Gemilitariseerde schepen van de Gouvernements Marine

De Gouvernements Marine in de Tweede Wereldoorlog

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, op 1 september 1939, werd de Gouvernements Marine gemilitariseerd. Officieel kwam de gehele Dienst van Scheepvaart onder bevel van de Commandant Zeemacht (CZM) te staan. De witte schepen waren vanaf dat moment Harer Majesteitsschepen en werden in marinegrijs overgeschilderd. De rangen van de officieren werden gelijkgesteld met die van de marine waardoor een gezaghebber van de Gouvernements Marine gelijk gesteld werd met een luitenant-ter-zee der eerste klasse van de Koninklijke Marine. Een eerste officier en een hoofdwerktuigkundige werden gelijk gesteld met de rang van luitenant-ter-zee der tweede klasse en een 2e en 3e officier en een 2e en 3e werktuigkundige met een luitenant-ter-zee der derde klasse. De inheemse schepelingen behielden hun civiele rangen en taken. Ook behielden alle leden van de gemilitariseerde Gouvernements Marine hun eigen civiele ambtskostuum, maar ze droegen vanaf 1 september 1939 het militarisatie kenteken in de vorm van een oranje katoenen band om de linkerbovenarm. De Gouvernements Marine betekende voor de Koninklijke Marine een enorme directe aanwinst, niet vanwege de militaire capaciteiten, maar om de plaatselijke nautische kennis en ervaring.

Drie schepen van de Gouvernements Marine werden omgebouwd tot hulpmijnenlegger (zie Nederlandse mijnenleggers). Dit waren de nieuwe schepen Regulus en Ram (mijnenlegger) en de tot opnemingsvaartuig verbouwde sleepboot Hr. Ms. Bangkalan. Het jacht voor de Gouverneur-generaal, Hr. Ms. Rigel was al uitgerust als hulpmijnenlegger met een capaciteit van 150 mijnen.

Op 11 oktober 1939 viel het besluit om ook de schepen van de Dienst der Gewestelijke Vaartuigen en hun bemanningen te militariseren. Hierdoor kwamen alle 27 politiekruisers onder de Koninklijke Marine te vallen. Toen op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen, verviel ook voor Nederlands Oost-IndiŽ de neutraliteit. De Koninklijke Marine besloot om de bestaande politiekruisers van de ABC-klasse en de Ardjoeno-klasse om te bouwen tot hulpmijnenvegers. De politiekruisers van de DEFG-klasse en de Smeroe-klasse, die nog in aanbouw waren, werden nog tijdens de bouw aangepast om te kunnen fungeren als hulpmijnenveger (zie Nederlandse hulpmijnenvegers).

De overige schepen van de Gouvernements Marine werden bewapend met 3,7cm kanonnen, die vůůr 1890 in Amsterdam vervaardigd waren, en/of 7,5cm Krupp 40-kaliber kanonnen, die afkomstig waren van buiten dienst gestelde pantserschepen. Slechts vijf schepen van de Gouvernements Marine waren uitgerust met enige vorm van luchtafweer in de vorm 7,7mm Lewis of 12,7mm Colt mitrailleurs. Sommige van de schepen kregen helemaal geen bewapening omdat zij dienst deden als logementschip of niet ingericht waren om wapens aan boord te plaatsen. Verder vonden er geen aanpassingen plaats om de schepen oorlogsgereed te maken. F.C. Backer Dirks vermeldt in zijn boek De Gouvernements Marine III: ďDe oorlogsvoorbereiding heeft inzake de bewapening van de schepen van de Gouvernements Marine ernstig gefaald. Zelfs aan boord van Hr. Ms. Rigel, welk schip als mijnenlegger was uitgerust en ingezet, had men geen luchtafweermiddelen. Eerste officier H.N. Sax vertelde dat pas in de tweede helft van 1941 voor dit schip wat beschikbaar kwam in de vorm van enkele 12,7mm mitrailleurs. Met deze luchtafweermiddelen had de Rigel in oorlogstijd nog succes ook. Bij een luchtaanval op Soerabaja op 3 februari 1942 werd een Japanse Navy-O neergehaald. Naderhand zou blijken dat Hr. Ms. Rigel het enige schip van de Gouvernements Marine was, dat een vijandelijk vliegtuig had neergehaald. Hoe kan het ook anders, de bewapening van de schepen, waarmee de mannen van de Gouvernements Marine ten strijde trokken, was onvoorstelbaar slechtĒ.

Van de 58 schepen van de Gouvernements Marine, de Dienst der Bebakening en Kustverlichting en de Dienst der Gewestelijke Vaartuigen gingen er tijdens de Tweede Wereldoorlog 54 verloren. De meeste werden na de verloren Slag in de Javazee en de Japanse landingen op Java door de eigen bemanning tot zinken gebracht omdat er geen mogelijkheid was om aan de Japanners te ontkomen. Slechts het bevoorradingsschip Hr. Ms. Zuiderkruis kon ontkomen naar Colombo op Ceylon en de drie Smeroe-klasse hulpmijnenvegers Hr. Ms. Smeroe, Hr. Ms. Merbaboe en Hr. Ms. Rinjani konden uitwijken naar AustraliŽ.

Met de hulpmijnenveger Hr. Ms. Endeh liep het minder goed af. Op 1 maart 1942 ondernam een groep vrijwilligers van 24 man, onder leiding van kapitein-luitenant-ter-zee P. Rouwenhorst, een poging om met het schip te ontkomen naar AustraliŽ. De volgende morgen werd het schip onderschept door de Japanse torpedobootjagers Matsukaze en Shiokaze en met geschutvuur tot zinken gebracht. Van de opvarenden kwamen er zeven om het leven. De overlevenden wisten zich met moeite te redden in een beschadigde vlet. Op 13 maart bereikte de vlet de Duizend Eilanden, 30 zeemijlen ten noorden van Tandjong Priok. Vier van de opvarenden gingen mee met een aantal inlandse vissers en zijn door hen om het leven gebracht. De overigen bereikten met een gevonden sloep het vasteland bij de landtong Krawang waar zij op 23 maart door een Japanse patrouille werden gevangengenomen. Zij werden overgebracht naar een Japans krijgsgevangenkamp.

Op 1 maart 1942 werd de Gouvernements Marine door de Commandant Zeemacht te Nederlands Oost-IndiŽ, vice-admiraal Conrad Helfrich, op verzoek van Hoofdinspecteur J. Kuiper van de Dienst van Scheepvaart, gedemilitariseerd. Kuiper hoopte dat het personeel van de Gouvernements Marine op deze wijze zou ontkomen aan Japanse krijgsgevangenschap. De demilitarisatie leverde vele problemen op. De meeste inheemse schepelingen verdwenen naar hun oorspronkelijke woonplaatsen omdat zij geen militaire verplichtingen meer hadden. Een groot deel van hen kon in Japanse dienst werkzaam blijven bij het lichten van schepen die bij de capitulatie tot zinken waren gebracht. De Nederlandse officieren van de Gouvernements Marine die door de Japanners gevangen genomen werden, werden deels behandeld als krijgsgevangenen en deels als burgers geÔnterneerd. Dit leverde na de oorlog vele aansprakelijkheids- en re-integratieproblemen op.

Definitielijst

capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
kaliber
De inwendige diameter van de loop van een stuk geschut, gemeten bij de monding. De lengte van de loop wordt vaak aangegeven in het aantal kalibers. Zo is bv de loop van het kanon 15/24 24 ◊15 cm lang.
neutraliteit
Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De Canopus werd in 1916 in dienst gesteld bij de Gouvernements Marine en in 1939 gemilitariseerd.
(Bron: Photoship)


Eťn van de 3,7cm kanonnen van Hr. Ms. Canopus.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Stationsindeling Nederlands Oost-IndiŽ Oost.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Stationsindeling Nederlands Oost-IndiŽ West.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De Willebrord Snellius tijdens de Tweede Wereldoorlog.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
01-02-2012
Laatst gewijzigd:
01-10-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.