Bevrijding van Amerikaanse krijgsgevangenen uit Cabanatuan

Lange mars naar vrijheid

Vrijheid
Zes man van Company F waren de laatste die het kamp verlieten. Bij hun vertrek werden ze plots door overgebleven Japanners onder vuur genomen. Al vurend vluchtten de Rangers en toen Corporal Roy Sweezy met zijn wapen wilde terugvuren, werd hij in de borst geraakt en sneuvelde. Met Fisher waren dit de enige twee Amerikaanse dodelijke slachtoffers tijdens de raid.

De Raiding Force en de door hen bevrijde gevangenen trokken naar een ontmoetingspunt bij de Pampangarivier, 1,5 kilometer verderop. Deze werd rond 20.30 uur bereikt. De Alamo Scouts dekten de aftocht en hielpen met het afvoeren van gewonden. Pajota’s guerrilla’s bleven intussen de Japanse troepen bezighouden, tot de stoet zo ver verwijderd was dat ook zij zich terug konden trekken. Op het moment dat de rivier veilig was bereikt, vuurde Prince de tweede lichtkogel af ten teken dat ook de guerrilla’s zich konden terugtrekken van de blokkades. Joson trok zich terug met zijn manschappen en stuurde de helft in de richting van Platero om de route daarheen alvast vrij te maken voor de stoet. De andere helft verzorgde flankbescherming voor de Rangers en hun bevrijde gevangenen. Pajota kon echter niet terugtrekken aangezien hij nog steeds in gevecht was met Japanse troepen bij de rivier Cabu. De gevechten zouden tot rond 22.00 uur voortduren waarna de Japanners uitgeput de strijd opgaven. Bij deze strijd wisten guerrilla’s bijna een geheel Japans bataljon uit te schakelen. Nadat ook Pajota zich met zijn manschappen kon terugtrekken, voegden zij zich aan de achterzijde van de colonne om zo aldaar de terugtocht te beschermen.

Na een half uur bereikte de lange stoet het ontmoetingspunt waar men een rivaliserende Hukbalahap-groep, Filippijnen die rivalen waren van Pajota’s guerrilla’s en zowel Japanners als Amerikanen haatten, tegen het lijf liep. Een liaison van Pajota die de Amerikanen begeleidde onderhandelde met de groep en kwam terug bij Mucci met de mededeling dat de stoet geen toestemming kreeg het dorp van de Hukbalahap door te trekken. Mucci blufte dat de Japanners op hun hielen zaten en zeker ook het dorp zouden treffen als ze aanvielen. Uiteindelijk kregen de Amerikanen toestemming door te trekken, maar zonder begeleiding van Pajota’s manschappen. Wederom blufte Mucci dat hij dan Amerikaanse artillerie opdracht zou geven het dorp te bestoken. Na enig heen en weer gepraat kon de gehele stoet doortrekken. De meest ernstig zieken konden op een aantal van lokale bewoners verkregen karibu-karren worden geladen. De eerste tussenstop was Platero waar even halt werd gehouden voor reorganisatie en bevoorrading. De gewonden werden er verzorgd door dokter Carlos Layug.

Tegen 21.00 uur vertrokken de eersten weer uit Platero richting Balincarin. In Balincarin ontving men wederom bevoorrading als voedsel en vers water van de lokale bevolking. De zwaargewonde Captain Fisher bleef met dertien Alamo Scouts en Rangers achter in Balincarin om met een verkenningsvliegtuig te worden afgevoerd. Dit vliegtuig zou nooit komen en Fisher overleed aan zijn verwondingen op het moment dat de colonne veilig gebied bereikte. Rond 0.00 uur vertrok de colonne uit Balincarin in de richting van Matoas Na Kahey, dat om 02.00 uur werd bereikt. Hier kreeg men van de burgerbevolking opnieuw de nodige voorraden en nog eens elf karibu-wagens. Op het moment dat de colonne uit Matoas vertrok, telde het 51 karibu-wagens en was de colonne 2 kilometer lang geworden.

Het gevaarlijkste deel van de route moest nog komen. In de buurt van Kahey moest de colonne de gevaarlijke Rizalweg oversteken. Tijdens het oversteken zou zich bijna twee derde van de colonne onbeschermd op de weg bevinden. Gevaar voor ontdekking in Japans bezet gebied was niet ondenkbaar. Beveiliging van de oversteek zou worden verzorgd door het 1st Platoon, Company C onder bevel van First Lieutenant William J. O’Connell, bewapend met bazooka’s en antitankgranaten. De eenheid zette een wegblokkade op waar de colonne de weg optrok en een blokkade verderop naar het zuiden. Tegen 04.30 uur had de colonne de weg gepasseerd zonder dat men was ontdekt. In een klein dorpje werd rond 05.30 uur een korte rust ingelast voordat men weer in de richting van de eigen linies verder trok.

Tot dat moment was men er nog niet in geslaagd om radioverbinding te leggen met de vooruitgeschoven basis van de 6th Army in Guimba. Tegen 08.00 uur wist men het dorpje Sibul te bereiken waar men opnieuw werd bevoorraad en een aanvullend aantal van 20 karibu-karren ontving. Tijdens de rustperiode wist men eindelijk radiocontact met Guimba te leggen. Mucci bestelde meteen vrachtwagens en ambulances met het verzoek deze klaar te zetten. Tegen 09.00 uur vertrok de colonne voor de laatste etappe. Tegen 11.00 uur werd een verkenningspatrouille van de Rangers met Technicien 5th Class Patrick Marquis tegengehouden door een verkenningspatrouille van de 6th Army. De bestelde vrachtwagens en ambulances bevonden zich vlak achter hen in het zojuist door de 6th Army ingenomen Talavera. Nog geen uur later bevonden de voormalige krijgsgevangenen zich in het 92nd Evacuation Hospital in Guimba. Hiermee was de missie van de Rangers succesvol afgesloten.

Nawoord
Bij de overval werden uiteindelijk 511 krijgsgevangenen gered. Drie Amerikanen kwamen om het leven. Eén gevangene overleed kort na zijn bevrijding aan een hartaanval. Een dag na de raid overleed de gewonde bataljonsarts James Fisher. Het derde slachtoffer was Corporal Roy Sweezy, BAR-schutter van het 2nd Platoon, Company F die was omgekomen bij de aanval. Fisher en Sweezy werden begraven op het Manila National Cemetery. Bij de aanval raakten 21 guerrilla’s en 2 Alamo Scouts gewond. Naar schatting werden bij de gehele aanval 523 Japanse manschappen gedood of verwond.

De raid werd breeduit gevierd door Amerikaanse troepen en werd propagandistisch volledig benut. Van de bevrijde krijgsgevangenen vertrokken 172 man op 11 februari 1945 aan boord van de U.S.S. General A.E. Anderson naar San Francisco, dat het schip op 8 maart bereikte. De tocht werd met angst gevolgd omdat, aangestoken door de propaganda van de Amerikanen, de zender "Tokyo Rose" had aangekondigd dat de General Anderson zou worden opgejaagd door Japanse onderzeeboten, oppervlakteschepen en vliegtuigen. Geen enkele aanval werd echter ondernomen.

Op 3 maart 1945 ontvingen Lieutenant Colonel Mucci en Captain Prince het Distinguished Service Cross uit handen van General Douglas MacArthur. Alle overige Amerikaanse officieren en een selectie van dienstplichtigen kregen de Silver Star. Alle overige manschappen en de Filippijnse guerrilla’s betrokken bij de aanval kregen de Bronze Star.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
raid
Snelle militaire overval in vijandelijk gebied.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Cabanatuan krijgsgevangenen tijdens de tocht op karren geladen.
(Bron: U.S. Government)


Juichende Cabanatuan krijgsgevangenen na hun lange tocht.
(Bron: U.S. Government)


U.S.S. General A.E. Anderson
(Bron: Wilco Vermeer collection)

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
13-03-2015
Laatst gewijzigd:
04-04-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.