het hoofd geplaatst van dat andere bureau, de commissie voor economisch beleid zoals die werd genoemd. Daarna, een maand later in januari 1933.....
FUNK: Februari 1933.
Dr. SAUTER: Februari 1933, kort na de machtsovername, gaf u die zogenaamde functie op. Is dat juist?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: Nu wat betreft uw binding met de Partij. Was u lid van enig orgaan van de Partij – SA, SS of enig ander orgaan van de Partij?
FUNK: Ik heb nooit tot enig partijorgaan behoord, noch de Sa, noch de SS, of enig ander orgaan; en zoals ik al heb gezegd, ik behoorde ook niet tot het Korps Leiders.
Dr. SAUTER: U behoorde niet tot het Korps Leiders?
FUNK: Nee.
Dr. SAUTER: U weet, Dr. Funk dat de partijfunctionarissen, de partijveteranen en zo ieder jaar in München bijeen kwamen. U hebt zelf een film gezien die deze bijeenkomst toont. Werd u ooit voor deze bijeenkomsten op 8 en 9 november uitgenodigd?
FUNK: Ik weet niet of ik uitnodigingen ontving; het is mogelijk. Maar ik ben nooit bij een dergelijke bijeenkomst geweest want deze bijeenkomsten waren speciaal bedoeld voor oude partijleden en de partijveteranen als herdenking van de Mars naar de Feldhernnhalle. Ik heb nooit deelgenomen aan dergelijke bijeenkomsten omdat ik een hekel aan dergelijke grote bijeenkomsten had. Gedurende heel deze tijd was ik slechts bij een partijbijeenkomst aanwezig, ik bezocht slechts een of twee gelegenheden. Massale bijeenkomsten deden me altijd lichamelijk pijn.
Dr. SAUTER: Beklaagde, hebt u het Goldenes Parteiabzeichen ontvangen nadat u Minister van Economische Zaken werd?
FUNK: Nee, dat kreeg ik toen ik nog perschef van de Reichsregierung was.
Dr. SAUTER: U kreeg het niet als minister?
FUNK: Nee.
Dr. SAUTER: Hoe lang was u Nationaalsocialistisch afgevaardigde in de Reichstag?
FUNK: Slechts een paar maanden.
Dr. SAUTER: Van wanneer tot wanneer?
FUNK: Van juli 1932 tot februari 1933. Ik kreeg geen zetel meer omdat de voorzitter van de Partij, de voorzitter van de regeringsfractie, Dr. Frick mij meedeelde dat op grond van een decreet van de Führer alleen de oud-partijleden een mandaat kregen en ik had inmiddels een regeringsfunctie gekregen.
Dr. SAUTER: Beklaagde, in verband met de wetten die voor dit proces van bijzonder belang zijn, zoals de Uitvoeringswet die in feite de Reichstag buiten spel zette, de wet die de politieke partijen verbood of de wet op de eenheid van Partij en Staat, betreffende al deze wetten die in voorbereiding waren voor latere ontwikkelingen, was u toen nog lid van de Reichstag of niet meer?
FUNK: Ik was niet langer afgevaardigde bij de Reichstag. Maar toch vond ik die wetten belangrijk.
Dr. SAUTER: Dat is een heel ander onderwerp. Maar u was niet langer afgevaardigde in de Reichstag?
FUNK: Nee, en ik was ook geen lid van het Kabinett.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, we hebben hier herhaaldelijk gehoord over een verklaring van de Amerikaanse Consul-generaal Messersmith van 28 augustus 1945, document 1760-PS. Hij zegt in de passage die over u gaat:
“Hij is redacteur geweest van een van de meest vooraanstaande financiële uitgaven in Berlijn voordat de Nazis kwamen en hij had weinig openlijke sympathie voor de Nazis toen ze eenmaal binnen waren.”
Verder zegt hij:
“ .... later werd hij een fanatiek Nazi en een van hun meest doelmatige instrumenten vanwege zijn duidelijke capaciteiten op diverse terreinen.”
Dat zegt de Amerikaanse Consul-generaal over u. Ik zou u willen herinneren aan een andere passage uit het boek van Dr. Oestreich, dat ik al heb genoemd en dat als titel heeft: “Walter Funk, ein Leben für Wirtschaft.” Dat is 3505-PS dat tijdens dit proces al is gebruikt.
In dit boek zegt de auteur dat de taken die u door de Partij waren opgedragen, zelfs als ze maar een paar maanden besloegen, wellicht gezien kunnen worden als bijzonder belangrijk.
Wat kunt u ons zeggen over die twee citaten?
FUNK: Ik heb al gezegd dat ik mij voor de Partij heb uitgesproken en mijn werk voor de Partij met enthousiasme heb gedaan. Ik ben nooit verbonden geweest aan de propaganda organisatie, zoals Mr. Messersmith heeft beweerd. Ik kan me niet herinneren, Mr. Messersmith ooit gekend te hebben en ik herinner me ook niet Oostenrijk met hem besproken te hebben, wat hij ook beweert.
Dr. SAUTER: Ook niet de Anschluss van Oostenrijk aan Duitsland?
FUNK: Dat kan ik me niet herinneren, hoewel ik natuurlijk de hereniging van Duitsland en Oostenrijk noodzakelijk achtte; maar ik herinner me niet dat met Mr. Messersmith te hebben besproken.
Wat betreft het boek van Dr. Paul Oestreich, ik betreur het dat de Aanklager dit boek als informatiebron heeft gebruikt. Er zijn hier fouten gemaakt die voorkomen hadden kunnen worden en die ik nu niet had hoeven recht zetten. Oestreich was een man die geheel buiten de Partij stond.
Dr. SAUTER: Wat was hij?
FUNK: Hij was eigenaar van een Duitstalige krant in Chili en een paar jaar was hij politiek redacteur van de Berliner Börsenzeitung.
Dr. SAUTER: Politiek redacteur?
FUNK: Allereerst wilde hij natuurlijk een markt voor zijn boek veroveren en daarom overdreef hij het belang van mijn positie binnen de Partij. Hij kan hebben gedacht dat hij mij op deze manier een bijzondere dienst verleende. Hoe dan ook, zoals de zaken hier zijn beschreven zijn die niet correct gesteld.
Dr. SAUTER: Beklaagde, in document 3563-PS, ingediend door de Aanklager, staat een uitlating dat u, Dr. Funk, in diverse publicaties werd genoemd als Hitler’s adviseur voor economisch beleid; in een andere passage wordt u aangeduid als Hitler’s Wirtschaftsbeauftragter. Was dit een Partijfunctie of wat werd er precies met deze term bedoeld? Welke functie moet hiermee worden aangegeven?
FUNK: Het was geen Partijfunctie en ook geen Partijtitel. De pers noemde mij regelmatig zo vanwege mijn activiteiten voor de Partij in 1932 en dat werd duidelijk overgenomen door de schrijvers van kranten. Maar het was noch een functie, noch een titel. Het is werkelijk onzin om mijn activiteiten van destijds zo belangrijk te vinden want als die echt zo belangrijk waren geweest dan had ik zeker die functies behouden toen de Partij aan de macht kwam.
De Reichsminister für Nahrung und Landwirtschaft was ook Reichsleiter; Staatssecretaris Reinhardt van het Ministerie van Financiën was hoofd van het departement voor financieel beleid in de Reichsleitung enzo voorts. Maar er was nooit een Reichsleiter für Wirtschaft. Toen de Partij aan de macht kwam verliet ik de Reichstag en alle partijorganen.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, in de loop van dit proces is een paar keer de Reichswirtschaftsparteirat – ik herhaal de term Reichswirtschaftsparteirat – genoemd.Wat weet u van uw aandeel in dit partijorgaan en over de taken en het werkterrein van dit partijorgaan?
FUNK: Ik heb lang na moeten denken voor ik me deze groep herinnerde, in het bijzonder omdat Hess, Rosenberg en Frank zich er niets van herinnerden. Maar ik herinner me vaag dat Gottfried Feder een kring mensen om zich heen had die hij voor advies opriep en waaraan hij de nogal gewichtige naam Reichswirtschaftsparteirat gaf. Na de machtsovername hield deze groep op te bestaan. Ik heb nooit een van de bijeenkomsten ervan bijgewoond en ik was zeer verbaasd uit de Aanklacht te vernemen dat ik de vice-voorzitter van deze groep zou zijn geweest. Deze groep was van geen enkel belang.
Dr. SAUTER: U noemde Gottfried Feder.
FUNK: Hij was verantwoordelijk voor het economische programma en de economische leer van de Partij vanaf haar oprichting totdat zij aan de macht kwam.
Dr. SAUTER: Hij was dus de economische theoreticus van de Partij vanaf haar oprichting totdat zij aan de macht kwam?
FUNK: Ja. Dr. Wagner en Dr. Keppler overvleugelden hem later. Keppler kreeg in het openbaar altijd de titel van economisch adviseur van de Führer.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, als ik u goed heb begrepen beschouwde u de personen die u net noemde als economisch adviseur van de Führer?
FUNK: Nee, dat is niet waar.
Dr. SAUTER: Nee?
FUNK: Hitler stond niet toe dat iemand hem adviseerde, zeker niet over economische kwesties. Dit waren slechts de mannen die zich binnen de Partijleiding met economische kwesties bezig hielden, zowel voor mijn tijd als daarna.
Dr. SAUTER: Ook vanuit het oogpunt van publiciteit zoals Gottfried Feder?
FUNK: Hij schreef veel; hij behandelde bijvoorbeeld tot in detail het probleem van het verlagen van de rentetarieven.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, dat waren uw echte of veronderstelde partijfuncties. Ik kom nu toe aan uw regeringsfuncties. Na de machtsovername, eind januari 1933, werd u perschef van de Reichsregierung. In maart 1933, toen het Ministerie van Propaganda werd gevormd, een Rijksministerie, werd u staatssecretaris in het Ministerie van Propaganda onder Minister Goebbels. Hoe kwam dat tot stand?
FUNK: Mag ik een korte samenvatting van deze zaken geven?
Dr. SAUTER: Een ogenblik .....
FUNK: Het zou veel sneller gaan dan iedere vraag afzonderlijk te stellen.
Dr. SAUTER: Dan zou ik u willen vragen tegelijkertijd de vraag te beantwoorden waarom u naar het Ministerie van Propaganda ging en benoemd werd tot perschef van de Reichsregierung, hoewel u zich gewoonlijk bezig hield met economische vraagstukken.
FUNK: De Reichsmarschall heeft in zijn getuigenis al verklaard, ten eerste dat hij nooit heeft geweten dat ik voor 1933 al actief was in de Partij en ten tweede, zoals hijzelf oprecht geloofde dat mijn benoeming tot perschef van de Reichsregierung als een complete verrassing kwam. Op 29 januari 1933 zei de Führer tegen mij dat hij onder de oude Partijleden niemand had die zeer goed bekend was met de pers en dat hij me daarom wilde vragen de functie van perschef op mij te nemen, zeker omdat deze benoeming het regelmatig rapporteren aan de Reichspräsident inhield. De Reichspräsident kende mij en, zoals ik later misschien zal noemen, mocht mij erg graag. Ik was vaak te gast in zijn huis en stond op vriendschappelijke voet met zijn familie.
Dr. SAUTER: Met andere woorden, Von Hindenburg?
FUNK: Ja, Von Hindenburg. Dat waren de redenen die Hitler ertoe brachten mij tot perschef van de Reichsregierung te benoemen. De perschef van de Reichsregierung was tevens Ministerialrat van de Reichskanzlei en ik hield niet van het idee om plotseling ambtenaar te worden want ik had nooit enige ambitie in die richting gehad. Maar ik aanvaardde de benoeming onder invloed van het algemeen enthousiasme van die dagen en gehoorzamend aan de oproep van de Führer.
Ik deed hem regelmatig verslag over de pers in aanwezigheid van Lammers. Deze bijeenkomsten gingen maar een half jaar door tot aan de dood van de Reichspräsident, waarna die ophielden. De Führer gaf zijn instructies aan de pers via de Reichspressechef van de Partij, Dr. Dietrich die later ook werd benoemd tot staatssecretaris van het Ministerie van Propaganda.
Toen het Ministerie van Propaganda werd gevormd vroeg de Führer mij dit ministerie te organiseren zodat Goebbels zich niet hoefde te vermoeien met problemen rond administratie, organisatie en financiën. Toen werd de Presseabteilung van de Reichsregierung, waarvan ik tot dan toe de leiding had gehad, opgenomen in het Ministerie van Propaganda en onder direct gezag van Goebbels geplaatst. De afdeling had ook zijn eigen chef.
Vanaf die tijd – na slechts zes weken actief te zijn geweest als perschef van de Reichsregierung – kwamen mijn activiteiten betreffende informatie en instructie aan de pers ten einde. Vanaf dat moment werd dat allemaal door Goebels zelf gedaan die over het algemeen een scherpe grens trok tussen de politieke en bestuurlijke taken van het Ministerie. Hij nam zijn oude medewerkers van de propaganda afdeling van de Partij mee om voor de propaganda te zorgen.
Mijn diensten voor politieke propaganda waren niet nodig. Goebbels zorgde daarvoor via het Partijorgaan waarvan ik geen lid was. Ik had bijvoorbeeld, als voorzitter van de Raad van Toezicht de verantwoording voor de financiering van de Deutschlandfunk – een budget van honderd miljoen – maar ik zond nooit propaganda toespraken uit. Ik sprak ook nooit op een van de grote Staats- of Partijbijeenkomsten. Natuurlijk erkende ik het belang van propaganda voor de leiding van de staat en bewonderde de geniale manier waarop Goebbels zijn propaganda voerde maar zelf speelde ik geen enkele rol in de actieve propaganda.
Dr. SAUTER: Als ik u dus goed begrijp waren uw functies in het Ministerie van Propaganda, wat natuurlijk een Rijksministerie was, van zuiver bestuurlijke en organisatorische aard en u liet de feitelijke propaganda over aan Goebbels en de mensen die hij het ministerie binnen haalde uit de afdeling propaganda van de Partij. Is dat juist?
FUNK: Ja. Goebbels eiste natuurlijk het exclusieve recht op, te beschikken over al het propaganda materiaal. Ik verscheen helemaal niet naast hem op het terrein van propaganda en aan mijn functie als staatssecretaris werden andere aanzienlijke beperkingen opgelegd door het feit dat vele taken, die in andere ministeries aan de staatssecretaris toevallen, in dit geval werden uitgevoerd door de deskundige van Goebbels, Hahnke die later tot staatssecretaris en Gauleiter werd benoemd.
Dr. SAUTER: Hahnke?
FUNK: Ja. Ik geloof niet dat ik gedurende mijn periode van activiteiten in het Ministerie van Propaganda meer dan drie keer iets heb getekend als plaatsvervanger van Goebbels. Een van die handtekeningen is aangegrepen door de Aanklager. Het is een handtekening die onder een order staat voor de uitvoering van een decreet en de vastlegging van de datum waarop dat besluit van kracht wordt.
Dr. SAUTER: Wat voor decreet was dat?
FUNK: Het besluit tot toepassing van de wet op de Reichskulturkammer. Het Reichskabinett vaardigde wetgeving uit in verband met de Reichskulturkammer. Ik was geen lid van het Reichskabinett maar als Staatssecretaris van het Ministerie van Propaganda was ik natuurlijk formeel verantwoordelijk en natuurlijk steunde ik propaganda, net als ieder ander die een leidende positie bekleedde in het officiële en het intellectuele leven van Duitsland. Het hele culturele leven van de natie was doordrenkt met deze propaganda in een mate die overeenkomt met het overweldigende en fundamentele belang dat terecht werd gehecht aan propaganda in de Nationaalsocialistische Staat.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, de Aanklager houdt u verantwoordelijk voor de wetten die zijn uitgevaardigd gedurende uw periode als perschef van de Reichsregierung. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de wetten die zijn ingediend onder document nummer 2962-PS en 2939-PS. Dit zijn wetten die u zeer goed bekend zijn en die de afschaffing van burgerrechten in Duitsland en de afschaffing van het parlementaire regeringsstelsel betreffen. Ik vraag u uit te leggen wat u met deze wetten te maken had? Had u als perschef van de Reichsregierung enige invloed op de inhoud en uitvaardiging van deze wetten?
FUNK: Nee, deze vraag is al ontkennend beantwoord door zowel de Reichsmarschall als door Dr. Lammers. Alles wat ik hoefde te doen was deze wetten door te geven aan de pers, in overeenstemming met instructies die mij door de Führer waren gegeven.
Dr. SAUTER: U was dus zeker aanwezig bij de zittingen van het Reichskabinett?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: En u maakte notities van de beraadslagingen en besluiten van het Reichskabinett?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: Dat was de reden voor uw aanwezigheid daar; maar uw enige taak – en vertelt u mij of ik het juist heb – was na de zittingen van het kabinet de pers te informeren over de genomen besluiten? Is dat juist?
FUNK: Ja, dat is juist.
Dr. SAUTER: U had dus geen invloed op het opstellen of de inhoud van de wetten noch op de stemming. Is dat juist?
FUNK: Ja, dat is juist. Ik had geen zetel en ook geen stem in het kabinet.
Dr. SAUTER: Was u verantwoordelijk voor het persbeleid van de Reichsregierung – en ik benadruk: de Reichsregierung en niet de Partij?
FUNK: Ik heb al gezegd dat ik mijn instructies aan de pers van de Führer kreeg; dat duurde ongeveer zes weken. Daarna nam Dr. Goebbels het persbeleid op zich.
Dr. SAUTER: U hebt al gezegd dat uw persrapportage aan Reichspräsident von Hindenburg eindigde met zijn dood in 1934?
FUNK: Ja.
Dr. SAUTER: En ook, vanaf dezelfde datum uw persrapportage aan Hitler die toen Reichskanzler was, niet waar?
FUNK: Ja, dat is waar. Reichspräsident von Hindenburg was ondertussen overleden.
Dr. SAUTER: En later ging de Reichspressechef, de vertegenwoordiger van de Partij Dr. Dietrich steeds meer uw plaats innemen?
FUNK: Ja, Dr. Dietrich was een van de Führer’s naaste medewerkers; en de Führer gaf zijn instructies aan de pers via hem.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, het boek van Dr. Oestreich, 3505-PS, bewijsstuk USA-653 dat we al hebben behandeld, bevat het volgende citaat over uw persbeleid en ik citeer:
“Veel van de journalisten die in Berlijn en in de provincies werkten zijn Funk dankbaar voor de manier waarop hij tegemoet kwam aan hun wensen en bezwaren, in het bijzonder tijdens de overgangsperiode.
“Funk is verantwoordelijk voor de vaak aangehaalde uitspraak dat de pers geen draaiorgel moet zijn, waarmee hij protesteerde tegen de eenheidsworst, de eenzijdige vormgeving en gelijkschakeling van de pers” en eiste individualiteit. Maar hij beschermde de pers ook tegen pogingen van diverse instanties om hun eigen zin door te drijven.
Is dat juist?
FUNK: Ja, ik heb dat waarschijnlijk ooit eens geschreven en dat was mijn mening. Voor zover het binnen mijn macht lag heb ik geprobeerd de pers te beschermen tegen standaardisering en willekeurige behandeling, in het bijzonder van de kant van regeringsinstanties.
Dr. SAUTER: U hebt meen ik al gezegd dat u geen deel had aan de politieke koers van het Ministerie van Propaganda – ik benadruk: de politieke koers van het Ministerie van Propaganda – of aan het werkelijke propagandawerk. Is dat juist?
FUNK: Ja, dat is juist.
Dr. SAUTER: Meneer de President, ik ga nu over op een ander onderwerp. Wenst u nu te schorsen?
De PRESIDENT: Ik vind dat we direct door moeten gaan. We gaan om 12:00 uur schorsen.
Dr. SAUTER: Beklaagde, ik kom nu toe aan uw houding jegens de kwestie van het anti-semitisme. Ik doe dat omdat u, samen met anderen min of meer verantwoordelijk wordt gehouden voor de excessen die tegen de Joden werden gepleegd. Kunt u ons vertellen op welke principes uw houding was gebaseerd?
FUNK: Ik ben nooit anti-semiet geweest op basis van raciale principes. In eerste instantie dacht ik dat de anti-semitische eisen van de Partij een kwestie van propaganda waren. Destijds bezetten de Joden in vele opzichten een dominante positie in zeer verschillende en belangrijke aspecten van het Duitse leven; en zelf kende ik vele wijze Joden die niet dachten dat het in het belang van de Joden was dat zij het culturele leven, de juridische beroepen, de wetenschap en de handel zouden overheersen in de mate waarin zij dat tot op dat moment deden.
De bevolking vertoonde destijds een tendens naar het anti-semitismne.
De Joden hadden een bijzonder sterke invloed op het culturele leven en hun invloed leek mij bijzonder gevaarlijk op dit terrein want er verschenen als resultaat van die Joodse invloed tendensen die ik bijzonder on-Duits en onartistiek vond, in het bijzonder op het gebied van schilderkunst en muziek. De wet op de Reichskulturkammer werd opgesteld die Joden radicaal uitsloot van het Duitse culturele leven maar met de mogelijkheid om uitzonderingen te maken. Ik paste deze uitzonderingen toe steeds wanneer ik een positie was dat te doen. De wet werd, zoals ik heb gezegd, uitgevaardigd door het Kabinett dat er de verantwoordelijkheid voor draagt. Destijds was ik geen lid van het Kabinett. Gedurende mijn actieve periode in het Ministerie van Propaganda heb ik gedaan wat ik kon om Joden en anderen die buiten het culturele leven stonden te helpen.
Iedereen die mij van mijn activiteiten in die periode kent kan en moet dat getuigen.
Dr. SAUTER: Ik heb uit mijn documentenboek twee verklaringen ingediend, document Funk-1 en 2. De eerste is afgelegd door de redacteur van de Frankfurter Zeitung, Albert Oeser en de tweede door een jurist, Dr. Roesen. Ik vraag u beide documenten voor kennisgeving aan te nemen. De eerste verklaring toont aan dat beklaagde Funk zich grote moeite getroostte de belangen van bovengenoemde Albert Oeser te behartigen, de redacteur van de Frankfurter Zeitung en die van een aantal leden van de staf van deze krant, hoewel hij door dit te doen zijn eigen positie in gevaar bracht. In het bijzonder hield hij er hardnekkig aan vast, leden van de staf die niet van Arische afkomst waren aan te houden en die dus, in overeenstemming met de bedoelingen van de Partij, niet langer in functie hadden mogen blijven.
FUNK: Het was niet in overeenstemming met de bedoelingen van de Partij maar in overeenstemming met de wet op de Kulturkammer dat ze niet langer in dienst mochten blijven.
Dr. SAUTER: In overeenstemming met de wet op de Kulturkammer ook.
Dan document Funk-2 van het documentenboek, een verklaring afgelegd door Dr. Roesen die bevestigt dat beklaagde bijvoorbeeld ook ingreep namens de familie van de componist Richard Strauss en zijn niet-Arische kleinkinderen en door dit te doen persoonlijk gevaar liep. Dit zijn slechts een paar voorbeelden maar de beklaagde kan u waarschijnlijk over andere gevallen vertellen waarin hij opkwam voor de belangen van anderen.
De PRESIDENT: Onder welke bewijsstuknummers dient u die in?
Dr. SAUTER: Nummers Funk-1 en 2 in het documentenboek. Ik heb de originelen ingediend.
De PRESIDENT: 1 en 2?
Dr. SAUTER: 1 en 2.
(tot de beklaagde): Dr. Funk, ik heb net gezegd dat u ons misschien – heel kort – nog meer voorbeelden van gevallen kunt geven waarbij u uw officiële positie gebruikte om intellectuelen en artiesten, wiens opvattingen hen in moeilijkheden hadden gebracht te beschermen.
FUNK: Richard Strauss is een speciaal geval. Die zeer opmerkelijke nog levende componist raakte in grote moeilijkheden vanwege een libretto, geschreven door de Jood Stefan Zweig. Ik slaagde erin Richard Strauss nogmaals door de Führer te laten ontvangen en hiermee was de zaak afgedaan.
Dr. Wilhelm Furtwangler raakte in soortgelijke moeilijkheden omdat hij een artikel had geschreven waarin hij de componist Hindemith prees en componisten met Joodse echtgenotes, zoals Léhar, Kunnecke en anderen die altijd in moeilijkheden zaten vanwege hun pogingen het verbod op de uitvoering van hun werken te ontduiken. Ik slaagde er altijd in, voor deze componisten toestemming te krijgen hun werken uit te laten voeren.
De PRESIDENT: De beklaagde kan wel zeggen dat hij honderden Joden heeft geholpen maar dat doet niets af aan het feit dat hij vijandig kan hebben gehandeld door het tekenen van besluiten tegen het Joodse ras – het helpen van een paar Joodse vrienden. Hoe dan ook, ik denk niet dat we er diep op in hoeven te gaan.
Dr. SAUTER: Wij zijn van mening, Meneer de President, dat om het het karakter en de persoonlijkheid van beklaagde te kunnen beoordelen, het van belang kan zijn of hij besluiten ondertekend heeft die op enige wijze anti-semitisch waren, want als ambtenaar achtte hij zich gebonden aan zijn eed, de wetten van het land toe te passen, of dat hij die tekende omdat hijzelf anti-semiet was die Joodse burgers wilde vervolgen en hen hun rechten onthouden en alleen om deze reden ....
De PRESIDENT: Dr. Sauter, het Tribunaal is van mening dat u het punt heel duidelijk hebt gemaakt dat hij Joodse vrienden heeft geholpen maar het is geen kwestie waarop diep hoeft te worden ingegaan.
Dr. SAUTER: Ik kom nu in ieder geval aan een ander punt, Meneer de President. Ik wil de beklaagde vragen hoe zijn activiteiten op het Ministerie van Propaganda zich in latere jaren ontwikkelden.
FUNK: In precies dezelfde richting zoals ik hier beschreven heb. Stap voor stap kwam ik aan het hoofd van grote culturele ondernemingen – filmmaatschappijen, omroepen, theaters. Ik was directeur en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Philharmonisch Orkest en ik zat in de Raad voor de Duitse Economie die zich bezig hield met economische activiteiten op het hele economische terrein in binnen- en buitenland met de actieve deelname van de economie zelf. Dat waren de belangrijkste onderdelen van mijn werk.
Dr. SAUTER: Beklaagde, de Aanklager heeft onder document nummer 3501-PS een verklaring van de voormalige Reichspressechef ingediend – ik meen Max Amann –met betrekking tot uw activiteiten op het Ministerie van Propaganda. Ik wil daar nu naar verwijzen. In die verklaring vinden we de uitlating dat Dr. Funk - en ik citeer letterlijk:
“...... , was voor wat betreft alles Minister op het Ministerie van Propaganda .... “. En verderop staat er, en ik citeer weer: “Funk had de volledige controle over alle middelen van expressie in Duitsland: de pers, het theater, de radio en muziek.”
Nu vraag ik uw commentaat hierop maar u kunt het kort houden want ik heb al een tegenstrijdige verklaring van Max Amann ingediend waarop ik later zal terugkomen.
FUNK: Amann kende het Ministerie slechts van de buitenkant en had dus geen juiste kennis van de interne aangelegenheden. Mijn werk gebeurde op de manier zoals ik het heb beschreven. Het is volkomen absurd te beweren dat onder een Minister als Dr. Goebbels het Ministerie kon worden geleid door iemand anders die niet de Minister was. Dr. Goebbels oefende zulke exclusieve en alles omvattende functies op het gebied van propaganda uit dat iedereen daarbij in het niets verdween.
Dr. SAUTER: Meneer de President, ik heb een verklaring ingediend van diezelfde Reichsleiter Amann die over het zelfde onderwerp handelt, in het aanhangsel van het documentenboek Funk, onder document nummer Funk-14 – dat wordt bewijsstuk nummer 3 – en ik verzoek u deze verklaring voor kennisgeving aan te nemen. Ik denk niet dat ik hem hoef voor te lezen. Ik heb die verklaring opgenomen in tegenwoordigheid en met medewerking van een lid van de aanklagers. Het essentiële deel van deze verklaring van 17 april 1946 is dat Reichsleiter Max Amann ook toegeeft dat Funk niets te maken had met propaganda als zodanig. Dat wil zeggen, hij maakte geen radio uitzendingen en hield zich niet bezig met propaganda toespraken maar hield zich voornamelijk bezig met de organisatie en de leiding van het Ministerie.
Ik kom nu, Meneer de President, toe aan de positie van beklaagde als Reichswirtschaftsminister.
(tot de beklaagde): Dr. Funk, u was tot 1937 staatssecretaris op het Ministerie van Propaganda. Eind november 1937 werd u Reichswirtschaftsminister, nadat uw voorganger, Dr. Schacht zijn functie had neergelegd. Kunt u ons met de – natuurlijk - nodige beknoptheid vertellen hoe die verandering plaatsvond en waarom u in die functie werd benoemd?
FUNK: Dat verraste mij ook volkomen. Tijdens een uitvoering in de opera nam de Führer, die ook aanwezig was mij tijdens de pauze in de hal apart en vertelde me dat de geschillen tussen Schacht en Göring niet langer bijgelegd konden worden en dat hij daarom gedwongen was, Schacht van zijn functie als Minister van Economie te ontheffen en vroeg mij die functie over te nemen omdat hij zeer goed op de hoogte was van mijn kennis en ervaring op het gebied van de economie. Hij vroeg mij ook contact op te nemen met Reichsmarschall Göring die mij alles zou uitleggen.
Dat was het enige gesprek dat ik over dit onderwerp met de Führer had.
Dr. SAUTER: En daarna sprak u met Göring zelf. Wilt u ons daarover vertellen?
FUNK: Ik ging toen naar de Reichsmarschall die mij vertelde dat hij eigenlijk alleen maar van plan was een staatssecretaris de leiding over het Reichswirtschaftsministerium te geven maar dat hij later besloot dat het omvangrijke apparaat van het Vierjarenplan opgenomen zou worden in de organisatie van het Reichswirtschaftsministerium. De minister zou echter moeten werken in overeenstemming met zijn richtlijnen en in het bijzonder zouden de gevolmachtigden voor de afzonderlijke sectoren van de economie gehandhaafd blijven en zij zouden hun instructies direct van de Gevolmachtigde voor het Vierjarenplan ontvangen. Teneinde de noodzakelijke organisatie op gang te brengen nam de Reichsmarschall zelf de leiding over het Reichswirtschaftsministerium op zich en in februari 1938 droeg hij die aan mij over.
Dr. SAUTER: Göring zelf was dus gedurende een periode van ongeveer drie maanden hoofd van het Reichswirtschaftsministerium.
FUNK: De reorganisatie werd onder zijn leiding uitgevoerd. De controle over het economisch beleid was in zijn handen, toen net zoals later.
De belangrijkste controle organen onder het Vierjarenplan bleven bestaan; bijvoorbeeld het Bureau Controle Vreemde Valuta dat leiding gaf aan de Reichsbank; daar was het Bureau Controle Voeding dat opdrachten gaf aan het Ministerie van Landbouw en Voedselvoorziening; het Bureau Controle Arbeidsinzet dat opdrachten gaf aan het Ministerie van Arbeid; ook waren er de gevolmachtigden voor de afzonderlijke sectoren van de economie, kolen, ijzer, chemie die onder direct toezicht stonden van de Gevolmachtigde voor het Vierjarenplan. Sommige bureau’s werden op deze manier ook uit het Vierjarenplan overgeheveld naar het Reichswirtschaftsministerium dat zeer onafhankelijk bleef functioneren. Dat omvatte het Rijksbureau voor Economische Ontwikkeling en Onderzoek dat onder leiding stond van Professor Strauch, en het Rijksbureau voor Bodemonderzoek dat geleid werd door staatssecretaris Kempner, die hier is genoemd in verband met Slowakije en Oostenrijk.
Ik probeerde de onafhankelijkheid van deze bureau’s te herstellen. Ik weet nog steeds niet wat deze bureau’s deden. Hoe dan ook, zij achtten zich eerder verantwoordelijk aan het Vierjarenplan dan aan de Reichswirtschaftsminister.
Dr. SAUTER: Dr. Funk, het essentiële van wat u net hebt gezegd lijkt me dat u de titel van minister kreeg maar in werkelijkheid geen minister was, maar misschien de functie van een staatsecretaris had en dat uw zogenaamde Reichswirtschaftsministerium volledig gebonden was aan de decreten van het Vierjarenplan – met andere woorden, uw medebeklaagde Göring – en gedwongen was deze besluiten uit te voeren.
Heb ik dat goed begrepen?
FUNK: De laatste opmerking is juist. De Reichsmarschall heeft dat hier duidelijk gesteld en bevestigd. Maar uw eerste opmerking is niet juist omdat ik in ieder geval formeel de functie van minister had dat een enorm bestuurlijk terrein omvatte waar de Reichsmarschall zich natuurlijk niet mee bezig kon houden. Het hele doel van de reorganisatie was dat de Reichsmarschall de leiding over en het toezicht op het economische beleid in de belangrijkste en meest beslissende zaken naar zich toetrok en mij overeenkomstige richtlijnen gaf, maar de uitvoering hiervan lag natuurlijk in handen van het Reichswirtschaftsministerium en haar organen. Maar het is waar dat de functie van minister in de gebruikelijke betekenis van het woord niet bestond. Er was om het zo maar te zeggen nog een hoger ministerie. Maar dat is mij mijn hele leven lang al overkomen: ik stond om zo te zeggen op de drempel maar kreeg nooit toestemming er overheen te stappen.
Dr. SAUTER: Dat is hier niet het geval voor zover het dit proces betreft.
Dr. Funk, de Aanklager heeft gesteld dat hoewel u niet echt een minister was met de gebruikelijke verantwoordelijkheden en onafhankelijkheid van een minister, u Dr. Funk als Reichswirtschaftsminister nog steeds het toezicht uitoefende over die sectoren van de Duitse economie die vielen onder oorlogs- en wapenindustrie, in het bijzonder grondstoffen en producten en ook mijnbouw, de staalindustrie, energiecentrales, handwerk, financiën en kredieten, buitenlandse handel en vreemde valuta. Ik wijs u, Dr. Funk op de uitspraken op pagina 22 van de Duitse vertaling van de Akte van Beschuldiging die ik een paar dagen geleden met u heb besproken.
FUNK: Formeel is dat juist. Maar ik heb al uitgelegd hoe de zaken er in werkelijkheid voorstonden. Ik had met de wapenindustrie niets te maken. De wapenindustrie viel eerst onder het OKW, onder de Chef van het Bureau Bewapening, Generaal Thomas die lid was van de groep samenzweerders van Schacht, waarover we hier hebben gehoord. De Minister van Bewapening Todt, die in 1940 werd benoemd nam onmiddellijk de hele zware economie van mij over en later droeg ik de volledige civiele productie over aan de Minister van Bewapening Speer.
Dr. SAUTER: Wat bedoelt u met civiele productie?
FUNK: Kolen, chemie, consumptiegoederen en andere goederen. De belangrijkste producenten op dat gebied die hier al zijn genoemd vielen, zoals ik al zei onder de Gevolmachtigde voor het Vierjarenplan. Het gebeurde dus dat het Reichswirtschaftsministerium geleidelijk aan een nieuw Ministerie van Handel werd dat zich alleen maar bezig hield met de distributie van consumptiegoederen.
Dr. SAUTER: Meneer de President, misschien kunnen we hem een paar minuten laten doorgaan, want ik kom daarna toe aan het onderwerp Reichsbankpräsident.
De PRESIDENT: Zeker.
Dr. SAUTER: Wilt u alstublieft doorgaan? U hield op. Ik meen dat u meer wilde zeggen over arbeidskrachten, goud en vreemde valuta – over de bevoegde instanties op dat gebied.
FUNK: Het Bureau Controle Vreemde Valuta onder het Vierjarenplan was daarvoor de bevoegde instantie en de Reichsbank moest handelen in overeenstemming met hun richtlijnen, tenminste in mijn tijd.
Dr. SAUTER: En de leiding over de buitenlandse handel?
FUNK: Die was in handen van Buitenlandse Zaken. De Minister van Buitenlandse Zaken hield daar hardnekking aan vast.
Dr. SAUTER: En wat deed het Reichswirtschaftsministerium?
FUNK: Het Reichswirtschaftsministerium en de Reichsbank hielden zich bezig met de technische uitvoering op dit gebied, de technische uitvoering van het sluiten van overeenkomsten, budgetering en dergelijke.
Dr. SAUTER: Meneer de President, ik kom nu op een afzonderlijk onderwerp. Ik zou nu zijn positie als President van de Reichsbank willen behandelen. Dit is meen ik een goed moment om te schorsen.
De PRESIDENT: Ik schors de zitting.
(de zitting wordt verdaagd to 6 mei 1946 om 10:00 uur.)

Zie ook; Slotverklaring Funk, Vonnis Funk.

Definitielijst

Anschluss
Duitse term voor aansluiting waarmee de annexatie van Oostenrijk door Nazi-Duitsland in 1938 (12 maart) wordt bedoeld. Hiermee ging Oostenrijk deel uitmaken van het Groot-Duitse Rijk.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
inflatie
Een langdurig economisch proces van algemene prijsstijging en geldontwaarding (koopkrachtdaling van het geld).
Lebensraum
Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.
wereldcrisis
Wereldomvattende economische crisis, die uitbrak na de New Yorkse beurscrash (1929). De oorlogsdreiging (WO II) verbeterde de economische situatie weer.

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg 1947.

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
09-07-2009
Laatst gewijzigd:
20-02-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.