Gemilitariseerde schepen van de Gouvernements Marine

Inleiding

Inhoudsopgave

Vanaf de Gouden Eeuw was er in de Indische archipel nauwelijks enig Nederlands gezag aanwezig. Nederlands gezag en bestuur golden alleen voor Batavia, Java, en directe omgeving. Voor de rest ging het om losse handelsposten waar bij sommige vorstenhoven gezanten of residenten gedetacheerd waren al of niet met een klein garnizoen. Dit zou honderden jaren zo blijven. Na de val van Napoleon in 1815 werd door de zegevierende mogendheden, Pruisen, Oostenrijk, Rusland en Groot-BrittanniŽ, op het Congres van Wenen, bepaald dat de Oostenrijkse Nederlanden en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, nu grofweg BelgiŽ en Nederland, verenigd moesten worden. Deze samenvoeging zou nieuwe Franse bedreigingen in noordelijke richting moeten voorkomen. Voor de levensvatbaarheid van een dergelijk klein land werden echter de bezittingen van koloniŽn noodzakelijk geacht. Daarom werd een door Groot-BrittanniŽ veroverd gebied in de Indische archipel toegevoegd aan de Nederlandse bezittingen. Samen vormden de gebieden Nederlands Oost-IndiŽ.

In Nederland wist men echter totaal niet wat het bezit en het bestuur van een kolonie inhield. Om Nederlands gezag te kunnen afdwingen in de archipel, die net zo groot was als Europa, werd bij Koninklijk Besluit van 15 augustus 1815 de Koloniale Marine opgericht. De taak van dit nieuwe instituut bestond uit het bestrijden van piraterij en mensenroof en het handhaven van het Nederlandse gezag. De verdediging van het grondgebied bleef de verantwoording van de plaatselijke vorsten en sultans die hiervoor beschikten over hun eigen schepen, de Indische Zeemacht. Vanaf 1816 werd de Koloniale Marine uitgerust met omgebouwde koopvaardijschepen, Engelse brikken en enige aanwezige oorlogsschepen die te slecht waren om terug te keren naar Nederland.

De Koloniale Marine was echter niet bij machte haar taken naar behoren uit te voeren. Voor een effectief bestuur en handhaving van gezag moest onder andere worden gezorgd voor transport van ambtenaren, politie, gouvernementsgoederen, post, controleurs en geld. De vaargeulen, baaien en havens moesten worden onderzocht, gepeild en in kaart gebracht worden en er moest een duidelijke bebakening en kustverlichting komen.

In 1842 werd de Koloniale Marine opgeheven en in de nieuwe maritieme organisatie werden twee vlootonderdelen onderscheiden. In de eerste plaats was dat het Auxiliair Eskader dat de militaire taken zou gaan vervullen en dat bemand was met voornamelijk Nederlands personeel. Daarnaast kwam de civiele vloot met de naam Gouvernements Schoeners en Kruisboten die voornamelijk bemand werd door inheemse schepelingen. Het onderscheid tussen militaire en civiele taken bleek in de praktijk echter niet op te gaan. Alle voorkomende taken werden gewoon uitgevoerd door het toevallig aanwezige vaartuig. Halverwege de negentiende eeuw kon wel de piraterij effectiever aangepakt worden omdat er stoomschepen aan de sterkte van het Auxiliair Eskader toegevoegd werden.

Op 27 augustus 1861 kreeg de civiele tak de naam Gouvernements Marine. De taken van het Auxiliair Eskader en de Indische Zeemacht werden langzamerhand overgenomen door eenheden van de Koninklijke Marine waardoor deze twee organisaties verdwenen. De Gouvernements Marine werd gedeeltelijk ontlast van haar vele transporttaken door de komst van de Nederlandsch-Indische Stoomboot Maatschappij, de voorganger van de in 1888 opgerichte Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM).

Eind negentiende eeuw tekende zich een steeds duidelijkere scheidingslijn af tussen de militaire taken van de Koninklijke Marine en de burgertaken van de Gouvernements Marine. De taken van de Gouvernements Marine bestonden uit het uitzoeken van plaatsen waar vuurtorens, bakens en lichten in de archipel moesten komen en de bevoorrading van mensen die op eenzame posten de lichten brandende moesten houden en hun periodieke aflossing. Verder het overzee vervoeren van ambtenaren van het binnenlands bestuur en geneeskundig personeel, de verzorging van dienstreizen van de gouverneur-generaal en diens gevolg, de dienstverlening bij nationale en internationale expedities, het aanleggen en onderhouden van telegraafkabels en de zeekartering. Bovendien had de Gouvernements Marine politionele taken die bestonden uit de visserijcontrole en het tegengaan van smokkel en spionage. De schepen van de Gouvernements Marine werden inmiddels bemand door Nederlandse gezaghebbers en officieren en inheemse schepelingen.

In 1905 werd er weer een reorganisatie doorgevoerd, door het Nederlands Oost-Indische Gouvernement door de Dienst van Scheepvaart op te richten. Dit was een overkoepelende organisatie van de Dienst der Bebakening en Kustverlichting, de Gouvernements Marine en de Dienst der Gewestelijke Vaartuigen. De eerste twee genoemde organisaties bleven hun oorspronkelijke werkzaamheden uitvoeren en de politionele taken vielen onder de Dienst der Gewestelijke Vaartuigen. De Nederlandse officieren waren rechtstreeks in dienst van de Dienst van Scheepvaart, de inheemse bemanningsleden vielen onder de suborganisaties. Dit was een puur organisatorische opzet. In de praktijk veranderde er niet veel en iedereen handhaafde de benaming Gouvernements Marine.

Omstreeks 1925 omvatte de Gouvernements Marine 26 schepen. In de jaren `30 werden, als gevolg van de wereldwijde economische crisis, bezuinigingen doorgevoerd bij de Koninklijke Marine waardoor die noodgedwongen steeds vaker gebruik moest maken van de schepen van de Gouvernements Marine. Voor de kosten hiervan draaide de Nederlands Oost-Indische koloniale regering op. Vanaf 1930 moesten personen die bij de Gouvernements Marine in dienst traden een verklaring afleggen waarin zij zich verplichtten in oorlogstijd militaire diensten te verrichten. Vijf schepen van de Gouvernements Marine werden aangewezen om deel te nemen aan oefeningen van de Koninklijke Marine als vliegbootmoederschepen. Vanwege de overgang van telegraafkabels naar draadloze verbindingen kon de grote kabellegger Zuiderkruis omgebouwd worden tot bevoorradingsschip voor onderzeeboten en Dornier vliegboten.

Definitielijst

kolonie
Overzees gebiedsdeel.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Opnemingsvaartuig van de Gouvernements Marine Hr. Ms. Tydeman uit 1916.
(Bron: Photoship)


Het oude Gouvernementsstoomschip Java in 1905.
(Bron: Dutchfleet)


Het stoomschip Glatik was al voor de Tweede Wereldoorlog afgestoten door de Gouvernements Marine.
(Bron: Dutchfleet)


De Zuiderkruis werd al voor de Tweede Wereldoorlog ingezet bij de Koninklijke Marine.
(Bron: Dutchfleet)


De Fomalhaut en de Albatros voor de Tweede Wereldoorlog.
(Bron: Photoship)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
01-02-2012
Laatst gewijzigd:
01-10-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.