Onderzeebootmoederschip Hr. Ms. Colombia

Inleiding

Inhoudsopgave

In juni 1940 werd het Nederlandsch Flottielje Onderzeeboten, dat bestond uit een aantal uit het bezette Nederland uitgeweken Nederlandse onderzeeboten, gestationeerd in het Schotse Dundee. De Nederlandse onderzeeboten stonden onder Brits operationeel bevel en maakten deel uit van het Britse 9th Submarine Flotilla. Het Nederlandse flottielje stond onder bevel van de Nederlandse kapitein-luitenant-ter-zee (KLTZ) C. Hellingman en bestond uit de oude Nederlandse onderzeeboten Hr. Ms. O 13 en Hr. Ms. O 14 en de moderne onderzeeboten Hr. Ms. O 21, Hr. Ms. O 22, Hr. Ms. O 23 en Hr. Ms. O 24.

KLTZ Hellingman was voorstander van een andere onderzeeboottactiek dan die door de Royal Navy werd toegepast. De Britten pasten een tactiek toe waarbij onderzeeboten geheel alleen op oorlogspatrouille gingen en vijandelijke schepen aanvielen als zij daartoe de kans kregen. Hellingman was voorstander van een tactiek die Nederlandse onderzeeboten in Nederlands Oost-IndiŽ hadden ontwikkeld en waarbij zij in flottielje verband opereerden. Door gecoŲrdineerde aanvallen uit te voeren met meerdere boten was de kans op succes groter. Zijn gelijk werd min of meer bewezen doordat er in zes maanden tijd reeds twintig geallieerde onderzeeboten verloren waren gegaan terwijl de successen van deze boten niet alleen gering geweest waren, maar ook leken af te nemen. Daarom wilde hij zijn onderzeeboten zoveel mogelijk gescheiden houden van de Britse. Hoe zelfstandiger het door hem gecommandeerde deel van de Nederlandse onderzeedienst was, hoe gemakkelijker hij volgens eigen inzichten kon opereren, zo was zijn betoog.

Om als Nederlandse eenheid onafhankelijk van de Britten te kunnen opereren was een depot- of moederschip nodig. Een groot deel van de jongere officieren van de Onderzeedienst, waaronder een aantal onderzeebootcommandanten, pleitten voor een andere aanpak. Zij stelde de technische bedrijfsefficiency primair en betoogden: ďÖ dat meer rendement van ons goed en ervaren personeel kan worden verkregen door de onderzeeboten over meer dan ťťn Britsch flottielje te verdeelen en, zoo spoedig zulks mogelijk zou blijken, van de Nederlandsche op Britsche onderzeeboten over te stappen. Op deze wijze zou het vraagstuk van de instandhouding van het materieel tot eenvoudiger proporties worden teruggebracht, hetgeen ook een bezuiniging op walpersoneel zou meebrengen en bovendien zou de gedachte, verspreiding over meer dan ťťn oorlogstoneel, leiden tot een nog grootere samenwerking met de geallieerde strijdmakkers.Ē

Een groot deel van de staf van de Nederlandse Onderzeedienst, de meer oudere officieren, was echter voorstander van een meer onafhankelijke en Nederlands georiŽnteerde onderzeedienst en pleitbezorger van een moederschip. Eťn van hun belangrijkste argumenten was het feit dat met een eigen onderzeebootmoederschip een verplaatsbaar onderzeebootcentrum kon worden verkregen, dat kon dienen als mobiele basis voor Nederlandse onderzeeboten. Hierdoor zouden de Nederlandse boten meer bewegingsvrijheid krijgen en op grotere afstand van de walbasis kunnen opereren. Hierbij doelden de officieren vooral op de inzet van de Nederlandse onderzeeboten in de uitgestrekte Nederlands Oost-Indische archipel.

Deze overwegingen leidden ertoe dat de plannen voor het verkrijgen van een eigen onderzeebootmoederschip al in het najaar van 1940 vaste vorm had gekregen. De Bevelhebber der Zeestrijdkrachten in Londen, vice-admiraal Johannes Theodorus Furstner, begon onderhandelingen met de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM) om het motorpassagiersschip Colombia te kunnen charteren. De KNSM voelde er weinig voor om haar vlaggeschip af te staan, maar de oorlogsomstandigheden lieten de rederij geen keus. Op 8 november 1940 werd de Colombia door de Koninklijke Marine gevorderd.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Het motorschip Colombia voor de Tweede Wereldoorlog.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De Colombia was geregistreerd in Amsterdam.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Ms. Colombia aan de KNSM steiger in New York in 1940, kort voor de verbouwing.
(Bron: Kombuispraat)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
04-06-2012
Laatst gewijzigd:
12-11-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.