Gerstein, Kurt

Overlijden en postume erkenning

In geallieerde handen

Het besef van de misdaden die werden gepleegd door de organisatie waarin hij zelf actief was en het mislukken van zijn pogingen de wereld hierover te waarschuwen, hadden een grote invloed op de gemoedstoestand van Gerstein. Zowel in het voorjaar als in de herfst van 1944 werd hij opgenomen in een ziekenhuis, vermoedelijk vanwege gezondheidsklachten in relatie tot zijn suikerziekte. Terwijl hij gekweld werd door het schuldgevoel waren het vermoedelijk zijn geloof en de wil om na de oorlog getuigenis af te leggen die hem op de been hielden.

In de tweede helft van maart 1945 verliet Gerstein Berlijn. Na kortstondig bij zijn gezin in Tübingen verbleven te hebben, meldde hij zich op 22 april 1945 bij het Franse leger in Reutlingen. Gerstein werd kort daarna door de Franse commandant in Reutlingen naar het zuidelijker gelegen Rottweil am Neckar gestuurd. Hij kreeg een verklaring mee met daarop de volgende tekst: "De bezitter van deze verklaring is geen echte SS’er en mag niet als zodanig behandeld worden, maar met alle tegemoetkomingen." In Rottweil werd hij ondergebracht in hotel Mohren. Hier schreef hij in het Frans een rapport over de massamoord in Belzec, dat hij later vertaalde.

Gevangenschap

In mei verzocht Gerstein de geallieerde autoriteiten om terug te mogen keren naar zijn familie in Tübingen. Zover zou het niet komen, want op 26 mei 1945 werd hij in Rottweil door twee officieren van de Franse inlichtingendienst opgehaald. Zij brachten hem naar Konstanz, gelegen aan de Zwitserse grens. Daarvandaan werd hij begin juni overgebracht naar Parijs, dat al sinds augustus 1944 bevrijd was. Ongeveer een maand lang werd hij in de Franse hoofdstad vastgehouden in een gebouw aan de Rue de Villejust, dat de Franse inlichtingendienst toebehoorde. Hij werd meerdere keren verhoord. Gerstein werd niet langer beschouwd als een belangrijke getuige; er werd integendeel overwogen hem als verdachte van oorlogsmisdaden te vervolgen. Gerstein werd op 5 juli overgebracht naar de Parijse militaire gevangenis Cherche-Midi. Er werd een onderzoek naar hem geopend "wegens moord en medeplichtigheid aan moord".

In de namiddag van 25 juli 1945 werd Gerstein dood in zijn cel aangetroffen. Volgens de officiële versie kwam Kurt Gerstein om door zelfmoord. Er zijn echter ook mensen, waaronder zijn eigen vrouw, die niet geloofden dat hij zelfmoord gepleegd heeft. Ze zijn ervan overtuigd dat hij vermoord is door zijn bewakers of door Duitse medegevangenen die wilden voorkomen dat hij zou spreken over de nazimisdaden. Concreet bewijs hiervoor ontbreekt evenwel. Waarschijnlijk had hij in de eenzaamheid van zijn cel alle hoop verloren, al zijn inspanningen waren voor niets geweest; zelfmoord leek de enige uitweg.

Oorlogsmisdadiger

Na zijn dood werd het lichaam van Kurt Gerstein op 3 augustus 1945 begraven op de begraafplaats van de gemeente Thiais vlakbij Parijs. Tot aan de jaren zestig was in het naoorlogse Duitsland vrijwel niemand geïnteresseerd in het lot en de verzetsactiviteiten van Gerstein. Ook de Duitse overheid betoonde weinig waardering voor Gersteins verzetsactiviteiten. Toen zijn vrouw in oktober 1949 haar pensioen aanvroeg, rees de vraag of de weduwe van een voormalig partijlid en SS-officier daar wel voor in aanmerking mocht komen. De rol van haar man werd daarom in 1950 onderzocht door het denazificatietribunaal in Tübingen. Kurt Gerstein werd op 16 november 1950 postuum veroordeeld tot Belastete, de op één na zwaarste categorie waarin Duitsers ingedeeld konden worden door een denazificatietribunaal. De rechtbank kende groot gewicht toe aan Gersteins betrokkenheid bij de levering van Zyklon-B aan Auschwitz.

Elfriede Gerstein had als gevolg van deze uitspraak geen recht op een pensioen, maar veel erger vond ze het dat haar man beschouwd werd als een oorlogsmisdadiger. Ze tekende beroep aan, maar de hogere rechtbank kwam tot hetzelfde vonnis: het bestellen van Zyklon-B bij Degesch maakte Gerstein medeschuldig aan moord, omdat hij wist waarvoor het gas gebruikt werd. Elfriede liet de zaak enkele jaren rusten, maar in de zomer van 1954 diende ze een verzoek tot gratie voor haar man in bij de minister-president van Baden-Württemberg. Dat werd afgewezen, maar wel werd besloten dat de familie Gerstein niet langer hoefde op te draaien voor de proceskosten.

Rehabilitatie

Intussen was in 1953 Gersteins getuigenis van de vergassing in Belzec voor het eerst in Duitsland gepubliceerd door de historicus Hans Rothfels. Hij beschreef Gerstein als een consequente verzetsstrijder die "ondanks zijn vroegere partijlidmaatschap een hartstochtelijke, ethisch-religieuze en uitdrukkelijke tegenstander van de nationaalsocialistische kerken- en rassenpolitiek" geweest was. Van grote invloed op Gersteins bekendheid was het toneelstuk Der Stellvertreter uit 1963 van Rolf Hochhuth. Het was uitgesproken kritisch over het handelen van paus Pius XII tijdens de oorlog en riep de vraag op waarom hij niets gedaan heeft om de deportaties naar de vernietigingskampen te doen stoppen. In het sterk geromantiseerde stuk werd Gerstein opgevoerd als het tegenovergestelde van de paus; zijn moedige handelen werd afgezet tegenover de misdaden en lafheid van anderen. Het toneelstuk droeg er sterk aan bij dat de publieke opinie in Duitsland in het voordeel van Kurt Gerstein keerde.

Tegelijk met alle aandacht begon er een campagne voor de rehabilitatie van Kurt Gerstein. Die werd niet alleen gesteund door vrienden van Gerstein en protestantse geestelijken, maar ook door de secretaris-generaal van de Centrale Raad van Joden in Duitsland. In 1965 volgde uiteindelijk de rehabilitatie van Gerstein. Op 20 januari 1965 werd hij door Kurt Georg Kiesinger, de minister-president van Baden-Württemberg, die later van 1966 tot 1969 bondskanselier was, ingedeeld in de groep Nichtbelastete (onschuldigen). Gerstein was, zo verklaarde Kiesinger, een man geweest "die probeerde de opdracht van zijn geweten te vervullen".

Definitielijst

oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
Zyklon-B
Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De Parijse militaire gevangenis Cherche-Midi, waar Gerstein op 25 juli 1945 zelfmoord pleegde.
(Bron: Collection Mémoire Vive)


Affiche van het toneelstuk Der Stellvertreter uit 1963.
(Bron: DHM)


Bondskanselier Kurt Georg Kiesinger, die in 1965 als minister-president van Baden-Württemberg Gerstein rehabiliteerde.
(Bron: Bundesarchiv)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
03-03-2017
Laatst gewijzigd:
11-04-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.