Onderzeeboten van de O 21-klasse

Hr. Ms. O 21

Op 10 mei 1940 werd Hr. Ms. O 21 vervroegd in dienst gesteld door commandant luitenant-ter-zee (LTZ) 1 J.F. van Dulm. Twee dagen later maakte de nog niet geheel afgebouwde onderzeeboot, samen met zusterschip Hr. Ms. O 22 en onder begeleiding van Hr. Ms. BV 37, de door de marine gevorderde sleepboot Schelde van L. Smit & Co., de oversteek van Vlissingen naar de Downs bij Dover. In de tweede helft van mei werd de onderzeeboot afgebouwd bij de Navy Yard te Rosyth bij Edinburgh, Schotland. Op 3 juni volgden de eerste onderwatertesten. Vanaf 22 juni werd Hr. Ms. O 21 onder Brits operationeel bevel gesteld, ingedeeld bij de 9th Submarine Flotilla en gestationeerd in Dundee, Schotland.

Tot februari 1941 voerde Hr. Ms. O 21 zes oorlogspatrouilles uit in Noorse wateren zonder in de gelegenheid te komen vijandelijke schepen aan te vallen. Vanaf 14 maart van datzelfde jaar werd de Nederlandse onderzeeboot ingedeeld bij de 8th Submarine Flotilla en verrichte vanuit basis Gibraltar tot half juli konvooidiensten tussen de Straat van Gibraltar en Groot-BrittanniŽ.

Vanaf 16 juli 1941 werd Hr. Ms. O 21 ingezet om oorlogspatrouilles uit te voeren in de Tyrrheense Zee, tussen Corsica, SardiniŽ, SiciliŽ en het vasteland van ItaliŽ. Tijdens de eerste patrouille werden wel doelen verkend maar konden geen aanvallen geplaatst worden. Tot op 28 juli een Italiaans konvooi werd gesignaleerd dat bestond uit vijf koopvaardijschepen die geŽscorteerd werden door twee torpedobootjagers. Hr. Ms. O 21 vuurde vier torpedo`s af op de vijandelijke schepen en dook meteen weg. Even later werden twee explosies gehoord. De volgende dag werd door de Italianen gemeld dat het koopvaardijschip Monteponi van ongeveer 4.000 ton tot zinken was gebracht. Italiaanse bronnen meldden na de oorlog echter dat de Griekse onderzeeboot Olympus de Monteponi tot zinken had gebracht op 29 juli 1941. Het logboek van de Olympus bevestigde dit, maar het kan zijn dat de torpedo`s van de O 21 het Italiaanse schip op de 28e beschadigden en dat de Griekse onderzeeŽr de volgende dag het werk afmaakte.

Tijdens een volgende patrouille bracht Hr. Ms. O 21, op 5 september 1941, het Italiaanse vrachtschip Isarco van 5.738 ton, dat zich met een lading fosfaat op 70 zeemijlen ten westen van Napels in de Tyrrheense Zee bevond, met torpedo`s tot zinken. De O 21 nam daarna 22 overlevenden van het Italiaanse koopvaardijschip aan boord die op 8 september in Gibraltar aan land gezet werden. Hoewel de 22 Italianen geen problemen veroorzaakten tijdens hun driedaagse verblijf aan boord van de Nederlandse onderzeeboot kreeg commandant Van Dulm de nodige kritiek te verwerken van zijn Britse meerderen betreffende deze humanitaire daad. Zij vonden de risico`s van het aan boord hebben van 22 Italianen tijdens een geallieerde oorlogspatrouille te groot en hadden liever gezien dat LTZ 1 van Dulm de drenkelingen aan hun lot had overgelaten.

Van 21 september tot 8 oktober 1941 nam Hr. Ms. O 21 als konvooibegeleider deel aan Operatie Halbert. Halbert was een belangrijk geallieerd konvooi dat munitie en mondvoorraad van Gibraltar naar het door de Duitsers en Italianen bedreigde Malta bracht. In deze periode zag commandant Van Dulm op 3 oktober kans om het Vichy-Franse koopvaardijschip Oued Yquem van 3.450 ton met torpedo`s tot zinken te brengen. Verder werden wel Italiaanse oorlogsschepen verkend door de Nederlandse onderzeeboot, waartegen het konvooi beschermd moest worden, maar de O 21 kreeg geen enkele gelegenheid om er een onder schot te nemen.

De volgende en tevens laatste oorlogspatrouille van Hr. Ms. O 21 in de Middellandse Zee zou haar meest succesvolle worden. Op 9 november 1941 werd weer koers gezet naar de Tyrrheense Zee. Op de 15e, 16e en 21e november werden verschillende torpedoaanvallen uitgevoerd op Italiaanse vrachtschepen maar de torpedo`s misten steeds hun doel. Op de 22e bracht het dekkanon van Hr. Ms. O 21 de Italiaanse motorschoener (tweemastzeilschip met hulpmotor) San Salvatore van 92 ton tot zinken. Gedurende de volgende nacht vuurde de Nederlandse onderzeeboot torpedo`s af op een Italiaans konvooi maar commandant van Dulm meldde geen treffers. De Italianen schrijven het verlies van de 52 ton kleine Nuevo Sant Antonio toe aan de torpedoaanval van Hr. Ms. O 21. Door de kleine afmetingen van de Italiaanse schoener is het tot zinken brengen waarschijnlijk ontgaan aan, de in het donker door de periscoop kijkende, LTZ van Dulm. Op 24 november beschoot het dekkanon van de O 21 de Italiaanse schoener Unione van ongeveer 216 ton. Er restten echter nog slechts 21 8,8cm granaten en deze waren niet voldoende om het vijandige schip te doen zinken. Daarom ramde Hr. Ms. O 21 tot driemaal toe het Italiaanse schip waarna het alsnog in de golven verdween.

Tot nu toe was de patrouille teleurstellend verlopen en konden de drie gezonken schoeners het verbruik van 8 torpedo`s en ruim 70 8,8cm granaten niet compenseren. Op 26 november nam Hr. Ms. O 21 een aanvang met de thuisreis naar Gibraltar. Even na middernacht van de 28e nam de officier van de wacht, LTZ 2 A.T. Elbers, vanaf de brug van de aan de oppervlakte varende O 21, een silhouet waar van een onderzeeboot. Hr. Ms. O 21 was op dat moment nog slechts enkele uren verwijderd van haar basis. Meteen werd alarm gemaakt op de Nederlandse onderzeeboot en de beide hekbuizen werden in gereedheid gebracht. Plotseling zag men op de O 21 dat er met een lamp geseind werd vanaf de onbekende onderzeeboot. De Britse seiner aan boord van Hr. Ms. O 21 herkende de seinen meteen als Duitse. Commandant van Dulm schreef later: ďHaar twijfel omtrent onze identiteit zou haar noodlottig worden. Onmiddellijk gingen wij tot de aanval over en lanceerden de torpedo uit de stuurboordhekbuis. Duidelijk zagen wij hoe de bellenbaan zich in het spiegelgladde water aftekende. Maar niet alleen wij hadden deze dreigende streep gezien, ook de vijand. Deze reageerde ogenblikkelijk door af te draaien juist op de wijze als ik mij voorgesteld had, dat hij zou doen. Ik lanceerde nu een tweede hektorpedo op het snel langer wordende silhouet. Had de eerste torpedo geen gevolg gehad, deze des te meer!Ē

Om bewijsmateriaal te verzamelen om het tot zinken brengen van de U-boot aan te kunnen tonen voer Hr. Ms. O 21 naar de plek waar de Duitse onderzeeboot ten onder was gegaan. Hier trof men 12 overlevenden, zwemmend in zee aan die allen opgepikt werden. Onder de drenkelingen bevond zich de commandant, Kapitšnleutnant G. Schreiber, van de U-boot. ďDadelijk nadat de laatste overlevende binnen boord was gehesen, hadden wij de dieselmotoren weer bijgezet en onze terugtocht naar Gibraltar vervolgd. Het was toen tien minuten over een; de gehele actie, met het redden van de drenkelingen erbij, had slechts een half uur oponthoud gegevenĒ, rapporteerde LTZ van Dulm. Gibraltar werd radiografisch op de hoogte gebracht van het succes. Ruim acht uur na het tot zinken brengen van de U-boot liep Hr. Ms. O 21 Gibraltar binnen. De voor de gelegenheid aan dek opgestelde bemanningsleden van de aanwezige Britse oorlogsschepen juichten de langskomende Nederlandse onderzeeboot geestdriftig toe. Admiral J. Somerville, de bevelhebber van het Britse eskader in Gibraltar kwam persoonlijk zijn gelukwensen aanbieden aan boord van Hr. Ms. O 21.

Uit mededelingen van de overlevenden van de U-boot bleek het om U-95 te gaan, een zeer moderne type VIIC onderzeeboot van 769 ton. De Duitse commandant had getwijfeld bij het waarnemen van de Nederlandse onderzeeboot. De boot was duidelijk op weg naar Gibraltar maar het silhouet leek niet op een Britse onderzeeboot maar meer op een U-boot. Daarom had hij geseind naar de onbekende onderzeeŽr waarop de bemanning van Hr. Ms. O 21 wel heel snel gereageerd had. Tijdens de gehele Tweede Wereldoorlog zijn er slechts 14 U-boten door geallieerde onderzeeboten tot zinken gebracht. Het voor de O 21 positieve resultaat van de rechtstreekse confrontatie tussen de Nederlandse onderzeeboot en U-95 mag dan ook als een buitengewoon grote prestatie gezien worden. Eťn van de overige 13 U-boten die door geallieerde onderzeeboten tot zinken werden gebracht was U-168, die op 6 oktober 1944 ten noorden van Java door Hr. Ms. Zwaardvisch beschoten werd met zes torpedo`s waarvan er drie doel troffen, maar slechts ťťn explodeerde.

Na een oorlogspatrouille in de Golf van Biskaje kwam Hr. Ms. O 21 op 30 december 1941 aan in Dundee, Schotland, voor een langdurige onderhoudsperiode. Pas in juli 1942 was de Nederlandse onderzeeboot weer operationeel en ging op weg richting Colombo, Ceylon. Tijdens het eerste traject van deze reis begeleidde de O 21 een geallieerd konvooi van Schotland naar Gibraltar. Hierbij werd op 16 augustus de Duitse onderzeeŽr U-254 aangevallen maar de torpedo`s misten hun doel. Op 17 oktober 1942 arriveerde Hr. Ms. O 21 in Simonstown, bij Kaapstad Zuid-Afrika, waar een aantal nodige reparaties uitgevoerd werden. Onder andere had de Vulcan vloeistofkoppeling van ťťn van de dieselmotoren het begeven. Hr. Ms. O 19 arriveerde rond die tijd in de Zuid-Afrikaanse marinebasis terwijl zij op weg was naar Groot-BrittanniŽ voor groot onderhoud. Eťn van de Vulcankoppelingen van de O 19 werd uitgewisseld met de defecte van de O 21 en Hr. Ms. O 19 vertrok op ťťn dieselmotor naar haar eindbestemming.

Vanaf 21 februari 1943 werd Hr. Ms. O 21 ingedeeld bij de British Eastern Fleet als onderdeel van de 4th Submarine Flotilla met als basis Colombo, Ceylon. Op 6 maart vertrok Hr. Ms. O 21 op oorlogspatrouille en zette koers naar Fort Blair op de Andamanen, een eilandengroep ten noorden van Sumatra. Zeven dagen later bracht de Nederlandse onderzeeboot in haar patrouillegebeid de Japanse vrachtboot Kasuga Maru no. 2 van 3.967 ton tot zinken. Hr. Ms. O 21 schoot een vol boegsalvo van vier torpedo`s af op het vijandelijke schip waarvan er twee doel troffen. Op een volgende patrouille werd in de nacht van 21 op 22 april 1943 het Japanse vrachtschip Yamazato Maru van 6.925 ton met twee torpedotreffers tot zinken gebracht. Hr. Ms. O 21 kon daarna gemakkelijk aan de escorterende torpedobootjager ontkomen. Het vrachtschip had een grote hoeveelheid vaten benzine aan boord gehad die geŽxplodeerd waren en een enorme vuurzee hadden gecreŽerd. De Japanse torpedobootjager bevond zich na het zinken van het vrachtschip aan de andere zijde van de vlammenzee dan Hr. Ms. O 21. Tijdens de maanden die op dit succes volgden werd de O 21 ingezet om geheime agenten af te zetten en op te pikken in door Japanners bezet Brits MaleisiŽ en Nederlands Oost-IndiŽ.

In december 1943 moest Hr. Ms. O 21 terug naar Groot-BrittanniŽ in verband met motorproblemen. Op 22 februari 1944 keerde de boot terug naar de basis in Dundee. Op 21 maart werd oudste officier LTZ 2 F.J. Kroesen commandant van Hr. Ms. O 21. In april van dat jaar kreeg de O 21 nieuwe accu`s en vertrok naar de Verenigde Staten voor groot onderhoud. De onderhoudsperiode duurde van mei tot en met november 1944 en vond plaats op de Philadelphia Navy Yard. De maanden december 1944 en januari 1945 werden gebruikt om op te werken. Op 8 februari 1945 vertrok de Nederlandse onderzeeboot via het Panama Kanaal naar AustraliŽ maar moest, voordat de boot onder Amerikaans operationeel bevel vanuit Fremantle gesteld kon worden, eerst een aantal reparaties ondergaan in Wellington, Nieuw-Zeeland. Van 8 juli tot 8 augustus 1945 ondernam Hr. Ms. O 21 haar laatste oorlogspatrouille. Tijdens deze missie werden op 25 juli twee Japanse kustvaarders met het dekkanon onder vuur genomen en beschadigd. Twee dagen later werd wederom met het kanon een Japanse vissersboot tot zinken gebracht ten noordwesten van Java. In oktober 1945 arriveerde de boot voor het eerst in Tandjong Priok, de havenstad van Batavia, Java.

Vanuit Batavia zou Hr. Ms. O 21 nog bijna een half jaar patrouillediensten blijven verrichten in Indonesische wateren voordat de onderzeeboot op 30 april 1946 terugkeerde in Nederland. Terug in Nederland werd Hr. Ms. O 21 in conservatie genomen. Begin 1950 werd de onderzeeboot weer in de vaart genomen en na een korte onderhoudsperiode, waarbij het dekkanon en de luchtafweermitrailleurs verwijderd werden, op 7 februari in gebruik genomen als torpedo inschietvaartuig. Op 2 november 1957 werd de O 21 definitief buiten dienst gesteld en op 24 januari 1958 voor sloop verkocht aan de firma G.P. van Beckum te Alkmaar.

Definitielijst

kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
torpedo
Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.
U-boot
Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hr. Ms. O 21 in Gibraltar in 1941.
(Bron: Wikipedia)


Duitse krijgsgevangenen afkomstig van U-95 gaan van boord in Gibraltar.
(Bron: Wikipedia)


Aankomst van Hr. Ms. O 21 in Rotterdam in 1946.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Hr. Ms. O 21 ontvangt torpedo`s van torpedowerkschip Hr. Ms. Mercuur in 1950.
(Bron: Dutchfleet)


Hr. Ms. O 21 als torpedoinschietvaartuig in 1956.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
16-04-2011
Laatst gewijzigd:
23-03-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.