Gemilitariseerde schepen van de Gouvernements Marine

Gouvernementsschepen van het type Merel

Eind jaren `20 was de Gouvernements Marine weer toe aan een renovatieronde. Een aantal verouderde schepen werd buiten dienst gesteld en zou vervangen worden door een drietal kleinere schepen met een dieselmotor. Dit werden de schepen van het type Merel. De vervanging van een aantal kolengestookte stoomschepen door schepen met dieselmotoren was voor de machinisten en stokers een verademing. Zoals alle schepen die gebouwd werden op het Marine Etablissement blonken ook de drie schepen van het type Merel niet uit in stabiliteit maar goede gezaghebbers en eerste officieren konden, hier rekening mee houdende, uitstekend overweg met de nieuwe aanwinsten.

Eind jaren `30 werden de drie schepen van het type Merel omgebouwd tot moederschepen voor vliegboten. Deze verbouwing bestond onder andere uit het aanbrengen van vliegtuigbenzinetanks, die schuin buitenboord gedraaid konden worden om bij een eventuele brand in zee te kunnen dumpen, en het inrichten van een speciale werkplaats voor vliegtuigmonteurs.

Technische gegevens

Bouwwerf:Marine Etablissement te Soerabaja, 1928
Grootste lengte:47,78 meter
Grootste breedte:8,4 meter
Diepgang:2,7 meter
Waterverplaatsing:600 ton
Machine-installatie:1 x Deutz dieselmotor
Machinevermogen:700 pk
Maximale snelheid:12 knopen
Bemanning:39 koppen
Bewapening:1 x 7,5cm kanon

Hr. Ms. Merel

De Merel werd ingezet als stationschip vanuit Koepang, Timor. Na de militarisering van de Gouvernements Marine werd Hr. Ms. Merel, met gezaghebber P.W.H. Klerk, afgelost door Hr. Ms. Canopus en naar Soerabaja gedirigeerd om aangepast te worden zodat zij kon fungeren als vliegbootmoederschip. Daarna ging de Merel naar station Sedanau, op de Natoena-eilanden tussen Noord-Borneo en Singapore, om op toerbeurt toe te zien op de toegang tot Nederlands Oost-IndiŽ vanuit de Zuidchinese Zee. In februari 1942 werd het in die regio te gevaarlijk en werd de Merel teruggeroepen naar Tjilatjap van waaruit het schip, vanaf 19 februari, ingezet werd bij de Bewakingsdienst West-Java.

Op 28 februari 1942 bevond Hr. Ms. Merel zich in de Bantam-baai ten noorden van Tandjong Priok. Omdat West-Java ingesloten was door Japanse schepen kon de Merel niet meer ontkomen en werd de volgende dag door de eigen bemanning als blokschip tot zinken gebracht voor de toegang van de 2e en de 3e Binnenhaven van Tandjong Priok.

Hr. Ms. Reiger

M.s. Reiger werd in 1930 te water gelaten en in 1931 toegevoegd aan de vloot van de Gouvernements Marine. Bij de militarisering in 1939 bevond Hr. Ms. Reiger, gezaghebber E.K. van Melle, zich in station Amboina en kon daar blijven als moederschip voor de MLD in de Molukse wateren. Net als de Merel werd het schip in februari 1942 teruggehaald naar Java en ingedeeld bij de Bewakingdienst West-Java. Samen met Hr. Ms. Sirius bevond de Reiger zich in de nacht van 27 op 28 februari 1942 in de Bantam-baai. Gedurende de dag werden de schepen vier keer aangevallen door Japanse bommenwerpers waarbij alleen de Sirius lichte schade opliep. Die avond werd de Reiger gevangen in een vijandelijk zoeklicht en met kanonvuur bestookt. Gezaghebber van Melle liet de dieselmotor warm lopen en ging anker op. Hij trachtte aan het kanonvuur te ontkomen door schuil te gaan achter ťťn van de vele kleine eilandjes in de baai. Met het 7,5cm kanon hevig op de vijand vurend liep Hr. Ms. Reiger echter met vol vermogen op een kustrif. De bemanning verliet het schip en bereikte zwemmend en wadend de Java-wal. Bij een poging Batavia te bereiken werden zij bij Serang door een Japanse patrouille gevangen genomen. In 1943 werd het wrak van de Reiger door de Japanners van het rif gehaald, maar verder is er over het schip niets bekend.

Hr. Ms. Fazant

Het motorschip Fazant kwam in 1932 in dienst van de Gouvernements Marine. Het nieuwe schip werd gestationeerd te Menado, Noord-Celebes. Ten tijde van de militarisering werd het schip afgelost door het opnemingsvaartuig Hr. Ms. Willebrord Snellius. Hr. Ms. Fazant, met gezaghebber F.J. Keizer, werd net als de Merel, als moederschip voor de MLD, ingezet als bewakingsvaartuig vanuit station Sedanau. Op 18 februari 1940 kreeg Hr. Ms. Fazant als ťťn van de weinige gemilitariseerde Gouvernementsschepen de beschikking over een 7,7mm mitrailleur. Later kreeg de Fazant dezelfde functie toegewezen aan de noordgrens van de Molukken. Eind 1941 waren alle aan de Fazant toegewezen vliegboten verloren gegaan en werd het schip uit de gevarenzone teruggetrokken. Vanaf 19 februari 1942 werd het schip toegevoegd aan de Bewakingsdienst West-Java. Op 1 maart werd te Tandjong Priok nog gebunkerd, maar aan uitwijken kwam het schip niet meer toe. Hr. Ms. Fazant werd in de loop van die avond door de eigen bemanning in de haven tot zinken gebracht.

Op 31 juli 1944 werd het wrak door de Japanners gelicht en naar Soerabaja gesleept. Daar werd het schip gerepareerd. De reparaties zouden in december voltooid moeten zijn, maar door voortdurende geallieerde luchtaanvallen duurde het tot april 1945 voordat de Fazant als PB-109 in Japanse dienst gesteld kon worden. Het schip werd ingezet als patrouilleboot en escortevaartuig. In september 1945 werd het schip te Batavia overgedragen aan Britse strijdkrachten die het later overdroegen aan de Dienst van Scheepvaart. De Fazant verkeerde in zeer slechte staat en werd in Tandjong Priok opgelegd. In deze toestand werd het schip in 1949 overgedragen aan de Indonesische marine. In 1951 werd het schip na voorlopige reparaties overgevaren naar Soerabaja waar de oude Deutz dieselmotor werd vervangen door een Werkspoormotor. De Fazant werd voorbestemd als presidentieel jacht en gedoopt in Kartika. Doordat het schip nog steeds in een slechte staat verkeerde werd het in 1954 buiten dienst gesteld en voor sloop verkocht.

Definitielijst

kanon
ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
mitrailleur
Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De Merel als vliegtuigmoederschip in 1935.
(Bron: Alle hens oktober 1985)


De Fazant in 1934.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De Fazant te Menabo, 1935.
(Bron: Photoship)


De gezaghebber van Hr. Ms. Fazant, Fredrik Jacob Keizer, overleed op 23 april 1945 in het Japanse krijgsgevangenkamp Bangkong.
(Bron: Erven F.J. Keizer)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
01-02-2012
Laatst gewijzigd:
01-10-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.