Onder de klok

Titel: Onder de klok, georganiseerde hulp aan joodse kinderen
Schrijver: Bert Jan Flim
Uitgever: Gibbon Uitgeefagentschap
Uitgebracht: 2012
Pagina's: 320
ISBN: 9789491363023
Omschrijving:

De vrijheid voor de Joden werd in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog in Duitsland steeds minder en de repressie steeds erger. Daarom vluchtten veel Joden naar andere landen, waaronder Nederland. Toen Nederland aangevallen werd door de Duitsers, op 10 mei 1940, woonden er c.a. 140.000 Joden in Nederland. Veruit de meesten van hen woonden in Amsterdam en den Haag. De meesten van hen woonden bij elkaar in aparte wijken.

Daardoor was het eenvoudig om hen op te sporen en in korte tijd af te voeren volgens een methode die razzia genoemd werd. De Duitsers zetten een wijk af, gingen van huis naar huis en arresteerden grote aantallen Joden. Deze razzia’s zouden uiteindelijk aan ruim 100.000 Joden het leven kosten. Op 14 juli 1942 werden bij de eerste razzia honderden Joden in Amsterdam opgepakt, zowel mannen als vrouwen en kinderen. Dit leidde tot grote verontwaardiging bij veel Amsterdammers en een aantal burgers besloot om tot tegenactie over te gaan.

Zij wilden in ieder geval de Joodse kinderen in veiligheid brengen en richtten werkgroepen op die het doel hadden om zoveel mogelijk Joodse kinderen over te nemen van hun ouders en hen onder te brengen op onderduikadressen buiten de grote steden. Twee van deze groepen kwamen voort uit de studentencorpsen van Utrecht en Amsterdam, namelijk het Utrechts Kindercomité (UKC) en de Amsterdamse Studenten Groep (ASG). Deze twee groepen krijgen een belangrijke rol in dit boek. Binnen twee jaar wisten zij bijna 800 kinderen onder te laten duiken, waarvan de meesten de oorlog overleefden. Daarnaast zorgden zij voor alle benodigde bonkaarten, kleding, nieuwe adressen en geld.

“Onder de klok, georganiseerde hulp aan Joodse kinderen” is geschreven door Bert Jan Flim. Zijn vader was ook betrokken bij het kinderwerk en heeft ongeveer 70 Joodse kinderen ondergebracht bij verschillende onderduikadressen. Zijn vader vertelde er thuis veel over, waardoor Bert Jan Flim gemotiveerd werd om dit verhaal aan een breed publiek bekend te maken. Hij studeerde geschiedenis aan de universiteit Groningen en ontwikkelde zich door de jaren heen tot een expert op het gebied van de Joodse onderduik. In 1995 promoveerde hij op zijn dissertatie “Omdat hun hart sprak”. Dit proefschrift vormde de basis voor zijn boek. Op basis van honderden gesprekken met verzetsstrijders en onderduikers weet hij een bijna compleet beeld te schetsen van het kinderwerk.

Deel 1 gaat over het Utrechts Kindercomité waar het kinderwerk opgestart is. Hier werd de kern van de organisatie gevormd en werden vele vergaderingen gehouden om het werk beter te organiseren. Onderwerpen die hierbij aan bod kwamen, zijn de financiering van het kinderwerk, het zoeken naar meer kinderwerkers, het vinden van onderduikadressen, het opzetten van zusterorganisaties op andere plekken in het land en de ‘toevoer’ van Joodse kinderen. Toen het netwerk en de organisatie steeds beter begonnen te draaien, was het hoog tijd om een verbinding met Amsterdam te leggen.Daar zaten namelijk de meeste Joden en daarvandaan konden dan ook de meeste Joodse kinderen gered worden.

Het kinderwerk in Amsterdam komt aan bod in deel 2. Het valt op dat hier veel overeenkomsten zijn met de biografie van Mark Schellekens over Walter Süskind. Vanaf augustus 1942 werd de Hollandse Schouwburg aan de Plantage Middenlaan gebruikt door de Duitsers als verzamelplaats voor alle opgepakte Joden. Hiervandaan werden zij gedeporteerd naar Westerbork. Alle kinderen, jonger dan 16 jaar, werden van hun ouders gescheiden en ondergebracht in de crèche tegenover de Schouwburg.

Joodse kinderen konden eenvoudiger uit de crèche ontsnappen dan hun ouders uit de Schouwburg. De bewaking in de crèche was minder scherp, maar van kinderen kon men niet verwachten dat zij zelfstandig een onderduikadres vonden. Zij moesten door niet-Joden naar een onderduikadres worden gebracht. Een eerste team van het Amsterdamse kinderwerk smokkelde de kinderen uit de crèche, waarna anderen de kinderen overnamen ‘onder de klok’ op het station. Zij brachten hen per trein naar andere verzetsorganisaties. Daar stond, ook ‘onder de klok’, een derde team klaar om de kinderen naar onderduikadressen te brengen.

De geheime ontmoetingspunten waren vaak ‘onder de klok’ op een station, waaraan het boek zijn naam aan te danken heeft. Daarnaast waren de kinderwerkers bezig met een race tegen de klok. De Duitse vernietigingsmachine kwam steeds beter op gang en het werd steeds moeilijker om Joodse kinderen te redden.

In deel 3 komt ‘de cocon’ ter sprake, de spreekwoordelijke maatschappelijke beschermlaag voor de Joodse kinderen. De bevolking weefde, daartoe aangespoord door de initiatiefnemers van het kin¬derwerk en door plaatselijk invloedrijke mensen, zoals de dominee, een beschermende cocon om de onderduikers heen. De gemeenschap omsloot de nieuwe inwoners en garan¬deerde op die informele manier hun veiligheid. Daarmee was het kinderwerk nog niet afgelopen. Eenmaal ondergedoken kinderen moesten ook worden voorzien van bonkaarten, kleding en geld en als de situatie onveilig was moesten ze overgeplaatst worden. Dit alles moest in het geheim gebeuren.

Flim slaagt er goed in om de dilemma’s te laten voelen waarmee de kinderwerkers in die tijd geworsteld hebben. Zij hebben bijna 800 kinderen kunnen redden, maar een veel groter aantal ging wel op transport en kwam nooit terug. Ook kostte het veel moeite om ouders te overtuigen dat zij hun kinderen mee moesten geven. Daarnaast waren lang niet alle Nederlanders bereid om Joodse kinderen in huis te nemen. Het roept de vraag op hoe de kinderwerkers dit volhielden en waardoor zij gedreven werden.

Flim laat vele kinderwerkers aan het woord komen waardoor die drijfveren duidelijk worden. Vanzelfsprekend was het hun doel om zoveel mogelijk kinderen te laten onderduiken. Ook hun zin in avontuur en groot optimisme waren belangrijk voor hun motivatie. Zonder dat grote optimisme waren ze er waarschijnlijk niet eens aan begonnen. Anderen haalden hun motivatie uit het geloof en daarnaast waren ze vaak nog jong en hadden veelal geen verantwoordelijkheid voor een gezin. Aan het eind van het boek roept de auteur de onvermijdelijke vraag op wat de lezer zou doen als hij in de schoenen van een kinderwerker zou staan. Dit stemt tot nadenken.

Een ‘minpuntje’ is dat het boek veel overeenkomsten vertoont met de biografie van Mark Schellekens over Walter Süskind. Deze twee boeken zijn kort na elkaar uitgekomen, toch zijn er ook verschillen te noemen. In het boek over Walter Süskind wordt de nadruk gelegd op het Joodse verzet en het smokkelen van mensen uit de Hollandse Schouwburg. Het boek van Bert Jan Flim belicht het laten onderduiken van Joodse kinderen in een landelijk perspectief. Ook is er uitgebreid aandacht voor de organisatie van het kinderwerk en de verschillende personen die daarbij betrokken waren.

De auteur heeft oog voor de kleine details, bijvoorbeeld het huwelijk dat in het geheim tussen twee kinderwerkers gesloten werd. Ook schuwt de auteur niet om de duistere kant van het verhaal te tonen. Tegenover de 800 kinderen die gered zijn, staat een veel grotere groep die niet gered kon worden en waarvan er maar enkelen teruggekomen zijn. Door deze mix van leuke, ‘alledaagse’ en aangrijpende gebeurtenissen komt het verhaal levensecht over.

Bert Jan Flim heeft heel veel interviews afgenomen en uitgebreid onderzoek gedaan. Hierdoor is hij erin geslaagd om een gedegen verslag te maken. Daarnaast is het knap dat de auteur het voor elkaar gekregen heeft om, ondanks het zware onderwerp, een vlot verhaal te schrijven. Door verschillende mensen aan het woord te laten, is het een afwisselend boek geworden en daarmee toegankelijk voor een breed publiek. Dit boek is geschreven om te voorkomen dat dit ingrijpende verhaal vergeten zou worden. Daarnaast is het een eerbetoon aan allen die zich ingezet hebben om de Joodse medemens uit handen van de Duitsers te houden. Daarmee is het absoluut een aanrader voor iedereen die meer over dit deel van de Nederlandse geschiedenis wil weten.

Beoordeling: Zeer goed

Definitielijst

onderduiken
Het verstoppen voor de vijand.
razzia
Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.

Afbeeldingen


Bestel nu bij bol.com

Informatie

Artikel door:
David Izelaar
Geplaatst op:
30-05-2012
Laatst gewijzigd:
21-10-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.