April-meistakingen van 1943

Duitse reactie

Achtergrond

SS-Gruppenführer Hanns Rauter, de hoogste Duitse politiechef in Nederland, is aanzienlijk beter op de hoogte dan de Nederlandse regering in Londen. Al in de middag van de eerste stakingsdag, dus op donderdag 29 april, kan hij zijn chef, de Reichsführer-SS Heinrich Himmler, ervan op de hoogte stellen dat groepen arbeiders uit diverse fabrieken in Hengelo het werk hebben neergelegd. De Gruppenführer kent inmiddels ook al de achtergronden van de onlusten. Zijn informanten hebben hem ingeseind dat de mensen op straat een mogelijke invasie als reden voor de terugvoering noemen en dat het volgens hen kennelijk de bedoeling is de krijgsgevangenen in de Duitse oorlogsindustrie tewerk te stellen. “Eerst heeft men de Joden naar Duitsland afgevoerd en nu zijn de soldaten aan de beurt”, zegt men op straat.

Wat de ‘man in the street’ volgens Rauter te berde brengt, is overeenkomstig de feiten. Naar de mening van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW) vormen de leden van het voormalige Nederlandse leger een bedreiging wanneer, zoals wordt verwacht, in West-Europa een Tweede Front wordt geopend. Vooral de kuststrook, waaraan men bij een geallieerde invasie allereerst moet denken, is dichtbevolkt. De gedachte aan een “dolkstoot in de rug” is voor de Duitsers sinds de Eerste Wereldoorlog een obsessie. Sommigen houden het zelfs voor mogelijk dat een eventuele opstand in de Nederlanden overslaat naar België en misschien zelfs naar Frankrijk.

Door de Wehrfähigen (weerbare mannen) naar Duitsland over te brengen, slaat men twee vliegen in één klap. Enkele honderdduizenden veelal nog (betrekkelijk) jonge mannen vormen een aantrekkelijk arbeidsreservoir. En de Bevollmächtigte für den Arbeitseinsatz, Gauleiter Fritz Sauckel, heeft een onverzadigbare honger naar arbeidskrachten nu steeds meer Duitsers voor het front worden opgeroepen. De ex-militairen moeten dan ook in kampen in industriegebieden worden ondergebracht. Het Auswärtige Amt (Ministerie van Buitenlandse Zaken) gaat uit van zo’n 300.000 man – vrijstellingen niet meegerekend - van wie dan 100.000-120.000 man kunnen worden ingeschakeld bij kustverdedigingswerken in eigen land.

Rauter treedt hard op

Gruppenführer Rauter laat geen tijd verloren gaan: alle verzet moet zo snel mogelijk de kop in worden gedrukt. Hij doet het rücksichtlos (meedogenloos), zeggen de Nederlanders die zich een aantal typerende Duitse woorden hebben eigen gemaakt. Nog op de middag waarop in Twente stakingen uitbreken, commandeert Rauter het in Arnhem gelegerde, 200 man tellende 3de bataljon van het 28. SS-Polizeiregiment “Todt” naar Hengelo. Voorts geeft hij de Ordnungspolizei, die de openbare orde moet handhaven – ook wel naar hun uniform Grüne Polizei genoemd - bevel in het gehele land patrouille te lopen. Naarmate de stakingen zich uitbreiden, groeit ook de ‘anti-terreurbrigade’ van de Höhere SS- und Polizeiführer: behalve genoemde politie-eenheden behoren daartoe enkele bataljons van de Waffen-SS, het overwegend uit (voormalige) Nederlandse kampbewakers bestaande SS-Wachbataillon Nord West en de SS Schule Avegoor (bij De Steeg). En dan zijn er natuurlijk de Sicherheitsdienst (de inlichtingen- en spionagedienst) en de Sicherheitspolizei, gevormd door de Gestapo en de Kriminalpolizei (de geheime staatspolitie en de recherche). Ook de Nederlandse politie wordt ingeschakeld. Zij wordt onder het directe bevel van Duitse Kommandeure geplaatst. De politie deed haar plicht, aldus een van de Beauftragten (provinciale vertegenwoordigers van de rijkscommissaris) in zijn rapport, maar “ziemlich schlapp”, tamelijk slap. Dat is volgens onderzoeker Sijes van het RIOD (het huidige NIOD) in overeenstemming met de werkelijkheid. De politie deed noodgedwongen mee maar probeerde er zich met een jantje-van-leiden van af te maken. Van geen Nederlandse agent is bekend dat hij raak heeft geschoten.

Polizei en SS krijgen van Rauter ondubbelzinnige instructies: zij moeten onmiddellijk het vuur openen wanneer zij op de openbare weg samenscholingen van vijf of meer burgers ontwaren. Niet eerst waarschuwingsschoten lossen maar onverwijld op de mensen richten. En raak schieten! Er moeten doden vallen. Alleen Frauen sind zu schonen, alleen vrouwen moeten worden ontzien. Maar op de avond van 1 mei wordt de 24-jarige Grietje Dekker uit Musselkanaal (Groningen) in Mussel door een patrouille in de buik geschoten. De Ordnungspolizei belooft een te hulp geschoten huisarts na veel bidden en smeken het zwaargewonde meisje naar het ziekenhuis in Emmen te vervoeren. De politiemannen stoppen evenwel buiten het dorp, leggen haar in de berm en schieten haar vervolgens enkele malen door het hoofd. Grietje sterft. Op de dag van haar verloving! Het stoffelijk overschot wordt meegenomen en is tot op vandaag vermist. In het Friese dorp Opeinde wordt de tienjarige Willem de Vries dodelijk getroffen. Wilde schietpartijen doen zich in een groot aantal dorpen en steden voor. Vrijwel overal waar wordt gepatrouilleerd vallen doden en gewonden. Te veel om op te sommen.

Politiestandrecht

Een belangrijk wapen in de bestrijding van de Unruhen vormen de Polizeistandgerichte, die ad hoc worden gevormd en vonnissen kunnen vellen met terzijdestelling van alle geldende rechtsregels. Zij moeten verfassungsmäβig, in overeenstemming met de grondwet (sic), door de rijkscommissaris worden ingesteld, maar de vonnissen moeten door Rauter worden bekrachtigd en tenuitvoergelegd. Vanaf zaterdag 1 mei functioneren standgerechten in Groningen, Hengelo, Amsterdam, Den Haag en Maastricht. De nazirechters gaan voortvarend te werk: de eerste doodvonnissen worden geveld en binnen enkele uren voltrokken. Hoger beroep is onmogelijk. De namen van de veroordeelden worden op posters afgedrukt en overal aangeplakt. Als reden voor de doodvonnissen wordt meestal niet meer vermeld dan: “wegens overtreding van de verordeningen van het standrecht”. De voorbijgangers huiveren. Het aanvankelijk overheersende gevoel van bevrijding smelt als sneeuw voor de zon. De Rotterdamse SD-chef, Wölk, heeft dat gevoel omschreven als “freudig und hoffnungsfroh” (opgewekt en vol goede hoop). Maar, voegde hij er in een rapport aan de rijkscommissaris met scherpe blik aan toe, nu is de breuk tussen het Duitse en het Nederlandse volk wel definitief. De stakers in het Gelderse Hattum, die met vrouwen en kinderen hossend en vaderlandse liederen zingend door de straten zijn getrokken, zitten timide achter de gordijnen. Hoe lang kan dit zo doorgaan?

Niet in alle gevallen laat Rauter de vonnissen voltrekken. Een aantal houdt hij in petto en volstaat hij met dreigementen: wanneer in de betrokken regio het werk niet onmiddellijk wordt hervat, zullen de vonnissen alsnog worden voltrokken. Veroordeelden als Todeskandidaten. In het algemeen staat de doodstraf op het deelnemen aan samenscholingen en stakingen, het in bezit hebben van schiet-, slag- of stootwapens, het in bezit hebben (laat staan verspreiden) van opruiende pamfletten en het zich verzetten tegen de openbare macht.

In het kader van het standrecht wordt ook een ‘spertijd’ ingevoerd: het is verboden zich tussen 20.00 en 6.00 uur in de open lucht op te houden. Ook is het verboden in openbare lokaliteiten alcoholische dranken te schenken. Werkgevers mogen aan stakers geen loon uitbetalen over de dagen waarop het werk heeft stilgelegen. Op vergrijpen tegen deze beschikking staat gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaar en een geldboete tot een onbeperkt bedrag.

Moord en doodslag

De bezetter doet het voorkomen dat hij volgens geldend recht handelt, althans naar wat de nazi’s onder recht verstaan. De schijn bedriegt: processen worden slechts voor de show gevoerd; zij kenmerken zich door volstrekte willekeur. Elke burger moet zichzelf als potentieel slachtoffer beschouwen. De volgende dagen worden veelal lukraak arrestaties verricht, de gearresteerden worden beticht van niet gepleegde vergrijpen en veroordeeld tot straffen die tot de beschuldiging in geen enkele verhouding staan. De 19-jarige Broer de Witte uit Blauwhuis (Friesland) wordt op 3 mei standrechtelijk gefusilleerd, hoewel hij niet méér op zijn geweten heeft dan dat hij met een groep leeftijdgenoten (“eine Bande von halbwüchsigen Burschen” – een bende opgeschoten knapen) melkleveranties aan de zuivelfabriek heeft gesaboteerd door melkbussen van wagens te gooien en leeg te laten lopen.

In een besloten vergadering van districtleiders van de NSB zal Rauter naderhand z’n tactiek toelichten. “Het gaat er bij de bestrijding van onlusten niet om dat de juiste mán wordt neergeschoten, maar dat er op het juiste moment dóden vallen.” Rauter gaat berekenend tewerk. Zo deelt hij op een gegeven ogenblik aan de voorzitter van het Maastrichter standgerecht telefonisch mee dat er in Limburg van de vijftien gearresteerden niet vier, maar zeven man ter dood moeten worden veroordeeld. Maar op maandag 3 mei, wanneer op de meeste plaatsen het werk wordt hervat en het er naar uitziet dat de mijnwerkers de dag daarop weer in de mijnen zullen afdalen, gratiëert hij tien Limburgers. Van de in totaal 116 uitgesproken doodvonnissen zijn er tachtig voltrokken. “Eerst moet je hard ingrijpen”, betoogt Rauter, “en vervolgens kun je dan ontspannen, opdat met weinig doden voldoende bereikt wordt.” Weinig doden – maar elke dode staat wel voor een menselijke tragedie!

Tot het uitoefenen van terreur behoort ook het verdonkeremanen van de lichamen van slachtoffers. De familieleden moeten worden geprangd door de vraag: waar is mijn zoon, waar ligt mijn man? Verdwenen in Nacht und Nebel, zeggen de Duitsers. Van de in totaal 175 dodelijke slachtoffers worden er bijna honderd in onbekende massagraven gedumpt. Ondanks tientallen jaren van nasporingen zijn de graven van 52 van hen nog steeds (in 2010) onbekend. Daar is bijvoorbeeld de nog maar 25-jarige gereformeerde boer Berend Trip uit Nieuw-Buinen (Drente), die een menigte van rond 400 mensen heeft ‘opgeruid’ tot het plegen van (passief) verzet. Voor het standgerecht neemt hij alle verantwoordelijkheid op zich om anderen zo mogelijk vrijuit te laten gaan. In een telexbericht aan Rauter prijzen de rechters hem om zijn fabelhafte (fabelachtige) persönliche Haltung. Maar hij wordt wel nog dezelfde avond doodgeschoten. Een half jaar na de bevrijding vindt men zijn stoffelijk overschot in het massagraf “De Appelberg” bij Glimmen.

Vanaf 4 mei, wanneer de situatie op de meeste plaatsen in het land weer min of meer ‘normaal’ is, worden stoffelijke overschotten aan nabestaanden overgedragen. Zij moeten ’s morgens vóór 7 uur onder toezicht van de politie vanuit een lijkenhuisje worden begraven. De lichamen dienen zonder enige plechtigheid ter aarde te worden besteld; alleen naaste familieleden mogen daarbij aanwezig zijn. Rouwadvertenties mogen niet worden geplaatst: voorkomen dient te worden dat begrafenissen ‘ontaarden’ in anti-Duitse demonstraties. Op deze verstolen wijze wordt de 35-jarige boer Freerk Wijnia uit het Friese Suameer, een vooraanstaand man in het verzet, in zijn woonplaats begraven. Op 4 mei weigert hij halsstarrig melk aan it fabryk te leveren en verkoopt hij z’n melk zo veel mogelijk aan particulieren. Hij gaat daar zelfs onverstoorbaar mee door wanneer hij door een Duitse patrouille wordt overvallen. Vervolgens vertikt hij het om mee te gaan naar de SD in Groningen, naar het beruchte Scholtenhuis. “As ik dochs deasketten wurde moat, dan op myn eigen hiem ” (Als ik dan toch doodgeschoten moet worden, dan op mijn eigen erf.) Daarop haalt de patrouillecommandant de trekker van z’n pistool over….. Boer Wijnia is een van de laatste slachtoffers in Noord-Nederland. In totaal vallen er in Friesland, Groningen en Drente 56 dodelijke slachtoffers – in verhouding meer dan elders.

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
invasie
Gewapende inval.
Nacht und Nebel
Nacht und Nebel (NN), oftewel Nacht en Nevel, was een speciale strafklasse die de 'Chef des Oberkommando der Wehrmacht' veldmaarschalk Wilhelm Keitel in opdracht van Adolf Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog liet instellen om verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
rijkscommissaris
Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
Tweede Front
Tijdens WO II de naam voor het front dat de Amerikanen en de Engelsen in het Westen zouden openen om het (eerste) Russische front te verlichten.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hanns Rauter, de hoogste Duitse politiechef in Nederland.


Exercitie in SS-opleidingskamp Avegoor.
(Bron: Beeldbank WO2)


Afkondiging van het politiestandrecht voor de provincies Overijssel, Limburg, Noord Holland en Gelderland.
(Bron: Beeldbank WO2)


Rouwadvertentie voor de broers André en Wim van der Veer, actief in de illegale pers en gefusilleerd na de april-meistaking van 1943. Zij werden op 2 mei 1943 door het Polizeistandgericht Gelderland-Overijssel te Hengelo ter dood veroordeeld. De volgende dag werd dit vonnis ter plekke voltrokken.
(Bron: Beeldbank WO2)


Bekendmaking van de uitvoering van het standrecht op drie personen in Groningen, 3 mei 1943.
(Bron: Beeldbank WO2)

Informatie

Artikel door:
Henk van der Molen
Geplaatst op:
16-11-2010
Laatst gewijzigd:
20-11-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.