Verhoor Konstantin von Neurath 3

Ochtendzitting 1 25-06-1946

Inhoudsopgave

(Beklaagde von Neurath neemt weer plaats in de beklaagdenbank.)
Dr. OTTO NELTE (Raadsman van beklaagde Keitel): Meneer de President, ik zou het Tribunaal willen mededelen dat de eerste helft van het manuscript van mijn slotpleidooi morgen in machineschrift klaar zal zijn en de tweede helft tegen komende zaterdag. Het spijt mij te moeten zeggen dat ik zelf maar acht afschriften kan leveren, zes daarvan zijn bestemd voor de tolken om hun moeilijke taak te vereenvoudigen. Het spijt me dat ik niet meer afschriften kan maken omdat ik zelf geen mimeograaf heb. Ik hoop dat het Tribunaal het feit wil aanvaarden dat ik na de verklaringen van de hoofdaanklager namens de Verenigde Staten op vrijdag geen enkel beroep kan doen op de technische assistentie van de Aanklager. Daarom verzoek ik het Tribunaal te beslissen of het zin heeft, teneinde de presentatie te vergemakkelijken, de vertaling van mijn pleidooi aan u voor te leggen. In dat geval zou ik u wilen verzoeken de noodzakelijke maatregelen te nemen. Ik ben bereid mijn manuscript ter beschikking van het Tribunaal te stellen, onder voorwaarden door u gesteld, Meneer de President. Wat voor mij persoonlijk geldt zou, voor zover mij werd verteld, ook voor de rest moeten gelden, in elk geval voor de meerderheid van de verdedigende raadslieden. Om de gang van zaken te versnellen en de tijd voor het houden van de slotpleidooien te beperken is het belangrijk om dit punt opgehelderd te hebben.
De PRESIDENT: Dr. Nelte, als u het manuscript waarnaar u verwees zou willen overhandigen dan zal het Tribunaal maatregelen nemen om het in de diverse talen te laten vertalen. Ik meen dat wij u, voor zover het u zelf betreft, daarin tegemoet komen.
Dr. NELTE: Ja.
De PRESIDENT: Het Tribunaal heeft een mededeling over dit onderwerp die ik nu zal voorlezen.
De mededeling is deze: “Gezien de discussie die op 13 juini 1946 is gevoerd naar aanleiding van de tijd die de verdedigers nodig hebben heeft het Tribunaal deze kwestie verder overwogen.
Toen de verdedigende raadslieden de tijd noemden die zij wensten te gebruiken merkte het Tribunaal op dat sommige verdedigers meer tijd vragen dan anderen en tot op bepaalde hoogte maakten zij onderling een verdeling. Het Tribunaal is van mening dat de voorgestelde tijden veel te lang zijn en dat er vrijwillige beperkingen moeten worden opgelegd.
“Behalve voor wat betreft een paar beklaagden van wie de zaak zeer uitgebreid is, is het Tribunaal van mening dat voor iedere beklaagde een halve dag voldoende is voor het voeren van zijn verdediging en het Tribunaal hoopt dat de raadslieden hun argumenten zullen bekorten en zich vrijwillig tot die tijd zullen beperken. Het Tribunaal zal echter geen van de raadslieden van beklaagden toestaan onbelangrijke zaken te behandelen of in elk van de zaken langer dan een dag te spreken. Vier uur zal worden toegestaan aan het begin van de argumentatie betreffende rechten en feiten en de raadslieden dienen bij hun argumentatie op zo’n manier mee te werken dat onnodige herhalingen worden voorkomen.”
Zoals tevoren gesteld, het Tribunaal zou aan het begin van ieder pleidooi daarvan graag een vertaling wilen hebben in het Frans, Russisch en het Engels, in te dienen aan het begin van elke presentatie. De raadslieden mogen zelf voor de vertaling zorgen indien zij dat wensen maar als zij afschriften van hun pleidooien zo snel mogelijk en binnen drie dagen van de presentatie bij de vertaalafdeling willen indienen, dan zal de vertaling voor hen worden gemaakt en de inhoud van het pleidooi zal niet bekend worden gemaakt.”
Dat is alles.
Ja, Dr. von Lüdinghausen.
Dr. OTTO FREIHERR VON LÜDINGHAUSEN (raadsman van beklaagde Von Neurath): Gisterenavond zijn we opgehouden bij de behandeling van de diverse punten die door de Aanklager zijn ingebracht. Ik zou nu graag daarmee verder gaan en de volgende vragen aan u stellen, meneer von Neurath.
De Aanklager beschuldigt u van het feit dat Duitsers in het Protectoraat een voorkeurspositie hadden vergeleken met de Tsjechen en dat u daar verantwoordelijk voor was. Wilt u daar alstublieft iets over zeggen?
CONSTANTIN VON NEURATH: De positie van Duitsers in het Protectoraat was geen voorkeurspositie met echte privileges en voordelen vergeleken met de Tsjechen maar het was een totaal andere. De Duitsers waren ingezetenen van het Reich geworden en genoten daarom de rechten van burgers van het Reich zoals stemrecht voor de Reichstag. De Tsjechen hadden dat recht niet wat begrijpelijk is gezien de bestaande verschillen tussen het Duitse en het Tsjechische volk. Er bestond op geen enkel moment enig voordeel in verband met de positie van de Duitsers in het Protectoraat.
Er werden natuurlijk binnen de chauvinistische partij en in nationalistische kringen pogingen ondernomen om een voorkeursbehandeling te krijgen. Ik was daar altijd fel op tegen en voorkwam iedere practische uitvoering van dat soort pogingen. In dit verband zou ik er echter nogmaals op willen wijzen dat het Tsjechische volk zich op geen enkele wijze de mindere van het Duitse volk voelde.
Het was gewoon een kwestie van een ander volk dat politiek en cultureel volgens de eigen kenmerken moest worden behandeld. Dat was ook de reden voor de handhaving van de zogenaamde onafhankelijkheid wat niets meer betekende dan de scheiding van de twee nationaliteiten met het oog op het garanderen van de eigen levenswijze voor de Tsjechen. Het is duidelijk dat deze onafhankelijkheid binnen bepaalde grenzen moest blijven die werden opgelegd door de heersende behoeften van het Reich als geheel, zeker in tijd van oorlog.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Nu zou ik het willen hebben over de afzonderlijke punten die in de Tsjechische aanklacht naar voren worden gebracht, of liever de punten die in het Tsjechische rapport staan dat de basis voor deze aanklacht vormt. In dit rapport wordt beweerd dat de persvrijheid werd onderdrukt. Is dat juist en welke rol speelde de heer von Gregory in de behandeling van de pers?
VON NEURATH: Meneer von Gregory was persattaché geweest op het Duitse gezantschap in Praag en was ondergeschikt aan het Ministerie van Propaganda. Daarna kwam hij als hoofd van mijn persdepartement in mijn bestuur en oefende controle uit op de Tsjechische pers volgens de richtlijnen van het Ministerie van Propaganda in Berlijn. De Tsjechische pers was natuurlijk niet vrij – niet vrijer dan de Duitse. Controle over de verspreiding en andere maatregelen, in het bijzonder de censuur waren hetzelfde.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Het Tsjechische rapport vermeldt verder de beschuldiging dat de plaatselijke Tsjechische bestuursorganen in veel gevallen werden ontbonden, daarna gereorganiseerd en dat sleutelposities werden bezet door ambtenaren en stadsbestuurders die of Duits of Tsjechische collaborateurs waren. Is dat juist?
VON NEURATH: Dat waren gemeenschappen met een aanzienlijke Duitse minderheid, in het bijzonder in Moravië. Dat zij ook vertegenwoordigers zouden moeten hebben in het plaatselijke bestuur leek mij volkomen normaal. Praag had bijvoorbeeld een Tsjechische burgemeester en een Duitse loco-burgemeester. Hiertegen kon nauwelijks bezwaar bestaan. Wat betreft de pogngen van de Duitsers om in diverse steden of districten deel te nemen aan het plaatselijke bestuur tot op een hoogte die niet gerechtvaardigd leek door hun aantallen, dan kwam ik tussenbeide en weigerde dat. In de stadsbesturen in zuiver Tsjechische districten, zoals in west-Bohemen, zaten over het algemeen helemaal geen Duitse vertegewoordigers. Maar aan de andere kant waren er Duitssprekende enclaves, zoals de regio Iglau waar de Duitsers groter waren in aantal en dus natuurlijk ook een grotere invloed hadden.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Het Tsjechische rapport beschuldigt u ervan, op die manier en door het benoemen van de Oberlandrate, het Tsjechische bestuur te hebben gegermaniseerd. Dit rapport baseert zijn beschuldigingen op een uitspraak die u zou hebben gedaan tegenover de voormalige president van Bohemen, Bienert en u zou hebben gezegd: “Dat alles moet in twee jaar zijn beslag krijgen.”
VON NEURATH: Ik herinner me niet een dergelijke uitspraak te hebben gedaan. En ik kan me niet voorstellen dat ik zoiets heb gezegd. Het gaat hier om de integratie van de Tsjechen – van de Tsjechen met het Duitse bestuur. De Oberlandrate werden niet door mij benoemd maar die functies werden door de Reichsregierung bij decreet van 1 september 1939 ingesteld als controlerend orgaan in het kader van het vestigen van het Duitse bestuur en de SIPO. Toen de Oberlandrate bij mij kwamen om verslag uit te brengen, heb ik hen keer op keer gezegd dat zij zelf geen bestuurlijk werk mochten doen maar alleen toezicht houden. De Tsjechische methode van besturen was vaak beter dan de Duitse, zei ik tegen hen.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: In verband hiermee zou ik willen verwijzen naar document Von Neurath-149 van mijn documentenboek, het decreet betreffende de organisatie van het bestuur en de Duitse SIPO van 1 september 1939. In de paragrafen 5 en 6 worden de benoeming en de taken van deze Oberlandrate tot in meer bijzonderheden beschreven. Een citaat uit dit document is wellicht overbodig.
De Tsjechische aanklacht bevat verder een verklaring van de heer Bienert dat u over de kwestie van de coördinatie met het Tsjechische bestuur iets tegen hem gezegd had als: “Dat moet strikt worden uitgevoerd; het is tenslotte oorlog.” Op hetzelfde moment verklaarde Bienert tijdens zijn ondervraging dat het doel van deze maatregel was geweest, de coördinatie tussen het Tsjechische en het Duitse bestuur, Duitsland tijdens de oorlog een vreedzaam achterland te garanderen. Kunt u daar alstublieft ook iets over zeggen?
VON NEURATH: Het is mogelijk dat ik iets dergelijks tegen Bienert heb gezegd. Ik kan me dat nu niet meer herinneren. Maar het spreekt voor zich dat op het gebied van het bestuur, zoals ook op ieder ander gebied in het Protectoraat de behoeften van de oorlog van het grootste belang waren.
De beperkingen van de onafhankelijkheid van het Tsjechische nationale bestuur moeten vanuit dit oogpunt worden gezien. Dat ik er voortdurend naar streefde het land rustig te houden in het belang van het Reich en daarmee in ieders belang, kan nauwelijks tegen mij worden gebruikt. Afgezien daarvan zou ik willen opmerken dat de invoering van beperkingen van de onafhankelijkheid al duidelijk vermeld was in het decreet waarmee het Protectoraat werd gevormd.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: In dit verband zou ik willen verwijzen naar de order die in mijn documentenboek zit onder nummer Von Neurath-144, documentenboek 5. De order werd uitgegeven door de Führer en Reichskanzler over het Protectoraat Moravië en Bohemen en is gedateerd 16 maart 1939. In Artikel 11 was toen al bepaald dat het Reich afdelingen van het bestuur van het Protectoraat kon inlijven in het eigen bestuur. Het Tsjechische rapport verwijst verder naar een verklaring van de voormalige Tsjechische minister Havelka over de vervolging van de leden van het Tsjechische Legioen uit de Eerste Wereldoorlog voor zover zij openbare functies bekleedden. Wat kunt u ons vertellen over de kwestie van die Legionnaires?
VON NEURATH: Het Tsjechische Legioen was tijdens de Eerste Wereldoorlog in Rusland opgericht. Het bestond gedeeltelijk uit vrijwilligers, gedeeltelijk uit restanten van de Tsjechische regimenten die tot het oude Oostenrijks-Hongaarse leger hadden behoord en die in Rusland krijgsgevangen waren gemaakt. Deze Tsjechische Legionnaires genoten een zekere uitzonderingspositie na de vorming van de Tsjechische republiek. Gedeeltelijk waren zij vervuld van sterke chauvinistische haatgevoelens jegens het Reich die teruggingen naar de periode van de nationalistische strijd. Dit, de zogenaamde Legionnairsmentaliteit was een modewoord in Bohemen en kon in tijden van politieke onrust een zeker politiek gevaar inhouden. Ter zijde: deze voorkeurspositie die de Legionnaires genoten werd in het Protectoraat door de Tsjechen zelf op grote schaal bestreden. Daarom werd er een poging gedaan, in het bijzonder door Frank, om deze Legionnaires uit hun openbare functies te zetten. Maar dit vond alleen maar in de ernstigste gevallen plaats en alleen wanneer die Legionnaires zich vrijwillig bij het Tsjechische Legioen hadden gevoegd, anders gezegd, het gold niet voor diegenen die lid waren geweest van het voormalige Oostenrijks-Hogaarse leger. Vanaf het begin probeerde ik dat onderscheid, dat ongeveer overeenkomt met de situatie – of overeenkomt met het onderscheid dat vandaag in Duitsland wordt gemaakt tussen de vrijwillige leden van de SS en de Waffen-SS.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: In de Tsjechische aanklacht wordt u er verder van beschuldigd de Tsjechische fascistische beweging Vlayka te hebben gesteund. Die beschuldiging wordt gebaseerd op een memorandum dat u zelf hebt geschreven over een discussie die u op 26 maart 1940 hebt gevoerd met Hacha, de President van Tsjechoslowakije. Volgens dit memorandum zei u tegen Hacha dat de persoonlijke en morele kwaliteiten van de Vlayka leiders u goed bekend waren; in elk geval, moest u het feit toegeven dat deze beweging, deze organisatie de enige was die een positieve houding ten opzichte van het Reich en ten opzichte van collaboratie met het Reich had ingenomen. Hoe staat het daarmee?
VON NEURATH: De Vlayka beweging was dezelfde als die van de collaborateurs in Frankrijk. Deze beweging streefde ernaar een Duits-Tsjechische samenwerking tot stand te brengen en in feite al lang voordat het Protectoraat werd ingesteld. Maar de leiders van deze beweging waren naar mijn mening nogal twijfelachtige figuren, zoals ik aantoonde in mijn gesprek met Hacha, hierboven genoemd. Deze leiders bedreigden en belasterden onder anderen President Hacha en leden van de Tsjechische regering. Staatssecretaris Frank kende deze mensen uit vroeger dagen en hij wilde ze steunen alleen al vanwege hun vroegere samenwerking met hem. Ik weigerde dit echter te doen, net zoals ik de diverse verzoeken van deze mensen mij te ontmoeten, weigerde.
Aan de andere kant is het mogelijk dat Frank ze ondersteunde vanuit een fonds dat Hitler hem zonder mijn medeweten ter beschikking had gesteld en waarover hij verplicht was te zwijgen.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Welke houding nam u aan ten opzichte van de ontbinding van de partijen – politieke partijen – en van vakbonden?
VON NEURATH: Dat was net als de controle over de pers, een noodzaak die voortvloeide uit het systeem, het politieke systeem van het Reich. Hoe dan ook, vanwege deze maatregel genomen door President Hacha en ondanks de maatregelen genomen door de Duitsers, had geen land minder te lijden van de oorlog dan het Protectoraat. Het Tsjechische volk was het enige in midden en oost Europa dat haar nationale, culturele en economische identiteit bijna volledig kon behouden.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Ik zou nu willen overgaan op het punt dat de Aanklager ter sprake bracht betreffende een vermeende culturele onderdrukking. Wat kunt u ons vertellen over de behandeling van Tsjechische educatieve zaken?
VON NEURATH: De Tsjechische universiteiten en andere instellingen van hoger onderwijs werden, zoals eerder gemeld, in november 1939 op bevel van Hitler gesloten. Keer op keer heb ik op verzoek van President Hacha en van de regering van het Protectoraat er direct bij Hitler op aangedrongen deze scholen weer te openen, maar vanwege de dominante positie van Himmler slaagde ik daar niet in. Het gevolg van de sluiting van de universiteiten was natuurlijk dat een groot aantal jonge mensen die anders student zouden zijn geweest nu op zoek moesten naar handwerk. De sluiting van de instellingen voor hoger onderwijs had ook zijn weerslag op de middelbare scholen. Die waren al zwaar belast na de afscheiding van het Sudetenland in de herfst van 1938 want de hele Tsjechische intelligentsia uit dat gebied was teruggekeerd naar het Tsjechisch sprekende gebied of wat later het Protectoraat werd. Dus was er voor de jeugd van de middelbare scholen nauwelijks werk over. Het was ongeveer dezelfde situatie als die welke nu in Duitsland heerst. Wat betreft de sluiting van de Tsjechische lagere scholen en andere pogingen om de Tsjechische jeugd te beperken in haar culturele vrijheid en haar educatieve mogelijkheden, daar weet ik niets van.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Stemde u in met de sluiting van de Tsjechische instellingen voor hoger onderwijs die door Hitler was bevolen?
De PRESIDENT: Dr. von Lüdinghausen, hij heeft gezegd dat hij probeerde tussenbeide te komen en Hitler’s bevel te laten intrekken.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Als dat voor het Tribunaal voldoende is, hoeft hij deze vraag niet verder te beantwoorden.
De PRESIDENT: Vindt u niet dat het voldoende is?
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Ja maar ik wilde het op een iets sterkere manier uitgedrukt hebben; wanneer het Tribunaal echter tevreden is met de uitleg van deze kwestie dan ben ik ook tevreden.
De PRESIDENT: Het wordt er niet beter op wanneer het twee keer wordt gezegd.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Ja, als u – maar het is voldoende....
(tot de beklaagde): Weet u iets van een vermeend plan, genoemd in het Tsjechische rapport om de Tsjechische bevolking tot arbeider te maken en hen van hun intellectuele elite te beroven?
VON NEURATH: Nee, alleen een idioot zou een dergelijk uitspraak hebben kunnen doen.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: De Tsjechische aanklacht, of het rapport beweert dat via uw agenten, anders gezegd met uw toestemming en steun, er vernieling en plundering van Tsjechische wetenschappelijke instellingen plaatsvonden. Op pagina 58 van de Duitse tekst, pagina 55 van de Engelse van dit rapport, USSR-60, staat:
“De Duitsers bezetten alle universiteiten en wetenschappelijke instellingen. Ze namen onmiddellijk alle waardevolle apparaten, instrumenten en wetenschappelijke installaties in de bezette instellingen in beslag. De wetenschappelijke bibliotheken werden methodisch en systematisch geplunderd. Wetenschappelijke boeken en films werden verscheurd of meegenomen. De archieven van de Senaat van de Academie, de hoogste universitaire autoriteit, werden verscheurd of verbrand; het kaartsyteem werd vernietigd en verstrooid in de wind.” Wat kunt u ons hierover zeggen?
VON NEURATH: In dit verband kan ik alleen maar zeggen dat ik nooit heb gehoord van enige plundering of vernieling van het soort dat hier is beschreven, niet in Praag, noch later. De Tsjechische Hogescholen, of instellingen van hoger onderwijs werden samen met de universiteiten op bevel van Hitler in 1939 gesloten. De gebouwen en installaties van de Tsjechische universiteit in Praag werden voor zover ik weet gedeeltelijk ter beschikking gesteld aan de Duitse universiteit die eerder door de Tsjechen was gesloten omdat die, nadat de Tsjechische Hogescholen waren gesloten, niet langer voor Tsjechische wetenschappelijke doeleinden kon worden gebruikt.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Weet u hier ook maar iets over.....
De PRESIDENT: Ik heb dat antwoord niet begrepen. Zoals ik het heb gehoord, de gebouwen werden gedeeltelijk ter beschikking gesteld aan Duitse universiteiten die door de Tsjechen waren gesloten.”
VON NEURATH: In Praag. In Praag stond de oudste Duitse universiteit; die was na de laatste oorlog door de Tsjechen gesloten en werd na de instelling van het Protectoraat heropend. Voor zover ik weet werd iets van de uitrusting en de gebouwen voor deze Duitse universiteit gebruikt.
De PRESIDENT: Gaat u verder.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Weet u nog iets meer over het afvoeren van wetenschapelijke uitrusting, collecties, kunstvoorwerpen enzo?
VON NEURATH: Het enige geval waar ik iets van weet betrof het verwijderen van historisch waardevolle oude gobelins uit het Malteser Paleis in Praag. Die werden verwijderd door een medewerker van Buitenlandse Zaken in Berlijn, vermoedelijk op bevel van de chef van het protocol; dat gebeurde ‘s nachts en in het geheim en zonder mijn medeweten of dat van mijn ambtenaren. Zogauw ik hiervan hoorde heb ik contact opgenomen met Buitenlandse Zaken en de onmiddellijke teruggave geëist. Of ze werden teruggegeven weet ik niet, dat was pas in 1941 en ik had ondertussen Praag verlaten.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Mag ik hier......
VON NEURATH: Ik weet niets over andere incidenten. Afgezien daarvan verbood ik uitdrukkelijk het afvoeren van kunstobjecten uit het Protectoraat naar het Reich.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: In dit verband zou ik een uittreksel willen indienen uit het verhoor van de voormalige staatssecretaris Frank van 10 juni 1945. Dit is nummer Von Neurath-154 in mijn documentenboek 5 en ik zou het Tribunaal willen verzoeken deze verklaring voor kennisgeving aan te nemen.
(tot de beklaagde): Wat gebeurde er met de kunstvoorwerpen en de meubels, die eigendom van de Tsjechische staat waren en waarmee het Czernin Paleis in Praag was ingericht dat u als uw officiële residentie gebruikte?
VON NEURATH: Dat huis was de voormalige officiële residentie van de Tsjechische Minister van Buitenlandse Zaken en het deels waardevolle meubilair was eigendom van de Tsjechische staat. Omdat er voor de verhuizing in 1939 geen enkele inventarislijst van deze artikelen bestond, riep ik de Tsjechische directeur van het kasteelbestuur en de Tsjechische kunsthistoricus Professor Strecki erbij en liet een zeer nauwkeurige inventaris opmaken. Een afschrift hiervan werd op mijn kantoor afgegeven en een tweede werd in bewaring gegeven bij het kasteelbestuur. Nadat ik Praag in de herfst van 1941 had verlaten, heb ik door mijn vroegere zaakwaarnemer en weer in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het kasteelbestuur, Professor Strecki rapport op laten maken dat de artikelen die op de inventarislijst stonden feitelijk nog steeds aanwezig waren.
De PRESIDENT: Ik vind niet dat we de bijzonderheden van de inventaris hoeven te weten maar er is iets wat ik zou willen vragen. De vertaling kwam bij mij door dat de inventaris in de herfst van 1938 werd opgemaakt. Was dat juist?
VON NEURATH: Ik wilde alleen maar zeggen dat ik natuurlijk geen enkele van die artikelen heb meegenomen.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Een ander punt dat in de Tsjechische aanklacht wordt genoemd gaat over de inbeslagname van de zogenaamde Masaryk huizen in diverse steden en de verwoesting van Masaryk monumenten en monumenten van andere beroemde personen uit de Tsjechische geschiedenis. Wat weet u daar over?
VON NEURATH: Terwijl ik in functie was, werden sommige van deze Masaryk huizen door de politie gesloten omdat het centra van weerstand tegen Duitsland waren. De verwoesting of verwijdering van Masaryk of andere Tsjechische nationale monumenten had ik uitdrukkelijk verboden. Afgezien daarvan heb ik uitdrukkelijk de kranslegging toegestaan op het graf van Masaryk dat Frank had verboden en dat gebeurde dan ook op grote schaal.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Er wordt verder beweerd dat de Tsjechische literatuur werd onderdrukt en in hoge mate werd gecensureerd.
VON NEURATH: Het drukken en verspreiden van Tsjechische anti-Duitse literatuur was natuurlijk verboden, net als de verdere verspreiding van Engelse en Franse werken tijdens de oorlog in het hele Reich verboden was. Afgezien daarvan werd al dat materiaal behandeld volgens de directe bevelen van het Ministerie van Propaganda. Echter, terwijl ik in functie was waren er nog vele Tsjechische boekwinkels en uitgeverijen die boeken van Tsjechische auteurs in grote oplagen publiceerden en verspreidden. De keuze aan Tsjechische boeken van allerlei soort in de boekwinkels was aanzienlijk groter dan de keuze in Duitse boeken.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Kunt u iets zeggen over de onderdrukking van het Tsjechische culturele leven, de theaters, films enzo waar de Aanklager naar verwijst?
VON NEURATH: Er was absoluut geen sprake van van een beperking van de culturele onafhankelijkheid van de Tsjechen, afgezien van de kwestie van de universiteiten. In Praag waren destijds een groot aantal grote Tsjechische theaters van allerlei soorten open, in het bijzonder de Tsjechische Opera en diverse theaters. Aan de andere kant was er maar een permanent Duits theater met dagelijks voorstellingen. Er was een voortdurende productie van Tsjechische toneelstukken en opera’s en hetzelfde gold voor de muziek. Het zeer bekende Tsjechisch Philharmonisch Orkest in Praag speelde hoofdzakelijk Tsjechische muziek en was volledig onafhankelijk waar het zijn repertoire betrof.
De PRESIDENT: Dr. von Lüdinghausen we hoeven de details niet te weten. De beklaagde zegt dat theaters en bioscopen waren toegestaan en dat er maar een Duits theater was. We hoeven er geen verdere bijzonderheden over te weten.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Goed, Meneer de President. Ik vroeg er alleen maar naar omdat ze in de aanklacht nogal uitgebreid worden behandeld.
(tot de beklaagde): En hoe staat het met de filmindustrie, meneer von Neurath?
VON NEURATH: Hetzelfde gold voor de filmindustrie, die was bijzonder actief.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Ik zou nu over willen gaan op de vermeende onderdrukking van de vrijheid van godsdienst waarvan u in de Tsjechische aanklacht wordt beschuldigd. Die spreekt van een golf van vervolging die de kerken overspoelde en direct begon toen de Duitse troepen het land binnen vielen om het te bezetten. Hoe staat het daarmee?
VON NEURATH: Van een systematische vervolging van de kerken kan absoluut geen sprake zijn. De bevolking was geheel vrij waar het openbare godsdienstoefening betrof en ik zou op dit gebied zeker geen enkele beperking hebben getolereerd. De voormalige onderstaatssecretaris Von Burgsdorff heeft hierover al getuigenis afgelegd. Het kan zijn dat in afzonderlijke gevallen pelgrimages of bepaalde religieuze processies door de politie werden verboden, hoewel ik me dat niet duidelijk kan herinneren. Maar dat gebeurde alleen maar omdat bepaalde pelgrimages, waar vele duizenden aan deelnamen, gebruikt werden voor politieke demonstraties waarop anti-Duitse toespraken werden gehouden. Hoe dan ook, dat is in diverse gevallen ook gebeurd en onder mijn aandacht gebracht. Het is waar dat een aantal geestelijken in verband met de actie aan het begin van de oorlog, die we hier al hebben genoemd, is gearresteerd. Maar deze arrestaties vonden niet plaats omdat zij geestelijken waren maar omdat zij actieve politieke tegenstanders waren of mensen die politiek werden verdacht. In dit soort gevallen deed ik alle moeite om deze mensen vrij te krijgen.
Mijn persoonlijke relatie met de aartsbisschop van Praag waren absoluut correct en vriendelijk. Hij en de aartsbisschop van Olmutz dankten mij in het bijzonder voor mijn tussenkomst namens de Kerk, zoals ik mij goed herinner. Ik voorkwam iedere maatregel tegen openbare godsdienstoefening door de Joden. Iedere synagoge was open tot aan het moment waarop ik in de herfst van 1941 vertrok.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: In verband met het laatste punt zou ik nog een vraag willen stellen over de positie van de Joden in het Protectoraat. Wat kunt u ons daarover vertellen?
VON NEURATH: De wettelijke positie van de Joden moest gelijk worden getrokken met de positie van de Joden in het Reich, volgens de instructies uit Berlijn. De richtlijnen die hierop betrekking hadden waren mij al in april 1939 toegezonden. Door allerlei verzoeken, gericht aan Berlijn probeerde ik en slaagde erin de invoering van de wetten uit te stellen tot juni 1939 om de Joden de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de komende invoering van die wetten.
De zogenaamde Neurenberger Wetten werden in die tijd ook in het Protectoraat ingevoerd. Daardoor werden de Joden uit het openbare leven en uit leidende posities in het economische leven verdreven. Arrestaties op grote schaal vonden echter niet plaats. Er waren ook geen excessen tegen de Joden, behalve in een paar afzonderlijke gevallen. Het kamp bij Theresienstadt werd pas opgericht toen ik allang niet meer in functie was en ik heb ook de oprichting van andere kampen in het Protectoraat voorkomen.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Het Tsjechische rapport beschuldigt u ervan persoonlijk anti-Joodse maatregelen te hebben uitgevoerd. Er wordt gesteld dat u allereerst de Tsjechische regering opdroeg, de onafhankelijke regering de anti-Joodse wetten uit te voeren en dat u, toen Ministerpresident Elias dat weigerde, zelf de nodige stappen ondernam.
VON NEURATH: Zoals ik net zei, de invoering van de anti-Joodse wetten geschiedde op direct bevel van Hitler, dat wil zeggen, door de bevoegde autoriteiten in Berlijn. De voorstelling.....
De PRESIDENT: Dr. von Lüdinghausen waarom wilt u dit allemaal nogmaals behandelen? Beklaagde heeft het bewijs geleverd dat hij erin is geslaagd, de wetten uit te stellen tot juni 1939 en dat daarna de Neurenberger Wetten werden ingevoerd. Hij heeft ons de diverse stappen genoemd die hij zei dat hij die heeft genomen en dan leest u hem dat Tsjechische rapport voor en probeert u het hem, lijkt mij nogmaals te behandelen. Het is nu kwart over elf.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Goed, ik zal dan de eerste vraag als afdoende beantwoord beschouwen en we zullen het ook niet hebben over de kwestie van de inbeslagnames.
(tot de beklaagde): Het Tsjechische rapport beschuldigt u er verder van de organisaties YMCA en de YWCA te hebben ontbonden en hun eigendommen in beslaggenomen ten behoeve van de Duitse organisatie.
VON NEURATH: Ik moet toegeven dat ik me die inbeslagname helemaal niet herinner. Als die ontbinding en inbeslagname plaats vonden voordat ik vertrok moet dat slechts een maatregel van de politie zijn geweest.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Het Tsjechische rapport vermeldt verder de verwoesting van het Tsjechische economische leven en de stelselmatige plundering van Tsjechische voorraden en grondstoffen en beschuldigt u daarvan. Wat zijn de feiten daarvan?
VON NEURATH: Met de instelling van het Protectoraat werd de Tsjechische economie bijna automatisch geïntegreerd in de Duitse. De export, waarvoor de Tsjechische fabrieken grotendeels werkten, werd voor de duur van de oorlog beëindigd, dat wil zeggen ze moesten handel drijven met het Reich.
De Tsjechische zware industrie, in het bijzonder de Skoda fabriek en de wapenindustrie als directe oorlogsindustrie werden door de Gedelegeerde voor het Vierjarenplan overgenomen om de Duitse wapenproductie aan te vullen.
In het begin heb ik in het bijzonder geprobeerd te voorkomen dat het Protectoraat in de uitverkoop ging, dat bijzonder zwaar voor de bevolking zou zijn geweest. Een effectieve manier voor dat doel was het handhaven van de douanegrenzen die tussen Tsjechoslowakije en Duitsland bestonden. Na verhitte discussies met de economische afdelingen in Berlijn slaagde ik erin de douanegrenzen tot oktober 1940 te handhaven, nog anderhalf jaar hoewel die op 16 maart 1939 al waren opgeheven.
Ik meen dat ik er ook van word beschuldigd verantwoordelijk te zijn geweest voor het afvoeren van grondstoffen en dergelijke. In dat verband zou ik willen zeggen dat het bureau van de Gedelegeerde voor het Vierjarenplan de enige autoriteit was die dergelijke maatregelen kon nemen.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: In dit verband zou ik willen verwijzen naar het decreet dat al is ingediend; het decreet gedateerd 16 maart 1939, nummer Von Neurath-144 in mijn documentenboek 5. Ik zou speciale aandacht willen vragen voor de Artikelen 9 en 10 van dat decreet.
(tot de beklaagde): U wordt er verder van beschuldigd dat de wisselkoers van de Tsjechische Kroon naar de Duitse Mark werd vastgesteld op 10 op 1, want op die manier zou de aankoop van Tsjechische goederen zijn bevoordeeld. Bent u verantwoordelijk voor het vaststellen van die koers?
VON NEURATH: Nee. In het decreet van 16 maart 1939 dat handelt over de instelling van het Protectoraat – een decreet waaraan ik op geen enkele wijze heb meegewerkt, ook niet aan het ontwerp – werd al bepaald dat de wisselkoers door de Reichsregierung zou worden vastgesteld. Voor zover ik weet was diezelfde koers de gebruikelijke op de aandelenmarkt en in de handel voordat het Sudetenland bij het Reich werd ingelijfd en daarna ook. Er moest natuurlijk een officiële koers worden vastgesteld en dat gebeurde met het decreet, uitgegeven door de autoriteiten in Berlijn.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: In verband met het decreet gedateerd 16 maart 1939, dat net is genoemd en dat kan worden gevonden onder nummer Von Neurath-144 in mijn documentenboek 5, zou ik in het bijzonder uw aandacht willen vestigen op Artikel 10 dat luidt:
“De verhouding tussen de twee munteenheden, de Tsjechoslowaakse en de Duitse, zal door de Reichsregierung worden bepaald.”
(tot de beklaagde): Het Tsjechische rapport beschuldigt u verder van het feit dat er spoorstaven zouden zijn weggehaald en naar Duitsland overgebracht. Weet u iets over die kwestie?
VON NEURATH: Over die kwestie weet ik niets en ik denk dat het zeker een vergissing is. Ik weet alleen dat er in 1940 onderhandelingen plaats vonden tussen de Reichsbahn en de Tsjechische Staatsspoorwegen betreffende het lenen, tegen vergoeding van spoorwagons en locomotieven. Maar de voorwaarde in dit geval was dat dit rollend materieel door het transportsysteem in het Protectoraat kon worden gemist. Afgezien daarvan vielen de spoorwegen in het Protectoraat niet onder mijn gezag maar waren direct ondergeschikt aan het Ministerie van Transport in Berlijn.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Ik zou willen verwijzen naar Artikel 8 van het decreet dat ik net heb genoemd en dat kan worden gevonden onder nummer Von Neurath-144 in mijn documentenboek 5.
(tot de beklaagde): Er wordt verder beweerd dat de Reichskommissar bij de Nationale Bank in Praag alle buitenlandse betalingen blokkeerde en alle aandelen en voorraden goud en vreemde valuta van de bank in beslag nam.
Had u iets met die kwestie te maken?
VON NEURATH: Ik had niets met die zaken te maken. De Reichskommissar bij de Nationale Bank in Praag werd rechtstreeks door de Reichsbank in Berlijn benoemd, of liever door het Ministerie van Financiën en hij kreeg zijn orders daar vandaan.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Het Tsjechische rapport vermeldt verder dat het u moet worden verweten, of u moet medeverantwoordelijk worden gesteld voor de vermeende inlijving van de Tsjechische banken en ondernemingen in de Duitse economie.
VON NEURATH: De Duitse banken en tot op zekere hoogte ook de Duitse industrie hadden er groot belang bij vaste voet te krijgen in het economische leven van het Protectoraat. Dit was echter iets dat al lang voor het instellen van het Protectoraat speelde. Daarom was het niet vreemd dat in het bijzonder de Duitse banken de gelegenheid te baat namen om Tsjechische aandelen en obligaties te verwerven en op die manier werd de controle over twee Tsjechische banken samen met hun industriële bezittingen in Duitse handen overgedragen op een manier die economisch gezien volkomen juist was. Ik meen dat de Union Bank in het Tsjechische rapport wordt genoemd, een bank die door de Deutsche Bank werd overgenomen en ik weet van dit geval heel toevallig dat het initiatief niet van Duitse kant kwam maar eerder van de Tsjechische Union Bank zelf. Maar noch ik, noch mijn agenten probeerden deze ontwikkeling op enige manier te stimuleren. Afgezien daarvan hadden al deze ondernemingen Tsjechische algemeen directeuren en maar in een paar gevallen werden er Duitse officials binnen gehaald. Het grootste deel van alle industriële ondernemingen bleef zuiver Tsjechisch net als vroeger.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Hoe was de situatie met betrekking tot de vermeende dwangmaatregelen waarvan de Aanklager volhoudt dat die tegen de Tsjechische landbouw werden toegepast? Kunt u daar iets over vertellen, over uw houding en over de maatregelen die u trof?
VON NEURATH: Dat hoofdstuk behoort tot de hele serie plannen van de Partij en de SS met betrekking tot de Germanisering, die al zijn genoemd. Het instrument voor dit Duitse vestigingsbeleid zou het Tsjechische Bodenamt moeten worden, dat op zich een Tsjechisch orgaan was – een overblijfsel van de voormalige Tsjechische dienst voor landbouwhervorming. Himmler benoemde allereerst een SS Führer op het Bodenamt als voorlopig leider.
De PRESIDENT: Het Tribunaal wenst hier niet alle details over te horen. Het Tsjechische rapport vermeldt blijkbaar dwang in de landbouw. Beklaagde zegt dat dat was dankzij de Partij en de SS en dat hij er niets mee te maken had. Wat is het nut van het geven van al die details over de geschiedenis van de landbouw in Tsjechoslowakije? U moet zich realiseren dat het Tribunaal....
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Ja, maar ik zou maar op een ding wilen wijzen.
(tot de beklaagde): Op het Bodenamt, dat functioneerde in het belang van het Nationaalsocialisme, werd door u na lange strijd nieuw personeel benoemd. Ik vind het belangrijk om dit ook op te helderen.
Meneer de President, ik zou een algemene opmerking willen maken. Ik heb gisteren gezegd dat mijn verhoor nog een uur zou duren. Maar gisteren, toen ik de zitting verliet heb ik nog een documentenboek gevonden over de aanklacht waardoor ik gedwongen was afzonderlijke vragen hier tot in meer bijzonderheden te behandelen. Om die reden, die ik niet kon voorzien, zal ik extra tijd nodig hebben.
De PRESIDENT: Goed, het Tribunaal heeft zich op het moment nog niet over de tijdskwestie gebogen. Waarom moet u op sommige vragen in gaan – ik weet niet wat het woord is, Amt – die met landbouw te maken hebben? Waarom wilt u daar op ingaan? Hij, beklaagde heeft gezegd dat hij er niets mee te maken had.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Jawel, op een bepaalde manier was hij erbij betrokken, Meneer de President, in zoverre deze maatregelen voor de landbouw door het Bodenamt werden genomen.
De PRESIDENT: Als hij erbij betrokken was, laat het hem dan uitleggen. Ik dacht dat hij zei dat de Partij en de SS dat deden.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Ja, maar via het Bodenamt en hij heeft dit voorkomen. Misschien kunt u er ons in het kort iets over vertellen, meneer von Neurath.
VON NEURATH: Ik meen dat dat volgens de uitspraken van de President van het Hof nauwelijks nodig is. In feite had ik geen rechtstreekse binding met het Bodenamt. Ik slaagde er alleen maar in een nogal onplezierige leider van deze dienst, een lid van de SS, te laten ontslaan.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Waren er tijdens uw ambtstermijn als Reichsprotektor gedwongen transporten van arbeiders naar het Reich?
VON NEURATH: Nee. In dit verband zal ik het ook kort houden.
Gedwongen arbeid bestond helemaal niet terwijl ik in het Protectoraat was. Er was een noodarbeidswet die was uitgevaardigd door de regering van het Protectoraat en die gold voor jongere mannen die in het Protectoraat werkten aan dringend noodzakelijk werk in het openbaar belang. Gedwongen deportatie van arbeiders naar het Reich kwam tijdens mijn ambtstermijn niet voor. In tegendeel, veel jonge mensen meldden zich vrijwillig voor werk in het Reich omdat destijds de arbeidsomstandigheden en de lonen in het Reich beter waren dan die in het Protectoraat.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Hoe kwam het ontslag uit uw ambt – en dit is mijn laatste vraag – het neerleggen van uw functie van Reichsprotektor tot stand?
VON NEURATH: Allereerst zou ik u willen zeggen waarom ik zo lang aanbleef, ondanks al die gebeurtenissen en geschillen. De reden hiervoor was dat ik ervan overtuigd was - en dat vandaag nog ben – dat ik moest aanblijven zolang ik met mijn geweten kon verenigen te voorkomen dat dit land, dat was toevertrouwd aan Duitsland onder de uiteindelijke heerschappij van de SS zou komen. Alles wat er in het land gebeurde na mijn vertrek in 1941 heb ik in feite door mijn aanwezigheid voorkomen. Zelfs wanneer mijn werk zo beperkt was geloof ik dat ik door aan te blijven niet alleen mijn eigen land een dienst bewees maar ook het Tsjechische volk; onder dezelfde omstandigheden zou ik vandaag de dag niet anders hebben gehandeld.
Afgezien daarvan geloofde ik dat ik in het bijzonder in tijd van oorlog een dergelijk moeilijke en verantwoordelijke functie slechts in uiterste noodzaak kon neerleggen. De bemanning van een schip gaat ook niet onder dek en legt de handen in de schoot wanneer het schip in gevaar is.
Dat ik niet voor 100 procent kon voldoen aan de wensen van de Tsjechen is iets dat iedereen zal begrijpen die met practische en niet alleen theoretische politiek te maken heeft. En dus geloof ik dat ik door in functie te blijven veel van de ellende heb voorkomen die het Tsjechische volk overkwam toen ik weg was. Deze mening werd ook gedeeld door een groot deel van de Tsjechische bevolking, zoals ik kon opmaken uit de talloze brieven die mij later door de Tsjechische bevolking werden gestuurd.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: En hoe gebeurde het dat u wegging, dat u uw functie neerlegde?
VON NEURATH: Op 23 september 1941 kreeg een telefoontje van Hitler die mij vroeg onmiddellijk naar het hoofdkwartier te komen. Daar zei hij tegen mij dat ik te mild was voor de Tsjechen en dat die gang van zaken niet langer kon voortduren. Hij zei me dat hij had besloten strenge maatregelen te nemen tegen de Tsjechische verzetsbewegingen en dat hij daarom de beruchte SS-Obergruppenführer Heydrich naar Praag zou sturen. Ik deed alles wat ik kon om hem hier vanaf te brengen maar slaagde daar niet in. Daarop vroeg ik toestemming om af te treden, omdat ik nooit verantwoordelijk kon zijn voor enige activiteit van Heydrich in Praag. Hitler weigerde mijn ontslag maar gaf mij toestemming om met verlof te gaan. Ik vloog terug naar Praag en de volgende dag zette ik mijn reis naar huis voort. Op hetzelfde moment waarop ik Praag verliet, kwam Heydrich aan.
Toen schreef ik Hitler vanuit mijn huis en vroeg hem weer om mijn onmiddellijke ontslag. Toen ik ondanks een herinnering geen antwoord kreeg, herhaalde ik mijn verzoek en legde meteen uit dat ik onder geen enkele voorwaarde naar Praag zou terugkeren, dat ik mijn kantoor had gesloten en dat ik vanaf dat moment weigerde op te treden als Reichsprotektor. Ik werd pas in oktober 1943 officieel van mijn functie ontheven.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Meneer de President, ik zou mijn verhoor van beklaagde willen besluiten met een kort citaat uit de Tsjechische aanklacht.
De PRESIDENT: Een ogenblik graag, werd bekend gemaakt dat u met verlof ging?
VON NEURATH: Ja.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Ja, dat wilde ik juist citeren, Meneer de President.
In de tekst van de Tsjechische aanklacht staat:
“Toen eindelijk in de tweede helft van september de Tsjechische ondergrondse weerstandsbeweging, met hulp van de BBC, een succesvolle boycot campagne begon tegen de door de Duitsers gecontroleerde pers, zagen de Duitse autoriteiten hun kans schoon om de Tsjechische bevolking een zware slag toe te brengen. Op 27 september 1941 zond Radio Praag het volgende bericht uit: “Reichsminister Freiherr von Neurath, Reichsprotektor für Böhmen und Moravien heeft het nodig gevonden de Führer om een lang verlof te vragen teneinde zijn slechte gezondheid te herstellen.”
Ter afsluiting staat er dan:
“Onder deze omstandigheden voldeed de Führer aan het verzoek van de Reichsprotektor en belastte SS-Obergruppenführer Heydrich met de leiding over het kantoor van de Reichsprotektor für Böhmen und Moravien voor de duur van de ziekte van Reichsminister von Neurath.”
Hiermee is mijn verhoor beëindigd, Meneer de President.
De PRESIDENT: Van september 1941 tot oktober 1946, woonde u toen op uw eigen landgoed, of waar?
VON NEURATH: Ja, Meneer de President.
Dr. VON LÜDINGHAUSEN: Mijn verhoor is beëindigd.
De PRESIDENT: De zitting wordt nu geschorst.

Definitielijst

collaboratie
Medewerking vanuit de bevolking aan de bezetters, meer in het algemeen samenwerking verleend aan de vijand door zogeheten collaborateurs.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
synagoge
Joods gebedshuis.
Theresienstadt
Stad in Tsjechië, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
17-06-2010
Laatst gewijzigd:
07-01-2016
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.