April-meistakingen van 1943

Het uitbreken van de stakingen

Nederland in rep en roer

De dagbladen van donderdag 29 april 1943 bevatten opzienbarend nieuws: de leden van het voormalige Nederlandse leger zullen terstond opnieuw in krijgsgevangenschap worden teruggevoerd. Volgens weermachtbevelhebber Friedrich Christiansen hebben de Nederlanders de maatregel uitsluitend te wijten aan ‘ophitsers’ die op misdadige wijze leden van het voormalige Nederlandse leger tot vijandig gedrag hebben aangezet. Daarmee hebben zij het door de Führer in hen gestelde vertrouwen schandelijk beschaamd. Had de Führer zich niet buitengewoon grootmoedig betoond door al in juni 1940 alle Nederlandse krijgsgevangenen naar hun haardsteden terug te laten keren?

Nederland is in rep en roer. Heftige verontwaardiging en diepe bezorgdheid strijden om de voorrang. Maar overheersend zijn de gevoelens van onzekerheid. Wat heeft dit te betekenen? Buren steken de hoofden bij elkaar. De bekendmaking van de opperbevelhebber in Nederland laat veel vragen open. In de Duitse versie staat Wehrmacht, de strijdkrachten. Sluit dit niet ook de marine en de luchtmacht in? Is ‘leger’ in het Duits niet ‘Heer’? En wat moet men ervan denken dat betrokkenen zich t e r s t o n d moeten melden? Moeten de militairen direct hun koffers pakken? Proberen snel een onderduikadres te vinden? Worden er helemaal geen vrijstellingen verleend?

Er gaat een dag overheen eer Christiansen een tweede bekendmaking met nadere informatie doet uitgaan. Het blijkt te gaan om beroepspersoneel beneden de rang van officier, geboren na 31 maart 1898 en in mei 1940 in werkelijke dienst van de landmacht. Vrijgesteld zijn de politie, brandweer en het kader van de luchtbescherming, tezamen zo’n 10.000 man. Voorts de gedemobiliseerden werkzaam in de landbouw of bij bedrijven die weermachtorders uitvoeren. De eerste duizend man moeten zich op 7 respectievelijk 10 mei in een militaire barak in Amersfoort melden. De reserve-officieren zijn in juni aan de beurt. Wat de betrokkenen moeten meenemen? “Zoveel mogelijk uniform, anders burgerkleding. Dringend wordt aanbevolen zondagse kleren (sic), wollen dekens, lijfgoed en extra-schoeisel mee te brengen. De bagage mag de omvang van twee handkoffers niet overschrijden.” Medio augustus moeten de laatsten hun oproep hebben ontvangen. Een deel moet zich in Assen melden.

De rijkscommissaris, dr. Arthur Seyss-Inquart, heeft de afkondiging van de beschikking van de Führer (Führererlaβ) aan de militaire bevelhebber Christiansen moeten overlaten. Terugvoering in krijgsgevangenschap is in eerste instantie een aangelegenheid van de Wehrmacht. Zelf is Seyss-Inquart als hoogste burgerambtenaar niet zonder bedenkingen. Hij betwijfelt of de bezettende overheid wel voldoende gezag heeft om de maatregel af te dwingen. Uiteraard is het onmogelijk alle militairen een voor een te arresteren. Bovendien vreest hij een ernstige terugslag in het Nederlandse bedrijfsleven. Daarom dringt hij er op aan mit Vorsicht te werk te gaan. Ook het Auswärtige Amt (ministerie van Buitenlandse Zaken) is niet enthousiast. De vijand kan propagandistische munt slaan uit de beslissing om de krijgsgevangenen in de oorlogsindustrie tewerk te stellen. Dat is immers in strijd met de Conventie van Genève. En is het wel verstandig de bekendmaking één dag voor de verjaardag van prinses Juliana en twee dagen voor de Dag van de Arbeid te publiceren? Juist op die dagen moet rekening worden gehouden met volksverzet. Maar ook los van de gekozen datum zijn ongeregeldheden te verwachten. Dan weet de Höhere SS- und Polizeiführer Hanns Albin Rauter, verantwoordelijk voor rust en orde, echter wat hem te doen staat. Hij zal met alle middelen elk verzet in de kiem smoren.

De ‘terugvoering’ wordt inderdaad een fiasco, groter dan de ergste pessimisten hadden gevreesd. Van de 240.000 in aanmerking komende militairen zijn niet meer dan ongeveer 11.000 daadwerkelijk opnieuw in krijgsgevangenschap geraakt. De beroepsofficieren, 2071 in getal, waren al op 15 mei 1942 naar kampen overgebracht. In totaal hebben zo’n 13.000 militairen de resterende oorlogsjaren in gevangenschap moeten doorbrengen. Van hen zijn er ongeveer 400 voor het eind van de oorlog overleden.

Londen slecht op de hoogte

De burgerij moet het na Christiansens bekendmaking hebben van de gedrukte media: van de (gelijkgeschakelde) dagbladen en van overal aangeplakte posters. Radio Hilversum zwijgt als het graf: Londen moet zo lang mogelijk in onwetendheid worden gelaten. Dat lijkt aardig te lukken. Op donderdagavond weet Londen nog van niets en op vrijdagavond brengt “Radio Oranje” weinig ander nieuws dan de viering van de 34ste verjaardag van prinses Juliana. Maar op de morgen van die vrijdag heeft het hoofd van de zender, H.J. van den Broek (“De Rotterdammer”) wel via de luisterdienst van de BBC een summier bericht uit een Duitse uitzending voor Japan ontvangen. In de berichtgeving spreekt men zichzelf echter faliekant tegen. Korte tijd later krijgt hij een persbericht uit Zwitserse bron onder ogen. Daarin wordt alleen bericht dat oud-militairen zich moeten melden. Niemand weet wat er precies aan de hand is. In overleg met premier Gerbrandy wordt via de radio aan bezet Nederland als richtlijn gegeven: “zich rustig houden, alle oproepen en bevelen doodgewoon negéren, niet het hoofd in de muil van de tijger steken; als het absoluut noodzakelijk is, trachten zich onvindbaar te maken.”

Rustig houden? Het mocht wat! Je onvindbaar maken? Alsof dat zo eenvoudig is! Niemand wordt hier echt wijzer van. Dagenlang is er vanuit Londen vrijwel geen nieuws van het stakingsfront. Het duurt tot maandag 3 mei eer minister-president Gerbrandy zich via de radio tot het volk richt. De Britse prime minister Winston Churchill heeft hem inmiddels te verstaan gegeven – maar dat houdt hij voor zichzelf - dat van een feitelijk ingrijpen van geallieerde zijde geen sprake kan zijn. Gerbrandy kan daarom geen ander advies geven dan al geruime tijd geldt: de vijand zoveel mogelijk afbreuk doen. Het woord ‘stakingen’ vermijdt hij, maar wel voegt hij veelzeggend aan z’n opwekking toe dat deze “geen oproep tot algemeen gewapend verzet” inhoudt. Aan gewapend verzet denken slechts weinigen, maar dat dit nadrukkelijk wordt gezegd stemt tot nadenken. Intussen lopen de stakingsacties dan al bijna overal ten einde.

STAAKT!!! STAAKT!!!

Al op de dag van de afkondiging, op donderdag 29 april, wordt de geest van verzet over grote delen van het Nederlandse volk vaardig. “Dit pikken we niet”, kan men alom horen. Als de circa 3.000 werknemers van machinefabriek Gebr. Stork en Co. NV in Hengelo tijdens de schaft bij drukkerij Smit van de aankondiging van de weermachtbevelhebber kennisnemen, besluiten zij spontaan het werk neer te leggen. Tussen twee en half drie loopt de fabriek leeg, spoedig gevolgd door andere bedrijven. Nog dezelfde middag zijn al 28 van de 41 grote Twentse fabrieken, bij elkaar zo’n 21.000 man, in staking. Via de telefoon worden collega’s opgewekt het voorbeeld van de collega’s van Stork te volgen. Anderen pakken de fiets om in omliggende plaatsen de mensen tot staking te bewegen. Treinreizigers verbreiden het nieuws via tussenstations. In de kortst mogelijke tijd – mit Windeseile meldt een Duitse bron – slaat de vlam over naar andere streken des lands.

In enkele delen hebben de stakingen een algemeen karakter, in die zin dat er niet alleen collectief wordt gestaakt door omvangrijke groepen fabrieksarbeiders en mijnwerkers die vanouds een grote solidariteit aan de dag leggen, maar ook individueel, door zelfstandigen, kleine neringdoenden. Kruideniers sluiten veelal pas de luiken nadat zij ongeruste huisvrouwen de gelegenheid hebben gegeven om levensmiddelen in te slaan. Want wat gaat er gebeuren? Overbezorgde burgers tappen water af voor het geval de waterleiding wordt afgesloten. Een fietsenmaker op een dorp weigert de band te plakken van een passant hoewel deze nog een flinke rit voor de boeg heeft. “Man, ik staak.” De man gaat pas overstag wanneer de onbekende hem ervan heeft overtuigd dat hij op weg is naar een vergadering van de top van de provinciale illegaliteit. Op het platteland zijn de stakingen later begonnen dan in de grotere bevolkingscentra, maar zij hebben daar wel langer geduurd. In Twente begon het verzet, maar werd het ook het eerst beëindigd.

Volgens een door de SD op 10 mei (intern) verspreid Stimmungsbericht hebben ongeveer een half miljoen mannen en vrouwen aan de stakingen deelgenomen. Dit getal kan niet worden geverifieerd.

Definitielijst

Conventie van Genève
De verzamelnaam voor vier verdragen die in Geneve zijn geformuleerd en die, onderdeel uitmakend van het internationaal recht, de rechtsregels bepaalt voor oorlogstijd. Deze verdragen hielden zich onder andere bezig met de behandeling van oorlogsslachtoffers en gewonde soldaten, de erkenning van het Rode Kruis als beschermd orgaan in oorlogstijd, rechtsregels bij oorlogen op zee, bescherming van krijgsgevangenen en burgers in oorlogstijd.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Radio Oranje
Radiozender die gedurende WO II vanuit Londen uitzond. Speciaal gericht op het bezette Nederland.
rijkscommissaris
Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Friedrich Christiansen, bevelhebber van de Wehrmacht in Nederland.
(Bron: Beeldbank WO2)


De oproep van Friedrich Christiansen die op 29 april 1943 in de Nederlandse kranten verscheen.
(Bron: kranten.kb.nl)


Drukkerij Smit in Hengelo.
(Bron: Beeldbank WO2)


Bakkers in Vriezenveen overleggen over hun deelname aan de staking.
(Bron: Beeldbank WO2)

Informatie

Artikel door:
Henk van der Molen
Geplaatst op:
16-11-2010
Laatst gewijzigd:
20-11-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.