Onderzeeboten van de O 21-klasse

Inleiding

Inhoudsopgave

De zeven onderzeeboten van de O 21-klasse waren een doorontwikkeling van het succesvolle ontwerp van de O 19-klasse, maar zonder de mijnenbuizen. De eerste vier boten van deze klasse werden besteld in 1937 en de laatste drie in 1938. Eigenlijk zouden de nieuwe onderzeeboten de namen K XXI tot en met K XXVII krijgen (K=KoloniŽn) en voorbestemd worden om patrouillediensten te verrichten in Nederlands Oost-IndiŽ. Tijdens de bouw werd echter besloten om de bouwkosten van de zeven nieuwe boten te plaatsen op de begroting van het Departement van Oorlog en ze in te zetten voor algemene dienst. Daarom werden de namen veranderd in O 21 tot en met O 27. Het ontwerp van de O 21-klasse onderzeeboten was afkomstig van de Nederlandsche Vereenigde Scheepsbouw Bureaux (Nevesbu) dat eveneens verantwoordelijk was geweest voor het ontwerp van de Poolse onderzeeboten van de Orzel-klasse die vanaf 1936 in Nederland gebouwd werden.

In het ontwerp van de O 21-klasse was standaard een, sinds 1938 verbeterde, snorkelinstallatie opgenomen die het zogenaamde getrimd dieselen mogelijk maakte. Hierbij kon op periscoopdiepte onder water gevaren worden op de dieselmotoren waarbij de benodigde zuurstof aangevoerd werd door een snorkel of snuiver die zich bovenop een uitschuifbare pijp bevond. Via een andere uitschuifbare buis werden de uitlaatgassen afgevoerd. Deze Nederlandse uitvinding, door de marineofficieren J.J. Wichers en J.C. van Pappelendam, werd in het begin van de Tweede Wereldoorlog door de buitenlandse marines als gevaarlijk en overbodig beschouwd maar vanaf 1944 massaal gebruikt door de Kriegsmarine. De Duitsers ontwikkelden een systeem dat gebaseerd was op de Nederlandse snuiver en noemden het de Schnorchel.

Tijdens de Duitse inval in Nederland, op 10 mei 1940, waren de zeven onderzeeboten van de O 21-klasse in verschillende stadia van afbouw. Bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde te Vlissingen waren dat de O 21 en O 22 die de eerste proefvaarten achter de rug hadden. Deze boten weken op 12 mei uit naar Engeland. Bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij waren de O 23 en O 24 te water gelaten en nog voor het begin van de vijandelijkheden met de Duitsers overgebracht naar de Lekhaven. Op deze wijze konden de boten ontsnappen aan de snelle bezetting van de linker Maasoever. `s Avonds laat op 13 mei vertrokken ze richting Engeland en bereikten na een avontuurlijke overtocht veilig de Downs bij Dover. De O 26 en O 27, die bij dezelfde Rotterdamse werf nog op stapel stonden, vielen onbeschadigd in Duitse handen. Door een gebrek aan sleepboten, de Koninklijke Marine had de meeste Nederlandse zeeslepers gevorderd en ingezet als bewakingsvaartuigen, kon de O 25, die op 5 mei te water was gelaten bij Wilton-Fijenoord te Schiedam, niet ontkomen en werd door marine- en werfpersoneel afgezonken in de Nieuwe Maas. Een maand later werd de onderzeeboot op last van de bezetter gelicht en voor diens rekening alsnog afgebouwd.

De laatste hand aan de afbouw van Hr. Ms. O 21 en Hr. Ms. O 22 werd gelegd op de Navy Yard in Rosyth, Schotland. Hr. Ms. O 23 en Hr. Ms. O 24 werden afgebouwd op de werf van John Thornycroft te Southampton, Zuid-Engeland. De O 25, O 26 en O 27 werden voor Duitse rekening afgebouwd op de oorspronkelijke werven. Zij werden in 1941 en 1942 als UD 3, UD 4 en UD 5 in Duitse dienst gesteld.

Net als Hr. Ms. O 19 en Hr. Ms. O 20 waren de zeven O 21-klasse onderzeeboten gemaakt van staal van zeer hoge dichtheid dat met de nieuwste elektrische lastechnieken werd verwerkt. Hierdoor konden de ontwerpers relatief veel gewicht besparen wat ten goede kwam aan de maximale snelheid en de actieradius van de boten. De Nederlandse O 21-klasse onderzeeboten konden, eenmaal operationeel, vergeleken worden met de beste buitenlandse onderzeeŽrs die in die tijd in de vaart waren. Hr. Ms. O 21, Hr. Ms. O 23 en Hr. Ms. O 24 zouden drie van de meest succesvolle geallieerde onderzeeboten van de Tweede Wereldoorlog worden.

Definitielijst

Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hr. Ms. O 23.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De O 23 en O 24 in aanbouw bij de RDM. Links op de foto de in aanbouw zijnde Poolse onderzeeboot Sep.
(Bron: 1939.pl)


Hr. Ms. O 27 en Hr. Ms. O 21 in Rotterdam na de oorlog.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Hr. Ms. O 21 in Den Helder, 1948.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
16-04-2011
Laatst gewijzigd:
23-03-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.