Verhoor Hermann Göring 9

Ochtendzitting 1 22-03-1946

Dr. SERVATIUS: Meneer de President, gisteren kreeg ik de vertaling van document D-278. Dat is het document waartegen gisteren is geprotesteerd omdat het niet juist is.
De PRESIDENT: Ja.
Dr. SERVATIUS: Ik verzoek dit opnieuw te laten vertalen omdat deze vertaling aanzienlijk afwijkt van de oorspronkelijke tekst en in het bijzonder niet duidelijk maakt waar de fouten zitten die hebben geleid tot het bezwaar tegen dit document. Tegen de eerste pagina van dat document kunnen we ongeveer 20 tot 30 bezwaren maken. Omdat de vertaler zich het belang van dit document niet kon realiseren heeft hij dit snel vertaald zonder de belangrijke punten te benadrukken. Er moet een zorgvuldige vertaling worden gemaakt waardoor wij in staat zijn een idee te krijgen van het originele document. Ik ben me volledig bewust van de moeilijkheden.
De PRESIDENT: Zeker, de vertaling zal door een andere vertaler worden nagekeken of, als u dat wilt door twee verschillende vertalers.
Dr. SERVATIUS: Mag ik verzoeken ter vergelijking een nieuwe vertaling te laten maken want de versie die we hier hebben is ook een bewijs voor het feit dat het origineel al aanzienlijke fouten bevat.
De PRESIDENT: Zeker, het zal worden nagekeken en opnieuw vertaald.
Dr. SERVATIUS: Dan verzoek ik verder dat het advies van een kenner van de Duitse taal wordt gevraagd. Dit advies zal vaststellen dat de auteur van dit document de Duitse taal niet volledig beheerst en dat het document moet zijn opgesteld door een buitenlander. Ik wil geen gedetailleerde redenen geven maar ik zou dit verzoek schriftelijk willen indienen.
De PRESIDENT: Ik meen dat u daarvoor zeker een schriftelijke aanvraag moet doen.
Dr. SERVATIUS: Ik zal dat schriftelijk indienen.

GEN. RUDENKO: Beklaagde Göring, in uw verklaring zei u dat de aanval op Polen werd gelanceerd na de bloedige gebeurtenissen in de stad Bromberg.
GÖRING: Ik zei dat de datum voor de aanval werd vastgelegd vanwege de bloedige gebeurtenissen waaronder, naast vele andere incidenten, ook Bloedige Zondag in Bromberg.
GEN. RUDENKO: Wist u dat deze gebeurtenissen zich op 3 september voordeden?
GÖRING: Ik kan me vergist hebben in de datum van Bromberg; daarvoor zou ik de documenten moeten zien. Ik heb het slechts aangehaald als een voorbeeld tussen vele andere.
GEN. RUDENKO: Dat is begrijpelijk. De aanval werd op 1 september gelanceerd en de gebeurtenissen in Bromberg die u zojuist aan het Tribunaal hebt genoemd, vonden plaats op 3 september 1939. Ik dien bij het Tribunaal een document in dat is uitgegeven door de Hoge Commissie voor onderzoek van Duitse misdaden in Polen dat naar behoren is gewaarmerkt volgens Artikel 21 van het Handvest. Uit dit bewijsmateriaal blijkt duidelijk dat de gebeurtenissen waarover beklaagde Göring hier getuigd plaats vonden op 3 september 1939, anders gezegd op de derde dag na de aanval van Duitsland op Polen.
De PRESIDENT: U kunt het aan beklaagde voorleggen als u dat wilt.
GEN. RUDENKO: Ik heb geen Duitse tekst. Ik heb het in het Engels en in het Russisch. Ik heb dit document net ontvangen. Het is gedateerd 19 maart en ik zal het bij het Tribunaal indienen als beslissend bewijs voor dit feit.
De PRESIDENT: Ik denk niet dat dit het juiste moment is om op die manier documenten in te dienen. Goed, u kunt het document nu indienen als u dat wenst.
GEN. RUDENKO: Dank u, Meneer de President.
De PRESIDENT: Het moet natuurlijk in het Duits worden vertaald.
GEN. RUDENKO: Ik heb geen Duitse vertaling van dit document.
De PRESIDENT: Het moet in het Duits worden vertaald zodat de raadsman van beklaagde het kan lezen.
GEN. RUDENKO: We zullen dat onmiddellijk doen.
Dr. STAHMER: Meneer de President, mag ik verzoeken het document nu te laten voorlezen? Het is slechts een kort memorandum zodat we onmiddellijk kunnen horen wat er in staat.
De PRESIDENT: Prima. Wilt u het voor het verslag voorlezen, Generaal Rudenko?
GEN. RUDENKO: Ja, Edelachtbare. Het is erg kort.
"Certificaat gebaseerd op het onderzoek uitgevoerd door de Poolse juridische autoriteiten."
"De Hoge Commissie voor het onderzoek van Duitse misdaden in Polen verklaart dat de zogenaamde bloedige zondag in de stad Bromberg plaatsvond op 3 september 1939, anders gezegd drie dagen nadat Polen door Duitsland was aangevallen.
"Op 3 september 1939, om 10:15 uur in de morgen vielen leden van een Duitse Vijfde Colonne Poolse troepeneenheden aan die zich uit Bromberg terugtrokken. Tijdens de gevechten werden 238 Poolse militairen en 223 leden van de Duitse Vijfde Colonne gedood. Als gevolg van deze gebeurtenissen begonnen na de intocht van Duitse troepen in de stad massa executies, arrestaties en het afvoeren van Poolse burgers naar concentratiekampen die werden uitgevoerd door de Duitse autoriteiten, de SS en de Gestapo. Er werden 10.500 mensen vermoord en nog eens 13.000 in de kampen omgebracht.
"Dit certificaat is een officieel document van de Poolse regering en wordt aan het Internationaal Militair Tribunaal overlegd in overeenstemming met Artikel 21 van het Handvest van 8 augustus 1945.
"Stefan Kurovski. Lid van de Hoge Commissie voor het onderzoek naar Duitse misdaden in Polen."
Ik zou door middel van dit document willen bewijzen dat de gebeurtenissen waarover beklaagde Göring getuigenis heeft afgelegd zich voordeden na de Duitse aanval op Polen.
GÖRING: Ik weet niet zeker of we het over dezelfde gebeurtenis hebben.
GEN. RUDENKO: Ik heb het over de gebeurtenissen in Bromberg. Daar sprak u over.
GÖRING: Misschien vonden er twee verschillende gebeurtenissen plaats in Bromberg.
GEN. RUDENKO: Dat is goed mogelijk.
Ik ga naar de volgende vraag: is het u bekend dat er een order van het OKW lag betreffende het brandmerken van Russische krijgsgevangenen, en wat denkt u daarvan?
GÖRING: Die order is mij niet bekend en van de Luftwaffe was er geen vertegenwoordiger aanwezig bij deze inleidende besprekingen zoals ik hier uit de stukken heb kunnen vaststellen.
GEN. RUDENKO: Het interesseert me of u er wel of niet van af wist. De orders zijn heel duidelijk.
GORING: Nee.
GEN. RUDENKO: Wist u dat het OKW bevel had gegeven dat Sovjet krijgsgevangenen en Sovjet burgers gebruikt moesten worden voor het ruimen van mijnenvelden en het vervoeren van niet-ontplofte bommen etc. Wist u daarvan?
GÖRING: Ik wist dat Russische krijgsgevangen die bij de genie hoorden de mijnen moesten opruimen die zij hadden gelegd. Tot in welke mate de burgerbevolking daarvoor werd ingezet weet ik niet, maar het is mogelijk.
GEN. RUDENKO: Dat is heel duidelijk.
Weet u van een order betreffende de verwoesting van Leningrad, Moskou en andere steden in de Sovjet Unie?
GÖRING: In mijn aanwezigheid werd de verwoesting van Leningrad alleen besproken in het document dat gisteren is genoemd, in die zin dat de Finnen, in geval van de verovering van Leningrad, niets aan zo’n grote stad zouden hebben. Van een verwoesting van Moskou weet ik helemaal niets.
GEN. RUDENKO: Herinnert u zich de notulen van die bijeenkomst. Dit document is gisteren aan u voorgelegd – de notulen van de bijeenkomst van 16 juli 1941. U was bij die bijeenkomst aanwezig. Daarin staat dat de Führer verklaarde .....
GÖRING: Dat heb ik net genoemd en bevestigd.
GEN. RUDENKO: Had u het over hetzelfde document? Maar naast deze verklaring waren er ook nog officiële orders.
GÖRING: Wilt u zo goed zijn mij die voor te leggen, dan zou ik kunnen vaststellen of ze juist zijn en of ze mij bekend waren.
GEN. RUDENKO: Ik ben niet van plan die documenten aan u voor te leggen. Die zijn al bij het Tribunaal ingediend. Ik ben er alleen maar in geďnteresseerd of u ervan op de hoogte was?
GÖRING: Ik heb geen bevel gekregen Leningrad of Moskou te verwoesten in de zin die u bedoelt.
GEN. RUDENKO: Goed. U werd alleen maar ingelicht over de belangrijke gebeurtenissen. Maar bevelen voor de verwoesting van steden, moord op miljoenen personen etc. gingen via de zogenaamde dienstkanalen.
GÖRING: Als een stad door een bombardement zou moeten worden verwoest dan zou die order rechtstreeks door mij zijn gegeven.
GEN. RUDENKO: Op 8 maart, hier in deze zaal, heeft uw getuige Bodenschatz verklaard dat u hem in mei 1945 hebt verteld dat er vele Joden waren vermoord en dat u daarvoor zwaar zou moeten boeten. Herinnert u zich deze uitspraak van uw getuige?
GÖRING: Ik herinner mij deze verklaring, in de vorm waarin die nu is vertaald, helemaal niet. Getuige Bodenschatz heeft het zo nooit gezegd. Ik verzoek dat het verslag van de zitting erbij wordt gehaald.
GEN. RUDENKO: Hoe zei Bodenschatz het? Herinnert u zich dat?
GÖRING: Dat wanneer we de oorlog verloren, wij daar zwaar voor zouden moeten boeten.
GEN. RUDENKO: Waarom? Voor de moorden die u hebt gepleegd?
GÖRING: Nee, heel in het algemeen en dat hebben we ook ondervonden.
GEN. RUDENKO: Heel in het algemeen. Ik moet u een paar afsluitende vragen stellen. Allereerst, over de zogenaamde theorie van het Herrenvolk. Ik zou u in dit verband slechts een vraag willen stellen en ik zou willen dat u er een direct antwoord op geeft. Stemde u in met dit principe van het Herrenrasse en de opvoeding van het Duitse volk in de geest daarvan, of was u het daar niet mee eens?
GÖRING: Nee, en ik heb ook verklaard dat ik die uitdruking ook nooit heb gebruikt; niet schriftelijk en niet mondeling. Ik erken wel degelijk de verschillen tussen de rassen.
GEN. RUDENKO: Maar begrijp ik u goed dat u het niet met die theorie eens bent?
GÖRING: Ik heb nooit mijn instemming betuigd met de theorie dat een ras beschouwd moet worden als het Herrenrasse, superieur aan anderen, maar ik heb de verschillen tussen de rassen benadrukt.
GEN. RUDENKO: U kunt die vraag lijkt mij beantwoorden; u vindt het niet juist?
GÖRING: Persoonlijk acht ik dat niet juist.
GEN. RUDENKO: De volgende vraag: U hebt hier voor het Tribunaal verklaard dat u het niet eens was met Hitler betreffende de annexatie van Tsjechoslowakije, de Joodse kwestie, de kwestie van een oorlog met de Sovjet Unie, de waarde van de theorie van het Herrenrasse, en de kwestie van het fusilleren van de Britse vliegers die krijgsgevangenen waren. Hoe zou u verklaren dat u, ondanks dergelijke ernstige meningsverschillen, het nog steeds mogelijk achtte met Hitler samen te werken en zijn beleid uit te voeren?
GÖRING: Dat was niet de manier waarop ik mijn antwoorden heb geformuleerd. Hier moeten we ook onderscheid maken tussen diverse perioden. Wat de aanval op Rusland betreft, er waren geen principiële verschillen van mening, alleen voor wat betreft de datum.
GEN. RUDENKO: Dat hebt u al verteld. Neemt u mij niet kwalijk, ik wil niet dat u uitwijdt over dit thema. Kunt u rechtstreeks antwoorden?
GÖRING: Goed. Ik mag dan een andere mening hebben dan mijn Opperbevelhebber en ik mag mijn mening ook duidelijk uiten. Als de Opperbevelhebber bij zijn mening blijft en ik heb hem trouw gezworen dan is dat het einde van de discussie. Net zoals overal elders. Ik denk dat ik daar niet op in hoef te gaan.
GEN. RUDENKO: U bent niet alleen een eenvoudig soldaat, zoals u hier hebt verklaard maar u hebt zich ook gepresenteerd als staatsman?
GÖRING: Daar hebt u gelijk in. Ik ben niet gewoon maar een simpel soldaat en juist omdat ik geen eenvoudige soldaat ben maar een dergelijke hoge positie bekleedde moest ik aan de gewone soldaat een voorbeeld stellen door mijn eigen houding hoe men zich strikt aan een eed van trouw zou moeten houden.
GEN. RUDENKO: Met andere woorden: u achtte het mogelijk, zelfs met deze grote meningsverschillen, met Hitler samen te werken?
GÖRING: Dat heb ik benadrukt en ik houd vol dat het zo is. Mijn eed geldt niet alleen in goede tijden maar ook in slechte tijden hoewel de Führer mij nooit heeft bedreigd en mij nooit verteld dat hij zich zorgen over mijn gezondheid maakte.
GEN. RUDENKO: Als u het mogelijk vond met Hitler samen te werken, erkent u dan dat u als tweede man in Duitsland verantwoordelijk was voor het op nationale schaal plegen van moorden op miljoenen onschuldige mensen, afgezien of u ervan wist of niet? Graag een kort ja of nee.
GÖRING: Nee, want ik wist er niets van en heb ze ook niet veroorzaakt.
GEN. RUDENKO: Ik zou nogmaals willen benadrukken: "of u over deze feiten werd ingelicht of niet"?
GÖRING: Als ik er feitelijk niets van weet kan ik er ook niet voor verantwoordelijk worden gehouden.
GEN. RUDENKO: Het was uw plicht om deze feiten te kennen.
GÖRING: Daar zal ik op ingaan.
GEN. RUDENKO: Ik vraag het u. Antwoordt u op deze vraag: was het uw plicht om van deze feiten te weten?
GÖRING: Op welke manier mijn plicht? Ofwel ik ken het feit of ik ken het niet. U kunt me alleen vragen of ik nalatig ben geweest in het verkrijgen van kennis.
GEN. RUDENKO: U zou uzelf beter moeten kennen. Miljoenen Duitsers wisten van de misdaden die werden gepleegd en u wist daar niets van?
GÖRING: Miljoenen Duitsers ook niet. Dat is een uitspraak die op geen enkele manier is bewezen.
GEN. RUDENKO: De laatste twee vragen: U verklaarde tegenover het Tribunaal dat de regering van Hilter Duitsland grote welvaart heeft gebracht. Bent u daar nog steeds zeker van?
GÖRING: Vast en zeker tot aan het begin van de oorlog. De ineenstorting was alleen maar te wijten aan het verliezen van de oorlog.
GEN. RUDENKO: Als gevolg waarvan u Duitsland, als resultaat van uw beleid in een militaire en politieke afgrond stortte. Ik heb verder geen vragen.

De PRESIDENT: Wenst de hoofdaanklager namens Frankrijk een verhoor af te nemen?
M. AUGUSTE CHAMPETIER DE RIBES (Hoofdaanklager namens de Republiek Frankrijk): Ik verzoek het Tribunaal om een korte verklaring af te mogen leggen om de door het Tribunaal uitgedrukte wens te eerbiedigen en om de discussies tijdens dit proces zoveel mogelijk te bekorten. De Franse aanklager is met Mr. Justice Jackson en met Sir David tot overeenstemming gekomen dat de vragen die aan beklaagde Göring zijn gesteld slechts die zouden moeten zijn die belangrijk geacht worden.
De vragen zijn gesteld en we hebben de antwoorden van beklaagde gehoord voor zover het mogelijk was iets anders uit hem te krijgen dan propaganda toespraken.
Ik meen dat de Verdediging niet zal kunnen klagen dat haar vrijheid is ingeperkt. Zij is in staat geweest haar vrijheid gedurende de laatste 12 zittingen ten volle te benutten zonder op enigerlei wijze de overweldigende beschuldigingen van de Aanklager te hebben kunnen verzwakken; zonder iemand er merkbaar van te hebben kunnen overtuigen dat de tweede man in het Duitse Reich op geen enkele wijze verantwoordelijk was voor het beginnen van de oorlog of dat hij niets afwist van de wreedheden die gepleegd werden door de mannen waarover hij zo trots het bevel voerde.
De PRESIDENT: U zult later ongetwijfeld de mogelijkheid hebben om commentaar te geven maar de vraag die ik u nu stel is of u beklaagde nog bepaalde vragen wilt stellen.
M. CHAMPETIER DE RIBES: Meneer de President, ik ben klaar; ik heb alles gezegd wat ik wilde zeggen, anders gezegd, na deze lange discussies is de Franse Aanklager van mening dat er niets is veranderd betreffende de zware beschuldigingen die we hebben gedaan. Ik heb dus verder geen vragen meer aan de beklaagde te stellen.
De PRESIDENT: Dr. Stahmer?

Dr. STAHMER: De Britse aanklager heeft beweerd dat u directe orders gaf aan de Hermann Göring divisie tijdens zijn operaties in Italië betreffende de strijd tegen de partzanen. Is die uitspraak juist?
GÖRING: Nee. De Hermann Göring divisie was een gronddivisie en onderdeel van de operationele eenheden van een leger en een legergroep. Dus kon die nooit orders voor een tactische inzet van mij hebben gekregen, uit Berlijn of van mijn hoofdkwartier dat niet eens ter plaatse was. Daarom kon ik de divisie geen orders hebben gegeven hoe en waar die moest worden ingezet in de strijd tegen de partizanen. Het gaat alleen om orders die uitsluitend personeel en uitrusting betreffen of die gingen over de interne rechtspraak door officieren; de divisie stuurde mij ook geen dagelijkse rapporten maar alleen .....
SIR DAVID: Dat heb ik niet begrepen. Het spijt me, Edelachtbare, ik had het eerder moeten zeggen. Ik veronderstel dat deze vragen gericht zijn aan de Hermann Göring divisie. De beklaagde heeft dat punt nooit aangeroerd tijdens het verhoor door zijn eigen raadsman en daarom heb ik het er tijdens mijn kruisverhoor ook niet over gehad omdat het punt niet ter sprake was gebracht. Ik stel daarom dat het ontoelaatbaar is dat de kwestie in tweede termijn ter sprake wordt gebracht.
De PRESIDENT: U moet bedenken, Sir David dat de procedure in andere landen niet dezelfde is als die in de Verenigde Staten en Engeland en hoewel het volkomen waar is dat Dr. Stahmer, in elk geval volgens Engelse regels dit punt in tweede termijn niet ter sprake zou kunnen brengen, zijn wij er door het Handvest aan gebonden ons niet in technische zin bezig te houden met kwesties van bewijsmateriaal. Het kan zijn dat u hem daarna nog enkele vragen in kruisverhoor wilt stellen, hoewel ik hoop dat dat niet nodig zal zijn gezien het bewijsmateriaal van getuige Kesselring.
SIR DAVID: Ik heb aan dat punt gedacht maar ik wilde alleen maar duidelijk maken dat de Aanklager dit punt helemaal niet behandeld heeft omdat het niet eerder ter sprake is gebracht.
De PRESIDENT: Nee, noch tijdens het verhoor, noch tijdens het kruisverhoor.
SIR DAVID: Of tijdens het kruisverhoor.
De PRESIDENT: Sir David, ik had al gemerkt dat de kwestie in de getuigenis van Hermann Göring niet ter sprake is gebracht.
Dr. STAHMER: Mag ik ter verklaring opmerken dat ik het document pas gisteren heb gekregen en ik mij dus nog geen mening kon vormen over deze kwestie die al door de Aanklager behandeld is.
De PRESIDENT: Maar als mijn herinnering juist is, heeft de getuige Feldmarschall Kesselring dit punt zelf ter sprake gebracht; daarom was het punt duidelijk en kon het in het verhoor ter sprake worden gebracht, in welk geval het door beklaagde Göring behandeld zou zijn. Het hangt niet van een bepaald document af; het hangt af van het bewijs van Feldmarschall Kesselring die zei dat hij was gepasseerd – ik meen dat dat het woord was zoals het werd vertaald – gepasseerd voor de Hermann Göring divisie door beklaagde Göring, hoewel de Hermann Göring divisie onder zijn bevel stond. (De originele tekst is hier zeer onduidelijk, vert.). Het heeft dus niets met welk document dan ook te maken.
Dr. STAHMER: Mag beklaagde verder gaan, Meneer de President?
De PRESIDENT: Ja.
GÖRING: De divisie stond onder mijn bevel voor zover het personeel, aanstelling van officieren en uitrusting betrof maar niet voor wat betreft de inzet. Ik kreeg niet dagelijks maar met tussenpozen rapporten over gebeurtenissen, verliezen, vervanging. Dat was in het algemeen de binding die ik met die divisie had. Ik kon geen enkel bevel geven voor zijn inzet want hij stond onder commando van de Wehrmacht.
Dr. STAHMER: Ontving u een rapport over de gebeurtenissen bij Civitella?
GÖRING: Nee, dat rapport heb ik niet ontvangen. Ik hoorde er hier voor het eerst over uit een verklaring van een legergeneraal die het bevel over die divisie voerde en die ook verantwoordelijk was voor die zaken en die blijkbaar nu probeert de verantwoordelijkheid op de divisie af te schuiven en vanwege de naam van de divisie op mij.
Dr. STAHMER: Uw relatie met Hitler en uw invloed op hem zijn tijdens het kruisverhoor weer ter sprake gekomen. Kunt u alstublieft de feiten per periode kort samenvatten die nodig zijn om een mening over die relatie te kunnen vormen?
GÖRING: Tijdens het verhoor heb ik er al op gewezen dat het hier om een zeer lange periode gaat. In 1923, toen ik SA Leiter was, was die relatie normaal. Dan is er een lange periode, 1931 .....
Mr. JUSTICE JACKSON: In het belang van de tijd lijkt het me zeer bezwaarlijk beklaagde de gelegenheid te geven zaken samen te vatten. Hij heeft de gelegenheid gekregen iedere vraag te beantwoorden die hij wilde. Het lijkt mij dat wanneer hij een onderwerp tenminste een keer heeft behandeld – in feite heeft hij dit onderwerp al vier of vijf keer behandeld in een rede bij iedere vraag waar dat mogelijk was – dat daarmee het onderwerp ook afgesloten zou zijn.
De kwestie van tijd is hier een ernstige zaak. Naar onze berekening – een zorgvuldige berekening van de tijd die getuigen nodig hebben – zal dit proces zich tot in augustus voortslepen.
Het lijkt mij niet dat we hem moeten toestaan, het spel op beide manieren te spelen, tijdens de verhoren zijn toespraken te houden en die daarna nog eens samen te vatten.
De PRESIDENT: Dr. Stahmer, het Tribunaal heeft u toegestaan vragen te stellen die strikt genomen in een tweede termijn niet toelaatbaar zijn en ik wil u duidelijk maken welke vragen in tweede termijn toelaatbaar zijn – alleen die welke uit het kruisverhoor voortkomen. Wat deze specifieke vraag betreft, het werd beklaagde Göring toegestaan tijdens zijn verhoor door de eigen raadsman zonder enige onderbreking antwoorden te geven die in feite op toespraken neerkwamen; hij heeft de hele geschiedenis van het Nazi regime behandeld vanaf het ontstaan tot aan het einde van de oorlog en het Tribunaal vindt niet dat hij de vrijheid moet krijgen hetzelfde onderwerp in tweede termijn nogmaals te behandelen.
Dr. STAHMER: Meneer de President, ik heb die vraag slechts gesteld omdat die tot nu toe niet uitvoerig is behandeld en ik acht het noodzakelijk, ten einde een mening te vormen over de beklaagde en zijn houding gedurende die tijd, dat wij een uitvoerig en samenhangend verslag over deze kwestie krijgen dat naar mijn mening zo belangrijk is voor de besluitvorming van het Tribunaal. Als het Tribunaal echter bezwaar maakt tegen deze vraag, moet ik mij bij die beslissing neerleggen en de vraag intrekken.
(tot de beklaagde): Ik heb nog een vraag. Tijdens uw verhoor verklaarde u naar aanleiding van bepaalde beschuldigingen dat u daarvoor de verantwoordelijkheid wilt aanvaarden. Hoe moeten we dat begrijpen?
GÖRING: Wat betreft verantwoordelijkheid moet men onderscheid maken tussen formele en feitelijke verantwoordelijkheid. Formeel draag ik de verantwoordelijkheid voor datgene dat werd gedaan door de departementen en afdelingen die onder mijn bevel stonden. Hoewel ik van tevoren onmogelijk alles kon hebben gezien of gehoord dat door hen werd uitgevaardigd of besproken moet ik niettemin de formele verantwoordelijkheid aanvaarden; in het bijzonder waar het gaat om de uitvoering van algemene richtlijnen die door mij zijn uitgegeven. Feitelijke verantwoordelijkheid zie ik in die gevallen waarin ik persoonlijk orders of richtlijnen uitgaf waaronder in het bijzonder alle bevelen en decreten die ik zelf heb ondertekend of uitgegeven, maar ik bedoel alleen die feiten en niet zo zeer de algemene bewoordingen en uitspraken die gedurende die 25 jaar hier en daar in kleine kring werden gedaan. In het bijzonder zou ik over verantwoordelijkheid het volgende duidelijk willen stellen: De Führer, Adolf Hitler is dood. Ik werd beschouwd als zijn opvolger in het leiden van het Duitse Reich. Dus moet ik, met betrekking tot mijn verantwoordelijkheid verklaren dat het mijn doel was ......
De PRESIDENT: Het Tribunal zou graag willen dat u geen toespraken houdt. Het Tribunaal is zeer goed in staat het verschil te begrijpen tussen formele en feitelijke verantwoordelijkheid voor door u uitgegeven orders.
GÖRING: Ik erken mijn verantwoordelijkheid voor alles wat ik heb gedaan om de voorbereidingen te treffen voor de machtsovername en om die macht sterk te hebben gemaakt om Duitsland vrij en groot te maken. Ik heb alles gedaan om deze oorlog te voorkomen. Maar nadat die eenmaal begonnen was, was het mijn plicht alles te doen om hem te winnen.
De PRESIDENT: We hebben u dat al meer dan eens horen zeggen en wij wensen het niet nogmaals te horen.
GÖRING: Over de kwestie van arbeidskrachten: Tijdens de oorlog werden de bewoners van de bezette gebieden naar Duitsland gehaald om te werken en hun landen werden economisch uitgebuit.
De PRESIDENT: Dr. Stahmer, u wordt verondersteld vragen te stellen aan de beklaagde. Op welke vraag is dit nu een antwoord?
Dr. STAHMER: Ik heb hem gevraagd over zijn verantwoordelijkheid......
De PRESIDENT: U kunt hem vragen stellen maar u kunt hem geen open vragen stellen die uitnodigen tot het houden van toespraken. Als u hem bepaalde vragen hebt te stellen die voortkomen uit het kruisverhoor dan is het nu de tijd om dat te doen.
Dr. STAHMER: Ik stel deze vraag: Tot op welke hoogte acht hij zich verantwoordelijk voor de punten die hier tijdens het kruisverhoor zijn genoemd betreffende de deportatie van arbeiders ....
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik protesteer tegen het stellen van deze vraag.
De PRESIDENT: Daarover heeft hij ons al verteld. Hij heeft die vraag al meer dan eens beantwoord.
Dr. STAHMER: In dat geval heb ik verder geen vragen meer.
De PRESIDENT: Prima. Dan kan de beklaagde zich terugtrekken.
(de beklaagde verlaat de beklaagdenbank).

Zie ook:
Slotverklaring Göring,
Vonnis Göring.

Definitielijst

divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Herrenvolk
Term uit de Nazi rassenleer. Volk dat zich verheven voelt boven andere volkeren.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg 1947.

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
27-01-2010
Laatst gewijzigd:
06-05-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.