Ontsnapping van Hr. Ms. Abraham Crijnssen

De ontsnapping

Hr. Ms. Jan van Amstel, onder bevel van LTZ 2 de C. de Greeuw, en Hr. Ms. Eland Dubois onder commando van LTZ 2 H. de Jong, gingen samen op weg maar waren niet goed voorbereid. Er was geen camouflage aangebracht op de schepen en de Dubois kampte met ketelproblemen. Ook hadden de schepen niet voldoende stookolie aan boord om AustraliŽ te bereiken. In de vroege morgen van 7 maart bereikten de twee zusterschepen de rede van Gili Radja en gingen hier ten anker om de dag uit te zitten.

De Abraham Crijnssen verliet de haven van Soerabaja op de avond van 6 maart half tien maar was degelijk gecamoufleerd en volledig voorzien van de maximale bunker capaciteit van 110 ton brandstof. Ook zij ging op weg in Oostelijke richting door Straat Madoera en bereikte Gili Radja op de vroege ochtend van 7 maart. Hier ontmoette zij haar zusterschepen maar commandant van Miert besloot verder te varen daar hij uit de buurt wilde blijven van de ongecamoufleerde schepen en ging ten anker op de rede van Gili Genteng.

Dit bleek een juiste beslissing want de van Amstel en de Dubois werden op 7 maart, overdag verkend door een Japans vliegtuig. Omdat een groot deel van de bemanning gedeserteerd was en de Dubois de eerder vermeldde ketelproblemen had werd op 8 maart besloten om de Dubois tot zinken te brengen en haar bemanning over te laten stappen op de van Amstel. Door de buitenboord kleppen te openen en het plaatsen van een dieptebom werd dit karwei geklaard in de buurt van Gili Genteng. Hr. Ms. Jan van Amstel werd daarna gecamoufleerd en ging in de loop van de avond op weg in oostelijke richting. Kort daarna, om half twaalf, werd de stalen mijnenveger gespot door de Japanse torpedobootjager Arashio die haar tot zinken bracht in Straat Madoera. Hierbij kwamen 23 bemanningsleden om het leven onder wie de commandant van de Eland Dubois.

Overdag, 7 maart, werden op de Abraham Crijnssen de takken van de camouflage zoveel mogelijk ververst. Meteen nadat de duisternis was ingevallen vertrok het schip vanaf Gili Genteng met een snelheid van 12 knopen in oostelijke richting. Zoveel mogelijk in de buurt van de kust blijvend stoomde het schip onder de eilanden Sapoedi en Raas langs en dan tussen de koraalriffen van Goa-Goa en Karang Takat door in noordoostelijke richting naar de Kangean-eilanden. Op de vroege zondagmorgen van 8 maart kwam de gecamoufleerde mijnenveger aan op de noordkust van Kangean eiland waar zij voor anker ging. Weer werden de takken en het overige groen zoveel mogelijk vervangen waarbij speciaal gelet werd op plaatselijk voorkomende soorten bomen en struiken.

`s Avonds om kwart voor zeven werd de gevaarlijke reis voortgezet in oostelijke richting en boven de Kangean eilanden langs werd de koers veranderd in zuidoostelijke richting tussen de eilanden Pageroean en Sekala door. Daarna begon de gevaarlijke oversteek van de Bali Zee richting Soembawa. Op dit stuk open zee was de kans op ontdekking het grootst omdat de dekking van de kust ontbrak. De volgende ochtend werd echter veilig ten anker gegaan in de baai Poto Paddoe op de noordkust van het eiland Soembawa en meteen werd er weer zoveel mogelijk gewerkt om de camouflage in goede conditie te houden.

Die morgen, maandag 9 maart, ging een aantal bemanningsleden met de motorsloep naar de wal om drinkwater in te slaan en om inlichtingen te vragen. Via afgevaardigden van de plaatselijke sultan en de vertegenwoordiger van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij kwam de bemanning van de Abraham Crijnssen te weten dat er op het eiland nog geen Japanners gesignaleerd waren en dat men de afgelopen vier dagen geen vijandelijke vliegtuigen had waargenomen. Dit was zeer geruststellend omdat hieruit bleek dat de Japanners op de verkeerde plaats naar de verdwenen stalen mijnenveger zochten of helemaal niet op zoek waren. Immers had het vijandelijke vliegtuig op 7 maart slechts twee mijnenvegers verkend die beide vernietigd waren.

Nadat overdag water en kokosnoten ingeslagen waren ging het schip na het invallen van de duisternis weer op weg en om kwart over tien werd de ingang van Straat Alas bereikt die met een snelheid van 13 knopen binnen gestoomd werd. In de straat bracht Commandant van Miert de snelheid terug naar 10 knopen om brandstof te sparen. Overdag hield het gecamoufleerde schip zich weer schuil onder dekking van de kust en weer werd hard gewerkt om de camouflage in een goede staat te houden. In de vroege avond van donderdag 10 maart ging het verder in zuidelijke richting door de gevaarlijke straat.

De volgende dag bereikte de stalen mijnenveger het einde van Straat Alas en was het schip aangekomen in de Indische Oceaan. Van hier stoomde de Nederlandse mijnenveger recht naar het zuiden richting AustraliŽ. De camouflage werd gaandeweg overboord gezet omdat die toch weinig nut meer had en om gewicht te besparen. Op vrijdag morgen de 13e om acht uur kwam de Noordwest Kaap van AustraliŽ in zicht. Nog steeds op de zuinige snelheid van 10 knopen werd nu langs de kust van het continent gevaren. Commandant van Miert wilde zover mogelijk komen met de beschikbare hoeveelheid stookolie. Daarom werd niet afgemeerd in Shark Bay of bij Dirk Hartog Eiland maar werd doorgevaren naar een grotere haven. Rond het middag uur op zondag 15 maart kwam de stalen mijnenveger aan in Geraldton, West-AustraliŽ. Hier kon de uitgeputte bemanning eindelijk bijkomen. De voorraden werden zoveel mogelijk aangevuld en er werd gebunkerd. Een aantal dagen later vertrok het fortuinlijke schip richting Fremantle, de zeehaven van Perth, die westelijk van deze stad ligt. In deze haven kwam de stalen mijnenveger aan op 20 maart.

Definitielijst

dieptebom
Een projectiel met een grote hoeveelheid springstof, dat vanaf schepen en vliegtuigen wordt afgeworpen naar onder water varende onderzeeboten. De dieptebom veroorzaakt een grote schokgolf in het water, die zoveel schade aan de onderzeeboot kan toebrengen dat hij zinkt of gedwongen wordt boven water te komen.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De gecamoufleerde mast van Hr. Ms. Abraham Crijnssen.
(Bron: Marine Museum)


Met de motorsloep wordt vers groen vanaf de wal gehaald.
(Bron: www.awm.gov.au)


Aan boord van de gecamoufleerde mijnenveger.
(Bron: Australian War Memorial)


De vluchtroute van Hr. Ms. Abraham Crijnssen.
(Bron: Peter Kimenai, Go2War2.nl)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
03-01-2010
Laatst gewijzigd:
18-01-2011
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.