Australische korvetten van de Bathurst-klasse

Inleiding

Inhoudsopgave

In februari 1938 bepaalde de Australian Commonwealth Naval Board (ACNB), die bestond uit zowel regeringsambtenaren als vlagofficieren van de Australische marine, dat er dringend behoefte was aan enige tientallen militaire vaartuigen voor de lokale verdediging en bewaking. De schepen zouden eenvoudig en goedkoop te bouwen moeten zijn en er was dus behoefte aan een eenvoudig en fundamenteel ontwerp. De basiseisen werden bepaald op een waterverplaatsing van ongeveer 500 ton, een snelheid van ongeveer 10 knopen en een actieradius van 2.000 zeemijlen. De schepen zouden ingezet worden als mijnenbestrijdingsvaartuigen en als onderzeebootjagers. Het werd al snel duidelijk dat de basisbehoeften, zoals die door de ACNB voorgesteld waren, niet geheel zouden voldoen.

De ACNB zocht naar een vergelijkbaar ontwerp van een schip in Groot-BrittanniŽ, maar er was geen enkel bestaand ontwerp dat aan alle eisen voldeed. Daarom gingen de engineers van de Royal Australian Navy (RAN) zelf rond de tekentafel. Het ontwerp werd een mix van die van de netwerkschepen van de Kangaroo-klasse, die nooit gebouwd werden, de Britse mijnenvegers van de Bangor-klasse en bestaande ontwerpen van onderzeebootbestrijdingsvaartuigen. De ontwerpers, onder leiding van Rear Admiral (schout-bij-nacht) P.E. McNeil, kwamen in februari 1939 met een ontwerp van 650 ton en een maximale snelheid van 15 knopen, dat door zowel de ACNB, de Australische admiraliteit als door de British Admiralty werd goedgekeurd.

De financiering van de nieuwe klasse vaartuigen werd geregeld in het Commonwealth Government`s Shipbuilding Programme. Van de 56 vaartuigen zouden er 20 voor rekening van de Britse admiraliteit gebouwd worden en 36 schepen werden besteld door de Australische marine. Voor de RAN was dit slechts een boekhoudkundige bijkomstigheid want alle 56 schepen zouden in dienst komen van de RAN en door AustraliŽrs bemand worden. Bovendien werden vier schepen van het nieuwe ontwerp besteld door de Royal Indian Navy (RIN). Deze schepen zouden bemand worden door Brits marinepersoneel. De schepen zouden gebouwd moeten gaan worden voor slechts 250.000 Australische dollars per vaartuig.

Omdat er in AustraliŽ nog nooit zoveel oorlogsschepen waren gebouwd en omdat de bouw snel moest gaan, kwam er een enorme logistieke trein op gang in het grote zuidelijke land. In het ontwerp was een machine-installatie voorzien die bestond uit een bescheiden triple expansie stoommachine die gebouwd kon worden in bestaande werkplaatsen van treinconstructeurs. Om voldoende werfcapaciteit te verkrijgen werden enkele werven, die al jaren gesloten waren wegens de recessie in de jaren `30, weer opengesteld. Bovendien werden niet minder dan acht werven ingeschakeld om aan de grote vraag op korte termijn te kunnen voldoen.

Op 10 februari 1940 werd de eerste van de nieuwe schepen, de Bathurst, op stapel gezet op de Cockatoo Island Dockyard te Sydney. De gehele klasse werd daarom in goede traditie Bathurst-klasse genoemd. De schepen werden aangeduid als Australian Minesweepers (AMS`s) om voor de Japanners, de belangrijkste potentiele vijanden, te verbergen dat de schepen ook onderzeebootbestrijdingsvaartuigen waren. Doordat de schepen zo veelzijdig zouden worden, werden ze korvetten genoemd naar een kleiner soort zeilschip dat in vroeger tijden gebruikt werd voor lokale defensie. De productie van de schepen begon traag, door vooral problemen met de grondstofaanvoer en het opzetten van de enorme logistieke operatie, maar begon in 1941 aan te trekken. Vanaf dat jaar waren er maanden bij dat er twee of zelfs drie nieuwe Bathurst-klasse korvetten in Australische of Indiase dienst gesteld werden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou blijken dat de Bathurst-klasse korvetten hun voorziene rol als veelzijdige werkpaarden waar maakten. Ze werden ingezet om mijnen te vegen, om op onderzeeboten te jagen, om troepen te vervoeren, om kustbombardementen uit te voeren en als patrouille-, transport-, werk- en opnameschepen. Door het geslaagde ontwerp kwam de ACNB op de gedachte om, nog tijdens de bouw van de Bathurst-klasse korvetten, schepen naar een groter ontwerp in AustraliŽ te laten bouwen. Dit bleek echter te veel gevraagd van de scheepsbouwcapaciteiten van het grote land, maar met slechts 12 miljoen inwoners. Het gat in de behoefte aan grotere schepen werd tijdens de oorlog door de British Admiralty gedicht door de inzet van Flower-klasse korvetten en River-klasse fregatten.

Doordat de Bathurst-klasse korvetten allemaal vernoemd werden naar kleine en middelgrote Australische steden, hadden de namen een grote diversiteit. Zo kwamen inheemse namen voor zoals HMAS Toowoomba of HMAS Wollongong, Europese namen zoals HMAS Deloraine of HMAS Shepparton of juist heel grappig klinkende namen zoals HMAS Gympie of HMAS Dubbo. Dit feit droeg alleen maar bij aan de veelzijdigheid en het multi-inzetbare imago van de klasse.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


HMAS Castlemaine, ťťn van de twee overgebleven Bathurst-klasse korvetten.
(Bron: Wikipedia)


Minister van marine Frederick Stewart plaatst de eerste klinknagel in de eerste kielplaat van de Bathurst, 10 februari 1940.
(Bron: Dutchfleet)


Meteen nadat de Deloraine te water is gelaten wordt de kiel gelegd van het volgende korvet.
(Bron: Dutchfleet)


HMAS Mildura.
(Bron: World naval ships)


HMAS Bowen.
(Bron: World naval ships)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
01-12-2012
Laatst gewijzigd:
01-03-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.