Verhoor Friedrich Paulus 1

Middagzitting 1 11-02-1946

Inhoudsopgave

GEN. ZORYA: Meneer de President, in navolging van de verklaring, afgelegd door de Sovjet delegatie, wil ik toestemming vragen de veldmaarschalk van het voormalige Duitse leger, Friedrich Paulus voor een rechtstreeks verhoor voor het Tribunaal te dagen; hij zal worden verhoord door de Hoofdaanklager namens de U.S.S.R., Generaal Rudenko.
De PRESIDENT: Prima, de getuige mag binnenkomen.
(De getuige, Paulus, gaat naar de getuigenbank.)
De PRESIDENT: Wilt u mij uw naam zeggen?
FRIEDRICH PAULUS: (Getuige) Friedrich Paulus.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.
(de getuige herhaalt de eed.)
De PRESIDENT: Wilt u gaan zitten?
GEN. RUDENKO: Uw naam is Friedrich Paulus?
PAULUS: Ja.
GEN. RUDENKO: U bent geboren in 1898?
PAULUS: 1890.
GEN. RUDENKO: U bent geboren in het dorp Breitenau, Kreis Kassel in Duitsland?
PAULUS: Ja.
GEN. RUDENKO: U hebt de Duitse nationaliteit?
PAULUS: Ja.
GEN. RUDENKO: U bent veldmaarschalk van het voormalige Duitse leger?
PAULUS: Ja.
GEN. RUDENKO: Uw laatste officiële functie was Opperbevelhebber van het 6de Leger in Stalingrad?
PAULUS: Ja.
GEN. RUDENKO: Wilt u ons alstublieft vertellen, getuige; hebt u op 8 januari 1946 een verklaring afgelegd voor de regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken?
PAULUS: Ja, dat heb ik gedaan.
GEN. RUDENKO: U bevestigt deze verklaring?
PAULUS: Ik bevestig die verklaring.
GEN. RUDENKO: Vertelt u ons alstublieft, getuige; wat weet u van de voorbereidingen door de Hitlerregering en het Duitse Opperbevel op de gewapende aanval op de Sovjet Unie?
PAULUS: Op basis van persoonlijke ervaringen kan ik het volgende zeggen:
Op 3 september 1940 kwam ik in functie bij het Opperbevel van het leger als Oberquartiermeister I (O.Qu I) van de Generale Staf. Als zodanig was ik de plaatsvervanger van de Chef van de Generale Staf en moest bovendien de instructies van algemene operationele aard uitvoeren die hij aan mij delegeerde.
Toen ik in functie trad trof ik op mijn werkterrein ondere andere een nog onvoltooid operatieplan aan voor een aanval op de Sovjet Unie. Dit operatieplan was uitgewerkt door de toenmalige Generaal-majoor Marx, Chef van de Generale Staf van de 18.Armee, die tot dat doel tijdelijk was gedetacheerd bij het Opperbevel van het leger.
De Chef van de Generale Staf van het leger, Generaloberst Halder droeg de voortzetting van het werk, waartoe door het Opperbevel der Strijdkrachten was bevolen, aan mij over op basis van het volgende:
Er moest onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden van een aanval op de Sovjet Unie, met betrekking tot het terrein, de aanvalspunten, de benodigde mankracht enzovoorts. Bovendien werd er gemeld dat er in totaal zo’n 130 tot 140 Duitse divisies voor deze operatie beschikbaar zouden zijn. Er moest verder rekening mee worden gehouden dat vanaf het begin Roemeens grondgebied zou moeten worden gebruikt voor de opstelling van de Duitse Heeresgruppe Süd. Aan de noordelijke flank moest rekening worden gehouden met Finse deelname aan de oorlog maar die werd in dit operatieplan van het leger genegeerd. Daarna werden, als aanvulling op het uit te werken plan de doelstellingen - de instructies van het OKW – gegeven: Ten eerste de vernietiging van die delen van het Russische leger die in het westen van Rusland lagen om te voorkomen dat de eenheden die gevechtsklaar waren diep Rusland in zouden ontsnappen; ten tweede, het bereiken van een linie van waaruit de Russische luchtmacht niet in staat zou zijn Duits gebied met succes aan te vallen en het uiteindelijke doel was het bereiken van de lijn Wolga-Archangel.
Het operatieplan dat ik zojuist heb geschetst werd begin november voltooid en gevolgd door twee kaartoefeningen waarover de Generale Staf van het leger mij het bevel toevertrouwde. Hoofdofficieren van de Generale Staf van het leger werden daar ook aan toegevoegd. De basisvoorwaarden voor de sterkte die bij deze oefeningen werden aangenomen waren: De inzet van een legergroep ten zuiden van het Pripjet gebied, in het bijzonder vanuit Polen en vanuit Roemeens grondgebied, met het doel de lijn Dniepr - Kiev te bereiken en het zuiden daarvan; ten noorden van het Pripjet gebied nog een legergroep, de sterkste vanuit het gebied rond Warschau en noordelijk, de generale richting van de aanval naar de lijn Minsk – Smolensk met de bedoeling die later naar Moskou te dirigeren; dan nog een legergroep, namelijk Heeresgruppe Nord vanuit het gebied van oost-Pruissen, de aanvankelijke richting van de aanval liep door de Baltische staten naar Leningrad.
De conclusie die destijds uit deze oefeningen werd getrokken was dat er in het geval van feitelijke vijandelijkheden voorzieningen moesten worden getroffen voor ten eerste het bereiken van de lijn Dniepr – Smolensk – Leningrad en daarna moest de operatie worden voortgezet al naar gelang de situatie zich gunstig ontwikkelde, bevoorradingslijnen enzo dienovereenkomstig aangepast. In verband met deze oefeningen en voor de evaluatie van de daaruit opgedane theoretische ervaringen volgde er nog een conferentie van de Chef van de Generale Staf van het leger en de chefs van de generale staven van de legergroepen die voor het Oosten waren bedoeld. En verder, in verband met deze conferentie was er een lezing over Rusland door de toenmalige chef van de buitenlandse legers in het Oosten, Oberst Kinsel over de geografische en economische situatie van Rusland, het Rode Leger enzovoorts. Het meest belangrijke punt hier was dat er geen enkele voorbereiding op een aanval door de Sovjet Unie onder onze aandacht was gekomen.
Met deze oefeningen en conferenties die ik net heb beschreven waren de theoretische overwegingen en plannen voor dit offensief voltooid. Direct daarna, anders gezegd op 18 december 1940 werd door het Opperbevel van de Strijdkrachten Weisung Nummer 21 uitgegeven. Dat was de basis voor alle militaire en economische voorbereidingen die moesten worden getroffen. Binnen het opperbevel van het leger had deze richtlijn tot gevolg dat men verder ging met het opstellen en uitwerken van de instructies voor de opstelling van de troepen voor deze operatie. Deze eerste instructies voor de opstelling van de troepen werden op 3 februari 1941 door Hitler goedgekeurd na een verslag van de opperbevelhebber van het leger op de Obersalzberg; daarna werden die doorgegeven aan de troepen. Later werden er diverse aanvullingen uitgegeven. Voor het begin van de aanval had het opperbevel van de strijdkrachten de tijd berekend voor de grote troepenbewegingen die op Russisch grondgebied moesten worden gemaakt. Die werden vanaf midden mei verwacht. De voorbereidingen werden in overeenstemming hiermee getroffen. Toen, eind maart, onderging deze datum een wijziging toen Hitler besloot, op grond van de ontwikkelingen in Joegoslavië om dit land aan te vallen. Dus, in de orders die begin april werden uitgegeven werd de voorlopige datum voor de start van de operatie......
De PRESIDENT: Ik vrees dat u iets te snel gaat. Ik meen dat u beter kunt beginnen bij toen u zei dat Hitler eind maart een wijziging in het plan aanbracht.
PAULUS: (hij gaat verder) Vanwege de beslissing om Joegoslavië aan te vallen moest het tijdstip, bedoeld voor het begin van de aanval ongeveer vijf weken worden uitgesteld, anders gezegd tot de tweede helft van juni.
En inderdaad, de aanval vond dan in feite plaats op 22 juni 1941.
Ter afsluiting: ik bevestig het feit dat de voorbereiding op de aanval op de Sovjet Unie, die in feite plaats vond op 22 juni 1941, al begon in de herfst van 1940.
GEN. RUDENKO: Op welke manier en onder welke omstandigheden......
De PRESIDENT: Een ogenblik. Heeft getuige de datum genoemd? Hij zei dat de voorbereiding voor deze aanval waren getroffen en wat ik wil weten is: heeft hij de datum genoemd vanaf welke die werd voorbereid?
(tot de getuige): Heeft u de datum genoemd waarop de voorbereidingen begonnen?
PAULUS: Die heb ik aan het begin genoemd: vanaf het moment waarop ik mijn eerste persoonlijke ervaringen opdeed, toen ik op 3 september 1940 in functie trad.
GEN. RUDENKO: Op welke manier en onder welke omstandigheden werd deelname van de satellietstaten verzekerd?
PAULUS: Op grond van persoonlijke ervaringen kan ik hierop het volgende zeggen:
Ongeveer in september 1940, net in de periode waarin ik de operationele studie voor de aanval op Rusland had ontvangen, lag er van het begin af aan een plan om Roemeens grondgebied te gebruiken voor de opstelling van de Duitse rechterflank, of anders gezegd de zuidelijke vleugel en daarmee werd vanaf het begin rekening gehouden. Er werd een militaire missie onder leiding van de Luitenant-generaal van de Cavalerie Hansen naar Roemenië gestuurd; een volledige pantserdivisie, de 13de werd als trainingseenheid naar Roemenië overgeplaatst. Voor diegenen die van de toekomstige plannen wisten was het duidelijk dat deze stap alleen tot doel had de toekomstige partner voor te bereiden op de voor hem bedoelde taak.
Verder, wat betreft Hongarije: In december 1940 kwam Kolonel Laszlo, de chef van de groep operaties van de Hongaarse Generale Staf naar het hoofdkwartier van het OKH in Zossen. Hij vroeg om een bespreking met betrekking tot kwesties van organisatie. Het Hongaarse leger was destijds bezig met de reorganisatie van haar eenheden, die ingedeeld waren in brigades, in te delen in divisies en ook met het vormen van gemotoriseerde eenheden en pantsereenheden. De Chef van de afdeling organisatie van de Generale Staf van het leger, toen Generaal-majoor Buhle en ikzelf adviseerden Kolonel Laszlo. Op hetzelfde tijdstip waren er diverse Hongaarse miltaire commissies in Berlijn en met hen ook de Hongaarse Minister van Oorlog, Generaal Von Bartha en zij bespraken met de Duitse autoriteiten wapenleveranties aan Hongarije.
Het was voor ons allemaal die ingelicht waren over de toekomstige plannen duidelijk dat al die maatregelen, waaronder het leveren van wapens aan andere legers, destijds alleen maar denkbaar waren als die wapens werden ingezet voor toekomstige militaire projecten.
Met betrekking tot Hongarije is er nog een punt. Vanwege de ontwikkeling van de gebeurtenissen in Joegoslavië besloot Hitler eind maart 1941 dat land aan te vallen. Op 27 of 28 maart werd ik op de Reichskanzlei in Berlijn ontboden waar net een conferentie had plaatsgevonden tussen Hitler, Keitel en Jodl en waaraan de opperbevelhebber en de Chef Staf van het leger hadden deelgenomen, anders gezegd, hadden bevel gekregen aanwezig te zijn. Toen ik aankwam werd mij door de Chef Staf van het leger, Generaal Halder verteld dat Hitler had besloten om Joegoslavië aan te vallen ten eerste om een dreiging aan de flank van de voorgenomen operatie tegen Griekenland weg te nemen en de spoorlijn van Belgrado naar het zuiden naar Nish in handen te krijgen en ook met het oog op de toekomst – op Operatie Barbarossa – om vanaf het begin de rechterflank vrij te houden.
Mij werd bevolen naar Wenen te gaan met een aantal bevoegde officieren van de Generale Staf van het leger om aan Duitse commandanten duidelijke orders over te brengen en die uit te leggen en daarna onverwijld naar de Hongaarse Generale Staf in Boedapest door te reizen en met hen overeenstemming te bereiken over de opstelling van Duitse troepen op Hongaars grondgebied en de deelname van Hongaarse troepen aan de aanval op Joegoslavië.
Op 30 maart kwam ik ‘s ochtends vroeg in Boedapest aan en had een onderhoud met de Chef van de Hongaarse Generale Staf, Generaal Werth van de infanterie en daarna met de chef van de afdeling operaties van de Hongaarse General Staf, Kolonel Laszlo. Deze gesprekken verliepen in goede sfeer, eindigden spoedig en het gewenste resultaat werd bereikt. Het resultaat werd toen op kaarten getekend. De kaart die ik van de Hongaarse Generale Staf kreeg toonde niet alleen de opstelling van de troepen bedoeld voor de aanval op Joegoslavië maar ook troepen aan de grens tussen de Karpathen en de Oekraïne die daar gelegerd moesten worden om ons in de rug tegen de Sovjet Unie te beschermen.
Het feit van de vorming en het bestaan van deze troepen is een teken dat zelfs aan Hongaarse kant het besef heerste dat een aanval van Duitsland op Joegoslavië beschouwd zou moeten worden als een daad van agressie door de Sovjet Unie.
Wat betreft het principe de hulp van Hongarije in te roepen bij de voorbereiding en later bij de uitvoering van de voorgenomen operaties kwam ik achter Hitler’s mening in die tijd. Hij was van mening dat Hongarije erop was gebrand, met Duitse hulp, de gebieden te veroveren en uit te breiden die in 1918 verloren waren gegaan en bovendien dat zij bang was achter te raken op Roemenië dat een bondgenoot van Duitsland was. Hitler zag Hongarije vanuit dit standpunt ook met betrekking tot zijn eigen beleid. Maar hij was, zoals ik bij vele gelegenheden kon opmerken zeer gereserveerd jegens Hongarije en wel om twee redenen. Ten eerste geloofde hij niet dat Hongarije geheimhouding met betrekking tot toekomstige plannen kon garanderen vanwege haar nauwe betrekkingen met landen die Duitsland vijandig gezind waren en ten tweede wilde hij Hongarije niet te veel voorbarige beloften doen met betrekking tot grondgebied. Ik kan een voorbeeld noemen: De kwestie van het olieveld bij Dragowitsch. Later, toen de aanval op de Sovjet Unie begon, had de Duitse 17.Armee die daar vocht uitdrukkelijk opdracht van het opperbevel de olievelden bij Dragowitsch koste wat kost in te nemen voordat de Hongaren arriveerden.
Met betrekking tot deze toekomstige partner was volgens mijn waarneming Hitler’s procedure zo dat hij rekende op haar zekere deelname en daarom de wapens leverde en hielp bij de training maar dat hij het tijdstip waarop hij de bondgenoot zijn plannen ging meedelen voor zichzelf hield.
Ten derde, de Finse kwestie. In december 1940 werd het eerste bezoek gebracht van de Chef van de Finse Generale Staf, Generaal Heinrichs aan het hoofdkwartier van het leger in Zossen. Luitenant-generaal Heinrich had een onderhoud met de Chef van de Staf van het leger – de inhoud daarvan herinner ik me niet meer; maar hij hield voor de officieren van de Generale Staf van het leger – en voor de stafofficieren van de legergroepen die toevallig aanwezig waren in verband met de bespreking van de militaire oefeningen - een voordracht over de Russisch-Finse oorlog van 1939-1940.
Deze voordracht voor deze stafofficieren was destijds van groot belang vanwege het feit dat die gehouden werd op hetzelfde moment waarop Weisung 21 van 18 december werd uitgegeven. Deze voordracht was belangrijk, hij handelde over ervaringen opgedaan in de strijd tegen het Rode Leger en bood bovendien een inzicht in de waarde van de Finse troepen als mogelijke toekomstige partners in de oorlog.
Ik nam deel aan een tweede conferentie met de Chef van de Finse Generale Staf op het hoofdkwartier van het OKW in Zossen, in de tweede helft van mei 1941. De Chef van de Finse Generale Staf kwam uit Salzburg waar hij overleg had gevoerd met het opperbevel van het leger. Het onderwerp van de volgende conferenties in Zossen met de Generale Staf van het opperbevel van het leger was de samenwerking van de Finse troepen in het zuiden in het plan Barbarossa – in samenwerking met Heeresgruppe Nord – die vanuit het verzamelgebied in Oost-Pruissen op moest trekken naar Leningrad. Destijds werd er overeenstemming bereikt dat de Finse troepen in het zuiden hun bewegingen zouden synchroniseren met de opmars van de Duitse Heeresgruppe Nord en ook dat de gezamenlijke doorstoot later naar Leningrad onderwerp zou zijn van overleg en afspraken al naar gelang de ontwikkeling van de gebeurtenissen.
Dat zijn de persoonlijke waarnemingen die ik deed met betrekking tot de eerste verschijning en het werven van bondgenoten als voorbereiding op de agressieve actie.
GEN. RUDENKO: Hoe en onder welke omstandigheden werd de gewapende aanval op de Sovjety Unie uitgevoerd – de aanval die was voorbereid door de Hitlerregering en het Opperbevel van de Duitse Strijdkrachten?
PAULUS: De aanval op de Sovjet Unie werd gelanceerd, zoals ik heb verteld, volgens een nauwkeurig en ver van te voren opgesteld plan. De troepen voor deze aanval werden eerst achter in het verzamelgebied gelegerd. Op speciaal bevel werden ze daarna in groepen naar hun startposities verplaatst en daarna namen ze hun stellingen in langs het hele lange front van Roemenië naar Oost-Pruissen voor een gelijktijdige aanval. Het Finse strijdtoneel was van deze operatie uitgesloten.
Net als het grootschalige operatieplan dat tot op zekere hoogte in theorie was getest, zoals ik in het begin heb verteld, werd de gedetailleerde inzet van de troepen tijdens kaartoefeningen door de staven van de legergroepen, korpen en divisies besproken en lang voor het begin van de oorlog tot in bijzonderheden in orders vastgelegd.
Een grootschalige afleidingsmanoeuvre, die in Noorwegen en aan de Franse kust moest worden gehouden, werd ontworpen om een invasie van Engeland in 1941 te simuleren en zo de aandacht van Rusland af te leiden. Er werden allerlei maatregelen getroffen niet alleen voor operationele maar ook voor tactische verrassing zoals bijvoorbeeld het verbod op openlijke verkenningen langs en over de grens voor het begin van de oorlog. Dat betekende aan de ene kant dat er met mogelijke verliezen die zouden worden veroorzaakt door een gebrek aan verkenningen rekening moest worden gehouden omwille van het verrassingseffect maar het betekende aan de andere kant dat er voor een aanval over de grens door de vijand niet werd gevreesd.
Al die maatregelen tonen aan dat het een kwestie van een misdadige aanval was.
GEN. RUDENKO: Hoe zou u de doelen omschrijven die Duitsland nastreefde bij haar aanval op de Sovjet Unie?
PAULUS: De doelstelling om de lijn Wolga-Archangel te bereiken, iets dat wat Duitsland’s kracht ver te boven ging, is op zich kenmerkend voor het grenzenloze beleid van verovering van Hitler en de Nationaalsocialistische leiders. Uit strategisch oogpunt gezien zou het bereiken van deze doelen de vernietiging van de strijdkrachten van de Sovjet Unie hebben betekend. Met het bereiken van die lijn heb ik de belangrijkste gebieden van de Sovjet Unie genoemd, met de hoofdstad Moskou, die zouden worden veroverd en onderworpen, samen met de belangrijke politieke en economische centra van de Sovjet Unie. Economisch gezien zou het bereiken van deze lijn betekenen het bezit van belangrijk landbouwgebied, de belangrijkste natuurlijke bronnen waaronder de olievelden van de Kaukasus en de belangrijkste productiecentra in Rusland, en ook het belangrijkste verbindingsnetwerk in Europees Rusland.
Hoezeer Hitler gebrand was op het veroveren van economische doelen in deze oorlog kan het best worden aangetoond met een voorbeeld uit mijn persoonlijke ervaring.
Op 1 juni 1942, ter gelegenheid van een conferentie in Poltava met opperbevelhebbers in het gebied van Heeresgruppe Süd verklaarde Hitler: “Als ik de olie van Maikop en Grosny niet krijg, moet ik deze oorlog beëindigen.”
Voor het gebruik van en het bestuur over de te veroveren gebieden waren er al bestuurlijke en economische organen gevormd en die lang voor het begin van de oorlog in gereedheid werden gehouden.
Samenvattend zou ik willen zeggen dat de gegeven doelen de verovering van Russisch grondgebied aangeven met het doel kolonisatie en uitbuiting van de bronnen waarmee de oorlog in het Westen tot een einde gebracht moest worden met het uiteindelijke doel de overheersing van Europa.
GEN. RUDENKO: En een laatste vraag: Wie acht u schuldig aan het beginnen van de misdadige oorlog tegen Sovjet Rusland?
PAULUS: Mag ik de vraag laten herhalen?
GEN. RUDENKO: Ik herhaal de vraag ......
De PRESIDENT: Het Tribunaal staat op het punt een opmerking te maken tegen Generaal Rudenko. Het Tribunaal is van mening dat een vraag zoals u die zojuist heeft gesteld, wie schuldig was aan de agressie tegen Russisch grondgebied, een van de belangrijkste vragen is waarover het Tribunaal een beslissing moet nemen en daarom geen vraag is waarover de getuige zijn mening moet geven.
Is dat hetgene waartegen de raadsman voor de Verdediging wenst te protesteren?
Dr. LATERNSER: Ja, Meneer de President, dat is wat ik wilde doen.
GEN. RUDENKO: Dan zal het Tribunaal mij wellicht toestaan de vraag iets anders te stellen?
De PRESIDENT: Ja.
GEN. RUDENKO: Wie van de beklaagden was een actief deelnemer bij het aanzetten tot agressie tegen de Sovjet Unie?
PAULUS: Van de beklaagden, voor zover ik ze heb ontmoet, de belangrijkste militaire adviseurs van Hitler. Dat zijn de Chef van het OKW, Keitel; de Chef van de afdeling Operaties, Jodl; en Göring in zijn hoedanigheid van Reichsmarschall, van Opperbevelhebber van de Luftwaffe en Gevolmachtigde voor de Bewapeningseconomie.
GEN. RUDENKO: Om het verhoor af te sluiten zal ik het samenvatten. Heb ik uit uw getuigenis de juiste conclusie getrokken dat al lang voor 22 juni, de Hitlerregering en het Opperbevel van de Strijdkrachten een aanvalsoorlog tegen de Sovjet Unie voorbereidden met als doel het grondgebied van de Sovjet Unie te koloniseren?
PAULUS: Dat volgt zonder enige twijfel uit alle ontwikkelingen zoals ik die heb beschreven en ook in het verband met alle richtlijnen die in het bekende Grüne Heft zijn uitgevaardigd.
GEN. RUDENKO: Ik heb verder geen vragen, Meneer de President.
De PRESIDENT: Wenst een van de leden van de Franse Aanklager nog vragen te stellen?
De FRANSE AANKLAGER: Nee.
De PRESIDENT: De Britse?
De BRITSE AANKLAGER: Nee.
De PRESIDENT: De Amerikaanse?
De AMERIKAANSE AANKLAGER: Nee.
De PRESIDENT: Iemand van de Verdediging?
DR. LATERNSER: Meneer de President, als raadsman van de Generale Staf verzoek ik u mijde gelegenheid te bieden de getuige morgenochtend te verhoren. Het oproepen van deze getuige door de Aanklager kwam voor de Verdediging in elk geval als een verrassing en ik meen dat overleg betreffende de te stellen vragen, in het bijzonder gezien het belang van de getuigenis, absoluut noodzakelijk is. Ik verzoek daarom dat mij wordt toegestaan morgenochtend aan het begin van de zitting het verhoor af te nemen.
De PRESIDENT: Generaal Rudenko, mits de Aanklager geen bezwaar heeft, is het Tribunaal van mening dat dit verzoek moet worden toegestaan.
GEN. RUDENKO: Als het Tribunaal dat zo wenst, zal de Aanklager geen bezwaar maken.
De PRESIDENT: Ja, prima. Ik weet niet of een van de andere leden van de Verdediging er de voorkeur aan geeft nu een verhoor af te nemen.
Dr. NELTE: Meneer de President, ik neem aan dat alle raadslieden voor de Verdediging hun verhoor van de getuige, Generaal Paulus, morgenochtend kunnen afnemen?
De PRESIDENT: Ja zeker. Ik vroeg alleen maar of een van de leden van de Verdediging er de voorkeur aan geeft nu een verhoor af te nemen.
Dr. NELTE: Persoonlijk zou ik liever mijn vragen na het reces wilen stellen.
De PRESIDENT: Prima. Dan kan de getuige gaan en gaan we met de zaak verder. Hij zal morgenochtend weer worden opgeroepen en in de tussentijd kunt u met uw zaak verder gaan.
(De getuige verlaat de getuigenbank en Generaal-majoor Zorya gaat naar het spreekgestoelte.)

De PRESIDENT: Generaal, u zult het neem ik aan niet nodig vinden nog meer verklaringen van Feldmarschall Paulus voor te lezen?
GEN. ZORYA: Nee.
De PRESIDENT: Prima. Gaat u dan maar verder.
GEN. ZORYA: Onder verwijzing naar de uitleg betreffende het begin van de misdadige aanval van Fascistisch Duitsland op de Sovjet Unie zou ik het Tribunaal eraan willen herinneren dat in de ochtendzitting van het Tribunaal op 30 november 1945 getuige Lahousen werd verhoord en bewijzen heeft geleverd die van voldoende belang voor onze zaak zijn. Onder andere heeft deze getuige, toen hij de meer intieme leden van de kring rond Admiraal Canaris, Chef van de Inlichtingen- en Contraspionagedienst van het Duitse leger opnoemde Pieckenbrock met name genoemd.
Ik dien bij het Tribunaal in Document USSR-228, de getuigenis van de voormalige chef van Sectie I van de Duitse Inlichtingen- en Contraspionagedienst, Luitenant-generaal van het voormalige Duitse leger Hans Pieckenbrock, de voormalige meerdere en collega van Lahousen. Pieckenbrock legde zijn getuigenis af in Moskou op 12 december 1945 op de door de wetten van de Sovjet Unie voorgeschreven wijze.
Voor het moment zou ik slechts enkele regels uit de getuigenis van Pieckenbrock voor het verslag willen voorlezen, die betrekking hebben op de zaak die we nu onderzoeken. Deze regels staan op pagina 1 van de Russische tekst van zijn getuigenis en ze zijn met rood gemarkeerd. Deze pagina 1 komt overeen met pagina 34 van het documentenboek.
“Ik moet zeggen,” zei Pieckenbrock, “dat al sinds augustus en september 1940 van de Buitenlandse Legers Oost van de Generale Staf van het leger de inlichtingstaken ten behoeve van de Abwehr met betrekking tot de U.S.S.R. aanzienlijk toenamen. Deze taken stonden ongetwijfeld in verband met de voorbereidingen op oorlog tegen de Sovjet Unie.”
“Ik kwam de meer nauwkeurige data voor de aanval op de Sovjet Unie in januari 1941 te weten van Admiraal Canaris. Ik weet niet op welke bronnen Canaris zich baseerde maar hij vertelde mij dat de datum voor de aanval op de Sovjet Unie was vastgesteld op 15 mei.”
De Sovjet Aanklager beschikt ook over de getuigenis van de voormalige chef van Amt III van de Duitse Inlichtingen- en Contraspionagedienst, Luitenant-generaal Franz von Bentivegni, dat door hem op 28 december 1945 werd afgelegd. Ik dien deze documenten in onder document nummer USSR-230.
Ik zal op hetzelfde moment ook alleen voor het verslag die delen van Bentivegni’s getuigenis voorlezen die met rood zijn gemarkeerd en die direct betrekking hebben op het begin van de militaire voorbereidingen tegen de Sovjet Unie. Deze twee uittreksels uit de getuigenis staan op pagina 37 van het documentenboek dat bij het Tribunaal is ingediend:
“Ik hoorde in augustus 1940 voor het eerst over Duitsland’s voorbereiding op een militaire aanval op de Sovjet Unie van het hoofd van de Duitse Inlichtingen- en Contraspionagedienst, Admiraal Canaris. Tijdens een onofficieel gesprek dat gevoerd werd in het kantoor van Canaris vertelde hij mij dat Hitler was begonnen maatregelen te nemen voor een campagne in het Oosten, waarover hij in 1938 al had gesproken in zijn toespraak tijdens een bijeenkomst van Gauleiter in Berlijn.
“Canaris vertelde mij dat deze plannen van Hitler nu concrete vormen aan gingen nemen. Dit werd duidelijk uit het feit dat divisies van het Duitse leger in grote getale van het Westen naar het Oosten werden verplaatst en op grond van een bijzonder bevel van Hitler stellingen gingen innemen van waaruit zij de komende invasie van Rusland zouden beginnen.”
Dat zijn de eerste twee alinea’s van de getuigenis van Bentivegni.
En tenslotte, om de kwestie van het uiteindelijke tijdstip van de militair voorbereidingen van Fascistisch Duitsland op de verraderlijke aanval op de Sovjet Unie af te sluiten, zou ik even willen stilstaan bij de getuigenis van Generaal Müller. Deze getuigenis, gedateerd 8 januari 1946, is opgesteld in een krijgsgevangenenkamp. Ik dien het bij het Tribunal in onder nummer U.S.S.R.-149.
Al het materiaal waarnaar ik tot nu toe heb verwezen is afkomstig uit kringen van de hoogste bevelvoerende officieren van het Duitse leger.
De PRESIDENT: Generaal, staat op dit document van Generaal Müller waar dat document is opgesteld en waar Generaal Müller zich nu bevindt?
GEN. ZORYA: Op de fotostaat staat een datum geschreven in het handschrift van Generaal Müller. Deze datum is 8 januari 1946.
De PRESIDENT: Waar?
GEN. ZORYA: Als ik even naar de fotostatische afdruk mag kijken die ik zojuist bij het Tribunaal heb ingediend, zou ik u kunnen vertellen waar het document is geschreven.
De PRESIDENT: Ja, maar er zijn zoveel krijgsgevangenenkampen. Wij willen weten welk kamp en waar het is.
GEN. ZORYA: In een kamp bij Moskou.
De PRESIDENT: Heeft dit document eigenlijk een handtekening van echtheid? Wat ons betreft, is het geen gewoon fotostatisch afschrift of een document van iemand?
GEN. ZORYA: Meneer de President, dit document is, net als alle andere documenten die tot dusverre door de Sovjet delegatie zijn ingediend, een niet gewaarmerkt fotostatisch afschrift.
Rekening houdend met de wens van het Tribunaal en ter uitvoering van die wens heeft de Sovjet Aanklager maatregelen genomen om te garanderen dat alleen de originelen van deze documenten of documenten waarvan de echtheid is vastgesteld in hun complete vorm aan de Griffier zullen worden overlegd. Dat zal in de loop van enkele dagen gebeuren en al het materiaal zal in de best mogelijke staat aan de Griffier worden gegeven.
De PRESIDENT: Kunt u ons vertellen waar de schrijver van dit document zich nu bevindt?
GEN. ZORYA: Ik ben nauwelijks in een positie meer te zeggen dan ik al heb gezegd. Als het Tribunaal mij dat toestaat zal ik mijn confrères raadplegen, inlichtingen inwinnen en het Tribunaal zo spoedig mogelijk mededeling doen omtrent de verblijfplaats van de Generaal.
De PRESIDENT: Goed, ik schors nu de zitting. Dat geeft u de gelegenheid uw confrères te raadplegen.

Definitielijst

Armee
Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
Cavalerie
In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
offensief
Aanval in kleinere of grote schaal.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
12-12-2010
Laatst gewijzigd:
14-02-2011
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.