Verhoor Erich Raeder 5

Ochtendzitting 1 20-05-1946

Inhoudsopgave

(Beklaagde Raeder neemt weer plaats in de beklaagdenbank.)
SIR DAVID: Dr. Horn wenst enkele vragen te stellen.
Dr. MARTIN HORN, (Raadsman van Von Ribbentrop): Met toestemming van het Tribunaal zou ik beklaagde nog enkele vragen willen stellen.
Admiraal, is het juist dat op 24 april 1941 het zogenaamde neutraliteitspatrouillegebied van Amerikaanse oorlogsschepen werd uitgebreid tot voorbij de 300 mijls-zone tot een afstand van tenminste 1.000 mijl?
RAEDER: Ik kan me de datum niet herinneren maar een dergelijke uitbreiding vond ooit plaats.
Dr. HORN: Is het waar dat begin juni 1941 in de Verenigde Staten een wet werd aangenomen volgens welke buitenlandse schepen die als gevolg van de oorlog in Noord-Amerikaanse havens vastzaten in beslag werden genomen, waaronder 26 Italiaanse en 2 Duitse schepen?
RAEDER: Alweer kan ik u de datum niet met zekerheid noemen. Het gebeurde in de zomer van 1941. De schepen waren voor het merendeel Italiaans met enkele Duitse schepen. Ik kan geen eed doen op de juiste aantallen.
Dr. HORN: In juni 1941 kondigden de Verenigde Staten openlijk hun bereidheid aan de Sovjet Unie iedere mogelijke steun te verlenen. Hebt u dat met Hitler besproken en wat was zijn houding daarover?
RAEDER: Ja, dat is juist. Er was sprake van een renteloze lening of iets dergelijks. Ik heb er waarschijnlijk met Hitler over gesproken maar ik kan u niet zeggen wat zijn houding was. Ik kan alleen maar zeggen dat al die maatregelen ons destijds niet deden afwijken van de koers die we tot dan toe hadden gevolgd. In juni had ik het onderhoud met Hitler waarbij ik hem uitlegde dat wij tot op dat moment Amerikaanse oorlogsschepen volkomen ongemoeid lieten en dat we dat zouden blijven doen ondanks de daaraan verbonden aanzienlijke nadelen die ik onlangs heb genoemd.
Dr. HORN: In 1941 bepleitten de Amerikaanse Minister van Oorlog, Mr. Stimson en de Minister van Marine Mr. Knox, net als de Minister van Binnenlandse Zaken, Mr. Hull in het openbaar herhaaldelijk het gebruik van de Amerikaanse vloot om transporten van oorlogsmateriaal naar Engeland te beschermen. Op 12 juli 1941 deelde de Minister van Marine, Knox vertegenwoordigers van de pers het bevel van Roosevelt mee Duitse schepen onder vuur te nemen. Hoe reageerden Hitler en u op die acties die strijdig waren met de neutraliteit?
RAEDER: Uw feiten zijn juist. Die worden opgenomen in de annalen der historie. Hitler vaardigde vervolgens een strikte order uit dat wij onder geen beding op eigen initiatief het vuur mochten openen maar alleen uit zelf-verdediging. Deze situatie ontstond later echt in het geval van de beide destroyers, de USS Greer en de USS Kearney.
Dr. HORN: Dank u; ik heb verder gaan vragen.

De BODE: Edelachtbare, ik deel mee dat beklaagde Göring deze morgen afwezig is.
SIR DAVID: Beklaagde, u hebt in de periode waarin het uitkwam het boek van Kapitän Schüzssler gelezen: “Het gevecht van de Marine tegen Versailles,” niet waar?
RAEDER: Ja.
SIR DAVID: Wilt u ernaar kijken op pagina 26 van documentenboek 10, pagina 123 van het Duitse documentenboek? Kapitän Schüzssler had u toch verteld dat hij een dergelijk boek ging schrijven, niet waar?
RAEDER: Ja en ik zou eraan willen toevoegen dat dit boek was geschreven omdat wij binnen de Marine door Nationaalsocialistische kringen ervan waren beschuldigd in de periode voorafgaand aan 1933 niet genoeg te hebben gedaan om de Marine te versterken. Daarom werden al die zaken in dat boek vermeld.
SIR DAVID: En dat boek werd onder de hogere marineofficieren verdeeld?
RAEDER: Ja, in elk geval kon iedere hogere officier die het hebben wilde het krijgen.
SIR DAVID: Wilt u nu pagina 127 opslaan, of pagina 27 van het Engelse boek waar het voorwoord staat? U ziet dat aan het einde van de eerste alinea staat dat het een betrouwbaar beeld wil scheppen van de strijd van de Marine tegen de ondraaglijke bepalingen van het Verdrag van Versailles.
RAEDER: Ja.
SIR DAVID: En in de derde alinea:
“Dit memorandum is ook bedoeld om de diensten van die mannen duidelijk te onderscheiden die zonder in grote kring bekend te zijn, bereid waren buitengewone verantwoordelijkheden te aanvaarden in dienst van de strijd tegen het vredesverdrag.”
RAEDER: Ja.
SIR DAVID: Bent u het ermee eens beklaagde, dat dat voorwoord in het algemeen maar nauwkeurig de gevoelens van de Marine weergeeft met betrekking tot het inbreuk maken op de bepalingen van het Verdrag van Versailles?
RAEDER: Ja, voor wat betreft het ontduiken van het Verdrag van Versailles voor zover dat nodig is om onze weerloze positie te verbeteren, om redenen die ik hier onlangs heb uitgelegd. Het was voor iedereen een erezaak zo te handelen.
SIR DAVID: Slaat u het nu om – pagina 28, Edelachtbare, en het staat op pagina 126 van uw exemplaar.
(tot de beklaagde): Daar staat een inhoudsopgave. U ziet dat het in vier secties is. De eerste sectie gaat over de eerste defensieve acties tegen de uitvoering van het Verdrag van Versailles en somt dan op welke dat waren. Vermoeit u zich daar niet mee. De tweede gaat over onafhankelijke bewapeningsmaatregelen achter de rug van de Rijksregering en wetgevende organen.
RAEDER: In beide gevallen staat er: Vanaf het einde van de oorlog tot aan de overname van de Roer in 1923; vanaf 1923 tot aan de zaak Lohmann in 1927. Ik had met geen van beide gevallen iets te maken.
SIR DAVID: Laten we dat maar eens zien. Van 1922 tot 1924 was u Inspecteur Marineopleidingen in Kiel, niet waar?
RAEDER: Inspecteur van het opleidingsstelsel, de scholen, de voortgezette training van kandidaat-officieren, de volledige opleidingen van assistenten van de Stafchef, een soort officier van de Generale Staf en soortgelijke zaken. Ik had niets te maken met aangelegenheden van het front.
De PRESIDENT: Dat werd u gevraagd. U werd gevraagd of u Inspecteur Opleidingen was. Het antwoord luidde ja, niet waar?
SIR DAVID: Als Inspecteur Opleidingen, wilt u het Tribunaal doen geloven dat u geen zeer uitgebreide kennis bezat van de wapens die uw dienstvak ter beschikking stonden?
RAEDER: Nee, nee. Het was geen kwestie van wapens die voor iedereen zichtbaar waren. Zoals ik u onlangs heb uitgelegd ging het om het opzetten van geschutsopstellingen en het overbrengen van geschut van de Noordzee naar de Baltische Zee. Dat werd gedaan door een bijzonder commando dat onder direct bevel van het hoofd van de Marine opereerde; onder andere was daar bijvoorbeeld Kapitänleutnant Ränkel bij, destijds de specialist op het gebied van artillerie. Zelf was ik in Kiel en er bevond zich in Kiel of omgeving geen geschut of iets soortgelijks.
SIR DAVID: Neemt u de volgende periode van 1923 tot 1927. Tussen 1925 en 1928 was u commandant van de Marinebasis Ostsee, niet waar?
RAEDER: Ja.
SIR DAVID: Vertelt u het Tribunaal nu dat u niets wist over de onafhankelijke bewapeningsmaatregelen die achter de rug van de Rijksregering werden genomen?
RAEDER: Nee, ik had helemaal niets met die zaken te maken. Ik heb al gezegd dat dat gebeurde door de Chef van de SKL. Ik wist in grote lijnen ....
SIR DAVID: Ik vraag u niet of u er ooit iets mee te maken had, ik vroeg u of u zegt dat u er niets van wist. U wist er alles van, niet waar?
RAEDER: Ik wist in grote lijnen dat dergelijke maatregelen werden genomen.
SIR DAVID: Neem nu het volgende, nummer III: “Voorgenomen bewapeningsprojecten, gedoogd door het Reichskabinett maar achter de rug van de wetgevende organen.” Die organen zouden de Reichstag en de Reichsrat zijn, niet waar?
RAEDER: Ja, maar ik heb onlangs al gezegd dat het niet de zaak van de militaire opperbevelhebber was deze dingen met de Reichstag te bespreken. Dit was een zaak voor de regering. Meneer Severing zal daar ook verklaringen over afleggen.
SIR DAVID: We zullen naar de heer Severing luisteren als hij hier is. Op het moment wil ik dat u het Tribubnaal vertelt ....
RAEDER: (onderbreekt hem) Ik zeg hetzelfde.
SIR DAVID: Wacht nu even, u hebt mijn vraag nog niet gehoord. Wat zei u tegen Kapitän Schüzssler? Zei u hem dat hij een volkomen verkeerd beeld schetst door te suggereren dat de Marine achter de rug van de Reichstag om ging? Hebt u ooit geprobeerd te corrigeren wat Kapitän Schüzssler zei?
RAEDER: Nee, ik heb zijn boek niet gecorrigeerd. Daar had ik geen tijd voor.
SIR DAVID: Nu, voordat we overstappen op nummer IV, als u even wilt kijken op pagina – Edelachtbare, het is pagina 32 in het Engelse boek en 186 in het uwe. Dit is een deel van Kapitän Schüzssler’s beschrijving van Sectie II die handelt over economische herbewapening; dat staat onder de kop: “Moeilijke werkomstandigheden.”
(tot de beklaagde): Ziet u dat? Het begint met: “Er heersten vaak moeilijke werkomstandigheden.” Ziet u dat? De kop luidt: “Moeilijke werkomstandigheden.”
RAEDER: Ja, ik zie het, “Moeilijke werkomstandigheden.”
SIR DAVID: Ik wil dat u nu naar het laatste deel kijkt. Ik wil het duidelijk krijgen, beklaagde. Dit gaat over de periode 1923 tot 1927, voordat u hoofd van de Marine was, daarom wil ik u ernaar vragen.
“Er waren vaak veel externe moeilijkheden naast die voor de Tebeg – het camoufleren van de taken en het werk, de afstand daartussen, de onmogelijkheid om zelfs onbelangrijke problemen via de telefoon op te lossen en de noodzaak om zo mogelijk iedere schriftlijke correspondentie te vermijden en die in elk geval te voeren als persoonlijke correspondentie met valse namen en vermomde uitdrukkingen.”
Wist u niet dat dat de methode was volgens welke die dingen gebeurden?
RAEDER: Nee; ik wist echt zeer weinig over de Tebeg – de Tebeg, de Navis – wat dan ook. Maar ik denk dat het voor die mensen heel goed was zo te werken want destijds was de houding van een groot percentage van de Duitse bevolking erg onbetrouwbaar en er dreigde groot gevaar als deze dingen uitlekten. Hoe dan ook, de Tebeg was opgeheven toen ik aantrad.
SIR DAVID: Wilt u alstublieft zo vriendelijk zijn pagina 126 in boek 4 op te slaan, pagina 28 in het Engelse boek en even kijken naar Kapitän Schüzssler’s beschrijving van de vierde periode: “Bewapening in gecamoufleerde vorm onder leidng van de Rijksregering van 1933 tot 1935 toen we de vrijheid hadden onbeperkt te kunnen werven.”
Bent u het ermee eens dat Kapitän Schüzssler een juiste beschrijving geeft van uw methoden tussen 1933 en 1935?
RAEDER: Hoe beschrijft hij dat? Waar staat die passage?
SIR DAVID: Het is nummer IV.
RAEDER: “Bewapening in gecamoufleerde vorm onder leidng van de Rijksregering?
SIR DAVID: Bent u het ermee eens dat dat een juiste beschrijving is van uw methoden tussen 1933 en 1935?
RAEDER: Natuurlijk, ik deed dat op bevel van het staatshoofd en vooral het staatshoofd was er zeer op gebrand te zien dat er geen overdreven maatregelen zouden worden genomen zodat dat op geen enkele manier zijn plannen om tot overeenkomst met Groot-Brittannië te komen zou dwarsbomen. Hij stond met betrekking tot de Marine heel weinig toe. Hij kon direct acht pantserschepen hebben laten bouwen, zo veel destroyers en zo veel torpedoboten, waarvan er nog geen enkele was gebouwd, maar hij deed niets van dat alles omdat hij zei: “We willen niet de indruk wekken dat we op grote schaal aan het herbewapenen zijn.” Hij stond slechts twee .....
SIR DAVID: Dat hebt u al uitgelegd, beklaagde dus let u op, het punt is dit – de “gecamoufleerde vorm” toen u onderhandelde over de Marineovereenkomst. U wilde niemand laten weten welke stappen u tegen het verdrag had genomen en hoe ver u was gegaan. Dat is het simpele feit: u wilde de Marineovereenkomst sluiten zonder te onthullen wat u al had gedaan, dat is toch zo?
RAEDER: Nee, dat verdraait de betekenis van wat ik zojuist zei. We wilden niet dat de aankondiging van deze maatregelen gespannen verhoudingen tussen Engeland en Duitsland zou veroorzaken. De maatregelen als zodanig waren volkomen gerechtvaardigd en waren zeer onbelangrijk.
SIR DAVID: Daar kom ik later op. Voordat we van die marineprojecten afstappen wil ik u nog een vraag stellen over een ander boek. U weet dat Oberst Scherff de geschiedenis van de Duitse Marine schreef. Ik wil daar geen misverstanden over. Voor zover ik de toestand begrijp stond u toe dat Oberst Scherff toegang kreeg tot de archieven van de Marine maar behalve dat hebt u nooit iets van zijn werk gezien, is dat juist?
RAEDER: Ik heb zijn boek nog nooit gezien. Ik heb de inhoudsopgave hier voor het eerst gezien toen ik werd ondervraagd. Ik heb hem die order niet gegeven; die kreeg hij van de Führer en om die reden stond ik het hoofd van de Marinearchieven toe hem te helpen.
SIR DAVID: Dat is nou precies wat ik u voorleg. Ik wil dat u boek 10a pakt. Het begint op pagina 1 van de Engelse versie en ook op pagina 1 van de Duitse. En als u op pagina 3 wilt kijken zult u de voorlopige inhoudsopgave van Oberst Scherff’s boek vinden, pagina 3 van de Engelse versie. Ik denk dat het ook ongeveer pagina 3 van de Duitse versie is. Wilt u nu kijken naar de kop van Sectie II. Die luidt:
“Integratie van de Marine in de Nationaalsocialistische Staat.” En dan beschrijft hij:
“(a) het Nationaalsocialisme in de Marine voor 1933.... “
RAEDER: Waar staat dat? Ik heb het nog niet gevonden.
SIR DAVID: Sectie II van de inhoudsopgave.
RAEDER: Nee, dat moet heel iets anders zijn. Ik heb het hier niet.....
Ik heb het nu.
SIR DAVID: Wilt u kijken naar Sectie II, dat is: “Integratie van de Marine in de Nationaalsocialistische Staat.” En u kunt de voorlopige koppen zien staan die ongeveer 30 pagina’s zouden moeten beslaan: “Het Nationaalsocialisme binnen de Marine van voor 1933.” Dan: “De eed van de Marine op de Führer; de overname van het nationaal insigne; de eerste verandering van de vlag en de nieuwe oorlogsvlag.” Bent u het eens met de beschrijving van Oberst Scherff? U geeft toe dat dit een juiste beschrijving is, dat het geheel kan worden beschreven als de integratie van de Marine in de Nationaalsocialistische Staat?
RAEDER: Natuurlijk – dat heb ik hier onlangs uitgelegd – moet de Marine, moeten de strijdkrachten een of andere band hebben met de Nationaalsocialistische Staat. Een democratische Marine binnen een monarchie is onmogelijk. De basisprincipes moeten overeenkomen. Maar ik bepaalde zelf de mate waarin deze principes werden aanvaard – anders gezegd tot het punt waarop de Marine haar interne onafhankelijkheid behoudt en toch haar juiste positie inneemt ten opzichte van de Nationaalsocialistische Staat. Afgezien daarvan zie ik hier geen enkele tekst; ik zie alleen maar de koppen.
SIR DAVID: U zegt dat die beschrijving u niet stoort? Dat is alles wat ik duidelijk wil krijgen. Ik wil er niet veel tijd aan besteden.
RAEDER: Maar de koppen betekenen niets. Bijvoorbeeld zou in de werkelijke tekst kunnen staan dat de Marine niet correct past in de Nationaalsocialistische Staat. Dat weet ik niet. Hetzelfde geldt voor de vloot. Natuurlijk ....
SIR DAVID: Ik ga er geen tijd aan verknoeien. Er waren drie kwesties die u tijdens uw verhoor hebt behandeld en ik ga die niet in bijzonderheden behandelen; ik wil u er alleen maar aan herinneren en er een algemene vraag over stellen. U kunt dat document wegleggen; ik ga er niet mee verder. Zou u dat document weg willen leggen en mij uw aandacht geven voor de volgende vraag?
U werd gevraagd naar de E-Boote, uw lijst, dat lange document in september 1933 en de kwestie van de als transportschepen vermomde hulpkruisers. Is dit een redelijke samenvatting van uw antwoord: U gaf toe dat deze schendingen van het verdrag plaatsvonden maar zei voor elk geval dat die schending maasr een lichte was. Is dat een redelijke samenvatting van uw antwoord?
RAEDER: Nee.
SIR DAVID: Laten we het dan stap voor stap doen. Bestrijdt u dat elk van deze kwesties met betrekking tot die E-Boote, de kwesties op uw lijst of de transportschepen – bestrijdt u dat deze gebeurtenissen plaatsvonden? Ik heb begrepen dat u hebt toegegeven dat ze allemaal plaatsvonden ....
RAEDER: Nee, die gebeurden op de manier zoals ik heb beschreven. Bijvoorbeeld die hulpkruisers werden niet gebouwd. Dat was ons niet toegestaan. Maar het was ons toegestaan plannen te maken en het was ons toegestaan die schepen uit te kiezen die in geval van een oorlog – als er een oorlog was uitgebroken waarbij Duitsland door een andere staat werd aangevallen – als hulpkruisers konden worden gebruikt. Dat was geen schending. Als dat wel zo was zou ik het toegeven. Het ontwerpbureau voor U-Boote in Nederland was ook geen schending van het Verdrag van Versailles. De tekst luidde heel anders; ik herinner me het derde geval niet dat u noemde.
SIR DAVID: U herinnert zich dat er een lange lijst bestond in een document van uzelf?
RAEDER: Ja, natuurlijk.
SIR DAVID: En ik heb begrepen, misschien verkeerd, dat u toegaf dat deze dingen gebeurden maar u zei; “het was slechts een lichte.”
RAEDER: Ja, natuurlijk. Het waren slechts kleine dingen maar ze waren dringend noodzakelijk voor Duitsland’s defensieve belangen.
SIR DAVID: Nu wil ik u iets vragen over een van uw officieren, vice-Admiraal Assmann. Was hij een officier in wie u vertrouwen had?
RAEDER: Hij was een zeer kundig historicus.
SIR DAVID: Wilt u mijn vraag beantwoorden? Was hij een officier in wie u vertrouwen had?
RAEDER: Ik vertrouwde erop dat hij de geschiedenis correct zou weergeven.
SIR DAVID: Dat is alles wat ik wilde weten. Wilt u nu naar een nieuw document kijken, document D-854; Edelachtbare, dat wordt bewijsstuk GB-460. Dit is een uittreksel uit een serie artikelen over operationele en tactische overwegingen van de Duitse Marine en vervolgens de maatregelen voor haar uitbreiding tussen 1919 en 1939, welke zich bevonden in de dossiers van de vice-Admiraals Assmann en Gladisch die werkten op de sectie Historie van de Duitse Admiraliteit.
Wilt u er nu even niet naar kijken, beklaagde? Ik wil u er een paar vragen over stellen en daarna kunt u er met alle plezier naar kijken. Bent u het ermee eens dat op bijna alle gebieden van de bewapening waar het de Marine betrof het Verdrag van Versailles naar de letter werd geschonden en nog meer naar de geest? Bent u het daarmee eens?
RAEDER: Nee, in geen geval op elk gebied. In het meest belangrijke gebied lagen we ver achter op het Verdrag van Versailles, zoals ik u duidelijk heb uitgelegd. We maakten er mogelijk andersom inbreuk op door niet zoveel te doen als we konden.
SIR DAVID: Wilt u naar dit document kijken. Aan het begin van het eerste citaat zeggen uw officieren:
“Maar wanneer, zoals vermeld op bijna alle gebieden van bewapening waar het de Marine betreft werd het Verdrag van Versailles naar de letter geschonden en nog meer naar de geest – of tenminste werd de schending lang voor 16 maart 1935 voorbereid...”
Hebben uw admiraals het mis door dat te zeggen. Is dat wat u het Tribunaal wilt zeggen?
RAEDER: Mag ik alstublieft kijken op welke pagina dat staat? Ik heb het nog niet gevonden. Ja, hij zegt: “op bijna alle gebieden van Marine bewapening .......
Dat is niet het geval want op het gebied van ......
SIR DAVID: Dat leg ik u voor, is dat juist?
RAEDER: Nee, dat is niet juist. We hadden zelfs nog niet eens zoveel schepen gebouwd als we hadden kunnen bouwen maar zoals ik herhaaldelijk heb uitgelegd betroffen de schendingen .....
SIR DAVID: Dat hebt u al uitgelegd.
RAEDER: ..... schendingen waren ....
SIR DAVID: Heus, we kennen de toestand van uw scheepswerven. U hebt die uitleg gegeven en het staat ter discussie of dat enige waarde heeft. Ik ga niet met u in debat. Ik stel u deze vraag: Zegt u dat de admiraals van uw historische afdeling het mis hebben met die zin die ik u heb voorgelezen?
RAEDER: Ja, dat zeg ik. Het is verkeerd zoals het er staat.
SIR DAVID: Ik begrijp het. Laten we verder gaan met – het Tribunaal zal dat wel beoordelen – met de verklaring van Admiraal Assmann. Hij gaat verder met:
“Dit gebeurde waarschijnlijk op geen enkel ander gebied, aan de ene kant zo vroeg en aan de andere kant onder zulke moeilijke omstandigheden, zoals het opzetten van een nieuw U-boot wapen. Het Verdrag van Versailles was nog maar een paar maanden van kracht (vanaf 10 januari 1920) toen het op dit punt al werd geschonden.”
Bent u het met Admiraal Assmann op dit punt eens?
RAEDER: Nee, hij heeft het mis. Het werd op dit punt helemaal niet geschonden en de reden waarom het zo vroeg begon was dat alle voormalige U-boot commandanten, officieren en en technici werkloos waren en hun diensten aanboden om de technische ontwikkeling van U-boten in het buitenland bij te houden. Daarom begon het zo vroeg. Maar dat heeft met mij niets te maken want ik had toen in die kwestie niets te zeggen. Destijds werkte ik aan de Marine archieven.
SIR DAVID: Wel, hoe kunt u er vandaag zo zeker van zijn dat Admiraal Assmann het mis heeft. Ik dacht dat u zei dat hij een goed historicus was. Hij hoefde niet eens ver terug te gaan. Hij gaat slechts 20 jaar terug.
RAEDER: Een goed historicus kan ook fouten maken als zijn informatie niet juist is. Ik zei alleen maar dat ik vertrouwen in hem had.
SIR DAVID: U zegt het tot in bijzonderheden – de eerste paragraaf gaat over Japan.
RAEDER: Ja; wat hij zegt over het bouwen van U-Boote is verkeerd.
SIR DAVID: Welnu, laten we maar eens kijken hoever hij het mis heeft. We hoeven niet in te gaan op de eerste paragraaf, die gaat over scheepsbouw in Japan, maar we nemen de tweede: “In 1922 ...” ziet u de paragraaf die begint met:
“Al in de herfst van 1922 richtten drie Duitse scheepswerven een Duits ontwerpbureau voor U-Boote op in Nederland onder een Nederlandse schuilnaam en met ongeveer 30 ingenieurs en ontwerpers. In 1925 bouwde een Nederlandse scheepswerf twee 500-tons U-Boote voor Turkije volgens een ontwerp van dit bureau dat financiële en personele ondersteuning genoot van het Opperbevel van de Marine. Bij de oplossing van dit probleem was Kapitän-zur-See Lohmann ook sterk betrokken.” Is dat juist?
RAEDER: We hebben dat toegegeven. Dat was op geen enkele wijze een schending van het Verdrag van Versailles.
SIR DAVID: Daar gaan we niet over redetwisten maar het is hoe dan ook juist. Daar heeft Admiraal Assmann gelijk in. Hij heeft het daarna over Finland en Spanje. En als u kijkt naar het einde van de paragraaf, na het over Spanje gehad te hebben, zegt hij:
“Al in de herfst van 1927 was de ontwerpafdeling van de Marine door de Chef van het Opperbevel van de Marine, Admiraal Zenker belast met constructiewerk in Spanje en Zenker aanvaardde alle verantwoordelijkheid ondanks alle moeilijkheden op het gebied van de binnenlandse politiek. De uitwerking van het project en het maken van de bouwtekeningen gebeurden in het Nederlandse Bureau. Na voltooing in 1931 maakte de boot proefvaarten en proefduiken tussen Cadiz en Cartagena onder Duits commando en met Duits personeel bestaande uit officieren, ingenieurs, studenten scheepsbouw en voorlieden.”
Dat is alles. Dat is volkomen juist niet waar?
RAEDER: Ja, maar de scheepsontwerper van onze ontwerpafdeling in het bijzonder, zowel als de andere al genoemde personen die aan het U-Boot project werkten, werden door de Marine ontslagen.
SIR DAVID: En kijkt u nu naar de laatste zin: “De boot die nu de Turkse onderzeeboot de Gür is, werd het prototype van de U-25 en de U-26.”
RAEDER: Ja.
SIR DAVID: Nu de 250-tons onderzeeboten die in Finland werden gebouwd. En als u kijkt naar de laatste zin van de volgende paragraaf:
“De Finse U-Boot werd volgens het eerste in Duitsland uitgewerkte ontwerp met succes gebouwd; het Nederlandse bureau werd alleen ingeschakeld voor het uitwerken van de bijzonderheden. De Finse 250-tons boot werd het prototype voor de U-1 tot en met de U-24.”
RAEDER: Ja.
SIR DAVID: En nu de volgende paragraaf:
“Het bouwen en het grondige testen van het prototype maakten het mogelijk de onderdelen voor de U-1 tot en met de U-24 tussen 1933 en 1935 te krijgen, lang voor de bouwopdracht voor de schepen; de laatste werd voor zover mogelijk eerder afgebouwd zonder de geheimhouding in gevaar te brengen.”
RAEDER: Ja.
SIR DAVID: Wilt u nu pagina 156 opslaan. U ziet waar het volgende citaat staat:
“Begin 1935” – zes maanden voor de Duits-Britse overeenkomst – “waren er vermoedelijk zes 250-tons boten klaar voor assemblage; zes 275-tons en twee 750-tons boten waarvoor het voorbereidende werk werd gedaan. Er waren ongeveer 4 maanden nodig voor het assembleren van de kleine schepen en ongeveer 10 maanden voor de grote, gerekend vanaf 1 februari 1935 maar al het andere was nog heel onzeker.”
Kijkt nu naar de volgende tekst:
“Het is waarschijnlijk juist op dit gebied van U-Boot bouw dat Duitsland zich het minst hield aan de beperkingen van de Duits-Britse overeenkomst.”
“Gezien de tonnage van de U-Boote die al waren besteld konden er tot 1938 ongeveer 55 worden geleverd. In werkelijkheid waren er 118 afgebouwd en in aanbouw. De voorbereidingen voor het nieuwe U-Boot wapen werden zo vroeg, zo grondig en zo nauwkeurig getroffen dat al 11 dagen na het sluiten van het Duits-Britse Marineverdrag dat de bouw van U-Boote toestond de eerste U-boot op 29 juni 1935 in dienst gesteld kon worden.”
Neemt u nu die zin die geschreven is door Admiraal Assmann en dan hebben we kunnen zien wat uw betrekkingen met Assmann in ongeveer 100 documenten waren. Hij zei: “Het is waarschijnlijk juist op dit gebied van U-Boot bouw dat Duitsland zich het minst hield aan de beperkingen van de Duits-Britse overeenkomst.”
Nu hebt u het Tribunaal al enkele uren verteld over uw bewijsmateriaal dat dat een vrijelijk onderhandeld verdrag was waarop u erg trots was en dat u bereid was te steunen. Wilt u het Tribunaal vertellen dat uw admiraals het mis hebben door te zeggen dat voor wat betreft de bouw van U-Boote, Duitsland zich het minst hield aan de beperkingen van dat vrijelijk onderhandelde verdrag?
RAEDER: Dat is een volkomen verkeerde beoordeling. Ik heb hier verklaard dat zolang er geen onderhandelingen met Engeland hadden plaats gevonden met betrekking tot het voorlopige verdrag, wij alle voorbereidingen die wij troffen uitsluitend in het buitenland troffen – dat in de verhouding die waarschijnlijk ....
SIR DAVID: Beklaagde, u kunt uw uitleg geven .....
RAEDER: Wilt u mij alstublieft niet meer onderbreken?
SIR DAVID: We zullen het in deze volgorde behandelen en wordt u alstublieft niet boos. U beantwoordt mijn vraag en dan kunt u uw uitleg geven. Beantwoordt u nu eerst mijn vraag. Zegt u dat admiraal Assmann het mis heeft wanneer hij in die eerste zin zegt dat : “Het is waarschijnlijk juist op dit gebied van U-Boot bouw dat Duitsland zich het minst hield aan de beperkingen van de Duits-Britse overeenkomst.” Heeft Admiraal Assmann het mis wanneer hij dat zegt? Is dat wat u het Tribunaal vertelt? Dat is mijn vraag.
RAEDER: Hij heeft het mis. Dat heb ik gezegd; dat heb ik al gezegd.
Dr. SIEMERS: Meneer de President, ik meen dat dit geen vragen zijn die op feiten slaan. Het zijn vragen naar juridische beslissingen. Het is een juridisch argument hoe Artikel 191 van het Verdrag van Versailles precies moet worden uitgelegd.
De PRESIDENT: Het Tribunaal is van mening dat de vraag volkomen gerechtvaardigd is. In zijn uitleg kan hij natuurlijk zeggen dat dat naar zijn mening geen schending van het Verdrag was en dat heeft hij al uitgelegd. Hij kan ons zijn mening hierover geven. Hij stond aan het hoofd van de Duitse Marine.
SIR DAVID: Wilt u nu naar de tweede zin kijken....
RAEDER: Maar ik zou het af willen maken als dat mag. Ik kan daar een uitleg van geven.
Al die dingen waren slechts voorbereidingen die buiten Duitsland werden getroffen. Het punt van discussie is of de Finse U-Boote werden gebouwd met hulp van Duitse ontwerpers. Dat is waar. Het was Duitse ontwerpers niet verboden Finse ontwerpers te helpen bij het maken van ontwerpen voor U-Boote. Het is ook waar dat die U-Boot later ....
SIR DAVID: Het spijt me zeer u te moeten onderbreken maar u weet dat die zin niet handelt over deze vroege periode. Die handelt over de periode van na de Duits-Britse overeenkomst van 1935 en dat is waarover ik van u een antwoord wil. Die Finse kwestie speelde lang daarvoor.
RAEDER: Ik heb het nog steeds over de periode voorafgaand aan die overeenkomst want ik werd ervan beschuldigd, onderdelen voor U-Boote in het buitenland te hebben geproduceerd. En het feit is dat ....
SIR DAVID: Ja, dat weet ik, maar ziet u niet dat ....
RAEDER: Ik heb nog geen antwoord gegeven. Nee .......
SIR DAVID: Daar vraag ik u niet naar. Ik zou willen dat u de juiste vraag beantwoordt. Ik vraag u niet langer over de kwestie van Versailles. Ik vraag u over Admiraal Assmann’s bewering dat u zich niet hield aan de beperkingen van de Duits-Britse overeenkomst van 1935, wat u in de jaren 20 in Finland deed heeft daar niets mee te maken. Dat is alles. U kunt uw uitleg geven.
RAEDER: Dat is volkomen verkeerd. We hebben ons in het bijzonder beperkt bij de bouw van U-Boote en in 1938 hadden we nog steeds niet de 45 procent gebouwd die we mochten bouwen, dus vroegen we om toestemming tot 100 procent te mogen bouwen; dat werd toegestaan en werd, zoals blijkt uit de tekst van het Engelse verdrag, eind 1938 van kracht na vriendschappelijk overleg met de Britse Admiraliteit. Aan het begin van de oorlog hadden we nog steeds geen 100 procent. We liepen met de bouw van U-Boote altijd achter.
Admiraal Assmann, die niet de meest recente kennis over deze zaken had heeft het helemaal verkeerd. Daar kan ik een eed op doen.
SIR DAVID: Wilt u naar de volgende zinnen kijken? Die gaan over .....
RAEDER: Over welke pagina hebt u het?
SIR DAVID: Pagina 156. Ik zal hem langzaam voorlezen:
“Gezien de tonnage van de U-Boote die al waren besteld konden er tot 1938 ongeveer 55 worden geleverd. In werkelijkheid waren er 118 afgebouwd en in aanbouw.”
Zegt u dat Admiraal Assmann het mis heeft wanneer hij dat zegt?
RAEDER: Het spijt me zeer; ik heb de passage die u voorleest nog steeds niet gevonden, dat is .... – welke regel.....?
SIR DAVID: Hebt u de zin gevonden, beklaagde?
RAEDER: Ja, nu heb ik hem gevonden.
SIR DAVID: Welnu, u ziet wat Admiraal Assmann zegt, dat:
“Gezien de tonnage van de U-Boote die al waren besteld konden er tot 1938 ongeveer 55 worden geleverd.” Dat is voor er enige sprake was van een stijging van 45 naar 100. “In werkelijkheid waren er 118 afgebouwd en in aanbouw.”
Zegt u dat Admiraal Assmann het mis heeft wanneer hij deze aantallen geeft?
RAEDER: Zeker. In 1939 begonnen we de oorlog met 40 U-Boote – het exacte aantal weet ik niet. Dit is of een drukfout of een volkomen ongeloofwaardig aantal. Zoals u weet begonnen we de oorlog met ik meen 26 U-Boote die geschikt waren voor de Atlantische Oceaan en daarnaast een aantal kleinere boten. Ik kan u niet met zekerheid zeggen hoeveel er aan het begin van de oorlog in aanbouw waren maar daar waren ook geen plannen voor. Dat was precies waarvan ik werd beschuldigd – dat ik niet op tijd voldoende U-Boote heb laten bouwen. Ik bestrijd die hele zin.
SIR DAVID: U bent het er dus me eens beklaagde, dat de aantallen van Admiraal Assmann sterk afwijken van wat u het Tribunaal hebt verteld over het aantal U-Boote waarmee u de oorlog begon?
RAEDER: Ja.
Dr. SIEMERS: Ik zou Sir David dankbaar zijn als hij de hele zin zou willen voorlezen; anders gezegd of hij ook punt 6 wil voorlezen dat na het aantal van 118 staat en na het woord “besteld.” Punt 6 dat zoals ik net heb gezien niet in de Engelse vertaling staat luidt als volgt: “Hoofd Afdeling Budgetering van de Marine, B nummer E311/42; streng geheim van 19 november 1942.”
Dat aantal, Meneer de President, slaat op een veel latere periode, helemaal niet op 1938.
Ik zou zeer dankbaar zijn wanneer ik, met de ervaring die ik nu heb, in de toekomst niet alleen het Duitse document maar ook de Engelse vertaling van Sir David kan krijgen. Ik zou Sir David zeer dankbaar zijn als hij dat zou kunnen laten doen.
De PRESIDENT: Zou u de passage die u wilt hebben niet vanuit het Duits in het Engels kunnen laten vertalen tegen de tijd dat u een verhoor in tweede termijn wenst? Zoals ik het begrijp verwijst u naar een of andere notitie in aanvulling op wat al in het Engels is vertaald. Zou u het nogmaals willen voorlezen, zou u de passage nogmaals willen voorlezen?
Dr. SIEMERS: Sir David heeft het volgende voorgelezen: “In werkelijkheid waren er 118 afgebouwd en in aanbouw.”
Tot zover heeft Sir David het voorgelezen. Na het woord ‘besteld’ staat cijfer 6. Dat verwijst naar notitie 6. Notitie 6 luidt als volgt: “Hoofd Afdeling Budgettering van de Marine, B nummer E311/42; streng geheim van 19 november 1942 (pagina 19).”
Anders gezegd, dit toont aan dat het aantal van 118 vermeld moet zijn op pagina 19 van dit document van de Afdeling Budgettering van de Marine in 1942. Het aantal verwijst daarom niet naar 1938 maar naar een later tijdstip.
RAEDER: Ik kan daar een andere uitleg aan geven die heel goed mogelijk is.
SIR DAVID: Edelachtbare, ik zal ernaar kijken maar de tekst luidt – en er is geen verschil met de Duitse tekst – precies wat ik heb voorgelezen, dat “er tot aan 1938 ongeveer 55 konden zijn geleverd en dat er in werkelijkheid 118 afgebouwd en in aanbouw waren.” Dat is de tekst van Admiraal Assmann.
Dr. SIEMERS: Maar niet 1938.
SIR DAVID: Echt, Edelachtbare, mijn confrère Dr. Siemers zal ruimschoots de gelegenheid krijgen – als er een punt is zal ik dat overwegen maar de tekst staat er en de tekst bevat het en wat in de voetnoot staat, Dr. Siemers kan in tweede termijn aan de orde komen.
Mr. BIDDLE namens het Tribunaal: Sir David, wilt u naar de notitie kijken en zien of het rapport in 1942 werd opgesteld in plaats van dat met de constructie in 1942 werd begonnen? Ik stel voor dat u hem dat vraagt.
SIR DAVID: Heus, mijn vertaling van die notitie luidt: “Hoofd van de Afdeling Budgetering van de Marine.” Dan staat er de verwijzing naar de notitie, 19 november 1942. Het lijkt de suggestie van de geleerde Amerikaanse raadsman te bevestigen dat dit niets anders is dan de referentie naar het rapport. Er wordt alleen maar gesuggereerd dat de datum van de bouw 1942 was en het zou eenvoudiger zijn, tenzij Dr. Siemers iets op te merken heeft over de tekst die ik voorleg, als hij deze argumenten bewaart voor zijn tweede termijn.
De PRESIDENT: Dr. Siemers, u kunt dit allemaal in tweede termijn naar voren brengen. U kunt ons tegen die tijd een vertaling van die notitie voorleggen.
Dr. SIEMERS: Meneer de President, ik ben het er volledig mee eens. Ik heb slechts verzocht of er een afschrift van de Engelse vertaling van de nieuw ingediende documenten aan mij kan worden gegeven.
Meneer de President, u zult moeten toegeven dat het een grote handicap voor mij is, tijdens het kruisverhoor vast te stellen welke passages in de vertaling ontbreken en die zelf te vertalen terwijl de Britse delegatie een Engelse vertaling bij de hand heeft. Ik meen dat het eenvoudiger zou zijn wanneer Sir David zo goed zou willen zijn mij een Engelse vertaling voor mijn eigen gebruik te geven.
De PRESIDENT: Sir David, bent u in staat hem een Engelse vertaling van ieder nieuw document te geven?
SIR DAVID: Zeker. Het Tribunaal heeft dat zo bepaald. Dat is al voorbereid. U heeft vast een Engelse vertaling? Zeker Edelachtbare. Steeds wanneer ik een document voorleg zal er een Engelse vertaling aan Dr. Siemers worden gegeven.
De PRESIDENT: Er kan een fout zijn gemaakt.
SIR DAVID: U zult het zeker krijgen.
(tot de beklaagde): We gaan nu over op een andere heer van uw staf. U hebt ons heel wat verteld over de budgetten van de Marine. Herinnert u zich een Flottenintendant op uw afdeling, secretaris Flottenintendant Thiele, van afdeling E van het OKM, de afdeling Budgetering van de Duitse Admiraliteit? Herinnert u zich dat?
RAEDER: Ja. Meneer de Aanklager, mag ik nog een ding zeggen over de kwestie van die 118. Ik herinnerde me net iets in verband met dit nummer 6, Chef van de Afdeling Budgetering. Het is heel goed mogelijk dat Admiraal Assmann in dit geval twee dingen samen voegt. Alle U-Boote en schepen waren natuurlijk opgenomen in het budget en op die manier gesanctioneerd. Dat budget werd aan het einde van het jaar opgesteld en gepubliceerd voorafgaand aan het jaar waarvoor het gold. Omdat dit grote aantal plotseling in dit document opduikt is het heel goed mogelijk dat dit aantal van 118 is ontstaan op basis van de overeenkomst die op 30 of 31 december met Engeland werd gesloten. Het is volkomen normaal dat wij in het budget al die andere U-boote zouden opnemen die we nog mochten bouwen om de 100 procent vol te maken. Dit betekent noodzakelijkerwijs niet dat we in 1938 begonnen met het bouwen van U-boote. Tussen haakjes, ik denk dat we er waarschijnlijk aan waren begonnen omdat we in een jaar maar zoveel U-boote kunnen bouwen.
Ik meen dat deze uitleg, die bij mij opkwam toen ik de tekst Afdeling Budgetering van de Marine zag staan, een volkomen juiste is.
SIR DAVID: Het Tribunaal heeft de tekst die luidt: “tot aan 1938” en ik ga dit punt niet met u bestrijden. De tekst spreekt voor zich.
Ik zou graag willen dat u kijkt naar document D-855, dat wordt bewijsstuk GB-461; het is een uittreksel uit een rede door de heer die ik zojuist heb genoemd, de heer Thiele die hij hield voor het Duitse Opleidingscentrum voor Officieren van Administratie in Praag op 12 juli 1944. Het uittreksel dat ik u wil voorleggen staat op pagina 22 en heeft als titel: “Plannen voor Scheepsbouw,” Hebt u dat, pagina 22 en de titel luidt: “Plannen voor Scheepsbouw?” Ziet u de paragraaf die begint met:
“De periode van sterke uitbreiding van de Marine was daarom gekomen op het moment van de machtsovername. Al in het eerste jaar hierna, in maart 1935 werd met de bouw van slagkruisers met een waterverplaatsing van 27.000 ton begonnen. Er werd opdracht gegeven voor de bouw van een dergelijk schip. Zo werd een van de bepalingen van het Verdrag van Versailles, die op maritiem gebied het meest belangrijk voor ons was, al direct geschonden op een manier die na korte tijd niet meer geheim kon worden gehouden.”
Heeft Flottenintendant Thiele geen gelijk wanneer hij dat in zijn rede zegt?
RAEDER: Natuurlijk was het een schending maar ik heb hier uitvoerig uitgelegd dat er geen sprake was van het bouwen van nieuwe slagkruisers maar van het gebruik van de twee pantserschepen die ons al waren toegestaan; ik heb gezegd dat Hitler mij in 1934 slechts toestemming gaf het ontwerp van deze schepen iets te wijzigen zodat de bepantsering zwaarder zou kunnen worden. Ik zie hieruit dat het tot maart 1935 duurde, toen het zeker was dat de overeenkomst zou worden gesloten en ook dat Engeland ons toe zou staan onder die overeenkomst dergelijke schepen over een paar maanden te bouwen dat de Führer de plannen goedkeurde voor de schepen van 26.500 ton die de eerste slagschepen van het nieuwe programma zouden worden. Er werd toen aan begonnen zodat de drie 28 cm. torens, anders gezegd de offensieve bewapening die hij in 1934 nog niet had toegestaan, konden worden geïnstalleerd.
SIR DAVID: Deze heer schijnt het meer met u eens te zijn dan die andere. Kijkt u even naar wat hij over U-boote te zeggen heeft; twee regels verder zegt hij:
“De U-boote werden in afzonderlijke gedeelten gebouwd omdat de constructie daarvan onder geen enkele voorwaarde aan de buitenwerld bekend mocht worden. Deze delen werden tijdelijk in loodsen opgeslagen en hoefden slechts te worden samengebouwd na de verklaring van vrijheid om te herbewapenen.”
Heeft Flottenintendant Thiele op dit punt geen gelijk?
RAEDER: Ja, hij heeft gelijk. Dat hebben we toegegeven.
SIR DAVID: Laten we maar eens naar zijn volgend punt kijken.
RAEDER: Misschien mag ik mijn uitleg afmaken? Wij ...
SIR DAVID: Probeert u het alstublieft zo kort te houden als u kunt. Ik wil u niet onderbreken maar houdt u het zo kort mogelijk.
RAEDER: Natuurlijk maar ik moet mijn verdediging compleet maken.
Wij lieten onderdelen voor U-boote in het buitenland maken en pas begin 1935 haalden we ze hierheen en bouwden ze samen; toen het sluiten van de Marineovereenkomst zeker was.
SIR DAVID: Ik begrijp het. U zegt dat u de overeenkomst verwachtte; kijkt u nu eens naar wat hij daarna zei: “De derde van die bepalingen van het Verdrag van Versailles die zeer nadeling voor ons was, de beperking van het personeel tot 15.000 man werd na de machtsovername al direct genegeerd. De totale sterkte van de Marine bedroeg in 1934 al 25.000 man en in 1935, het jaar van de Marineovereenkomst van Londen 34.000 man.
Heeft Flottenintendant Thiele daar geen gelijk in? Is dat juist?
RAEDER: Ja, dat wordt toegegeven. Het was duidelijk dat we het personeel op tijd moesten oefenen zodat er bemanningen beschikbaar zouden komen voor onze grotere Marine.
SIR DAVID: Ik wil dat u nu even kijkt naar het document op pagina 3 van documentenboek 10 waarnaar u verwees tijdens uw eerste verhoor. Dat is document C-23 over de waterverplaatsing van de Scharnhorst, de Gneisenau, de Tirpitz, de Bismarck en de andere schepen.
U kent het document, we hebben het besproken.
RAEDER: Ja, ik ken de documenten.
SIR DAVID: Nu is dat gedateerd 18 februari 1938. Duitsland zegde het Anglo-Duitse Marinepact pas op na de Britse garantie aan Polen in april 1939, 14 maanden later. Waarom stuurde u niet gewoon een nota naar Groot-Brittannië dat de waterverplaatsing 20 procent groter was geworden vanwege defensieve maatregelen tijdens de bouw? Waarom deed u dat niet?
RAEDER: Dat kan ik u vandaag niet zeggen. We hebben onlangs uitgelegd hoe die waterverplaatsing geleidelijk toenam door onbelangrijke wijzgingen in ons nadeel.
SIR DAVID: Ja. Echt waar, beklaagde dat weet ik heel goed. We kennen de redenen waarom de tonnage groter uitviel en ik denk niet dat u zichzelf beschuldigt als u dat niet herhaalt, maar kijkt u even onderaan de pagina want ik denk dat u daar de reden vindt die u zich niet kunt herinneren, niet waar?
“Naar de mening van A IV zou het volkomen verkeerd zijn een groter tonnage te melden dan binnenkort wordt gepubliceerd door bijvoorbeeld Engeland, Rusland of Japan om niet de verdenking van een wapenwedloop op ons te laden.” Is dat de reden niet?
RAEDER: Ja, dat was bedoeld voor een later tijdstip. We wilden onder geen beding de indruk wekken dat we de offensieve kracht van onze schepen vergrootten.
SIR DAVID: Beklaagde, ik ga over op een ander onderwerp en ik wil u kort maar krachtig het punt voorleggen dat de Aanklager aan u voorlegt namelijk dat u en de Duitse Marine 20 jaar lang, van 1918 tot 1938 de verplichtingen van uw overeenkomst koelbloedig en opzettelijk hebt ontdoken. Dat leg ik u voor. Begrijpt u dat? Ontkent u na deze documenten dat het zo is?
RAEDER: Natuurlijk. Het was geen koelbloedige kwestie: al onze schendingen van het Verdrag van Versailles waren het gevolg van onze wens in staat te zijn ons land beter te kunnen verdedigen dan ons was toegestaan. Ik heb hier bewezen dat in de bepalingen van het Verdrag van Versailles de enige beperkende punten die waren die nadelig waren voor de verdediging van ons land en agressie van buitenaf aanmoedigden. Wat betreft schepen mag ik eraan toevoegen dat wij nooit grote aantallen schepen konden bouwen en dus hadden we er belang bij, het weerstandsvermogen ervan, de zeewaardigheid etc. zo ver mogelijk uit te breiden. We hebben de offensieve kracht nooit uitgebreid tot boven de toegestane sterkte.
SIR DAVID: Beklaagde, ik wil dat u begrijpt waarop mijn volgende serie vragen is gericht. Ik wil daarover geen enkel misverstand hebben. Ik suggereer nu aan u dat deze schendingen van het verdrag en uw plannen voor de Marine gericht waren op de mogelijkheid en daarna de waarschijnlijkheid van een oorlog. Ik zou graag willen dat u hetzelfde document voor u legt dat ik al heb behandeld, C-23. We zullen dat gebruiken om van het een naar het andere te gaan.
Wilt u pagina 5 van documentenboek 10 opslaan en daar ziet u een memorandum staan van meen ik de Commissie Voorbereiding aan de Flottenchef, Admiraal Carls. We hebben uw mening over Admiraal Carls gehoord, dat u vond dat hij een goed officier was en het feit dat hij uw eerste keus was als uw opvolger.
Nu, dat is in september 1938 en het is een streng geheim stuk over een strategische studie naar een maritieme oorlog tegen Engeland en u ziet dat er bij ‘A’ staat:
“Er is volledige instemming met het hoofdonderwerp van de studie.” Kijkt u nu naar paragraaf 1:
“Als volgens de beslissing van de Führer Duitsland de positie van een wereldmacht moet verkrijgen, dan moet zij niet alleen voldoende koloniale bezittingen hebben maar ook veilige maritieme verbindingen en vrije toegang tot de oceanen.”
Bent u het daarmee eens, beklaagde?
RAEDER: Ja, dat is juist. Ik ken het hele document.
SIR DAVID: Kijkt u nu naar 2:
“Aan beide eisen kan alleen maar worden voldaan in strijd met Anglo-Franse belangen en dat zou hun positie als wereldmachten beperken. Het is onwaarschijnlijk dat dit met vreedzame middelen kan worden bereikt. De beslissing om van Duitsland een wereldmacht te maken dringt ons daarom de noodzaak op passende voorbereidingen op een oorlog te treffen.”
Bent u het daarmee eens?
RAEDER: Ja, dat is allemaal volkomen juist.
SIR DAVID: Lasten we nu punt 3 nemen:
“Oorlog tegen Engeland betekent gelijktijdig oorlog tegen het Gemenebest, tegen Frankrijk, waarschijnlijk ook tegen Rusland en een groot aantal andere landen – in feite tegen de helft of twee-derde van de rest van de wereld.”
Ik hoef u daar niet naar te vragen, omdat de feiten duidelijk zijn. Laten we nu naar het vogende kijken: “Het kan alleen maar worden gerechtvaardigd..... “
RAEDER: Ja, maar u moet mij toestaan commentaar op dat document te geven.
SIR DAVID: Oh zeker, het spijt me. We gingen zo snel dat ik dacht dat we geen uitleg zouden krijgen.
RAEDER: In 1938 werd, zoals hier vaak is genoemd, de houding van de Führer jegens Engeland moeilijker ondanks alle inspanningen van Von Blomberg en mijzelf om hem te vertellen dat dat van de kant van Engeland niet zo was en dat het mogelijk was in vrede met Engeland te leven. Ondanks dat gaf de Führer ons bevel voorbereidingen te treffen voor een mogelijke weerstand door Engeland tegen onze plannen. Van zijn kant overwoog hij nooit een aanvalsoorlog tegen Engeland en wij bij de Marine nog veel minder; in feite heb ik bewezen dat ik alles heb gedaan om hem daarvan af te brengen. In 1938 gaf hij ons opdracht een studie te doen gelijk aan die welke we al hadden gedaan in het geval van andere mogelijkheden voor oorlog – het was de plicht van het OKW om dat te doen – maar handelend over hoe een oorlog tegen Engeland zou verlopen en wat we daarvoor nodig zouden hebben. Deze studie werd voorbereid en ik rapporteerde aan de Führer dat we onze strijdkrachten nooit tot in die mate zouden kunnen uitbreiden dat we met enige kans op succes een oorlog tegen Engeland konden beginnen – het zou voor mij waanzin zijn geweest, iets dergelijks te zeggen. Ik zei hem – dat is hier herhaaldelijk gezegd – dat we tegen 1944 of 1945 een kleine zeemacht konden opbouwen waarmee we een economische oorlog tegen Engeland konden beginnen of haar handelsroutes konden afsnijden maar dat we nooit echt in de positie zouden verkeren dat we Engeland met die zeemacht konden verslaan. Ik stuurde die studie, die onder mijn leiding door de SKL was gedaan naar Generaladmiral Carls die een zeer heldere kijk op dat soort kwesties had. Hij achtte het zijn plicht om in de inleiding op zijn antwoord, dat met onze mening overeenkwam, de gevolgen te noemen die een dergelijke oorlog tegen Engeland voor ons zou hebben, namelijk dat die een nieuwe wereldoorlog zou ontketenen die noch hij, noch wij bij de Marine of wie dan ook bij de strijdkrachten wenste – naar mijn mening zelfs Hitler niet, zoals ik onlangs heb bewezen – vandaar zijn verklaring. Hij zei dat wanneer wij een oorlog tegen Engeland zouden moeten beginnen, het essentieel was dat wij allereerst vrije toegang tot de oceaan moesten hebben en ten tweede dat wij het Engelse handelsverkeer via de Atlantische route moesten aanvallen. Niet dat hij voorstelde dat wij van onze kant aan een dergelijke onderneming moesten beginnen. Hij dacht alleen aan het geval dat een dergelijke oorlog zeer tegen onze wil uitbrak. Het was onze plicht diep op deze kwestie in te gaan.
SIR DAVID: Hij zegt dat: “De oorlog ertegen”- anders gezegd de oorlog tegen Engeland – kan alleen maar worden gerechtvaardigd en met enige kans op succes gevoerd wanneer die economisch, zowel als politiek en militair wordt voorbereid.” Dan zegt u verder: “gevoerd met als doel voor Duitsland een uitweg naar de oceaan te veroveren.”
Nu wil ik graag zien hoe u zich voorbereidde.
RAEDER: Ja, dat is helemaal duidelijk en helemaal juist.
SIR DAVID: Laten we eens kijken hoe u zich economisch begon voor te bereiden. Laten we dat het eerst nemen omdat u het ook als eerste noemt.
Wilt u naar document C-29 kijken, dat staat op pagina 8.
De PRESIDENT: Sir David, kunnen we niet beter nu schorsen voor we hiermee verder gaan?
(de zitting wordt geschorst).

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
neutraliteit
Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.
OKM
Ober Kommando der Kriegs Marine. Het Duitse opperbevel over de Kriegsmarine.
U-boot
Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
18-03-2010
Laatst gewijzigd:
18-04-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.