Gerstein, Kurt

Nazi en verzetsman

Aansluiting bij de SS

In het voorjaar van 1941 trad Kurt Gerstein in dienst van de Waffen-SS. Zelf beweerde hij dat zijn lidmaatschap een weloverwogen daad van verzet was. Hij wilde van binnenuit meer te weten komen over de activiteiten van de SS. Mede bepalend voor zijn indiensttreding was volgens hem de dood van zijn geesteszieke schoonzus Bertha Ebeling in de psychiatrische inrichting in Hadamar. Ze was het slachtoffer geworden van het geheime nazi-euthanasieprogramma dat in het Rijk tussen oktober 1939 en augustus 1941 het leven kostte van 80.000 of meer geestelijk gehandicapten. Zijn aanmelding bij de SS vond in werkelijkheid echter al plaats voordat hij wist van haar dood in het begin van 1941.

Van maart tot juni 1941 volgde Gerstein een militaire basisopleiding in Hamburg-Langenhorn, Arnhem en Oranienburg. In de tijd dat hij in Arnhem verbleef, bezocht hij regelmatig een oude vriend, de Nederlandse ingenieur Herman Ubbink met wie hij eind jaren ’20 in de christelijke studentenvereniging in Aken had gezeten. Hij bleek zijn kritiek op de nazi’s niet volledig ingeslikt te hebben. “Onze gesprekken hadden als onderwerp de oorlog en het nationaalsocialisme”, aldus Ubbink. “Daarbij toonde hij zich als een zeer grote tegenstander van het nationaalsocialisme.”

Gerstein sloot zijn trainingsperiode met succes af. Vanwege zijn gecombineerde technische en medische kennis werd hij in juni 1941 overgeplaatst naar het Hygiene-Institut der Waffen-SS. Het instituut hield zich onder meer bezig met onderzoek op het gebied van chemie, parasitologie, bacteriologie en waterhygiëne. Binnen het instituut werkte hij persoonlijk aan twee succesvolle projecten ter verbetering van de hygiëne aan het front: een mobiele ontluizingsinstallatie voor uniformen en ander wasgoed en een mobiele installatie voor het filteren en desinfecteren van water. Zijn superieuren waren tevreden met Gerstein en in november 1941 werd hij bevorderd tot SS-Untersturmführer.

In januari 1942 werd Gerstein benoemd tot chef van de door hemzelf ontwikkelde afdeling Gesundheitstechnik, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor het desinfecteren met hooggiftige gassen. Het was die verantwoordelijkheid die hem in aanraking bracht met de uitroeiing van de Joden in de vernietigingskampen in Polen. Volgens Gerstein begon het met een bezoek van SS-Sturmbannführer Rolf Günther op 8 juni 1942. Deze was de plaatsvervanger van Adolf Eichmann, de leider van de afdeling binnen het Reichssicherheitshauptamt die zich bezighield met de coördinatie van de deportaties van de Europese Joden naar de vernietigingskampen. “Hij [Günther] gaf mij de opdracht om meteen een uiterst geheime rijksbestelling van 100 kg blauwzuur te leveren”, zo beweerde Gerstein, “en deze met een auto te brengen naar een onbekende locatie, die alleen bekend was bij de bestuurder van de auto.” Enkele weken na het bezoek van Günther, in augustus 1942, vertrok Gerstein op zijn speciale missie. Gersteins reisgenoot was SS-Obersturmbannführer Wilhelm Pfannenstiel, een professor in hygiënekunde en bacteriologie.

Belzec

Voordat het tweetal het geheime reisdoel Belzec bezocht, werden twee andere locaties aangedaan. Eerst moest er een voorraad Zyklon-B, dat geleverd werd in verzegelde blikken, opgehaald worden in Kolin, vlakbij Praag. Kaliwerke Kolin A.G. was één van de producenten van dit gifgas dat in Auschwitz en Majdanek gebruikt werd om Joden te vergassen. Dat Zyklon-B gebruikt werd voor het doden van mensen was al bij Gerstein bekend, want hij schreef aan het eind van de oorlog in een rapport dat hij “in de fabriek opzettelijk [had] laten doorschemeren dat het zuur voor het doden van mensen bedoeld was.”

Na het bezoek aan de fabriek was Lublin in het oosten van het Generalgouvernement het volgende reisdoel. Daar ontmoetten ze SS-Brigadeführer Odilo Globocnik, wiens hoofdkwartier als SS- und Polizeiführer van het Lublin-district in de stad gevestigd was. Hij voerde de leiding over Aktion Reinhard, de uitroeiing van de Joden in het Generalgouvernement. Globocnik vertelde Gerstein over de gaskamers van de vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka waar de Joden in gaskamers werden gedood door middel van koolmonoxide uit het uitlaatgas van motoren. Door Gerstein moest onderzocht worden of daarvoor in de plaats Zyklon-B gebruikt kon worden. Na het bezoek aan Globocnik reisden Gerstein en Pfannenstiel naar Belzec, waar ze het vernietigingsproces in de praktijk zouden zien.

Nadat in februari 1942 enkele kleine transporten met Joden waren gebruikt om te experimenteren met de efficiency en de capaciteit van de gaskamers, was Belzec sinds 17 maart officieel operationeel. Van midden maart tot midden juni 1942 werden er al circa 93.000 Joden omgebracht. De eerste commandant van het kamp was SS-Hauptsturmführer Christian Wirth. Op de tweede dag van hun bezoek aan Belzec maakten Gerstein en Pfannenstiel kennis met hem. Wirth toonde hen hoe die ochtend een transport met Joden in het kamp “verwerkt” werd. Volgens Gerstein betrof het een trein vanuit Lemberg, bestaande uit 45 wagons met 6.700 mensen, waarvan er 1.450 bij aankomst al dood waren. De vergassing duurde langer dan gebruikelijk, omdat de motor die de uitlaatgassen produceerde weigerde. Volgens Gerstein duurde het bijna 3 uur voordat die werkte en daarna was nog ongeveer een half uur nodig voordat alle mensen gedood waren.

Ondanks dat Gerstein er toevallig getuige van was dat de vergassing vanwege het tijdelijke disfunctioneren van de motor niet probleemloos verliep, werden er geen veranderingen doorgevoerd in het vernietigingskamp. Wirth weigerde over te gaan op het gebruik van Zyklon-B.

Gersteins missie

Gerstein was geschokt door de massamoord waar hij in Belzec getuige van was geweest. Op de terugweg van Polen naar Duitsland ontmoette hij in de sneltrein van Warschau naar Berlijn baron Göran von Otter, de secretaris van het Zweedse gezantschap in Berlijn. Gerstein klampte de diplomaat aan en vertelde hem over datgene wat hij gezien had. Hij hoopte dat Von Otter ervoor kon zorgen dat zijn informatie over de vernietigingskampen, via Zweden, de westelijke geallieerden zou bereiken. De geallieerden konden dan pamfletten boven Duitsland uitstrooien, zodat de hele moordoperatie bekend zou worden onder het Duitse volk, dat vervolgens ertegen in verweer kon komen. Gerstein hoopte dat de nazi-regering dan gedwongen was de uitroeiing te stoppen.

De Zweedse diplomaat stelde een uitvoerig verslag op van zijn gesprek met Gerstein in de trein, dat hij doorgaf aan het gezantschap. Zweden deed echter niets met het rapport en gaf het niet door aan de geallieerden; men was bang om de verhoudingen met Duitsland te schaden. Het land was officieel neutraal, maar als gevolg van de Britse zeeblokkade was het voor de toelevering van noodzakelijke goederen afhankelijk van Duitsland. Behalve via de Zweedse ambassade, zocht Gerstein tal van ingangen om zijn bericht naar de westelijke geallieerden over te brengen. Zo kwam hij in juni 1944 in contact met de persattaché van de Zwitserse ambassade in Berlijn, Paul Hochstrasser, maar ook Zwitserland wilde Duitsland niet provoceren. De Zwitserse neutraliteit werd belangrijker gevonden dan het lot van de Joden.

Kurt Gerstein zocht ook toenadering tot de rooms-katholieke kerk om de paus aan te zetten tot een publieke veroordeling van de uitroeiing van de Joden. Al snel na zijn bezoek aan de vernietigingskampen probeerde hij in contact te komen met de apostolische nuntius, de vertegenwoordiger van het Vaticaan in Duitsland. Toen hij langsging bij de nuntiatuur in Berlijn werd elk onderhoud met hem afgewezen en werd hem dringend verzocht om de pauselijke ambassade te verlaten. Ook de leiding van de katholieke kerk in Duitsland en het Vaticaan wilden hun verhouding met nazi-Duitsland niet op het spel zetten.

Nederlandse verzet

Toen Gerstein in februari 1943 in Duitsland bezoek kreeg van de Nederlander Herman Ubbink zag hij een nieuwe kans om zijn boodschap te verspreiden. Ubbink was de vriend uit de christelijke jeugdbeweging in Aken met wie Gerstein gedurende zijn opleiding voor de SS in Arnhem meerdere keren gesproken had over hun gedeelde afkeer van het naziregime. Gerstein vroeg hem of hij zijn getuigenis door kon geven aan Engeland. Ubbink stemde toe. Hij lichtte een verzetsman in die hij enkel kende onder de schuilnaam Cor. Diens echte naam was Cornelis van der Hooft. Hij was medewerker van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en was actief voor de verzetskranten Vrij Nederland en Trouw. De verzetsman stelde op 25 maart 1943 aan de hand van Gersteins getuigenis een rapport samen, dat hij voorzag van de titel Tötungsanstalten in Polen. Het bericht werd in Nederland nimmer gepubliceerd door de illegale pers, vermoedelijk omdat het niet geloofd werd.

Een kopie van Gersteins bericht werd door het Nederlandse verzet overgebracht naar Londen. Op 24 april 1943 werd het door de Nederlandse regering in Londen ontvangen. Het duurde tot 16 augustus 1943 voordat minister-president Pieter Gerbrandy de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) de opdracht gaf het door te spelen aan het Inter-Allied Information Committee, het officiële publiciteitsorgaan van de ministeries van Informatie van de geallieerde regeringen in Londen. Ondanks herhaaldelijke aanmaningen van Gerbrandy heeft het comité het verslag waarschijnlijk nooit ontvangen. Gersteins verslag bleef in de Londense archieven liggen, waar het pas in 1992 werd teruggevonden.

Zyklon-B

In dezelfde periode dat Gerstein de wereld tevergeefs probeerde aan te zetten om in verzet te komen tegen de uitroeiing van de Joden, werkte hij paradoxaal genoeg zelf mee aan dit vernietigingsprogramma. Hij voerde technische onderhandelingen met de distributeur van Zyklon-B en bestelde persoonlijk een grote hoeveelheid van dit gifgas. Op 20 april in datzelfde jaar werd hij benoemd tot SS-Obersturmführer. Intussen was hij ook onderscheiden met het Kriegsverdienstkreuz 2.Klasse mit Schwertern.

Over Gersteins precieze activiteiten van 1942 tot 1945 is weinig bekend. Zelf gaf hij later aan dat hij in die periode meerdere concentratiekampen bezocht, waaronder Mauthausen en Auschwitz-Birkenau. Ook zou hij getuige zijn geweest van experimenten op menselijke proefpersonen in vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück en was hij ervan op de hoogte dat ook in Buchenwald zulke experimenten plaatsvonden. Meest omstreden is echter zijn betrokkenheid bij de levering van Zyklon-B aan concentratiekampen. Ondanks dat in naoorlogse rechtszaken uitvoerig werd onderzocht of de door Gerstein bestelde hoeveelheid Zyklon-B gebruikt is om mensen te doden, kon daarop geen concreet antwoord gegeven worden.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
Generalgouvernement
Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
Mauthausen
Plaats in Oostenrijk waar de nazi’s van 1938 tot 1945 een concentratiekamp gevestigd hadden.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
neutraliteit
Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.
vernietigingskamp
Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.
Zyklon-B
Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Kurt Gerstein in het uniform van de SS.
(Bron: Landeskirchliche Archiv der Evangelischen Kirche von Westfalen)


Rookwolken afkomstig van het crematorium van de euthanasie-instelling in Hadamar.
(Bron: Holocaust Education & Archive Research Team)


Blikken Zyklon-B, zoals die door Gerstein opgehaald werden in Kolin, vlakbij Praag.
(Bron: Michael Hanke)


Christian Wirth, de commandant van Belzec die Gerstein toonde hoe het vernietigingsproces in zijn werking ging.
(Bron: Yad Vashem)


Cornelis van der Hooft, de Nederlandse verzetsman die aan de hand van Gersteins getuigenis een rapport opstelde van de vernietigingskampen in Duitsland.
(Bron: BeeldbankWO2)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
03-03-2017
Laatst gewijzigd:
11-04-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.