Mengele, Josef

Medische experimenten

Al vrijwel meteen na aankomst in Auschwitz begon Mengele met het uitvoeren van medische experimenten op gevangenen (zigeuners en Joden). Daarin was hij niet uniek, want ook andere SS-artsen in Auschwitz en in andere concentratiekampen hielden zich hiermee bezig. Zo voerde dr. Sigmund Rascher in Dachau experimenten uit waarbij gevangenen, dikwijls met fatale gevolgen, werden blootgesteld aan hoge druk en onderkoeling om de overlevingskansen te onderzoeken voor luchtmachtpersoneel op grote hoogten en wanneer ze neergestort waren in koud zeewater. Een andere arts in Dachau, dr. Klaus Schilling, injecteerde gevangenen met malariaparasieten om geneesmiddelen tegen deze ziekte uit te testen. In Auschwitz voerden de gynaecologen dr. Carl Clauberg en dr. Horst Schumann experimenten uit om een methode te vinden om grote aantallen “raciaal inferieure” mensen te steriliseren. Ze stelden hun slachtoffers onder andere bloot aan röntgenstraling met gruwelijke pijnen en lichamelijke schade als gevolg. Veel proefpersonen van al deze SS-artsen vonden de dood of waren voor de rest van hun leven verminkt. Dat gold zeker niet anders voor Mengeles proefpersonen. Anders dan zijn collega’s hield Mengele zich echter bezig met een breed scala aan experimenten, zowel op medisch gebied als waarbij de nationaalsocialistische erfelijkheids- en rassenleer centraal stond. Omdat hij in vergelijking met de meeste andere artsen langdurig in Auschwitz werkzaam was, was de hoeveelheid door hem uitgevoerde experimenten naar verhouding dan ook groot.

De onderzoeken van Mengele in Auschwitz werden gefinancierd met een deel van het subsidiegeld van de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG) dat Otmar von Verschuer ontving. Verschuer gaf Mengele de vrije hand om onderzoek te verrichten naar alles wat hij wilde onder de voorwaarde dat de resultaten beschikbaar waren voor het Kaiser Wilhelm Institut in Berlijn. Gedurende zijn verblijf in Auschwitz zou Mengele daarom veel materiaal naar Berlijn sturen, waaronder geprepareerde lichaamsdelen. SS-leider Heinrich Himmler had ingestemd met het werk van Mengele, zoals blijkt uit een brief van Verschuer aan de DFG waarin hij meedeelde dat zijn assistent “momenteel [is] aangesteld als Hauptsturmführer en kamparts in concentratiekamp Auschwitz. In dit concentratiekamp wordt onder leiding en met toestemming van SS-Reichsführer Himmler antropologisch onderzoek uitgevoerd onder de meest uitlopende rassen.” Bij het uitvoeren van dit onderzoek liet Mengele zich assisteren door gevangenen, waarvan de eerder genoemde Hongaarse patholoog Miklós Nyiszli de bekendste is. Nyiszli voerde onder andere autopsies uit op de lichamen van proefpersonen en prepareerde lichaamsdelen voor nader onderzoek. Hij overleefde de oorlog en publiceerde in 1946 een boek over zijn ervaringen in Auschwitz, waarvan in Nederland in januari 2012 een vertaling is verschenen onder de titel: “Assistent van Mengele”.

Beschrijvingen van Mengeles experimenten zijn hoofdzakelijk afkomstig van overlevenden en ooggetuigen zoals Miklós Nyiszli. De ene getuigenis is nog gruwelijker dan de ander. Het is moeilijk om de juistheid van elke individuele getuigenis te controleren, maar het aantal huiveringwekkende verslagen is zo groot dat het aannemelijk is dat er veel waarheidsgetrouw zijn. Wat we zo te weten zijn gekomen is dat Mengele beenmergtransplantaties uitvoerde zonder verdoving. Hij experimenteerde ook met behandelmethoden voor de ziekte noma, die vooral jonge kinderen treft en in Auschwitz enkel voorkwam in het zigeunerkamp. Noma is een bacteriële ziekte, veroorzaakt door extreme ondervoeding en een bijkomstige infectie zoals tyfus, die zich kenmerkt door het geleidelijk slinken van het weefsel in de mond en de wangen met als gevolg dat de tanden, tandvlees en kinbeen bloot komen te liggen. Mengele documenteerde het ziekteverloop en liet foto’s maken van patiënten. Door hen medicijnen en speciale voeding toe te dienen, wist hij hen te genezen, maar door daarna de behandeling te stoppen, keerde de ziekte weer terug. Ook besmette hij gezonde proefpersonen met het slijm uit de mond van nomapatiënten. Gestorven patiënten liet hij onthoofden, waarna hun hoofden geconserveerd werden in glazen potten. Deze werden vervolgens naar Berlijn gestuurd voor nader onderzoek.

Hoewel gynaecologie niet zijn vakgebied was, voerde Mengele ook experimenten uit op zwangere vrouwen. Zo liet hij hen besmetten met tyfus om te onderzoeken of hun kinderen ook besmet geboren werden. Bij een ander experiment verpakte hij de borsten van een moeder met een pasgeboren kind in gips om te bepalen hoelang de baby’s zonder melk konden leven. De Joodse Ruth Elias en haar baby troffen dit lot. “Mijn kind is heel langzaam heengegaan,” zo verklaarde ze, “het huilde bijna niet meer, het jammerde alleen.” Na acht dagen gaf de baby nauwelijks nog een levensteken en diende een arts-gevangene het kindje een infectie met morfine toe. Ook aan de sterilisatie-experimenten van Clauberg en Schumann nam Mengele deel. Zowel mannen als vrouwen werden het slachtoffer van deze experimenten, waarbij sterilisaties zowel operatief als niet-operatief (door middel van injectie van zuren in de eileiders of blootstelling aan röntgenstraling) werden uitgevoerd.

Bij weer een andere proef stelde Mengele zijn slachtoffers bloot aan elektroshocks om te bepalen hoe hoog het stroomvoltage is dat een mens kan verdragen. Veel proefpersonen zouden gestorven zijn als gevolg van dit experiment. Berucht is ook Mengeles experiment met het veranderen van de kleur van de iris van de ogen van kinderen door de oogbol te injecteren met methylblauw. De ingreep bracht geen blijvende verandering teweeg, maar veroorzaakte wel pijn en in sommige gevallen blijvende schade aan het gezichtsvermogen. Vermoedelijk moesten 36 kinderen dit experiment ondergaan. Naar de bedoeling van dit experiment kan slechts gegist worden: vaak wordt gesuggereerd dat Mengele een superras wilde creëren dat voldeed aan de Arische schoonheidsidealen (blauwe ogen en blond haar). Enige nuance is echter noodzakelijk, aangezien zijn proefpersonen Joden en zigeuners waren die volgens de maatstaven van de nazi’s inferieur waren en dus niet het geschikte “materiaal” waren voor de creatie van een superras. Het lijkt er veel meer op dat deze experimenten onderdeel waren van het werk van dr. Karin Magnussen aan het Kaiser Wilhelm Institut. Zij onderzocht het verschijnsel heterochromie, waarbij sprake is als iemand twee verschillende kleuren ogen heeft. Ten bate van dit onderzoek van zijn collega liet Mengele oogballen van zijn slachtoffers opsturen naar Berlijn.

Naar het Kaiser Wilhelm Institut voor antropologie werd door Mengele ook andere menselijk materiaal gezonden voor onderzoek door erfelijkheidsbiologen. Het ging bijvoorbeeld om geconserveerde skeletten van misvormde personen en mensen die leden aan dwerggroei. Zulke afwijkingen hadden Mengeles speciale belangstelling. Op het aankomstperron zocht hij mensen met afwijkende lichaamskenmerken speciaal uit. Zo arriveerde op 19 mei 1944 een transport uit Hongarije met daarbij de Roemeens-Joodse artiestenfamilie Ovitz. Zeven van hen leden aan dwerggroei. Mengele scheidde de familie van de overige gevangenen en bracht hen over naar een speciale afdeling in het kamp. Hij hoopte te kunnen ontdekken wat de oorzaak van dwerggroei was, zodat hij daarmee wetenschappelijke eer kon behalen. De kleine mensen werden onderworpen aan injecties met preparaten, beenmergtransplantaties en bloedafname en de vrouwen werden het slachtoffer van sterilisatie-experimenten. Op één na overleefden alle familieleden de oorlog, inclusief de zeven kleine mensen. Ze zouden na de oorlog naar Israël emigreren, waar in 2001 het laatste nog levende familielid overleed. Het opmerkelijke aan hun verhaal is dat ze hun leven dankten aan dezelfde man die hen als proefpersonen had misbruikt. Als Mengele voor hen geen bijzondere belangstelling had getoond, dan waren ze na aankomst in Auschwitz direct vergast.

Definitielijst

nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
rassenleer
De Duitsers maakten onderscheid tussen mensen op grond van ras.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Dr. Sigmund Rascher, een collega-arts van Mengele, tijdens een onderkoelingsexperiment in Dachau, 1942.
(Bron: DIZ München)


Carl Clauberg (links), een andere collega-arts van Mengele die zich in Auschwitz bezighield met sterilisatie-experimenten.
(Bron: Instytut Pamieci Narodowej)


Slachtoffertjes van Mengeles experimenten in Auschwitz.
(Bron: National Museum of Auschwitz-Birkenau)


Een medewerker van het Kaiser Wilhelm Institut in Berlijn meet de gezichtskenmerken van een vrouw om haar raciale afkomst vast te stellen.
(Bron: U.S. National Archives)


De zeven kleine mensen van de artiestenfamilie Ovitz. In Auschwitz werden ze slachtoffer van Mengeles experimenten, maar ze overleefden alle zeven.

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
06-03-2012
Laatst gewijzigd:
15-04-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.