Nederlandse hulpmijnenvegers

Inleiding

Inhoudsopgave

Tijdens de mobilisatie in augustus 1939 beschikte Nederland over zestien mijnenvegers. De acht stalen mijnenvegers van de Jan van Amstel-klasse waren in twee gelijke groepen verdeeld in mijnenvegerdivisies in Nederlandse en Nederlands Oost-Indische wateren. De vier A-klasse mijnenvegers opereerden ook in de Nederlandse gebiedsdelen in het Verre Oosten terwijl Hr. Ms. M1 t/m M4 de Divisie Mijnenvegers II vormden die haar werkzaamheden verrichtten vanuit IJmuiden.

Deze zestien schepen waren niet voldoende om de vele Nederlandse en Nederlands Oost-Indische waterwegen vrij te houden van vijandelijke mijnen. Daarom werd reeds in de tweede helft van 1939 een aanvang gemaakt met het vorderen van visserstrawlers, die omgebouwd werden tot hulpmijnenveger of boeienlegger. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen, op 10 mei 1940, weken tientallen trawlers uit naar Groot-BrittanniŽ. Ook hiervan werd, in overleg met de Britten, een groot aantal omgebouwd om mijnen te kunnen vegen. Dit ombouwen betekende niets meer dan dat de trawlers uitgerust werden met een Oropesa-tuig om verankerde mijnen te kunnen ruimen. Vanaf 1941 werd een aantal van de aangepaste vissersvaartuigen uitgerust met een tuig tegen akoestische mijnen.

De bemanningen van de vissersschepen werden in de meeste gevallen gemilitariseerd door het ondertekenen van de vijfjarige Verbintenis voor VRH personeel (Vrijwillige Reserve Hulpschepen). Het commando van een gevorderde trawler kwam in handen van een marineofficier. De Nederlandse hulpmijnenvegers opereerden onder Nederlandse vlag maar onder Brits bevel.

In 1942 werd begonnen de gevorderde trawlers te vervangen door houten mijnenvegers met dieselmotoren die in Groot-BrittanniŽ gebouwd werden. Nederland kocht in totaal 19 Britse mijnenvegers. Elf Ameland-klasse motormijnenvegers van 105 voet en acht Duiveland-klasse motormijnenvegers van 126 voet kwamen van 1942 tot 1944 onder Nederlandse vlag. Deze schepen waren niet alleen geschikt om verankerde mijnen te vegen maar konden ook worden ingezet tegen magnetische en akoestische mijnen omdat zij uitgerust konden worden met het LL-tuig en het Hammerblock-tuig.

In Nederlands Oost-IndiŽ werden 27 schepen van de Dienst der Gewestelijke Vaartuigen en een tweetal gevorderde sleepboten omgebouwd tot hulpmijnenveger. De Dienst der Gewestelijke Vaartuigen viel samen met de Dienst der Bebakening en Kustverlichting en de Gouvernements Marine onder de Dienst van Scheepvaart. De burgerbemanningen van de schepen werden voor onbepaalde tijd gemilitariseerd en aangevuld met personeel van de marine. Officieren van de Koninklijke Marine werden aangesteld als commandant of de gezaghebber van de Dienst van Scheepvaart nam het commando als militair op zich maar met behoud van zijn oorspronkelijke rang. Een aantal van de Gewestelijke Vaartuigen was nog in aanbouw bij het uitbreken van de oorlog in Europa.

Alle Nederlandse (hulp-)mijnenvegers kregen de beschikking over herkenningstekens per divisie en individuele identificatietekens (zie identificatie Nederlandse (hulp-)mijnenvegers).

Definitielijst

Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Hammerblock-tuig
Mijnenveegtuig tegen akoestische mijnen. Een pneumatische hamer in een kegelvormige container werd door een mijnenveger voortgetrokken aan een lange kabel met een drijver. Het geluid van de hamer bracht de mijn tot ontploffing.
LL-tuig
Mijnenveegtuig tegen magnetische mijnen. Een lange kabel, voortgetrokken door een mijnenveger. werd onder hoogspanning gebracht en verstoorde het magnetisch veld van de mijn die hierdoor tot ontploffing kwam.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Nachtelijke oefening met een dubbelloops 12,7mm mitrailleur aan boord van een gevorderd vissersschip.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De tot hulpmijnenveger omgebouwde trawler Hr. Ms. Bruinvisch.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


In kiellinie varende gevorderde trawlers in 1939.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Seiner aan boord van een gevorderd vissersvaartuig.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Een onschadelijk gemaakte contactmijn.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
24-08-2010
Laatst gewijzigd:
01-10-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.