Morgen, Konrad

Corruptieonderzoeker

In het Generalgouvernement

Na het uitbreken van de oorlog trad Konrad Morgen in dienst van het Hauptamt SS-Gericht. Zijn carrière binnen deze juridische dienst van de SS begon met een oriëntatieperiode in München, waarna hij in januari 1941 als hulprechter overgeplaatst werd naar de SS- en politierechtbank in Krakau, de hoofdstad van het Generalgouvernement. Op 1 maart 1941 werd hij benoemd tot SS-Untersturmführer. Een paar maanden na zijn aanstelling in Krakau ontrafelde hij een corruptieschandaal binnen een voorraadopslagplaats van de SS. Hij liet de leider van de opslagplaats, SS-Hauptsturmführer dr. Georg von Sauberzweig, en zijn staf (40 man) arresteren op verdenking van ernstige vermogensdelicten. Von Sauberzweig had bezittingen die in beslag genomen waren van Polen verkocht en de inkomsten gedeeld met enkele ondergeschikte handlangers. Ondanks zijn staat van dienst als oudgediende van de nazipartij werd hij door de SS- en politierechtbank in Warschau op 18 augustus 1941 veroordeeld tot de doodstraf door een vuurpeloton. Op 9 maart 1942 werd de uitspraak bevestigd door de Führer en op 9 april 1942 werd de executie voltrokken.

De zaak tegen Von Sauberzweig bracht Morgen op het spoor van een andere corrupte SS-officier: Hermann Fegelein, een gunsteling van Reichsführer-SS Heinrich Himmler. Hij voerde tijdens de oorlog het bevel over de 8.SS-Kavallerie-Division, maar bekend werd hij vooral als de echtgenoot van Eva Brauns zus Gretl met wie hij in juni 1944 trouwde. Morgen had tijdens zijn onderzoek naar Von Sauberzweig ontdekt dat grote hoeveelheden luxe-artikelen onder verdachte omstandigheden door leden van het cavalerieregiment van Fegelein verkocht waren aan de SS-opslagplaats. Daarnaast bleek dat Von Sauberzweig de leiding over een geconfisqueerde bontfirma van een Joodse eigenaar had overgedragen aan een SS-officier uit Fegeleins eenheid. Toen Morgen een onderzoek opende naar het mogelijke corruptienetwerk rond Fegelein werd hij plotsklaps door Himmler van de zaak gehaald. De kwestie werd in de doofpot gestopt. Himmler handelde ongetwijfeld op deze wijze omdat het uitkomen van een corruptieschandaal rond één van zijn favoriete officieren een ernstige smet zou werpen op de reputatie van zijn SS.

Dat Himmler de macht had om eigenmachtig een gerechtelijk onderzoek te beëindigen maakt duidelijk dat er in de SS geen sprake was van een onafhankelijke rechtspraak. Dat bleek eveneens bij een ander onderzoek van Morgen in het Generalgouvernement, namelijk dat naar SS-Obersturmführer dr. Oskar Dirlewanger. De om zijn wreedheid beruchte commandant voerde het bevel over het zogenaamde SS-Sonderkommando Dirlewanger, een gewapende eenheid van de SS bestaande uit veroordeelde stropers, moordenaars en verkrachters. De eenheid hield zich in Polen bezig met het bewaken van Joodse dwangarbeiders. Dirlewanger had zijn mannen Joden laten oppakken en vervolgens losgeld geëist voor hun vrijlating. Degenen die zich niet konden of wilden vrijkopen werden geëxecuteerd. In het getto van Lublin had het Sonderkommando zich daarnaast schuldig gemaakt aan plundering. De buit werd terugverkocht aan de voormalige eigenaars. Dirlewanger zelf werd ervan verdacht dat hij zich schuldig had gemaakt aan seksuele relaties met Joodse meisjes. Dat was volgens de rassenwetten van Neurenberg strikt verboden.

Dirlewangers superieur Gottlob Berger, chef van het SS-Hauptamt, weigerde echter in te stemmen met de vervolging van zijn protegé. In plaats van hem voor het gerecht te brengen, werd Dirlewanger overgeplaatst naar Wit-Rusland. Morgen moest dus ook zijn onderzoek naar Dirlewanger staken. Omdat hij genoeg had van de corruptie in het Generalgouvernement vroeg hij in maart 1942 om overplaatsing naar een rustigere post. Zijn superieuren hadden echter iets geheel anders voor hem in petto. De rang van SS-Obersturmführer die hem nog op 20 april 1942 verleend was, werd hem afgenomen en hij werd gedegradeerd tot SS-Sturmmann (soldaat). Bovendien werd hij overgeplaatst naar een strafcompagnie in Stralsund in het noordoosten van Duitsland. In december 1942 werd hij ingedeeld bij het regiment "Germania" van de Waffen-SS divisie "Wiking" die op dat moment in de zuidelijke sector van het Oostfront strijd voerde.

Officiële documenten ontbreken, maar als reden voor zijn overplaatsing en degradatie noemde Morgen zelf na de oorlog dat Himmler verbolgen was geweest over de wijze waarop hij begin 1942 een zaak tegen een aangeklaagde Duitse politieman had behandeld. De man werd beschuldigd van seksueel contact met een Poolse vrouw. Ondanks dat Himmler intiem verkeer met Poolse vrouwen nadrukkelijk verboden had en aandrong op zware bestraffing had Morgen de zaak als onbeduidend afgedaan. Himmler beschouwde het optreden van Morgen als sabotage van zijn bevel en daarom zou Morgen uit zijn functie zijn gezet en uiteindelijk naar het front zijn gestuurd. De Reichsführer-SS zou zelfs gedreigd hebben met twee tot drie jaar gevangenschap in een concentratiekamp, maar zou daar vanaf hebben gezien dankzij protesten van Morgens superieuren binnen het Hauptamt SS-Gericht. Volgens Morgen was de kwestie met de politieman doorgegeven aan Himmler door de vijanden die hij in het Generalgouvernement had gemaakt als gevolg van zijn corruptieonderzoeken.

Corruptiezaak in Buchenwald

Over de tijd dat Konrad Morgen in de divisie "Wiking" aan het Oostfront verbleef is niets bekend. Al in mei 1943 werd hij door Himmler teruggehaald naar Duitsland en volledig gerehabiliteerd. De SS-leider kon de expertise van Morgen als corruptiebestrijder namelijk goed gebruiken. Hij kreeg zijn rang terug en werd als onderzoeksrechter toegewezen aan de afdeling economische delicten van het Reichskriminalpolizeiamt, het hoofdbureau van de Duitse recherche. De zaak waarvoor Morgens deskundigheid werd gevraagd was een grote corruptiezaak in het vlakbij Weimar gelegen concentratiekamp Buchenwald. Het was voor Morgen het begin van een hele serie van onderzoeken naar corruptie en andere misdaden in de Duitse concentratiekampen.

Morgen werd naar Buchenwald gestuurd, waar kampcommandant Karl Otto Koch van juli 1937 tot september 1941 een wanbeleid had gevoerd. Het SS- en Politiegerechtshof in Kassel was gestuit op een geval van corruptie waarbij Koch betrokken was geweest. Een jonge politierechercheur had een onderzoek ingesteld naar Ortsgruppenleiter Bornschein. Deze lokale partijleider en levensmiddelenhandelaar werd ervan verdacht dat hij samen met Koch bij allerlei zwendelzaken betrokken was. Om de vervolging van Bornschein te dwarsbomen had Koch hem opgenomen in zijn kampstaf. Daar hoefde hij niet langer te vrezen voor de politieman, omdat die geen jurisdictie had binnen de concentratiekampen. Als rechter met een officiersrang in de Waffen-SS had Konrad Morgen die bevoegdheid wel. Hij reisde in het voorjaar van 1943 af naar Weimar en kreeg toegang tot het concentratiekamp. Al gauw had hij voldoende bewijs tegen Bornschein verzameld, zodat hij veroordeeld kon worden tot negen jaar gevangenisstraf.

Morgen ontdekte dat Bornschein slechts een kleine jongen was in vergelijking met kampcommandant Koch. Samen met enkele handlangers, waaronder zijn vrouw Ilse, had hij zich ongeremd verrijkt met de bezittingen en het geld van zijn gevangenen. Gevangenen zouden geld aan Koch en zijn collega’s gegeven hebben om aan een lijfstraf te ontkomen. Morgen vernam ook van meerdere getuigen dat rijke gevangenen hadden betaald voor hun vrijlating. Veel geld dat Koch en zijn mensen zich illegaal toe-eigenden was afkomstig van de ongeveer 10.000 Joden die in november 1938 na de Kristallnacht tijdelijk in het kamp gevangen gezet waren.

In de kampadministratie ontdekte Morgen bovendien dat veel gevangenen die mogelijk wisten van Kochs verduisteringspraktijken overleden waren. Hij stelde vast dat hun overlijdensverklaringen vervalst waren. Morgen telde circa 160 gevangenen die in de gevangenis van Buchenwald vermoord waren, meestal door injecties met fenol in de aderen. Het aantal gevangenen dat volgens hem op soortgelijke wijze in de ziekenbarak omgebracht was "laat zich niet schatten". Ook nog eens 120 gevangenen waren in de steengroeve van Buchenwald "op de vlucht neergeschoten". Morgen stelde vast dat "een veelvoud van deze executies" beschouwd moest worden als het "onwettig doden van gevangenen". Er was immers geen bevel toe gegeven. Hij verzamelde genoeg bewijs om Koch en zijn echtgenote in augustus 1943 te laten arresteren. Ook andere leden van de kampstaf werden opgepakt, waaronder de kamparts SS-Hauptsturmführer dr. Waldemar Hoven en de bewaker SS-Hauptscharführer Martin Sommer. Het was kamparts Hoven die in opdracht van commandant Koch gevangenen dodelijke injecties had toegediend. Daarbij werd hij vaak geholpen door Sommer, die vanwege zijn sadisme bekend stond als "de beul van Buchenwald".

Omdat hij tijdens zijn onderzoek naar het corruptienetwerk en andere misdrijven in Buchenwald wel de instemming had van Himmler, leek het Morgen eindelijk voor de wind te gaan. Maar ook de behandeling van deze zaak verliep niet probleemloos. In het kamp werd één van zijn belangrijkste getuigen, de kampbewaker SS-Hauptscharführer Rudolf Köhler, op een dag met ernstige vergiftigingsverschijnselen aangetroffen in zijn cel, waarin hij verbleef omdat hij zelf ook verdachte was. Hij werd overgebracht naar het militaire ziekenhuis in Weimar, waar hij ondanks de inspanningen van de artsen overleed. Morgen ging er al meteen vanuit dat er sprake was van moord door vergiftiging. De overledene beschikte namelijk over belastende informatie tegen commandant Koch. Morgen verdacht de kamparts, dr. Hoven, van het vergiftigen van de man. Er kon echter geen concreet bewijs gevonden worden voor moord en de zaak werd nimmer opgelost.

Pas in september 1944 werd de zaak tegen Koch en zijn handlangers behandeld door de SS- en politierechtbank in Weimar. Niet Morgen maar andere rechters moesten uitspraak doen over de beschuldigingen die hij opgesteld had. De rechtszaak werd bijgewoond door SS-Gruppenführer Richard Glücks, chef van de Inspektion der Konzentrationslager, en een hoge ambtenaar van Oswald Pohls SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt (SS-WVHA). De leiding van het SS-WVHA probeerde te voorkomen dat hun ondergeschikten veroordeeld werden. Morgen was inmiddels overgeplaatst naar Krakau en was enkel nog als getuige betrokken bij de zaak. De uiteindelijke uitspraak moet voor hem enigszins teleurstellend zijn geweest: Koch en zijn vrouw werden voor de rechtbank enkel aangeklaagd voor corruptie en niet, zoals Morgen had gewild, voor het eigenmachtig doden van gevangenen. Ilse Koch werd vrijgesproken vanwege gebrek aan bewijs, terwijl haar man schuldig werd bevonden en de doodstraf opgelegd kreeg. Op 5 april 1945, ongeveer een week voor de bevrijding van het kamp door de Amerikanen, werd Karl Otto Koch in Buchenwald door een vuurpeloton van de SS geëxecuteerd.

Dr. Waldemar Hoven en Martin Sommer werden in vergelijking met hun voormalige commandant minder streng bestraft door de SS. Hun zaken werden afzonderlijk van die van Koch afgehandeld. Dr. Hoven zat gevangen in Buchenwald totdat de zaak tegen hem in maart 1945 geseponeerd werd en hij weer in dienst trad als kamparts. Ook Sommer werd door de SS gevangen gehouden, totdat hij in maart 1945 in een strafeenheid van de Waffen-SS geplaatst werd en aan het front dienst deed, waar hij een arm en been verloor.

Definitielijst

divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Generalgouvernement
Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
Germania
De hoofdstad van het Derde Rijk, ontworpen door Albert Speer. Het enorme bouwproject werd niet gerealiseerd.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hermann Fegelein, 21 juni 1941. Morgen verdacht hem van corruptie, maar mocht zijn onderzoek naar hem niet voortzetten.
(Bron: Bundesarchiv)


Oskar Dirlewanger,1944. Ook hij werd door de SS-leiding beschermd toen Morgen onderzoek naar hem deed.
(Bron: Bundesarchiv)


Karl Otto Koch, de gevreesde commandant van Buchenwald.
(Bron: National Archives)


De tweede persoon van links is Konrad Morgen. Locatie, datum en de identiteit van de overige personen zijn onbekend.
(Bron: Fritz Bauer Institut)

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
21-10-2017
Laatst gewijzigd:
05-03-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.