Ondergang van het IJsselmeerflottielje

Tot slot

Ondanks dat het IJsselmeerflottielje grotendeels bestond uit verouderde schepen en in feite een bij elkaar geraapt zootje was, zijn de Duitsers er slechts in geslaagd om ťťn eenheid van het flottielje direct uit te schakelen. De dreiging van de overige Nederlandse oorlogsschepen op het IJsselmeer, ook zonder bijstand van Franse en Britse schepen, was vooral na de beschieting van Hr. Ms. Friso op Stavoren op 12 mei, voldoende om de Duitsers ervan te weerhouden een poging te ondernemen het IJsselmeer over te steken. Deze dreiging werd door de Duitsers overschat, daar zij ervan overtuigd waren dat ze te maken hadden met torpedobootjagers zoals blijkt uit het ooggetuigenverslag van Unteroffizier Limburg. Desondanks had General-Major Feldt, na de mislukte artilleriebeschietingen op Kornwerderzand op 14 mei, besloten een aanval over het IJsselmeer in te gaan zetten. De wapenstilstand van 19:00 uur op die dag zorgde ervoor dat die operatie niet hoefde plaats te vinden.

Het is bijzonder jammer dat het IJsselmeerflottielje door een noodlottige samenloop van omstandigheden aan haar einde moest komen door de eigen eenheden tot zinken te brengen. Tot overmaat van ramp waren de beide stalen mijnenvegers Abraham van der Hulst en Pieter Florisz in te ondiep water afgezonken en niet grondig genoeg vernield zodat zij in augustus 1940 op last van de bezetter konden worden gelicht. De schepen werden op de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam gerepareerd. De mijnenvegers kwamen als M552 en M553 in dienst bij de Kriegsmarine en werden ingezet als torpedowerkschepen. De M553 ging op 21 april 1944 verloren toen het schip in de Oostzee op een mijn liep. De M552 werd in mei 1945 teruggegeven aan de Koninklijke Marine en op de Rijkswerf in Den Helder gerepareerd. In 1946 kwam het schip weer als Hr. Ms. Pieter Florisz in Nederlandse dienst.

De oude kanonneerboten Hefring en Freyr werden eveneens gelicht, maar in 1944 beide als blokschip weer afgezonken. Het wrak van Hr. Ms. Z 3 werd in 1941 vlot getrokken en verdween onder de slopershamer. De Brinio werd op 12 oktober 1942 geborgen maar bleek onherstelbaar beschadigd te zijn waarop de snijbranders een einde maakten aan de oude kanonneerboot. Het wrak van Hr. Ms. Friso werd op 15 maart 1943 gelicht en vervolgens in Enkhuizen gesloopt.

De motorsleepboten van het IJsselmeerflottielje werden na 14 mei 1940 allemaal door de Duitsers als krijgsbuit in beslag genomen. De eigenaren ontvingen van de Nederlandse regering een schadevergoeding met de verplichting deze te benutten voor de bouw of aankoop van nieuwe sleepboten. Een gevolg van de Duitse verbeuring en de schadeloosstellingen was dat de sleepboten die de oorlog overleefden aan de Nederlandse Staat toekwamen. Zo kwam ms Sija na de oorlog in dienst bij de Koninklijke Marine als sleepboot Marva en ms Zeemeeuw als Sleepdienst 7, later herdoopt in Emma. De ms Albatros en ms Adwill II werden verkocht aan particulieren en de Oranje kwam in 1945 in dienst van de Koninklijke Marechaussee als patrouillevaartuig GB (Grens Bewaking) I.

Definitielijst

Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Marva
Marine Vrouwenafdeling.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Vernielde huizen en brug bij Kornwerderzand.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De Zeemeeuw en de Oranje in Duitse dienst in de winter van 1940/1941.
(Bron: Varend erfgoed)


Hr. Ms. Pieter Florisz werd op last van de Duitsers gelicht.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De Frits Goedkoop, de voormalige Albatros, in 1949.
(Bron: Varend erfgoed)


De Albert V, hier gefotografeerd in 2009, is de voormalige Oranje.
(Bron: Varend erfgoed)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
01-05-2012
Laatst gewijzigd:
15-05-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.