Gemilitariseerde schepen van de Gouvernements Marine

Opiumjagers

De snelle stoomschepen Arend en Valk werden in 1929 gebouwd in Rotterdam. De schepen waren bestemd om onder de vlag van de Gouvernements Marine ingezet te worden ter bestrijding van de opiumhandel in Nederlands Oost-IndiŽ. De nieuwe schepen moesten de oude opiumjagers Argus en Cycloop uit 1893 vervangen.

Technische gegevens

Bouwwerf:Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord te Rotterdam, 1929
Grootste lengte:70,1 meter
Grootste breedte:9,02 meter
Diepgang:2,81 meter
Waterverplaatsing:1.011 ton
Machine-installatie:2 x triple expansie stoommachine
Machinevermogen:3.350 pk
Maximale snelheid:17 knopen
Bemanning:65 koppen
Bewapening:2 x 7,5cm kanonnen, 1 x 7,7mm mitrailleur (Arend)

Hr. Ms. Arend

Op 8 juni 1929 overviel de Venezolaanse rebel Rafael Simon Urbina het Waterfort in Willemstad, CuraÁao. Hij maakte samen met zijn handlangers 200 geweren, 4 mitrailleurs en de gouvernementskas buit. Het optreden van Urbina opende in Nederland de ogen voor het feit dat hier een deel van het koloniale gebied onbeschermd lag. De Nederlandse regering stuurde snel een marineschip in de vorm van de torpedobootjager Hr. Ms. Kortenaer met een detachement mariniers. De Kortenaer kon echter niet permanent gestationeerd worden in Willemstad en in afwachting van het nieuwe, vaste stationschip Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau, werd de nieuwe opiumjager Arend als flottielje vaartuig in dienst gesteld bij de Koninklijke Marine. Van 16 januari 1930 tot 4 augustus 1931 fungeerde Hr. Ms. Arend als stationschip in de West. Pas op 10 april 1935 vertrok de opiumjager naar Nederlands Oost-IndiŽ en kwam het schip onder de vlag van de Gouvernements Marine.

Samen met de kanonneerboot Hr. Ms. Soemba werd de Arend vanaf 1936 vaak ingezet als bewakings- en patrouillevaartuig in het oostelijke deel van de Indonesische archipel. Vanaf 1 september 1939 werden de zusterschepen Hr. Ms. Arend en Hr. Ms. Valk belast met de bewakingsdienst Grote Oost. Er werd geopereerd vanuit Ambon in samenwerking met de Marine Luchtvaart Dienst (MLD). Een dag na de Japanse aanval op Pearl Harbor, die op 7 december 1941 plaatsvond, verklaarde Nederland de oorlog aan Japan. Vanaf dat moment werd de Arend, met gezaghebber F.J. Somers, ontlast van de bewakingstaken en belast met het escorteren van koopvaardijschepen vanuit Tandjong Priok. Om te voorkomen dat het schip in Japanse handen viel werd het op 1 maart 1942 in Tandjong Priok tot zinken gebracht door de eigen bemanning. In april 1943 werd het wrak van de Arend op last van de Japanners gelicht en naar Soerabaja gesleept. Daar werd het vaartuig gerepareerd en werden de ketels vervangen door twee Japanse Kampon RO oliegestookte ketels. Op 31 juli 1944 werd de Arend in Japanse dienst gesteld als patrouilleboot PB-108 en ingezet als konvooibegeleider en bewakingsvaartuig. Op 28 maart 1945 werd het schip voor de kust van Zuid-Celebes aangevallen door zeven Amerikaanse B-24 Liberator bommenwerpers en met vijf treffers tot zinken gebracht. Hierbij kwamen 69 Japanse en Indonesische bemanningsleden om het leven.

Hr. Ms. Valk

In tegenstelling tot zusterschip Arend werd de Valk vanaf 1930 ingezet voor het doel waarvoor zij gebouwd was. Tot 1939 fungeerde het snelle stoomschip als opiumjager. Op 2 september van dat jaar werd de Valk, onder commando van gezaghebber A. Kool, Hr. Ms. Valk en ingezet als patrouillevaartuig en moederschip voor Consolidated PBY Catalina vliegboten van Groep Vliegtuigen (GVT) 17 vanuit Ambon in het oosten van de Indonesische archipel. Vanaf 7 januari 1942 werd Ambon gebombardeerd door Japanse vliegtuigen. Een week later werd Hr. Ms. Valk teruggeroepen naar Tandjong Priok omdat het in Ambon te gevaarlijk werd. Vanuit de havenstad van Batavia werd het vaartuig ingezet als konvooibegeleider. Op 4 maart 1942 arriveerde Hr. Ms. Valk in Tjilatjap na een konvooireis. Diezelfde dag werd de havenstad in Zuid-Java voor de eerste maal gebombardeerd door Japanse vliegtuigen die afkomstig waren van de vliegdekschepen Akagi, Kaga, Hiryu en Soryu. Omdat vice-admiraal Helfrich de Gouvernements Marine op 1 maart gedemilitariseerd had, vluchtten alle inheemse bemanningsleden. De volgende dag vielen de Japanse carriervliegtuigen wederom Tjilatjap aan en de Valk liep schade op door near misses. Op 7 maart werd de Valk in de haveningang van Tjilatjap tot zinken gebracht.

Op 21 april 1943 werd het wrak van de Valk door de Japanse bezetter gelicht en ter reparatie naar Soerabaja gesleept. Op 31 januari 1944 waren de reparaties voltooid en het schip werd als patrouillevaartuig PB-104 in Japanse dienst gesteld. Twee maanden later werd de PB-104 uitgerust met een 12,5cm luchtdoelkanon en een Type 93 Model 1 sonar. Het patrouillevaartuig werd vooral ingezet als konvooibegeleider in Filippijnse wateren. Op 15 augustus 1945 werd het schip officieel overgedragen aan de geallieerde strijdkrachten en naar Sasebo in Japan geroepen. Op 24 augustus liep PB-104 echter op een mijn in Shimonoseki Strait, tussen het Japanse hoofdeiland Honshu en het zuidelijker gelegen eiland Kyushu in, en ging verloren.

Definitielijst

mitrailleur
Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De voormalige opiumjager Cycloop uit 1893 werd in 1929 verkocht aan Frans Indo-China.
(Bron: Damennaval)


Hr. Ms. Arend in 1930.
(Bron: Maritiem Digitaal)


Hr. Ms. Arend keert terug uit de West.
(Bron: ANP-archief)


Hr. Ms. Valk op patrouille bij Menado, 1939.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De Valk in Japanse dienst.
(Bron: Combinedfleet)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
01-02-2012
Laatst gewijzigd:
01-10-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.