Hall, Walraven van

Steun aan zeelieden en hun familie

Zeemanspot

Na de Duitse inval waren bijna alle Nederlandse schepen die zich buitengaats bevonden niet teruggekeerd naar het bezette Nederland. De Nederlandse bemanningsleden wilden niet voor de Duitsers werken, die het land hadden bezet. De opvarenden van de schepen, ongeveer 18.000 man, voeren voortaan in dienst van de geallieerden en de Nederlandse regering in ballingschap. Wanneer zeelieden buitengaats zijn, betalen de rederijen de achtergebleven gezinnen een vergoeding om hen in hun levensonderhoud te kunnen laten voorzien.

Op 11 april 1941 maakten de Duitsers bekend dat de rederijen moesten stoppen met het uitbetalen van de gages aan de gezinnen van zeelieden. De Nederlandse regering in Londen gaf later die maand aan dat zij garant zou staan voor leningen ten behoeve van financiŽle ondersteuning aan de families van zeelui. Tot september 1941 bleven de rederijen daardoor gewoon doorgaan met het uitkeren van de gages aan de gezinnen van zeevarende mannen. In die maand maakten de Duitsers echter bekend dat de vergoedingen per 1 oktober moesten worden gereduceerd. In eerste instantie werden alleen de gezinnen getroffen van zeelieden die werkzaam waren in hoge (officiers)functies. Per 1 februari 1942 kondigden de Duitsers echter een verdere verlaging aan. Nu werden ook de gezinnen van "gewone" opvarenden getroffen. Bovendien gold deze reductie, behalve voor de koopvaardij, ook voor de gezinnen van het marinepersoneel.

Om de zeemansgezinnen toch in hun levensbehoefte te kunnen laten voorzien, werden er in verschillende steden hulpcomitťs opgericht. Deze groepen zamelden geld in voor de financiŽle ondersteuning van de voornoemde gezinnen. Walraven van Hall en Jaap Buijs waren betrokken bij het Amsterdamse comitť.

Begin 1942 kwamen de verschillende comitťs met elkaar in contact. Zij besloten toen hun werkzaamheden te verenigen en te coŲrdineren. De hierdoor ontstane organisatie gaven zij de naam "Zeemanspot". Walraven van Hall werd, onder meer door zijn vele connecties in de financiŽle wereld, in het bestuur verkozen. Hij ging zich vooral bezighouden met het verkrijgen van geldelijke middelen voor de organisatie. In eerste instantie bleef het bij donaties. Walraven ging bij bevriende personen langs en vroeg of zij geld wilden geven voor de ondersteuning van zeemansgezinnen.

Van Hall besefte dat wanneer hij zou worden gepakt door de Duitsers, hem een zware straf te wachten stond. Daarom gebruikte hij de schuilnaam "Van Tuyl", dit om zijn opsporing te bemoeilijken en om zijn familieleden te beschermen.

Disconto Instituut Zeelieden

De Zeemanspot ondersteunde gedurende de oorlog 4.700 gezinnen van koopvaardijpersoneel, 1400 families van marinepersoneel en 300 gezinnen van landmachtpersoneel. Hiervoor waren honderdduizenden guldens nodig en deze konden op ten duur niet langer verkregen worden door giften van "goede" Nederlanders. Walraven van Hall besloot over te gaan op een nieuwe financieringsconstructie, het lenen van geld.

Van Hall benaderde wederom (meest gefortuneerde) personen met de vraag of zij geld wilden lenen aan het zogenaamde Disconto Instituut, de administratieafdeling van de Zeemanspot. Hierbij kreeg hij ondermeer hulp van bevriende belastinginspecteurs als gevolg waarvan hij kon achterhalen hoe vermogend iemand was en hoeveel geld hij of zij dus aan het Disconto Instituut kon uitlenen.

Walraven was van mening dat er een duidelijke administratie moest worden gevoerd om bij te houden hoeveel een persoon had geleend aan het Disconto Instituut. De namen mochten echter niet worden genoteerd. Als de Duitsers de administratie zouden vinden, liepen de leninggevers immers groot gevaar. Van Hall bedacht hierop de volgende oplossing. Elke persoon die een bedrag leende aan het Disconto Instituut kreeg hiervoor een waardeloos effect (een vervallen obligatie, een oude zilverbon of een aandeel van een failliet bedrijf), waarin in code stond aangegeven hoeveel de persoon had uitgeleend. Een voorbeeld (bron: Erik Schaap): "Java Petroleum Maatschappij nr. 492 100x", het getal moest met 1000 vermenigvuldigd worden. Deze persoon had na de oorlog dus recht op É100.000.

Al deze effecten werden bijgehouden op een lijst. Dit gebeurde op het kantoor van Gijs van Hall. Mochten de Duitsers deze lijst vinden, dan hadden zij er niets aan, want zij konden niet achterhalen wie de eigenaars waren van deze waardeloze effecten. De Nederlandse regering in ballingschap had zich garant gesteld voor het terugbetalen van de leningen na de oorlog.

De andere bestuurders van de Zeemanspot, onder meer Iman Jacob van den Bosch (1891-1944) en Abraham Filippo, waren het in eerste instantie niet eens met dit systeem. Zij vonden het een te groot risico om zaken op papier te zetten. Maar onder meer doordat bleek dat het systeem een succes was Ė alleen al in 1942 slaagden Gijs en Walraven er in om É500.000 te verkrijgen Ė gingen de anderen het ook toepassen.

Op 13 maart 1943 verklaarden de Duitsers alle biljetten van 500 en 1000 gulden ongeldig. Tot 31 maart kreeg men de tijd om deze biljetten om te wisselen voor kleinere coupures bij de belastingdienst. De belastingdienst mocht alleen kleinere coupures uitbetalen als werd aangetoond dat het geld op legale wijze verkregen was. Het Disconto Instituut werkte op grote schaal met biljetten van É500 en É1000. Zij kon deze niet inwisselen, omdat zij dan moest verantwoorden waar ze vandaan kwamen. Dit zou voor het Disconto Instituut natuurlijk zeer moeilijk worden. Er moest gezocht worden naar een andere oplossing.

Gijs en Walraven gingen met ieder 100 briefjes van 1000 langs bij instellingen en particulieren. Zij vroegen aan dezen of zij in staat waren dat geld in te wisselen voor het instituut, zodat zij deze bedragen konden verantwoorden.

De wisseltruc verliep buitengewoon goed en al snel was het Disconto Instituut van haar "overtollige" papieren geld af. De Van Hall's besloten samen met Filippo meer te ondernemen. Zij vroegen aan bevriende instellingen en particulieren of zij nog briefjes van É500 en/of É1000 in bezit hadden en zo ja of zij deze dan mochten lenen voor de Zeemanspot. Met de hulp van andere personen en instellingen en van een aantal "goede" belastinginspecteurs, slaagden zij erin om deze biljetten weer om te wisselen voor kleinere coupures. Deze actie was zeer succesvol en leverde in de eerste twee weken al É784.000 op. Uiteindelijk zou op deze wijze gedurende de oorlog 5,4 miljoen gulden verkregen worden.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
05-08-2012
Laatst gewijzigd:
17-01-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.