Vonnis Hans Fritzsche

Fritzsche wordt aangeklaagd op de Punten Een, Drie en Vier (uitleg) van de Aanklacht
Hij was het meest bekend als radiocommentator die eens per week de gebeurtenissen van de dag besprak in zijn eigen programma “Hans Fritzsche spricht.” Hij begon in 1932 met de uitzendingen; in hetzelfde jaar werd hij benoemd tot hoofd van de Schnelldienst, een afdeling van de Reichsregierung. Toen op 1 mei 1933 deze afdeling door de Nationaalsocialisten werd ingelijfd bij hun Reichsministerium für Volkserziehung und Propaganda werd Fritzsche lid van de Nazi Partij en ging over naar dat ministerie. In december 1938 werd hij hoofd van het Presseamt van het ministerie; in oktober 1942 werd hij bevorderd tot Ministerialdirektor. Na kort gediend te hebben aan het Oostfront bij een propagandacompagnie werd hij in november 1942 benoemd tot hoofd Afdeling Radio van het Ministerie van Propaganda en Gevolmachtigde voor de Politieke Organisatie van de Grootduitse Radioomroep.

Misdaden tegen de Vrede

Als hoofd van het Presseamt hield Fritzsche toezicht op de Duitse pers met 2.300 dagbladen. In het kader van deze functie belegde hij dagelijks persconferenties om de richtlijnen van het Ministerie van Propaganda aan de pers door te geven. Hij was echter ondergeschikt aan Dr. Dietrich, de Reichspressechef die op zijn beurt ondergeschikt was aan Dr. Goebbels. Het was Dietrich die de richtlijnen voor de pers ontving van Dr. Goebbels en andere Rijksministers en die bewerkte tot instructies die hij dan aan Fritzsche gaf om mee te delen aan de pers.
Van tijd tot tijd werd in “Die tägliche Parole des Reichspressechefs,” zoals deze instructies werden genoemd, de pers opgedragen bepaalde thema’s aan het volk te presenteren, zoals das Führerprinzip, die Judenfrage, het probleem van Lebensraum of andere standaard Nazi ideeën. Voorafgaand aan iedere grote agressieve actie werd een felle propaganda campagne gevoerd. Toen Fritzsche hoofd was van het Deutsches Presseamt instrueerde hij de pers hoe over de acties of oorlogen tegen Bohemen en Moravië, Polen, Joegoslavië en de Sovjet-Unie gerapporteerd moest worden. Fritzsche had geen invloed op de formulering van dit propaganda beleid. Hij was slechts een doorgeefluik voor de pers van de instructies die hem door Dietrich werden gegeven. In februari 1939 en voorafgaand aan de inlijving van Bohemen en Moravië bijvoorbeeld ontving hij bevel van Dietrich om Slowakije’s pogingen voor onafhankelijkheid en het anti-Duitse beleid en de politiek van de bestaande regering in Praag onder de aandacht van de pers te brengen. Dit bevel aan Dietrich was afkomstig van Buitenlandse Zaken.
De afdeling radio, waarvan Fritzsche in november 1942 het hoofd werd, was een van de 12 afdelingen van het Ministerie van Propaganda. In het begin oefenden Dietrich en andere afdelingshoofden invloed uit op het door de radio te volgen beleid. Tegen het einde van de oorlog werd Fritzsche echter binnen het ministerie de enige autoriteit in zake radio activiteiten. In deze hoedanigheid formuleerde en verspreidde hij dagelijkse “radioleuzen” onder alle Rijkspropaganda afdelingen, overeenkomstig het politieke beleid van het Nazi regime en onderworpen aan de richtlijnen van de afdeling Politieke Radio van Buitenlandse Zaken en de persoonlijke supervisie van Dr. Goebbels.
Fritzsche was met andere ambtenaren van het Ministerie van Propaganda aanwezig bij de dagelijkse stafvergaderingen van Dr. Goebbels. Hier werden zij geïnstrueerd over het beleid van de dag betreffende het nieuws en de propaganda. Na 1943 belegde Fritzsche deze conferenties soms zelf maar alleen wanneer Dr. Goebbels en zijn staatssecretarissen afwezig waren. En zelfs dan was zijn enige taak het doorgeven van de richtlijnen die Dr. Goebbels hem telefonisch gaf.
Dit is de samenvatting van Fritzsche’s positie en invloed binnen het Derde Rijk. Hij heeft nooit de status bereikt om deel te nemen aan de voorbereidende vergaderingen die tot aanvalsoorlogen leidden; volgens zijn eigen onbetwiste getuigenis heeft hij zelfs nooit een gesprek met Hitler gevoerd. Er is ook niets dat aantoont dat hij werd ingelicht over de beslissingen die tijdens deze conferenties werden genomen. Zijn acties kunnen niet worden beschouwd als vallend onder de definitie van het gemeenschappelijke voornemen tot het voeren van een aanvalsoorlog zoals in dit vonnis al is vermeld.

Oorlogsmisdaden en Misdaden tegen de Menselijkheid

De Aanklager heeft gesteld dat Fritzsche aanzette tot het plegen van oorlogsmisdaden en dat aanmoedigde door het opzettelijk vervalsen van nieuws om bij het Duitse volk die gevoelens op te wekken die hen brachten tot het plegen van wreedheden genoemd onder de Punten Drie en Vier. Zijn positie en zijn officiële taken waren echter niet voldoende belangrijk om aan te nemen dat hij deelnam aan het opzetten of formuleren van propaganda campagnes.
Als bewijsmateriaal ingediende uittreksels uit zijn toespraken tonen beslist anti-semitisme van zijn kant aan. Hij verkondigde bijvoorbeeld dat de oorlog was veroorzaakt door de Joden en zei dat “hun lot net zo onplezierig was gebleken als de Führer had voorspeld,” maar deze toespraken zetten niet aan tot vervolging of uitroeïing van de Joden. Er bestaat geen bewijs voor dat hij op de hoogte was van hun uitroeïng in het Oosten. Bovendien toont het bewijsmateriaal aan dat hij twee keer probeerde de publicatie van de anti-semitische Stürmer te verbieden, echter zonder succes.
In zijn uitzendingen verspreidde Fritzsche soms valse berichten maar het is niet bewezen dat hij wist dat die vals waren. Hij meldde bijvoorbeeld dat er geen Duitse U-boot in de buurt was toen de Athenia werd getorpedeerd. Deze informatie was onjuist maar Fritzsche, die het bericht van de Duitse Marine had gekregen, had geen reden om te geloven dat het niet waar was.
Het lijkt erop dat Fritzsche in zijn uitzendingen soms sterke uitspraken van propagandistische aard deed. Het Tribunaal is echter niet bereid vol te houden dat die waren bedoeld om het Duitse volk aan te zetten tot het plegen van wreedheden op onderworpen volkeren en hij kan niet worden gezien als deelnemer aan de ten laste gelegde misdaden. Zijn doel was eerder het kweken van een algemeen gevoel van steun aan Hitler en de Duitse oorlogsinspanning.

Conclusie

Het Tribunaal acht Fritzsche niet schuldig aan de Aanklacht en bepaalt dat hij door de Bode in vrijheid wordt gesteld zogauw de huidige zitting is geschorst.

Uitleg van de vier aanklachten:

  1. Samenzwering tot het voeren van een agressieve oorlog ofwel misdaden tegen de vrede
  2. het voeren van een agressieve oorlog
  3. oorlogsmisdaden
  4. misdaden tegen de menselijkheid

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Lebensraum
Nazi-term waarmee werd aan gegeven dat het overbevolkte Duitsland nieuwe gebieden (levensruimte) nodig had om te kunnen bestaan.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
Propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
U-boot
Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.

Bronnen

International Military Tribunal, Nuremberg 1947

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
27-07-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.