Verhoor Dr. Josef Bühler

Ochtendzitting 1 23-04-1946

Inhoudsopgave

De PRESIDENT: Dr. Seidl.
Dr. SEIDL: Meneer de President, ik zal afzien van het verhoor van getuige Strove, chef van het Hauptamt für Landwirtschaft und Nährung in het Generaal-gouvernement. Met toestemming van het Tribunaal roep ik nu op getuige Dr. Joseph Bühler.
(getuige Bühler gaat naar de getuigenbank.)
De PRESIDENT: Wilt u alsublieft uw volledige naam zeggen?
JOSEPH BÜHLER (Getuige): Joseph Bühler.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: Ik zweer bij God, de Almachtige en Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken, niets zal achterhouden en niets zal toevoegen.
(de getuige herhaalt de eed).
De PRESIDENT: Gaat u zitten.
Dr. SEIDL: Getuige, hoe lang hebt u beklaagde Frank gekend en welke waren de functies waarin u met hem hebt samen gewerkt?
BÜHLER: Ik ken de heer Frank sinds 1 oktober 1930. Ik heb met hem in regeringsdienst gewerkt vanaf eind maart 1933. Ik heb officieel onder hem gediend toen hij minister van Justitie in Beieren was; later toen hij Reichsjustizkommissar was en nog later toen hij minister was. Vanaf eind september 1939 nam meneer Frank mij in een officiele hoedanigheid in dienst in het Generaal-gouvernement.
Dr. SEIDL: In welke hoedanigheid diende u aan het einde bij het Generaal-gouvernement?
BÜHLER: Vanaf ongeveer de tweede helft van 1940 was ik staatssecretaris in de regering van het Generaal-gouvernement.
Dr. SEIDL: Was u zelf lid van de Partij?
BÜHLER: Ik was Partijlid sinds 1 april 1933.
Dr. SEIDL: Bekleedde u enige functie binnen de Partij of binnen een van haar aangesloten organisaties, in het bijzonder de SA of de SS?
BÜHLER: Ik heb nooit een functie binnen de Partij bekleed. Ik ben nooit lid van de SA of van de SS geweest.
Dr. SEIDL: Ik kom nu toe aan de periode waarin u staatssecretaris was van het hoofd van de regering van het Generaal-gouvernement. Wilt u mij alstublieft vertellen hoe de betrekkingen waren tussen het Generaal-gouvernement aan de ene kant en de Höhere SS und Polizeiführer (HSSPF) aan de andere kant?
BÜHLER: Ik mag misschien vooraf zeggen dat zaken betreffende de politie, de Partij of de militairen in het Generaal-gouvernement niet op mijn werkterrein lagen.
De betrekkingen tussen de Gouverneur-generaal en de HSSPF, Obergruppenführer Krüger die door de Reichsführer-SS en Chef van de Duitse politie aan hem was toegevoegd, werden vanaf het begin bemoeilijkt door fundamentele verschillen van mening. Deze meningsverschillen betroffen de opvatting van de taak en de positie van de politie binnen een ordelijk staatsbestel in het algemeen en in het bijzonder de opvatting van taken en positie van de politie binnen het Generaal-gouvernement. De Gouverneur-generaal stelde zich op het standpunt dat de politie de dienaar en het uitvoerend orgaan van de staat moest zijn en dat dus hij en de staatsautoriteiten bevelen moesten geven aan de politie en dat die toewijzing van taken een beperking inhield van het werkterrein van de politie.
Aan de andere kant was de HSSPF Krüger van mening dat de politie in het algemeen taken moest uitvoeren die afkomstig waren van het staatshoofd maar dat zij bij de uitvoering van die taken niet gebonden was aan de instructies van de bestuursambtenaren, dat dit een kwestie was van politie-technische aangelegenheden waarover die ambtenaren geen besluiten konden nemen en daarvoor ook niet in een positie waren.
Betreffende de bevoegdheid, orders te geven aan de politie was Krüger van mening dat vanwege de doelmatigheid en de eenheid van politieactiviteiten in alle bezette gebieden de bevoegdheid tot het geven van orders moest liggen bij het centrale bestuur in Berlijn en dat dat en dat alleen orders kon geven.
Wat betreft de taken van de politie was Krüger van mening dat het oordeel van de Gouverneur-generaal betreffende de beperking van die taken ongegrond was juist om de reden dat hij als HSSPF tegelijkertijd de plaatsvervanger was van de Reichsführer-SS in diens hoedanigheid van Rijkscommissaris voor het behoud van de Duitse identiteit.
Voor zover het de betrekkingen betrof tussen de politie en de kwestie van het Poolse beleid was Krüger van mening dat in het kader van werken in niet-Duits gebied overwegingen van de politie een overheersende rol moesten spelen en dat met politiemethoden alles kon worden bereikt en alles kon worden voorkomen. Deze overschatting van de politie leidde bijvoorbeeld tot het feit dat tijdens latere twisten tussen de politie en het bestuur betreffende hun respectieve werkterreinen, kwesties betreffende niet-Duitse groeperingen onder de bevoegdheden van de politie werden gebracht.
Dr. SEIDL: Weet u dat Reichsführer-SS Himmler al in 1939 een beperkend decreet uitgaf volgens welk de behandeling van alle politiezaken zijn eigen verantwoording was of de verantwoording van zijn HSSPF?
BÜHLER: Dat dat het geval was werd mij duidelijk uit de acties die de politie ondernam. Ik heb een hiertoe strekkend bevel nooit gezien maar ik kan dit zeggen: De politie in het Generaal-gouvernement trad precies op volgens de richtlijnen die ik net heb genoemd.
Dr. SEIDL: Getuige, in 1942 werd op een decreet van de Führer een staatssecretariaat voor veiligheid ingesteld. Op wiens gezag werd dit ingesteld en wat was het standpunt dat de Gouverneur-generaal op dat punt innam?
BÜHLER: Dit besluit werd vooraf gegaan door een felle haatcampagne tegen de persoon van de Gouverneur-generaal. De instelling van een staatssecretariaat voor veiligheid werd door de politie gezien als een stap, een belangrijke stap naar het ten val brengen van de Gouverneur-generaal. De kwesties genoemd in dat besluit, of tenminste de meeste daarvan, werden nu niet voor het eerst overgedragen aan de politie maar de werkelijke stand van zaken was – de feitelijke loop der gebeurtenissen – waren al in overeenstemming met de inhoud van dit decreet voordat het werd uitgevaardigd.
Dr. SEIDL: In het decreet waarmee dit decreet van de Führer in werking werd gesteld en gedateerd 3 juni 1942 werden alle politietaken die moesten worden overgedragen aan het staatssecretariaat vermeld op twee lijsten; in aanhangsel A de taken van de reguliere politie en in Aanhangsel B de taken van de veiligheidspolitie. Werden die taken destijds volledig overgedragen aan het staatssecretariaat en dus aan de politie?
BÜHLER: Het bestuur wilde die taken niet graag opgeven; waar de politie die al aan zich had getrokken werden die slechts aarzelend overgedragen.
Dr. SEIDL: U denkt allereerst aan de terreinen van de zogenaamde administratieve politie, gezondheidspolitie etc., niet waar?
BÜHLER: Ja, dat is te zeggen de politie die de leiding had over de verbindingen, gezondheid, voeding en dergelijke zaken.
Dr. SEIDL: Als ik uw uitspraken goed heb begrepen dan bedoelt u dat het hele politiesysteem, veiligheidspolitie zowel als SD en de reguliere politie geleid werd door het centrale orgaan, ofwel door Himmler zelf of door het Reichssicherheitshauptamt via de HSSPF?
BÜHLER: Volgens mijn ervaring was het in het algemeen voor de veiligheidspolitie mogelijk orders rechtstreeks uit Berlijn te krijgen zonder dat die via Krüger liepen.
Dr. SEIDL: En nu een andere vraag: Is het juist dat er in het Generaal-gouvernement Umsiedlung werd toegepast door Reichsführer-SS Heinrich Himmler in zijn hoedanigheid als Reichskommissar voor het behoud van de Duitse identiteit?
BÜHLER: Herhuisvesting, zelfs als dat fatsoenlijk gebeurt veroorzaakte naar de mening van de Gouverneur-generaal altijd onrust onder de bevolking. Daar hadden we in het Generaal-gouvernement geen behoefte aan. Die herhuisvesting veroorzaakte ook altijd een afname van de landbouwproductie. Om die redenen voerden de Gouverneur-generaal en de regering van het Generaal-gouvernement uit principe tijdens de oorlog geen herhuisvesting uit. In de mate dat dat wel gebeurde, werd dat uitsluitend gedaan door de Reichskommissar voor het behoud van de Duitse identiteit.
Dr. SEIDL: Is het juist dat de Gouverneur-generaal, vanwege dat willekeurige beleid van herhuisvesting herhaaldelijk felle onenigheid had met Himmler, Krüger en SS Obergruppenführer Globocznik?
BÜHLER: Dat is juist. Het voornemen om herhuisvesting te voorkomen leidde altijd tot onenigheid en wrijving tussen de HSSPF en de Gouverneur-generaal.
Dr. SEIDL: Beklaagde Dr. Frank wordt door de Aanklager beschuldigd van inbeslagname en confiscatie van industrieel en privaat eigendom. Wat was in principe de houding van de Gouverneur-generaal ten opzichte van dergelijke kwesties?
BÜHLER: De juridische voorwaarden op dit gebied van de wet waren afkomstig van de Gedelegeerde voor het Vierjarenplan. Confiscatie van privaat eigendom en bezittingen in de geannexeerde gebieden in het Oosten en in het Generaal-gouvernement vielen onder dezelfde regeling.
Het decreet van de gedelegeerde voor het Vierjarenplan voorzag in de vorming van een registratiekantoor, de Haupttruehandstelle Ost met het centrale bestuur in Berlijn. De Gouverneur-generaal wenste de zaken van het Generaal-gouvernement niet te laten besturen vanuit Berlijn en daarom was hij er tegen dat de registratie van goederen in het Generaal-gouvernement werd toevertrouwd aan de Haupttreuhandstelle Ost. Zonder tussenkomst van de gedelegeerde voor het Vierjarenplan stelde hij zijn eigen regels op voor de confiscatie van goederen in het Generaal-gouvernement en stichtte zijn eigen registratiekantoor. Dat kantoor werd geleid door een ervaren hoge ambtenaar van het Ministerie van Economische Zaken van Saksen.
Dr. SEIDL: Wat gebeurde er met de fabrieken en werkplaatsen die binnen het Generaal-gouvernement lagen en voorheen het eigendom van de Poolse staat waren?
BÜHLER: Fabrieken werden, voor zover die in het bewapeningsprogramma werden opgenomen, door de militairen overgenomen, dat wil zeggen door de Inspecteur voor Bewapening die ondergeschikt was aan het OKW en later aan Minister Speer. De Gouverneur-generaal probeerde fabrieken buiten de wapensector die het eigendom waren geweest van de voormalige Poolse staat onder te brengen in één vennootschap en die apart te besturen als eigendom van het Generaal-gouvernement. De grootste aandeelhouder van deze onderneming was de Schatzmeister van het Generaal-gouvernement.
Dr. SEIDL: Dat wil zeggen, die fabrieken werden bestuurd volledig apart van de Reichsschatzmeister?
BÜHLER: Ja.
Dr. SEIDL: De Aanklager heeft als bewijsmateriaal een uittreksel ingediend uit het dagboek van Frank onder nummer USA-281 (document 2233(d)-PS). Dat gaat over een gesprek over de Jodenkwestie. In dat verband zei Frank onder meer:
“Mijn houding ten opzichte van de Joden is gebaseerd op de verwachting dat zij zullen verdwijnen; zij moeten weg. Ik ben onderhandelingen begonnen om ze naar het Oosten te deporteren. Deze kwestie zal worden besproken op een grote bijeenkomst in Berlijn in januari waar ik Staatssecretaris Dr. Bühler heen zal sturen. Deze bijeenkomst zal plaats vinden op het RSHA in het kantoor van SS Obergruppenführer Heydrich. In ieder geval zal worden begonnen met een grootschalige emigratie van Joden.”
Ik vraag u nu, heeft de Gouverneur-generaal u voor die bijeenkomst naar Berlijn gestuurd en zo ja, wat was het onderwerp van die bijeenkomst?
BÜHLER: Ja, ik ben naar die bijeenkomst gestuurd en het onderwerp van die conferentie was de Joodse kwestie. Om te beginnen mag ik zeggen dat in het Generaal-gouvernement de Joodse kwesties vanaf het begin werden beschouwd als vallend onder de bevoegdheid van de HSSPF en dienovereenkomstig werden afgehandeld. Het behandelen van Joodse kwesties door het staatsbestuur viel onder toezicht van de politie en werd gewoon getolereerd.
In de jaren 1940 en 1941 werden er ongelooflijk grote aantallen mensen, voornamelijk Joden het Generaal-gouvernement binnen gebracht ondanks de bezwaren en protesten van de Gouverneur-generaal en zijn bestuur. Deze totaal onverwachte, onvoorbereide en ongewenste aanvoer van de Joodse bevolking uit andere gebieden bracht het bestuur van het Generaal-gouvernement in een uitzonderlijk moeilijke positie. De huisvesting van deze massa’s, hun voeding en de zorg voor hun gezondheid – de bestrijding van epidemieën bijvoorbeeld – oversteeg bijna of liever geheel de capaciteit van het gebied. Bijzonder dreigend was de verspreiding van tyfus, niet alleen in de getto’s maar ook onder de Poolse bevolking en de Duitsers in het Generaal-gouvernement. Het leek alsof die epidemie zich zelfs naar het Reich en naar het Oostfront zou uitbreiden.
Op dat tijdstip werd de uitnodiging van Heydrich aan de Gouverneur-generaal ontvangen. De conferentie zou eerst in november 1941 plaats vinden maar werd herhaaldelijk uitgesteld en kan zelfs in februari 1942 hebben plaats gevonden.
Vanwege de bijzondere problemen voor het Generaal-gouvernement had ik Heydrich om een persoonlijk onderhoud verzocht en hij ontving mij. Bij die gelegenheid heb ik onder andere de rampzalige toestanden beschreven die waren ontstaan als gevolg van het willekeurig aanvoeren van Joden naar het Generaal-gouvernement. Hij antwoordde dat hij juist om die reden de Gouverneur-generaal voor die bijeenkomst had uitgenodigd.
De Reichsführer-SS had, zo zei hij, een order gekregen van de Führer om alle Joden in Europa bijeen te drijven en hen in noordoost Europa, in Rusland te herhuisvesten. Ik vroeg hem of dat betekende dat verdere aanvoer van Joden naar het Generaal-gouvernement zou stoppen en of de honderdduizenden Joden die naar het Generaal-gouvernement waren gebracht zonder toestemming van de Gouverneur-generaal weer zouden worden weggehaald. Heydrich beloofde me die twee dingen. Heydrich zei verder dat de Führer bevel had gegeven dat Theresienstadt, een stad in het Protectoraat, een reservaat zou worden waarin oude en zieke Joden en zwakke Joden die de druk van herhuisvesting niet aan konden, in de toekomst zouden worden gehuisvest. Deze informatie overtuigde mij er definiteif van dat de herhuisvesting van de Joden, zo niet ten gunste van de Joden, dan wel ten gunste van de reputatie en prestige van het Duitse volk op een humane manier zou worden uitgevoerd. Het wegvoeren van de Joden uit het Generaal-gouvernement werd vervolgens uitsluitend door de politie gedaan.
Ik mag eraan toevoegen dat Heydrich, in het bijzonder voor zichzelf, zijn afdeling en de onderafdelingen exclusieve en ononderbroken bevoegdheden in deze kwestie eiste.
Dr. SEIDL: Welke concentratiekampen in het Generaal-gouvernement waren u bekend gedurende uw activiteiten als staatssecretaris?
BÜHLER: De berichten in de pers gedurende de zomer van 1944 vestigden voor het eerst mijn aandacht op het kamp Maidanek. Ik wist niet dat dit kamp, niet ver van Lublin, een concentratiekamp was. Het was meen ik in 1941 opgezet als een economisch instituut van de Reichsführer-SS. Gouverneur Zorner kwam mij destijds opzoeken en hij vertelde mij dat hij had geprotesteerd tegen het inrichten van dit kamp toen hij met Globocznik had gesproken omdat het de stroomvoorziening van Lublin in gevaar zou brengen en er waren ook bezwaren van de kant van de politie betreffende het gevaar van epidemieën. Ik lichtte de Gouverneur-generaal hierover in en hij liet op zijn beurt Globocznik bij zich komen. Globocznik zei tegen de Gouverneur-generaal dat op die plek bepaalde werkplaatsen voor de behoeften van de SS aan het front door hem waren ingericht. Hij noemde werkplaatsen voor bontwerk maar ook een timmerwerkplaats die daar gevestigd was. In deze bontwerkplaatsen werden, zoals ik hoorde bontartikelen uit de verzameling bont vermaakt voor gebruik aan het front. Hoe dan ook, Globocznik stelde dat hij die werkplaatsen had opgezet in overeenstemming met Himmler’s bevel.
De Gouverneur-generaal verbood de bouw van iedere verdere installatie totdat alle kwesties waren geregeld met de politie die het toezicht had op de bouw en er bestekken waren ingediend bij de regeringsinstanties; met andere woorden, totdat aan alle regels was voldaan die gelden voor de bouw van gebouwen. Globocznik gaf die bestekken nooit. Wat betreft de gebeurtenissen binnen het kamp, er kwam nooit concrete informatie naar buiten. Het verrastte de Gouverneur-generaal net zo zeer als mij toen de wereldpers het nieuws over Maidanek naar buiten bracht.
Dr. SEIDL: Getuige, de Aanklager heeft een document ingediend , nummer 437-PS, bewijsstuk USA-610; dat is een memorandum van de Gouverneur-generaal aan de Führer, gedateerd 19 juni 1943. Ik meen dat u dat memorandum zelf hebt opgesteld. Op pagina 35 wordt een rapport van de commandant van de SIPO genoemd en deels letterlijk geciteerd. Dat rapport van de SIPO vermeldt ook Maidanek. Was u er zich destijds van bewust dat dit Maidanek gelijkwaardig of waarschijnlijk identiek was aan dat kamp bij Lublin?
BÜHLER: Nee, ik nam aan dat het net als Auschwitz een kamp was dat buiten het terrritorium van het Generaal-gouvernement lag omdat de Gouverneur-generaal de politie en de HSSPF herhaaldelijk had gezegd dat hij binnen het Generaal-gouvernement geen concentratiekampen wenste.
Dr. SEIDL: Onders wiens bevoegdheid viel het bestuur van de concentratiekampen binnen het Generaal-gouvernement?
BÜHLER: Dat weet ik niet want ik wist niet van het bestaan van die kampen af. In augustus, ter gelegenheid van een bezoek aan het opvangkamp in Pruszkow hoorde ik over het bestuur van concentratiekampen in het algemeen. Destijds bracht ik instructies van Himmler naar de kampcommandant volgens welke het transport van de inwoners van Warschau die uit de stad naar concentratiekampen waren afgevoerd onmiddellijk moest worden beëindigd.
Dr. SEIDL: Was dat na de opstand in Warschau?
BÜHLER: Het was tijdens de opstand; het moet op 18 of 19 augustus geweest zijn. De kampcommandant, wiens naam ik ben vergeten, zei me destijds dat hij niets van die order afwist en dat hij alleen maar instructies kon krijgen van het hoofd van de concentratiekampen.
Dr. SEIDL: Weet u of de Gouverneur-generaal zelf ooit een Pool, een Oekraïner of een Jood naar een concentratiekamp heeft gestuurd?
BÜHLER: In mijn aanwezigheid is dat nooit gebeurd.
Dr. SEIDL: Is het waar dat een groot aantal Joodse arbeiders die in het kasteel in Krakow werkten tegen de wensen van de Gouverneur-generaal in en tijdens zijn afwezigheid door de SIPO werden weggehaald?
BÜHLER: Deze Joodse arbeiderskolonie is mij bekend want ik woonde in dat kasteel. Ik weet ook dat de Gouverneur-generaal altijd zorgde voor het onderhoud van deze kolonie. De chef van de kanselarij van het Generaal-gouvernement, Ministerialrat Keit, vertelde mij ooit dat die groep Joodse arbeiders tijdens de afwezigheid van de Gouverneur-generaal met geweld door de politie was weggehaald.
Dr. SEIDL: Ik kom nu toe aan de zogenaamde AB Aktion, deze uitzonderlijk pacificatie actie. Wat waren de omstandigheden die deze actie veroorzaakten?
BÜHLER: Het kan ongeveer half mei 1940 zijn geweest toen ik uit het regeringsgebouw, waar ik mijn officiële werk deed, naar het kasteel werd geroepen om de Gouverneur-generaal te bezoeken. Ik meen me te herinneren dat Reichsminister Seyss-Inquart ook was opgeroepen. Daar ontmoetten we de Gouverneur-generaal samen met enkele ambtenaren van de politie. De Gouverneur-generaal zei dat naar de mening van de politie een extreme daad van pacificatie noodzakelijk was. De veiligheidssituatie was, voor zover ik mij herinner, deze: bepaalde restanten van de Poolse strijdkrachten zwierven nog in afgelegen bosgebieden rond, veroorzaakten onrust onder de bevolking en gaven vermoedelijk militaire training aan jonge Polen. Destijds, mei 1940, was de Poolse bevolking hersteld van de schok die ze hadden gevoeld na de plotselinge nederlaag in 1939 en ze begonnen openlijk, met weinig omzichtigheid en ervaring overal weerstandsbewegingen op te zetten. Dat beeld herinner ik me duidelijk vanwege de uitspraak die de politie bij die of een andere gelegenheid had gedaan.
Dr. SEIDL: Mag ik u onderbreken en iets citeren uit het dagboek van Frank, een notitie van 16 mei 1940. Ik citeer:
“De algemene oorlogssituatie dwingt ons de veiligheidssituatie in het Generaal-gouvernement ernstig te bezien. Uit een aantal symptomen en acties kan men de conclusie trekken dat er een grote georganiseerde weerstandsgolf onder de Polen in het land aanwezig is die slechts wachten op het uitbreken van grote en gewelddadige gebeurtenissen. Er wordt gemeld dat duizenden Polen zich in het geheim hebben verenigd, bewapend zijn en worden aangezet tot het plegen van gewelddadige acties van allerlei soort.”
Daarna noemt de Gouverneur-generaal enkele recente voorbeelden zoals bijvoorbeeld een opstand in bepaalde dorpen in het district Radom onder leiding van Majoor Huballa; de moord op families van Duitse afkomst in Jozefow; de moord op de burgemeester van Grasienta etc.
“Illegale pamfletten die aanzetten tot rebellie worden verspreid en zelfs overal opgehangen; er kan daarom geen twijfel over bestaan dat de veiligheidsituatie zeer ernstig is.”
Heeft de Gouveneur-generaal zich destijds op die wijze uitgedrukt?
BÜHLER: Toen ik bij die vergadering aanwezig was heeft de Gouverneur-generaal enige tijd over de situatie gesproken maar de details kan ik me niet herinneren.
Dr. SEIDL: Wat gebeurde er daarna?
BÜHLER: Ik had maar een indruk. In de voorafgaande maanden was de Gouverneur-generaal er na veel moeite in geslaagd, de politie een procedure voor krijgsraden op te leggen die moest worden gevolgd bij het maken van arrestaties en de behandeling van verdachte personen. Verder moest de politie toestaan dat de Gouverneur-generaal de vonnissen van een krijgsraad-te-velde ter herziening kon voorleggen aan een commissie en dat het voltrekken van een vonnis alleen kon gebeuren nadat de vonnissen door de Gouverneur-generaal waren bekrachtigd. De uitlatingen van de Gouverneur-generaal tijdens deze bijeenkomst midden mei 1940 deden me vrezen dat de politie in die uitlatingen wellicht de mogelijkheid zou zien om de krijgsraden en de hen opgelegde procedure te omzeilen. Om die reden verzocht ik de Gouverneur-generaal nadat hij zijn verklaringen had afgelegd, met hem te mogen spreken. De Gouverneur-generaal brak mij eerst af en zei dat hij snel iets wilde dicteren aan een secretaresse, dat die laatste dat toen direct moest dicteren aan een stenotypist en die zou het dan in de uiteindelijke vorm zetten. Daarop dicteerde de Gouverneur-generaal een of andere autorisatie, een order of een dergelijk document en met absolute zekerheid herinner ik me dat nadat hij klaar was met dicteren, de secretaris en ik meen heel zeker Brigadeführer Streckenbach, de commandant van de reguliere politie de kamer verlieten. Ik zeg dit nu al omdat dat het feit verklaart dat er van alles wat er daarna gebeurde, geen notitie in de notulen is gemaakt. De secretaresse was niet langer in de kamer aanwezig. Ik drukte mijn vrees uit en ik zei dat die regels voor procedures bij de krijgsraad onder alle omstandigheden moesten worden opgevolgd. Ik eis geen bijzondere eer op in dit verband want als ik het niet zou hebben gedaan dan zou, daarvan ben ik overtuigd, Reichsminister Seyss-Inquart daartegen wel bezwaar hebben gemaakt of de Gouverneur-generaal zelf zou zich het gevaar hebben gerealiseerd dat zijn uitlatingen in dat opzicht zouden kunnen veroorzaken. Hoe dan ook, in antwoord op mijn protest en zonder enige discussie zei de Gouverneur-generaal direct dat arrestaties en executies alleen maar konden worden gedaan in overeenstemming met de procedures van de krijgsraad en dat vonnissen van de krijgsraad-te-velde moesten worden voorgelegd aan de herzieningscommissie. In de daarop volgende perioden werden die instructies opgevolgd. Ik neem aan dat het zeker is dat de herzieningscommissie alle uitgesproken vonnissen van deze krijgsraden te zien kreeg en ze behandelde.
Dr. SEIDL: Een andere notitie in het dagboek van Frank, gedateerd 12 juli 1940, leidt tot de conclusie dat deze leiders van de betrokken weerstandsbewegingen alleen maar werden gearresteerd. Ik citeer een uitlating van de Gouverneur-generaal:
“Betreffende de vraag wat er moet worden gedaan met de politieke misdadigers die in het kader van de AB Aktion zijn opgepakt, zal er in de nabije toekomst een discussie moeten plaatsvinden tussen Staatssecretaris Dr. Bühler, Obergruppenführer Krüger, Brigadeführer Streckenbach en Ministerialrat Wille,”
Wie was Ministerialrat Wille en welke taak had hij in dit verband?
BÜHLER: Ik zou willen beginnen met te zeggen dat er een hiaat in mijn geheugen zit waardoor het voor mij onmogelijk is met zekerheid te zeggen dat de Gouverneur-generaal tegen Brigadeführer Streckenbach heeft gezegd dat hij zich in alle gevallen aan de procedure van de krijgsraad moest houden en de herzieningscommissie respecteren. Aan de andere kant meen ik mij zeker te herinneren dat toen deze discussie plaats vond tussen Krüger, Streckenbach, Wille en mij, dat er alleen arrestaties waren gemaakt en geen executies. Ministerialrat Wille was het hoofd van de afdeling Justitie in de regering en was de bevoegde ambtenaar voor alle kwesties betreffende herzieningen. De Gouverneur-generaal wenste dat deze zaken werden behandeld door een juridisch geschoold en ervaren iemand.
Tijdens het overleg met Krüger, Streckenbach, en Wille was bepaald dat personen die tot op dat moment waren gearresteerd onderworpen moesten worden aan de procedure van de krijgsraad en dat de vonnissen behandeld moesten worden door de herzieningscommissie. De politie was hier niet erg enthousiast over. Ik herinner me dat Krüger mij na de conferentie onder vier ogen zei dat de Gouverneur-generaal een duveltje uit een doosje was met wie men niet kon samenwerken en dat hij in de toekomst zijn eigen weg zou gaan.
De PRESIDENT: Dr. Seidl, het Tribunaal is van mening dat hier te veel op details wordt ingegaan.
Dr. SEIDL: Ja, ik ben bijna aan het einde van mijn vragen.
Getuige, tijdens een bijeenkomst met de politie op 30 mei 1940 heeft beklaagde Frank onder andere het volgende gezegd: “De moeilijkheden die we met de professoren in Krakau hadden waren enorm. Als we de kwestie hier hadden behandeld zou die zaak anders zijn gelopen.” Wie heeft die professoren gearresteerd en tot op welke hoogte was de Gouverneur-generaal hierbij betrokken?
BÜHLER: Op 7 of 8 november 1939, toen de Gouverneur-generaal in Krakau aankwam om met zijn werk te beginnen werden alle professoren van de Universiteit van Krakau zonder zijn medeweten door de SIPO gearresteerd en naar concentratiekampen in het Reich overgebracht. Onder hen bevonden zich bekenden van de Gouverneur-generaal met wie hij kort tevoren nog sociale en academische contacten had via de Akademie für Deutsches Recht. De Gouverneur-generaal gebruikte hardnekkig en vasthoudend zijn invloed op Obergruppenführer Krüger totdat hij de vrijlating van de meeste van deze professoren uit de concentratiekampen verkreeg.
Deze verklaring van hem, die dit tegenspreekt, was naar mijn mening afgelegd om de politie tevreden te stellen want de politie vond het niet prettig deze professoren vrij te laten.
Dr. SEIDL: Wat was in principe de houding van de Gouverneur-generaal betreffende de mobilisatie van arbeiders?
BÜHLER: De Gouverneur-generaal en de regering van het Generaal-gouvernement probeerden altijd zoveel mogelijk Poolse arbeiders voor het Reich te werven. Het was ons echter duidelijk dat het gebruik van geweld bij het werven van arbeiders tijdelijke voordelen kon opleveren maar dat de werving van arbeiders op die manier op de lange termijn niet veel kans van slagen zou hebben. De Gouverneur-generaal gaf mij daarom opdracht om een uitgebreide en intensieve campagne te voeren ten gunste van tewerkstelling in het Reich en tegenstand te bieden aan ieder gebruik van geweld bij de werving van arbeiders. Aan de andere kant wilde de Gouverneur-generaal deze werving van arbeiders voor het Reich laten slagen door een goede behandeling te eisen voor Poolse arbeiders in het Reich. Hij onderhandelde jarenlang met de GBA, Gauleiter Sauckel en er werden in feite verbeteringen bereikt. De Gouverneur-generaal was in het bijzonder tegen het identificeren van Joden en Polen in het Reich door opvallende tekens. Ik herinner mij een brief van Gauleiter Sauckel waarin hij de Gouverneur-generaal meedeelde dat hij alles in het werk had gesteld om gelijke behandeling te verzekeren zowel voor Poolse arbeiders als voor andere buitenlandse arbeiders maar dat zijn pogingen in het water vielen wanneer de Reichsführer-SS daar tegen was.
Dr. SEIDL: Getuige, ik kom nu toe aan een ander punt. Onder nummer USA-275 heeft de Aanklager Document 1061-PS ingediend; dat is een rapport van Brigadeführer Stroop over de verwoesting van het getto van Warschau. Werden u of de Gouverneur-generaal van te voren ingelicht over de maatregelen die door de SIPO waren voorbereid?
BÜHLER: Ik zeker niet. Wat de Gouverneur-generaal betreft, ik weet niet of hij over dergelijke plannen werd ingelicht.
Dr. SEIDL: Wat kwam u naderhand te weten over de gebeurtenissen in het getto in Warschau in 1943?
BÜHLER: Ik hoorde wat zowat iedereen hoorde – dat er in het getto een opstand was uitgebroken die al lang was voorbereid; dat de Joden de bouwmaterialen die ze hadden gekregen voor bescherming tegen luchtaanvallen hadden gebruikt om verdedigingswerken op te zetten en dat de Duitse troepen tijdens die opstand felle tegenstand ontmoetten.
Dr. SEIDL: Ik kom nu toe aan de opstand in Warschau van 1944. Tot in hoeverre nam de regering van het Generaal-gouvernement deel aan het neerslaan van die opstand?
BÜHLER: Omdat onze kameraden in Warschau door de opstandelingen omsingeld waren, vroegen we de Gouverneur-generaal om de Führer om hulp te vragen om de opstand in Warschau snel neer te slaan. Afgezien daarvan hielp de regering bij de veiligheid van de bevolking in verband met de evacuatie in het strijdgebied van de gebouwen die moesten worden afgebroken. Maar de regering had daar geen enkele bevoegdheid.
Dr. SEIDL: Op 4 november 1945 stelde u een verklaring op. Die heeft het nummer 2479-PS. Ik zal u die verklaring, die erg kort is, nu voorlezen en ik zal u vragen mij te vertellen of de inhoud juist is. Ik citeer:
“Tijdens het neerslaan van de opstand in Warschau in augustus 1944 werden ongeveer 50.000 tot 60.000 inwoners (een Poolse schatting) van Warschau overgebracht naar Duitse concentratiekampen. Als gevolg van een démarche van de Gouverneur-generaal, Dr. Frank aan het bureau van Reichsführer-SS Himmler verbood de laatste verdere deportaties. De Gouverneur-generaal probeerde de 50.000 tot 60.000 inwoners van Warschau die al naar kampen in het Reich waren overgebracht vrij te krijgen. Het hoofd van het RSHA, Obergruppenführer Kaltenbrunner weigerde dat verzoek, dat zowel schriftelijk als mondeling was gedaan bij gelegenheid van een bezoek van mij aan Berlijn in september of oktober 1944; de reden was dat deze inwoners van Warschau in het Reich werden ingezet voor het in het geheim produceren van wapens en dat daarom van een algehele amnestie geen sprake was. Hij zou echter bereid zijn individuele verzoeken te overwegen. Individuele verzoeken tot vrijlating uit concentratiekampen werden door Kaltenbrunner gedurende de volgende maanden ingewilligd.
“In tegenstelling tot de Poolse schatting werd het aantal personen dat uit Warschau naar concentratiekampen in het Reich was overgebracht door Kaltenbrunner lager geschat. Ik heb zelf aan mijn bureau Kaltenbrunner’s verklaring betreffende het aantal gevangenen gemeld en na een nieuw onderzoek ontdekte ik dat het hierboven genoemde aantal van 50.000 tot 60.000 juist was. Dat waren de mensen die naar concentratiekampen in Duitsland waren overgebracht.”
Ik vraag u nu, is de inhoud van deze verklaring, afgelegd voor een Amerikaanse officier, correct?
BÜHLER: Dat kan ik aanvullen.
De PRESIDENT: Voordat hij dat aanvult, is dat bewijsmateriaal? Is het al als bewijs ingediend?
Dr. SEIDL: Het heeft het nummer 2476-PS.
De PRESIDENT: Dat bewijst niet dat het als bewijsmateriaal is ingediend. Is het ingediend, Dr. Seidl? U weet heel goed wat ingediend als bewijsmateriaal betekent. Is het ingediend? Heeft het een USA bewijsstuk nummer?
Dr. SEIDL: Nee, het heeft geen USA bewijsstuknummer.
De PRESIDENT: Dan voert u het op als bewijs, niet waar?
Dr. SEIDL: Ik wil het niet formeel als bewijs indienen maar ik wil de getuige wel vragen naar de inhoud van de verklaring.
De PRESIDENT: Maar het is een document en als u dat aan getuige voorlegt moet u het indienen als bewijsmateriaal en het een bewijsstuknummer geven. U kunt geen documenten aan de getuige voorleggen en die niet indienen als bewijsmateriaal.
Dr. SEIDL: In dat geval dien ik dit document in als Document nummer Frank 1.
Ik vraag u nu, getuige, of de inhoud van die verklaring juist is en zo ja, of u die verklaring kunt aanvullen.
BÜHLER: Ja, ik zou die kort willen aanvullen. Het kan zijn dat ik Kaltenbrunner twee keer over die vraag heb gesproken – niet slechts een keer – en nadat Kaltenbrunner bij de tweede keer had geweigerd die mensen vrij te laten, kreeg ik de indruk, op basis van mijn ervaringen met de kampcommandant van Pruszkow, dat het niet in Kaltenbrunner’s macht lag, bevel voor een dergelijke vrijlating te geven. Daar heeft hij het met mij niet over gehad.
Dr. SEIDL: Maar uit zijn verklaringen kreeg u de indruk dat hij misschien ook niet bevoegd was die mensen vrij te laten?
BÜHLER: Tijdens die gesprekken had ik vragen geopperd over het Poolse beleid en uit die gesprekken kreeg ik de indruk dat ik Kaltenbrunner zou kunnen interesseren voor een gematigd Pools beleid en hem als bondgenoot aan mijn kant zou kunnen krijgen bij onderhandelingen met Himmler. Hoe dan ook, als hij met me sprak veroordeelde hij de geweldsmethoden die door Krüger werden toegepast. Ik maakte uit die verklaringen op dat Kaltenbrunner niet wilde dat geweld tegen de Polen werd gebruikt en dat hij me zou hebben geholpen als hij dat had gekund.
Dr. SEIDL: De Sovjet Aanklager heeft een document ingediend met het nummer USSR-128 (Document nummer 3305-PS). Het is een telex van het bureau inlichtingen van de HSSPF Ost, gericht aan de Gouverneur-generaal en getekend door Dr. Fischer, de toenmalige gouverneur van Warschau. Onder punt 2 staat het volgende:
“Obergruppenführer Von dem Bach heeft de nieuwe taak gekregen rust in Warschau te brengen, dat wil zeggen, Warschau tijdens de oorlog met de grond gelijk te maken, behalve wanneer het gaat om militaire overwegingen betreffende de waarde van de stad als fort. Voorafgaand aan de verwoesting moeten alle grondstoffen, alle textiel en meubelen uit Warschau worden weggehaald. Het burgerbestuur zal met die taak worden belast.
Ik deel u hierbij mee dat dit nieuwe Führerbefehl betreffende de verwoesting van Warschau van de grootste betekenis is voor het nieuwe beleid betreffende de Polen.
Hoe ontving de Gouverneur-generaal, voor zover als u zich kunt herinneren, die telex en wat vond hij ervan? En tot op welke hoogte veranderde zijn grondhouding op basis van die telex?
BÜHLER: Die telex verwees naar instructies die Obergruppenführer Von dem Bach van de Reichsführer had gekregen. Ik hoorde dat de regering van het Generaal-gouvernement niet blij was met de verwoesting van Warschau. In tegendeel, ik herinner me dat samen met de Gouverneur-generaal manieren werden besproken die mogelijk konden worden gebruikt om de verwoesting van Warschau te voorkomen. Of er ook iets werkelijk werd geprobeerd kan ik me niet herinneren. Het kan zijn dat er geen verdere stappen werden ondernomen vanwege de onmogelijkheid iets te kunnen bereiken.
Dr. SEIDL: Ik ga nu naar een ander onderwerp.
De PRESIDENT: We kunnen nu beter 10 minuten schorsen.
De vergadering wordt geschorst.

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Gauleiter
Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
getto
Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
kolonie
Overzees gebiedsdeel.
krijgsraad
Militair gerechtshof.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
Rijkscommissaris
Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
RSHA
Reichssicherheitshauptambt. De centrale inlichtingen en veiligheidsdienst van het Derde Rijk
SIPO
Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
Theresienstadt
Stad in Tsjechië, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.
USSR
Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.
Vierjarenplan
Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
16-08-2012
Laatst gewijzigd:
02-11-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.