Japanse Torpedobootjagers van de Hatsuharu Klasse

De Hatsuharu Klasse

De Hatsuharu-klasse torpedobootjagers werden ontworpen volgens de regels zoals deze afgesproken waren bij het London Naval Treaty in 1930. Hierdoor waren ze qua omvang en waterverplaatsing kleiner dan andere torpedobootjagers.

Technische gegevens bij de bouw:
Klasse: Hatsuharu
Aantal in klasse: 6
Land: Japan
Waterverplaatsing: standaard 1530 BRT
volledig beladen 1802 BRT
Afmetingen: Lengte over alles: 109,50 meter
Breedte: 10 meter
Diepgang (volledig beladen): 3,35 meter
Aandrijving: Twee Kampon turbines, 3 boilers, 42.000pk
Bewapening: Vijf 12,7cm/50 Type 3 kanonnen (2x2, 1x1), later 4 (na 1942)
Negen 61 cm torpedobuizen (3x3)
Twee Vickers 40 mm luchtafweerkanonnen, later vervangen door meerdere Hotschkiss 25 mm Type 96 kanonnen
18 dieptebommen
Bemanning: 200

Ontwerp

Bij het ontwerp van deze klasse werd rekening gehouden met een taak waarbij de schepen vooral als escortevaartuig voor een grotere aanvalsvloot dienden te fungeren. Hoewel de bewapening nagenoeg gelijkwaardig was als die van de Fubuki-klasse, werd het bruto tonnage op 1400 ton gehouden. De vuurleidingstechnieken waren zodanig ontwikkeld dat bij het ontwerp rekening werd gehouden met militaire ontwikkelingen. Hierdoor werd het vuurleidingssysteem geschikt gemaakt voor luchtafweer. Ook het hoofdgeschut kreeg hierdoor een grotere vuurhoogte. Zowel de torpedobuis lanceer-installaties als de commando locaties werden voorzien van bepantsering, ook tegen luchtaanvallen. Het gevolg hiervan was dat de schepen veel extra gewicht kregen boven de waterlijn, wat hen topzwaar maakte.

Voor de schepen werd hetzelfde soort staal gebruikt als eerdere ontwerpen, waardoor men het extra gewicht boven de waterlijn op andere manieren moest zien te reduceren. Er werd gekozen voor motoren die niet voor extra snelheid konden zorgen. Door een herontwerp van de romp trachtte men het extra gewicht boven water op te vangen, wat echter weer meer weerstand veroorzaakte. Hoewel zo veel mogelijk de nieuwe techniek van elektronisch lassen werd toegepast, wat wederom voor minder gewicht kon zorgen, stond deze techniek in Japan nog in de kinderschoenen. Gedurende het gehele ontwerp werd getracht zoveel mogelijk gewicht te besparen, wat vaak weer zorgde voor verzwakking van de constructie.

De schepen werden ontworpen onder het zogenaamde eerste Marine Bewapeningsprogramma van 1931, de Maru Ichi Keikaku. De Hatsuharu, Nenohi en Wakaba volgens JFY 1931 en de Hatsushimo, Ariake en Yugure volgens JFY 1933. Volgens hetzelfde plan werden nog zes torpedobootjagers ontworpen en gebouwd als Shiratsuyu-klasse.

Vormgeving

Globaal behielden de schepen eenzelfde opbouw als de Fubuki-klasse met haar karakteristieke lange, vooruitstekende boeg. De brug kreeg vier vuurleidingstations elk beschermd met 10 mm bepantsering. De opbouw kreeg twee schoorstenen. De grotere voorste schoorsteen zorgde voor de afvoer vanuit de twee voorste ketelruimen, terwijl de achterste, kleinere schoorsteen de achterste boiler kamer bediende. Tussen de voorste schoorsteen en de brug werd een driepoot mast geplaatst. Op het achterschip bevond zich het achterste dekhuis. Hierop bevonden zich de achterste torpedobuizen en een klein platform met een afstandsmeter. Een 90 cm zoeklicht was aangebracht op een toren achter de achterste schoorsteen.

Bewapening

Voor het eerst in de geschiedenis van de Japanse torpedobootjagerbouw werd geschut direct voor de brug geplaatst. Deze geschutskoepel, van het zogenaamde Model A, kreeg een 12,7 cm Type 3 kanon en werd aangebracht op een dekhuis zodat het kon draaien en vuren over het dubbelloops geschut op het voordek. Dit bestond uit een Model B Mod 2 (B-gata kai-2) geschutskoepel met twee 12,7 cm Type 3 kanonnen. Een tweede dubbelloops geschutskoepel was achter op het hoofddek geplaatst en droeg eveneens twee 12,7 cm Type 3 kanonnen. Het geschut had een elevatie van 75 graden. Na 1942 werd bij alle overgebleven schepen de enkelloops geschutskoepel verwijderd.

Tussen de twee schoorstenen, op een platform, werd de voorste torpedobuis opstelling geplaatst, voorzien van drie 61 cm Type 90 torpedobuizen in een Type 90 Model 2 lanceerinstallatie. Ten opzichte van elkaar stonden de torpedobuizen en de achterste schoorsteen iets uit het midden van het schip, waardoor het gewicht beter over het schip werd verdeeld. De middelste torpedo opstelling, eveneens met drie torpedobuizen was aangebracht achter de achterste schoorsteen. De achterste torpedo opstelling bevond zich op het achterste dekhuis en had tevens drie torpedolanceerbuizen.

Op een verhoogd platform, direct voor de achterste schoorsteen waren twee in licentie gebouwde Vickers 40 mm luchtafweer kanonnen aangebracht. Vanaf 1943 werden deze vervangen door in licentie gebouwde Hotschkiss 25 mm Type 96 kanonnen aangebracht in enkel, dubbel of triple opstellingen. Dit kon per schip verschillen, zo is bekend dat de Hatsuharu vanaf juni 1944 drie stuks triple-luchtafweergeschut droeg, waarvan ťťn in plaats van de enkelgeschuts koepel, een dubbele op een platform voor de brug en twee enkele. De Hatsushimo droeg tien enkelvoudige luchtafweer kanonnen toen het in juli 1945 tot zinken werd gebracht. Enige tijd zou de Hatsushimo ook vier in licentie gebouwde 13,2 mm Type 93 kanonnen hebben gekregen, maar deze waren van weinig nut tegen moderne vliegtuigen.

Aanvankelijk droegen de schepen tevens 18 dieptebommen met zich mee in een rek op het achterdek. Deze werden in 1942 uitgebreid tot 36. Pas na aanvang van de Tweede Wereldoorlog werden Type 93 sonar en Type 93 hydrofoons geÔnstalleerd. Pas aan het einde van de oorlog, rond 1944, werden de overgebleven schepen met een Type 22 radar op de voorste mast, Type 13 op de hoofdmast en een Type E-17 Anti-radar installatie uitgerust.

Aandrijving

De klasse werd aangedreven door twee sets Kampon turbines, elk bestaande uit een lagedruk en een hogedruk turbine. Beide turbines dreven een 3,05 meter in doorsnede propeller aan. Totaal kon de klasse hiermee 42.000 pk produceren. Als boilers werden drie Kampon Ro-Go boilers geplaatst die elk 14.000 pk produceerden. De schepen konden hiermee 7400 km varen zonder te bunkeren, met een snelheid van 18 knopen (33 km/u). Bij proefvaarten zijn snelheden gemeten tot 37,64 knopen (69,71 km/u).

Aanpassingen

Al bij de proefvaarten met de Hatsuharu bleek het schip hevig te reageren op zeegang. In september 1933 werd daarom besloten om twee 300 mm uitstulpingen aan de romp aan te brengen om de romp te verbreden. Hatsuharu en Nenohi werden na de afbouw aangepast, de Wakaba en Hatsushimo werden tijdens de bouw aangepast en de Ariake en Yugure kregen een 1 meter bredere romp.

Nadat in 1934 de torpedoboot Tomozure was gekapseisd, werd de gehele opbouw van de klasse herzien. De achterste dekhuizen en afstandsmeter werden verwijderd en de enkelvoudige geschutskoepel werd verder naar voren geplaatst. Het magazijn van dit geschut werd omgebouwd tot brandstoftank. No. 3 torpedolanceerinrichting werd verwijderd. De kompasbrug werd een verdieping lager geplaatst en bij de gehele brugopbouw werd de bepantsering verwijderd. Beide schoorstenen en masten werden met 1 tot 1,5 meter verlaagd. De voorste torpedolanceerinrichting werd 30 cm, het luchtafweerplatform 1,5 meter en het zoeklichtplatform 2 meter lager aangebracht. De uitstulpingen aan de romp werden weer verwijderd en de berging voor de ankerketting werd een dek lager ingericht. De bodembeplating werd aan de buitenzijde versterkt en totaal werd 70 ton aan extra ballast in de schepen aangebracht. Via een automatisch systeem kon zeewater in brandstoftanks worden gepompt om het gewichtsverlies bij brandstofverbruik te compenseren.

Omdat de Hatsuharu en de Nenohi ten tijde van het incident met de Tomozure al in dienst waren, werden deze uit de vaart genomen en in de reservevloot te Kure geplaatst. De overige vier schepen werden tijdens de afbouw aangepast.

Hoewel de Ariake en de Yugure tijdens hun afbouw twee anders gevormde en geplaatste roeren hadden gekregen, werden deze na het incident met de Tomozuru weer vervangen.

Toen tijdens een tyfoon op 26 september 1935 twee schepen uit de Fubuki-klasse zwaar werden beschadigd, kregen de Hatsuhuru-klasse schepen een versterkte romp en extra ballast.

Al deze aanpassingen hadden er intussen toe geleid dat de schepen in deze klasse 23% zwaarder waren geworden, ťťn derde van hun torpedobuizen moesten inleveren en 3 knopen in snelheid verloren ten opzichte van de ontwerpen.

Definitielijst

kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
radar
Engelse afkorting met als betekenis: Radio Detection And Ranging. Systeem voor het met elektromagnetische golven vaststellen van de aanwezigheid, afstand, snelheid en richting van voorwerpen als schepen, vliegtuigen, enz.
torpedo
Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
17-01-2012
Laatst gewijzigd:
28-03-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.