Onderzeeboten van de K VIII-klasse

Inleiding

Inhoudsopgave

De drie onderzeeboten van de K VIII-klasse waren de opvolgers van de K V-klasse die voor het Ministerie van KoloniŽn gebouwd werden. De klasse werd vanaf 1917 gebouwd op de werf van de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen volgens een ontwerp van de Amerikaanse Electric Boat Company. De bouw liep vanaf het begin grote vertragingen op. Dit was vooral een gevolg van de stagnerende aanvoer van grondstoffen als gevolg van de Eerste Wereldoorlog.

Hierdoor konden een aantal wijzigingen in het ontwerp doorgevoerd worden op voorstel van de Nederlandse ingenieur J.J. van der Struyff van het Bureau Scheepsbouw. De dekbuizen kwamen te vervallen omdat tijdens de Eerste Wereldoorlog gebleken was dat een dergelijke constructie gevaar opleverde bij dieptebomaanvallen. Daardoor kwam het totale aantal torpedolanceerbuizen slechts uit op vier wat ten koste ging van de offensieve waarde van de onderzeeŽrs. De onderzeeboten van de K VIII-klasse waren de laatste Nederlandse boten die geheel uitgerust werden met 45cm torpedobuizen. Verder werd de commandotoren vergroot waardoor er onder andere twee periscopen geÔnstalleerd konden worden die vier meter verder uitgeschoven konden worden in vergelijking met hun voorgangers. Dit nieuwe type periscoop werd vanaf de K VIII-klasse de standaard voor Nederlandse onderzeeboten. Bovendien werden de boten van deze klasse uitgerust met een 8,8cm kanon, dat ook tegen luchtdoelen gebruikt kon worden, in plaats van het oude type van 7,5cm dat deze nieuwe dreiging niet kon afweren.

De nieuwe klasse was van het Double-hull type waarbij de vijf ballasttanks zich tussen de beide drukvaste huiden bevonden. Het was de bedoeling dat de boten van de K VIII-klasse uitgerust zouden worden met 8-cilinder M.A.N. dieselmotoren die de onderzeeŽrs 2 x 900 pk hadden moeten leveren in vergelijking met hun voorgangers van de K V-klasse die over 6-cilinder Sulzer diesels beschikten met 2 x 600 pk vermogen. Wederom als gevolg van de Eerste Wereldoorlog kon alleen de K VIII uitgerust worden met de Duitse M.A.N. 8-cilinders. Voor de K IX en K X moest het Ministerie van KoloniŽn genoegen nemen met de 6-cilinder Sulzer dieselmotoren van Zwitserse makelij, die door technische verbeteringen wel een machinevermogen konden leveren van 2 x 775 pk.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hr. Ms. K VIII, Hr. Ms. K IX en Hr. Ms. K X in Vlissingen.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
14-02-2011
Laatst gewijzigd:
12-11-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.