April-meistakingen van 1943

Rol van de NSB

NSB-leiding

Voor de leiding van de NSB komt het bericht van de terugvoering van de krijgsgevangenen als een even grote verrassing als voor ieder ander. Hitler mocht Mussert, de leider van de NSB, dan wel tot “Leider van het Nederlandse volk” hebben gebombardeerd, bij Seyss-Inquart heeft hij als het er op aankomt niets in te brengen. Het ontbreken van enig overleg wordt op het NSB-hoofdkwartier aan de Utrechtse Maliebaan overigens als een geluk bij een ongeluk beschouwd. Nu kon Mussert met goed fatsoen stellen dat het een zuiver Duitse maatregel betrof waarmee de NSB niets uitstaande had. Het hoogste kader vraagt zich vertwijfeld af of de NSB nog wel toekomst heeft. De partij moet nu toch wel het laatste restje sympathie onder de bevolking hebben verspeeld. De als gematigd bekende staande vertrouweling van de ‘Leider’, de Rotterdamse burgemeester ir. F.E. Muller, staat op het standpunt dat de Duitsers “de laatste weg naar het hart van het goedwillende deel van de bevolking hebben versperd”. Maar slechts enkele dagen later informeert de ‘politiek leider van de burgemeesters’ per telex de SD in Berlijn hoe de kaarten er op dat ogenblik bij liggen. Hij zit weer op het oude spoor. Mussert hervindt zich eveneens en noemt de afkondiging van het standrecht in het eerste nummer van “Volk en Vaderland” na de stakingen “een politiemaatregel die helaas nodig was”. De stakingen zelf doet de man die zichzelf als de beschermer van de Nederlandse belangen beschouwt, af als “dwaasheden”. Voor zijn volgelingen is daarmee de discussie gesloten. In de volgende weken zullen verscheidene functionarissen, onder wie ook officials die aanvankelijk op matiging hebben aangedrongen, voor de Duitsers rapporten schrijven waarin personen en bedrijven worden genoemd die voor de onlusten verantwoordelijk moeten worden gesteld.

NSB-burgemeesters

In een moeilijk parket verkeren de burgemeesters. Zij dreigen tussen wal en schip bekneld te raken, ook de NSB-ers onder hen. De laatsten kunnen niet over één kam worden geschoren. Daar was, om een enkel voorbeeld te noemen, de burgemeester van Kollumerland, boer Gerben Feitsma, die rustig en gematigd optrad en alles in het werk stelde om escalatie te voorkomen. Tegelijkertijd was daar de burgemeester van Sneek, J.R.J. Schut, een voormalig predikant, die eigener beweging telefonisch contact met de SD in Leeuwarden opnam om door te geven wat een bezoeker hem had verteld, namelijk: “In Oudega (Wymbritseradeel) is een soort revolutie uitgebroken.” De snel gearriveerde Grüne Polizei neemt hem mee om in het dorp schuldigen aan te wijzen.

De burgemeester van Oost-Dongeradeel (Friesland), A. IJkema, algemeen bekend als “Domme Auke”, raakt in het nauw wanneer hij twee ‘raddraaiers’ in het gemeentehuis in Metslawier laat opsluiten. Als zich voor het gebouw een menigte van circa 300 dorpelingen verzamelt en hun vrijlating eist, laat hij door de deur op de demonstranten schieten.

De NSB-burgemeester van Nieuwe-Pekela (Groningen) krijgt het Spaans benauwd wanneer een menigte het gemeentehuis binnendringt en het gemeentepersoneel dwingt het werk neer te leggen. In zijn kamer rukken een paar mannen het portret van Mussert van de muur, slaan dat op zijn hoofd stuk en hangen hem de lijst om de hals. Vervolgens wordt hij op een ondiepe plaats het kanaal in geduwd. Hij wordt pas op de wal geholpen wanneer hij z’n NSB-speldje heeft afgedaan en “Oranje boven” heeft geroepen.

Na afloop van de stakingen worden 33 burgemeesters ontslagen en vervangen door heren die de nieuwe orde zijn toegedaan. De meeste hebben daarvoor wel eerst een burgemeesterscursus moeten volgen...

Gewone leden

Evenals tussen de NSB-burgemeesters bestonden ook tussen de ‘gewone’ leden grote verschillen. In Drente waar velen zich al vóór de oorlog achter het vaandel van de NSB hadden geschaard, werden zij soms ontzien en soms buitengesloten. Tijdens de stakingen hielden velen zich op de achtergrond, bang als zij waren het slachtoffer van volkswoede te worden. Maar de woede richtte zich eerder op de Duitse onderdrukker dan op zijn Nederlandse handlangers. De vertegenwoordiger van de rijkscommissaris in Drente is de enige onder de Beauftragten die er in z’n rapportage melding van maakt dat hij ook in NSB-gelederen anti-Duitse gevoelens heeft waargenomen. Naast degenen die het maar het verstandigst vonden zich gedeisd te houden, waren er die van harte de vijand actieve hulp boden door SD en Grüne Polizei op ‘oproerlingen’ opmerkzaam te maken en hun huizen aan te wijzen. In het algemeen was de Beauftragte in Drente het met zijn collega’s eens dat de NSB “goede diensten” had verleend.

De collaboratie had een overwegend individueel karakter; collectieve actie is er weinig gevoerd, al vermeldde de plaatsvervangend Bevollmächtigte voor Gelderland in zijn rapport dat de districtsleider van de NSB zich samen met zijn mannen ter beschikking had gesteld. “De WA verscheen zonder aansporing in uniform en verleende vooral in afgelegen streken goede diensten.” Ook in Eindhoven weerden NSB-ers zich geducht. De uit de Landwacht gerekruteerde Hulppolitie werd belast met de bescherming van partijbonzen en partijgebouwen. Van gewapend optreden tegen landgenoten is niets bekend.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Burgemeester F.E. Müller in NSB-uniform (rechts) voor het Raadhuis te Rotterdam, samen met Beauftragte van Rotterdam Völckers (links) en NSB-leider Mussert (midden).
(Bron: Beeldbank WO2)

Informatie

Artikel door:
Henk van der Molen
Geplaatst op:
16-11-2010
Laatst gewijzigd:
01-05-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.