“…samengeperst met personeel van de Luftwaffe, Organisation Todt en het grondleger. Boerenkarren werden op elkaar gedrukt langs de bermen in lange rijen en op de wegen daartussen was een constante beweging van kinderwagens, fietsen, sleeën, vrachtwagens, grijsgroene artilleriestukken, besneeuwde motorfietsen en een massa…. De kou was scherper dan de voorgaande dagen, maar deze mensen kenden de vijand die achter hun aanzat en hun sombere gezichten waren bezweet als blijk van hun vermoeidheid en angst.”(Thorwald,1950, 182)
Diezelfde dag maakte de nazipartij de inwoners van Königsberg via luidsprekers en zonder overleg met het Duitse leger duidelijk dat in het geval van een Sovjet-doorbraak zij naar de zeehaven van Pillau moesten vluchten. Het gevolg was een onbeschrijfelijke chaos ten oosten van Königsberg toen bleek dat de weg naar Pillau oorlogsgebied was geworden.
Het volgende schema geeft een overzicht van de gemechaniseerde sterkte van het 3e Wit-Russische Front op 27 januari 1945:
| Operationeel: | 654 |
| Reserve: | 67 |
| Reparatie: | 301 |
| Geëvacueerd: | 56 |
Tussen 27 en 28 januari 1945 leek niemand in de stad te overwegen om Königsberg tot de laatste man te verdedigen. De enige georganiseerde verdediging was de ring van 19e eeuwse forten om de stad. Deze forten waren bezet door ‘buik’ en ‘oor’ bataljons (bestaand uit personen met lichamelijke kwalen, zoals gehoorproblemen) en andere inferieure beveiligingsgarnizoenen. De straten van Königsberg waren voorzien van primitieve versperringen. De Duitse eenheden die zich op dit moment ten oosten van Königsberg begaven waren de 5. Panzer Division, twee Volkssturmdivisies en één infanteriedivisie. Op 28 januari 1945 werd het voorstadje Metgethen ontruimd. Diezelfde dag naderde een Sovjet-eenheid vanuit het noorden langs de Hauptstrasse het 19e eeuwse fort ‘Quednau’ met daarachter het onverdedigde Königsberg. Het werd een race tegen de klok tussen het naderende Rode Leger en de 367. Infanterie Division die de stad vanuit het zuidwesten moest bereiken. De Duitse divisie arriveerde als eerste en moest in alle haast een verdediging opzetten tegen de oprukkende Sovjet-tanks. Lasch beschrijft in zijn boek dit cruciale moment:
“Op dit moment, als een cadeau uit de hemel, verscheen het (Duitse) gemechaniseerde geschut op het strijdtoneel en rolde voorwaarts over de weg naar Kranz. Russische tanks naderden aan de andere kant maar de Duitsers konden hen in het licht van de seinpatronen op tijd onderscheiden. Met grote vaardigheid namen onze vijf of zes gemechaniseerde kanonnen positie in achter een schacht in de grond en zij schakelden tussen zes en acht Russische tanks in korte tijd uit, waaronder Stalins. Het gehele landschap stond in kunstmatig daglicht door het licht van de exploderende en brandende Russische tanks.” (Lasch, 1977, 51)
Bij elkaar werden zo’n 30 Sovjettanks uitgeschakeld tijdens deze slag. Om een langdurige verdediging van Königsberg te waarborgen moesten de routes langs de oevers van de lagune open gehouden worden.
De verbindingscorridor met de 4. Armee in centraal Oost-Pruisen was nauw en kwetsbaar. Het werd één keer onderbroken door het Sovjet 11e Garde Leger en het werd opengehouden door een samenwerking van het Duitse garnizoen in Königsberg opererend vanuit het noordoosten met de Panzergrenadier-Division “Grossdeutschland” (onder leiding van Generalmajor Karl Lorenz) van het Panzerkorps “Grossdeutschland”, dat in de richting van het Sovjet 4e Leger aanviel.
Op 29 januari werd Metgethen veroverd door het 3e Wit-Russische Front en in de nacht van 29 op 30 januari 1945 sloten de Sovjets de laatste levenslijn van Königsberg (de route langs de noordelijke oever van de lagune naar het Samland-schiereiland en de zeehaven van Pillau) af zonder dat de Heeresgruppe Nord hiervan op de hoogte was. Diezelfde nacht was het vliegveld van Seerappen door het Rode Leger veroverd. In de ochtend van 30 januari 1945 verliet een vluchtelingentrein het schilderachtige voorstadje Metgethen richting Pillau. Nabij Seerappen werd de trein getroffen door een Sovjet-tank die midden op de rails stond. De trein werd gedwongen te stoppen en de passagiers werden blootgesteld aan verkrachtingen en plundering.
Die dag vormde het begin van het 1e beleg van Königsberg dat tot 26 februari 1945 duurde.

