Dat nooit meer - De nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Titel: Dat nooit meer - De nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland
Schrijver: Chris van der Heijden
Uitgever: Contact
Uitgebracht: 2011
Pagina's: 928
ISBN: 9789025420949
Omschrijving:

Op de achterflap van het boek staat het volgende: “Het verhaal van Nederland sinds 1945 is grotendeels het verhaal van de omgang met de Tweede Wereldoorlog. Dit boek vertelt over het naoorlogse optimisme, de grote affaires (Weinreb, Menten, Aantjes), de tweedeling tussen goed en fout, Anne Frank, Loe de Jong, Jacques Presser, de rol van de generatie van Mulisch, Vietnam, Srebrenica en nog veel meer. Voor het eerst worden al deze verschijnselen, personen en gebeurtenissen met elkaar in verband gebracht, met de Tweede Wereldoorlog als rode draad.” Het is een treffende beschrijving van het fascinerende boek dat Chris van der Heijden heeft geschreven over de manier waarop in Nederland sinds 1945 met de Tweede Wereldoorlog is omgegaan en hoe de beeldvorming daarover geleidelijk is veranderd. Waarbij in chronologische volgorde, verdeeld over vier tijdvakken, een enorm scala aan onderwerpen de revue passeert.

In deel 1 (De oorlog voorbij, de periode 1944-1949) beschrijft Van der Heijden de eerste naoorlogse jaren, waarin de bevrijdingseuforie en de vreugde over de herwonnen democratische vrijheid als snel plaats maakte voor de onvrede die het moeizame herstel met zich meebracht en de teleurstelling over het feit dat er geen nieuw Nederland herrees. Prachtig verwoord met het citaat: “Wat was de vrede mooi toen het nog oorlog was”. Jaren ook waarin onverstoorbaar werd voortgeborduurd op het vooroorlogse Nederland. Het duidelijkst kwam dat tot uiting in de zogenaamde ‘politionele acties’ in het toenmalige Nederlands-Indië, waarbij totaal werd voorbijgegaan aan de gewijzigde machtsverhoudingen en de niet meer tegen te houden vrijheidsdrang van de Indonesische bevolking. Een item dat trouwens pas recentelijk écht bespreekbaar wordt in de Nederlandse samenleving.

In deel 2 (De oorlog die bleef, de periode 1950-1960) verdwijnt de naoorlogse misčre steeds meer naar de achtergrond. De oorlogsellende kwam steeds verder op de achtergrond te liggen, de economie bloeide weer op en de toekomst werd weer met veel vertrouwen tegemoet gezien. Het was de periode dat de herdenkingsindustrie op volle toeren begon te draaien, de periode die in het teken van barmhartigheid stond. Er werd geprobeerd allerlei zaken uit het verleden mooi glad te strijken en met de mantel der liefde te bedekken. Degenen die fout waren geweest, werden weer in de rijen opgenomen; zelfs degenen die zwaar gestraft waren, werd weer amnestie verleend en een nieuwe kans gegeven zich te bewijzen als goede Nederlander. “Discutabele zaken uit de oorlogstijd werden gezien als een vorm van bedrijfsrisico”, stelt Van der Heijden en verwijst daarbij naar de opstelling van politici, burgemeesters en ambtenaren. Met het levensverhaal van Jan de Quay als belichaming van de manier waarop de aanpassing aan de Nieuwe Orde in de jaren 1940-1945 werd afgedaan. De voormalige ‘burgemeesters in oorlogstijd’ konden rekenen op een grote hoeveelheid begrip.

Vanaf 1960 zet zich echter een grote kentering in, die in deel 3 (De oorlog die werd, de periode 1961-1980) wordt beschreven. Het oorlogsverhaal verplaatste zich van degenen die de oorlog hadden gevoerd (de daders en hun tegenstanders, de onderdrukkers en het verzet) naar degenen die de gebeurtenissen hadden ondergaan, in het bijzonder de slachtoffers en binnen die groep vooral de Joodse bevolking. Vooral het proces in Israël tegen Adolf Eichmann en de tv-serie “De Holocaust” speelden in deze kentering een beslissende rol. Ook speelde Lou de Jong met zijn televisie-uitzending “De Bezetting” en zijn almaar uitdijende serie “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” hierin een bepalende factor. Het accent in de beeldvorming kwam te liggen op de Shoah, de vernietiging van de Joodse bevolking in Europa. Die Shoah was tot dan een onderwerp geweest dat amper aandacht kreeg, met het argument dat iedereen het tenslotte moeilijk had gehad. Waarbij een gigantisch gebrek aan echte kennis niet onvermeld mag blijven. Die kennisachterstand werd in deze periode ongedaan gemaakt, en leidde tot toenemende verbijstering, verontwaardiging en woede over hetgeen er was gebeurd. Waar in de vijftiger jaren amnestie haast geruisloos werd gegeven, stuitte nu een voorstel tot vrijlating van de Drie van Breda op ware volksprotesten. Affaires zoals rond Weinreb, Menten en Aantjes leidden tot felle discussies. Die concentratie op de slachtoffers leidde tot de vaste overtuiging dat een herhaling koste wat kost vermeden diende te worden.

In deel 4 (De oorlog die duurde, periode van 1981 tot heden) beschrijft de auteur het proces waarin de oorlog steeds meer wordt losgemaakt van de daadwerkelijke gebeurtenissen in de jaren 1940-1945. De oorlog werd het referentiepunt om allerlei niet welgevallige situaties mee te bestrijden. De oorlog werd een stoplap, bruikbaar voor alles en daardoor als historische gebeurtenis steeds meer betekenisloos. Een uitgehold begrip. De termen fascisme, racisme, antisemitisme en (in mindere mate) neo-nazisme werden te pas en te onpas gebruikt om politieke en maatschappelijke tegenstanders te bestrijden. De belangstelling voor de Shoah bereikte een absoluut hoogtepunt, met een eindeloze stroom publicaties en manifestaties. In het verlengde daarvoor kwam er ook steeds meer belangstelling voor allerlei andere slachtoffers, maar ook voor de beweegredenen van de daders die daarmee hun eendimensionale karakter verloren. Langzaam werden ook degenen die eerst onder de daders werden gerangschikt (zoals de kinderen van NSB’ers, die NSB’ers zelf, de Duitse civiele bevolking en collaborateurs) steeds meer ook als (een soort) slachtoffers gezien. Terwijl tegelijkertijd een hiermee in tegenstrijd staand verschijnsel plaatsvond: de ‘burgemeesters in oorlogstijd’, de politiemensen en ambtenaren die er in de oorlogsjaren “het beste van probeerden te maken om erger te voorkomen” konden steeds minder om clementie rekenen en werden steeds harder bekritiseerd om hun handelen. Alles werd steeds grijzer. Maar dat had Van der Heijden in een eerder standaardwerk (“Grijs verleden”) al betoogd.

Het boek mag gerust een standaardwerk genoemd worden, met een breed scala aan onderwerpen die door andere auteurs elk afzonderlijk uitvoerig zijn besproken en nu in een onderling verband worden gezet. Meeslepend vertelt, met een prettige wat cynische ondertoon. Op het boek kwam al direct na de publicatie (december 2011) de kritiek dat de Indonesische geschiedenis onderbelicht werd. Kritiek die niet terecht is, want de auteur gaat wel degelijk op dit onderdeel in en ook in een gepaste verhouding tot de hoeveelheid aandacht die het onderwerp in de onderzochte periode in de Nederlandse samenleving kreeg. Dat die aandacht volstrekt onvoldoend is, klopt helemaal, maar is niet de auteur te verwijten.

Een ander verwijt is aanzienlijk meer van toepassing, namelijk de opvallende afwezigheid van de betekenis van 1939-1945 voor de buitenlandse politiek van Nederland. Dat gevoel van “Dat nooit meer” is namelijk de directe aanleiding voor Nederland om binnen Europa een van de grote pleiters te zijn voor verregaande economische samenwerking en politieke integratie. Ook heeft Nederland na 1945 een sterke trans-Atlantische oriëntatie, die niet slechts het resultaat was van politieke besluitvorming, maar ook diepgeworteld was in de Nederlandse samenleving. De vele Nederlanders die voor de meidagen van 1940 vertrouwden op onze neutraliteit, al dan niet met het pacifistische gebroken-geweertje op de revers, hadden uit de oorlog de les geleerd dat een bondgenootschap met de Engelsen en Amerikanen onontbeerlijk was om te zorgen dat zo’n verwoestende oorlog nooit meer kon plaatsvinden. Juist hierover zwijgt Van der Heijden, wat toch wel een vreemde omissie in het boek genoemd mag worden. Maar behalve dat, een standaardwerk dus.

Beoordeling: Uitstekend

Definitielijst

antisemitisme
Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
fascisme
De oorspronkelijke naam van de antidemocratische politieke beweging in Italië onder leiding van de dictator Benito Mussolini. Mussolini was leider van Italië van 1922 tot 1943. Tegenwoordig is fascisme een veelgebruikte term voor antidemocratische politieke stromingen. Ook het Duitse nationaalsocialisme wordt in de geschiedenis wel eens fascisme genoemd.
nazisme
Afkorting van nationaal-socialisme.
neutraliteit
Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.
NSB
Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.

Afbeeldingen


Bestel nu bij bol.com

Informatie

Artikel door:
Frans van den Muijsenberg
Geplaatst op:
17-07-2012
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.