April-meistakingen van 1943

Zeeland, Noord-Brabant en Limburg

Zeeland

In Zeeland beperken de stakingen zich tot Noord-Beveland en Kapelle, Hoedekenskerke en s’Heer-Abtskerke op Zuid-Beveland. Op Noord-Beveland worden de stakingen ook in de nieuwe werkweek voortgezet. (zie eerder)

Noord-Brabant

Noord-Brabant behoort met Friesland en Groningen tot de provincies waar het felst is gestaakt. Ook het langdurigst; men komt in Brabant wat langzamer op gang – dat zou met de volksaard samenhangen – maar vervolgens legt men een grote hardnekkigheid aan de dag, zij het dat de Brabanders voorzichtiger en minder openlijk tewerkgaan dan de Friezen. Geestelijken dringen aan op bedachtzaamheid.

Dat betekent niet dat in alle steden en streken van Noord-Brabant het werk wordt neergelegd. De bewoners van ’s-Hertogenbosch en Tilburg reageren lauwer dan die van Breda en Eindhoven en vooral die van Helmond en Valkenswaard. In Helmond wordt de algemene staking al op zaterdag 1 mei afgebroken, maar in de andere steden krijgen zij steeds meer een algemeen karakter.

In Eindhoven ligt het zwaartepunt uiteraard bij de Philipsfabrieken. Al op de eerste dag, 29 april, zijn de werknemers spontaan in sitdownstaking gegaan. De SD weet wat zij doet wanneer zij in het hoofdkantoor van Philips een bureau inricht. Arbeiders van de gloeilampenfabriek rijden in open vrachtwagens door de stad, zwaaiend met vlaggen. Ook met rode. De ‘vlaggenparade’ is tekenend voor het enthousiasme in Eindhoven. Op maandag 3 mei, wanneer in het gehele land de stakingen verlopen, weigert een deel van het Philipspersoneel aan het werk te gaan. Dat is trouwens ook het geval bij de Bata-schoenfabrieken in Best en ook elders. In Eindhoven slaat de SD nu hard toe; waar nog steeds wordt gestaakt, geldt geen enkel pardon meer. Op maandagmiddag worden op een binnenplaats van de Philipsfabrieken zeven willekeurig uitgekozen stakers gefusilleerd. Ir. Frits Philips en drie vooraanstaande medewerkers worden gearresteerd en in de gevangenis van Haaren opgesloten.

Krachtdadig (lijdelijk) verzet wordt ook geboden in het (protestantse) noordwesten van de provincie: in de Langstraat met plaatsen als Waalwijk en Drunen en Sprangkapelle. Ten noorden daarvan vormt het Land van Altena een brandhaard, in plaatsen als Woudrichen, Werkendam en niet te vergeten (het gereformeerde) Almkerk, waar een woedende menigte probeert een aantal arrestanten uit het gemeentehuis te bevrijden. In Werkendam, de geboorteplaats van Anton Mussert, wordt een straatweg opgebroken. De woede van de Duitsers is gewekt. Burgemeester J. de Bruyne wordt gedwongen een lijst met namen van tien gijzelaars op te stellen. Hij noteert zijn eigen naam als eerste, de drie plaatselijke predikanten volgen zijn voorbeeld. Maakt dit opofferende gebaar ook op de Duitsers indruk? Zij delen een waarschuwing uit, maar laten vervolgens de zaak lopen.

Limburg

Tenslotte Limburg. Op het - meer gemoedelijke en minder spontane – platteland wordt nauwelijks gestaakt. Maar des te meer, krachtig en zelfbewust, in stedelijke gebieden: in Weert en Roermond, in Sittard-Geleen, in de hele mijnstreek, en niet in de laatste plaats in Maastricht. In de provinciale hoofdstad heerst aanvankelijk een zekere uitgelatenheid, met cafébezoekers die elkaar op de schouder slaan en anti-Duitse moppen vertellen. Buren laten elkaar tijdens Sperrzeit, ‘s avonds na 8 uur, naar muziek luisteren, geproduceerd door voor open vensters geplaatste grammofoons. Maar als op zondag 2 mei de eerste doodvonnissen worden gepubliceerd, slaat de vrolijkheid om in gelatenheid.

In Roermond neemt een groepje illegalen bij de Centrale Controle Dienst (CCD) het voortouw, waarbij de oud-KNIL-officier Rob Bierman op de voorgrond treedt. Als hem ter ore komt dat enkele gegijzelde collega’s zullen worden geëxecuteerd wanneer hij zichzelf niet aangeeft, meldt hij zich bij de SD. Hij wordt op zondag 2 mei standrechtelijk doodgeschoten.

De mijnen vormen een opmerkelijke stakingshaard. Al op de eerste dag, donderdag 29 april, besluiten duizend man van de staatsmijn “Maurits” als nachtploeg niet aan het werk te gaan. De ‘kompels’ van andere (staats- en particuliere) mijnen sluiten zich bij hen aan. Onder mijnwerkers bestaat een grote mate van solidariteit. In de nacht van vrijdag 1 op zaterdag 2 mei worden veel leidinggevenden van hun bed gelicht. De (hoofd)directeuren worden onder sterke druk gezet om lijsten met namen van stakers in te leveren. Zij weigeren hardnekkig, ondanks ernstige bedreigingen, maar moeten uiteindelijk toegeven. Als zij op maandag niet aan de eis voldoen, zullen – zo luidt het dreigement – nog dezelfde dag alle arrestanten uit de mijnstreek worden geëxecuteerd. De hoofddirecteur van de Staatsmijnen, ir. D.P. Ross van Lennep, en mogelijk ook andere leidinggevenden vullen achter de naam van elke staker een gefingeerde reden voor zijn afwezigheid in Op aandrang van de directies gaan de mijnwerkers op dinsdag weer aan het werk. Rauter ziet er van af om de doodvonnissen tegen tien gearresteerden te bekrachtigen. Op het nippertje ontsnappen zij aan de kogel. (zie eerder)

Definitielijst

KNIL
Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in Indonesië.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De Philipsfabrieken in Eindhoven voor de oorlog.
(Bron: Beeldbank WO2)


Geboortehuis van Anton Mussert in Werkendam.
(Bron: Beeldbank WO2)

Informatie

Artikel door:
Henk van der Molen
Geplaatst op:
16-11-2010
Laatst gewijzigd:
20-11-2010
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.