Verhoor Hans Lammers 2

Ochtendzitting 1 09-04-1946

Inhoudsopgave

Getuige Lammers neemt weer plaats in de getuigenbank.
De PRESIDENT: Ja, Dr. Dix.
Dr. DIX: Getuige, er is op gewezen dat ik mijn vragen te snel na uw antwoorden stel en dat u te snel op mijn vragen reageert.
Mr. JUSTICE ROBERT H. JACKSON (Hoofdaanklager namens de Verenigde Staten): Ik zou voor het verhoor van de getuige begint een kwestie willen aansnijden, als ik een beroep mag doen op het geduld van het Tribunaal. Het spijt mij te moeten zeggen dat van het drukken van documenten zoveel misbruik wordt gemaakt dat ik de documentenafdeling voor het drukken van documenten ten behoeve van de Duitse raadsheren moet sluiten. Dat is een drastische maatregel maar ik weet niet wat ik anders kan doen en ik leg de situatie aan het Tribunaal voor.
We hebben van het bureau van de algemeen secretaris een opdracht tot drukken gekregen en hebben het Documentenboek 1 van Rosenberg gedrukt. Dat document bevat in zijn 107 pagina’s geen enkel onderwerp dat ook maar in de verste verte van belang kan zijn voor dit proces. Het is fel anti-Semitisch en de Verenigde Staten kunnen gewoonweg niet in een positie worden gebracht, zelfs niet met een opdracht – die ongetwijfeld een slecht doordachte was – van de secretaris van het Tribunaal, om regelrecht anti-Semitisme te drukken en onder de pers te verspreiden en dat is wat dit document is. Ik vraag u nu om te overwegen wat het is.
Ik zou zeggen dat het uit twee dingen bestaat: anti-Semitisme en wat ik, met het grootste respect voor diegenen die er anders over denken, beschouw als rotzooi. En dit is een voorbeeld van de troep waarvan ons wordt gevraagd op kosten van de Verenigde Staten te drukken en ik kan daar niet langer over blijven zwijgen:
“De filosofische methode die geschikt is voor een bourgoisie gemeenschap is de kritieke. Dat geldt zowel in positieve zin als in negatieve. De overheersing van de zuiver rationele vorm, de onderwerping van de natuur, de bevrijding van de onafhankelijke persoonlijkheid, dat is allemaal vervat in de methode van het klassieke denken zoals geformuleerd door Kant, net zoals de afzondering van het individu, de uitholling van de natuur en het gemeenschapsleven, de verbinding met de wereld van formaliteiten die op zichzelf staat en waaraan al het kritisch denken is verbonden.”
Waarom in vredesnaam moeten we dat drukken?
Laten we eens naar wat anti-Semitisme kijken. Laten we eens kijken naar wat ons wordt gevraagd in feite te moeten verspreiden, pagina 47 van dit documentenboek:
“Feitelijk vertegenwoordigen de Joden, net als de Kanaänieten in het algemeen, als de Phoeniciërs en de Carthagers een bastaardvolk .......”
En het gaat grotendeels op dat thema door. Dan staat er:
“De Joden zijn arrogant in hun successen, kruiperig in hun mislukkingen, scherpzinnig en gemeen waar mogelijk, hebzuchtig, opmerkelijk intelligent maar desondanks niet creatief.”
Ik wil geen beslag leggen op de tijd van het Tribunaal maar gisterenavond kregen we een extra opdracht om nog eens 260 exemplaren hiervan te drukken en ik heb de drukkerij moeten stilleggen; we kunnen de taak niet op ons nemen om deze rommel te drukken tenzij die is beoordeeld door het Tribunaal.
Het meeste van dit boek is, voor zover we hebben kunnen nagaan, al door het Tribunaal verworpen en niemand schenkt ook maar de minste aandacht aan de afwijzing door het Tribunaal en wij krijgen opdracht het te drukken. Nu wil ik met de meeste eerbied zeggen dat de Verenigde Staten ieder document zullen drukken dat door een lid van dit Tribunaal of iemand anders is goedgekeurd maar we kunnen deze zaken niet langer drukken op verzoek van de Duitse raadsheren, noch op grond van ondoordachte instructies die we hebben gekregen.
Dr. THOMA: Op het moment wil ik alleen maar uitleggen dat ik op 8 maart van het Tribunaal uitdrukkelijk toestemming heb gekregen in mijn documentenboek gedeelten uit filosofische boeken te citeren. Ik heb dus mijn werk gebaseerd op de veronderstelling dat de ideologie van Rosenberg een uitvloeisel is van de zogenaamde nieuw-romantische filosofie en heb filosofische uittreksels geciteerd uit serieuze romantisch-filosofische werken, werken die door de wetenschap zijn erkend.
Ten tweede, Heren Rechters heb ik serieus geprobeerd geen anti-Semitische boeken in te dienen. Wat zojuist aan mij is voorgelezen moet gewoon verkeerd vertaald zijn geweest. Ik heb geciteerd uit het werk van een beroemd Evangelisch theologisch leraar, Homan-Harling en ten tweede heb ik een werk geciteerd van een beroemde Joodse geleerde, Isma Elbogen en ten derde heb ik een citaat gebruikt uit het tijdschrift Kunstschatz, geschreven door een Joodse hoogleraar, Moritz Goldstein. Ik heb er opzettelijk van afgezien anti-Semitische propaganda deze zaal binnen te brengen. Ik verzoek daarom dat de door mij geciteerde documenten worden beoordeeld om te zien of het echt rommel is en literaire onzin. Ik houd er echter aan vast dat de werken die ik heb geciteerd zijn geschreven door Amerikaanse, Engelse en Franse geleerden – erkende geleerden – en dat de citaten die Mr. Justice Jackson zojuist heeft voorgelezen over het bastaardvolk enzo voor zover ik weet afkomstig zijn van niet-Duitse geleerden. Maar ik zal daar nog eens naar moeten kijken. Hoe dan ook, mag ik het Tribunaal verzoeken dat mijn verzameling citaten wordt onderzocht om te zien of die op een of andere manier onwetenschappelijk of niet van belang zijn.
De PRESIDENT: Mr. Justice Jackson, het Tribunaal meent dat er een of andere fout gemaakt is bij het naar de vertaalafdeling sturen van dit documentenboek zonder dat het eerst aan de Verdediging is voorgelegd. Het Tribunaal heeft enige tijd geleden een regel opgesteld dat de Verdediging het recht heeft tegen elk document te protesteren voordat het naar de vertaalafdeling wordt gestuurd.
Er rezen toen enige moeilijkheden omdat de documenten voornamelijk in het Duits waren. Er waren moeilijkheden bij de Verdediging bij het formuleren van hun bezwaren totdat ze waren vertaald. Dat probleem werd ons enkele dagen geleden voorgelegd; ik denk dat u toen niet in de rechtszaal aanwezig was maar ongetwijfeld waren andere leden van de Amerikaanse delegatie dat wel. We hebben een uitvoerige discussie over het onderwerp gevoerd en er is toen afgesproken dat de aanklagers de verdedigers zouden opzoeken en voor zover mogelijk met hen bespreken en hen wijzen op de documenten waarvan de verdedigers meenden dat die niet zouden moeten worden vertaald en in het geval van een geschil zou de kwestie aan het Tribunaal worden voorgelegd. Voor zover het dus het Tribunaal betreft hebben zij alles gedaan wat zij konden om het werk voor de vertaalafdeling zoveel mogelijk te verlichten.
Natuurlijk, voor zover er documenten zijn die het Tribunaal al had afgewezen en ter vertaling aan de vertaalafdeling zijn overgedragen, dat moet per vergissing gebeurd zijn want het bureau van de algemeen secretaris zou ongetwijfeld hebben geweigerd aan de vertaalafdeling ieder document over te dragen dat door het Tribunaal al is afgewezen. Maar de algemene principes die ik heb proberen uit te leggen lijken het Tribunaal de enige principes die we kunnen handhaven om het werk van de vertaalafdeling te verlichten. Met andere woorden, de aanklager moet de verdediger opzoeken en hem wijzen op die documenten die zo duidelijk niet van enig belang zijn dat die niet vertaald zouden moeten worden.
Mr. JUSTICE JACKSON: Nu, met uw welnemen, Edelachtbare, ik denk niet dat het een vergissing is. Het ontstaat uit een fundamenteel verschil dat het Tribunaal meen ik niet heeft opgehelderd. Waar het hier om gaat – de raadsman zegt dat hij vindt dat hij de nieuwe romantiek van Rosenberg voor het gerecht moet brengeh. We beschuldigen hem van de moord op vier of vijf miljoen Joden. De kwestie hier is er een van ideologie. Het enige doel van steeds verwijzen naar anti-Semitische sentimenten is het motief. Het heeft hier geen zin de kwestie van het anti-Semitisme te berechten of de superioriteit van rassen, het fundamentele verschil in standpunt. Zij geloven erin – en natuurlijk als zij deze kwestie voor het gerecht kunnen brengen met dit Tribunaal als klankbord dan zou dat hun doel dienen – deze kwestie voor het gerecht te kunnen brengen.
Het eerste dat wij krijgen is dit boek met de opdracht het te drukken. We kunnen niet zeggen wanneer ze iets aan de documentenafdeling gaan aanbieden. Ik wil gewoon geen partij worden in deze geest van anti-Semitisme. De Verenigde Staten kunnen dit niet doen. En de aanwijzingen van het Tribunaal aan de raadsheren worden gewoon genegeerd, dat is het probleem hier.
De PRESIDENT: Ik weet niet of u denkt aan de regel die we op 8 maart 1946 hebben opgesteld en die luidt:
“Om onnodig vertaalwerk te voorkomen zullen de verdedigende raadsheren aan de aanklagers de juiste passages in de documenten aanwijzen die zij denken te gebruiken zodat de aanklager de gelegenheid heeft bezwaar te maken tegen niet ter zake doende passages. In geval van onenigheid tussen de verdediging en de aanklager betreffende het belang van individuele passages zal het Tribunbaal beslissen welke passages van voldoende belang zijn om te worden vertaald. Alleen de gemerkte passages dienen te worden vertaald tenzij de aanklager vertaling van het hele document eist.”
Nu, wanneer u op principiële gronden bezwaar maakt tegen de regel, prima maar deze regeling lijkt het Tribunaal, in elk geval tot op heden de beste die kan worden getroffen en dat hebben we enkele dagen geleden na uitvoerige discussie herhaald.
Mr. JUSTICE JACKSON: Edelachtbare, ik vestig uw aandacht op het feit dat uw bevel niet wordt opgevolgd en dat wij zonder voorafgaande waarschuwing deze documenten krijgen aangeboden om te drukken. De mensen in de drukkerij zijn geen juristen, ze zijn niet in een positie hierover te oordelen. Ik heb het personeel niet, mijn personeel is, zoals dit Tribunaal goed weet, sterk ingekrompen. Ik kan ik in de drukkerij niets doen, nadat er een bevel van het bureau van de secretaris-generaal komt – een overzicht van wat er gedaan kan worden.
De PRESIDENT: Nou, hebt u dan .....
Mr. JUSTICE JACKSON: Het bevel wordt niet uitgevoerd, dat is de moeilijkheid.
De PRESIDENT: U bedoelt dat geen enkel van die documenten aan de raadsheren voor de verdediging werden overlegd?
Mr. JUSTICE JACKSON: De documenten zijn niet overlegd aan de raadsheren voor de verdediging. Ze kwamen naar de drukkerij van het bureau van de secretaris-generaal met opdracht om te drukken. Dat is wat ik zeg, een klacht die ik zal moeten rechtzetten. We bevinden ons in de vreemde positie, Edelachtbare, dat ons wordt gevraagd op te treden als persagenten voor deze beklaagden. We kregen opdracht om 260 exemplaren te drukken van de stencils die ik heb. De Verenigde Staten kunnen niet optreden als persagent voor de distributie van deze anti-Semitische literatuur, waar tegen we lang geleden hebben geprotesteerd en die een van de schanddaden van het Nazi regime was, in het bijzonder nadat die is besproken en door het Hof is afgewezen. Dit lijkt me een ernstig geval van belediging van het Hof om deze documenten te drukken nadat het Hof erover heeft geoordeeld en het hele documentenboek van Rosenberg heeft afgewezen.
De PRESIDENT: Zeker, voor zover deze documenten zijn geweigerd hadden ze nooit aan de vertaalafdeling mogen worden overgedragen. Mag het Tribunaal van Sir David Maxwell-Fyfe horen omdat hij bij de vorige gelegenheid aanwezig was, de laatste maal dat we dit onderwerp hebben behandeld?
SIR DAVID: Met uw welnemen, Edelachtbare, wat ik van de kwestie weet is dat de documenten van Rosenberg al behandeld waren – dat is wat ons werd verteld – voorafgaand aan onze laatste bespreking van deze kwestie en daarom heb ik het Tribunaal voorgesteld dat de practische behandeling van de zaak zou beginnen met de documenten van beklaagde Frank. Dat is wat ik tegen het Tribunaal heb gezegd.
De PRESIDENT: Dan herinner ik mij dat nadat we die regeling van 8 maart 1946 hadden getroffern de aanklagers – ik meen alle vier aanklagers, ik denk eerder dat het document binnenkwam, getekend door de Verenigde Staten maar daar ben ik niet zeker van – erop wezen dat er grote moeilijkheden waren bij het toepassen van die regeling van 8 maart vanwege het probleem dat de aanklagers hadden bij het beslissen welke documenten van geen enkel belang waren, gezien het feit dat die voor hen vertaald moesten worden voordat ze een beslissing konden nemen. Is dat niet zo?
SIR DAVID: Dat probleem ontstond voor Dr. Horn betreffende de documenten van Von Ribbentrop.
De PRESIDENT: Maar er werd bij het Tribunaal een schriftelijk verzoek ingediend om deze regeling van 8 maart te wijzigen en het was daarna dat we in openbare zitting de discussie voerden en we tot de conclusie kwamen dat we ons beter aan de regeling van 8 maart konden houden. En nu zie ik bij Rosenberg dat die documenten tevoren al waren behandeld.
SIR DAVID: Sinds onze laatste discussie hebben we natuurlijk geprobeerd deze procedure te volgen. Dr. Dix heeft Mr. Dodd en mij over de documenten van Schacht gesproken en ik begrijp dat andere verdedigers afspraken maken om met diverse leden te spreken over hun documenten. Maar voor die tijd, voordat die kwestie rond de documenten van Von Ribbentrop speelde, is er geen enkel overleg geweest met de verdediging. Zo ligt de zaak.
De PRESIDENT: Maar waar ik op wijs is dat de aanklagers de regeling van 8 maart niet toepasten. Het kan voor hen onmogelijk zijn geweest hem toe te passen maar ze pasten hem niet toe.
SIR DAVID: Ik weet niet precies wat Uedele bedoelt met “de aanklagers pasten hem niet toe”.
De PRESIDENT: Zowel de aanklagers als de verdedigers meen ik; want de aanvraag die bij ons binnenkwam na de regeling van 8 maart werd gedaan namens de verdediging, omdat ze zulke problemen hadden bij het krijgen van vertalingen voor hun documenten dat ze een andere regeling voorstelden.
SIR DAVID: Het spijt me, Edelachtbare, als we hem niet hebben toegepast. Het is de eerste keer dat iemand mij dat zegt .....
De PRESIDENT: Ik bedoel niet kritiek op u te hebben.
SIR DAVID: We hebben ons alle mogelijke moeite getroost. Iedereen heeft op alle mogelijke manieren meegewerkt. Ik was me er niet van bewust dat we iets verkeerd deden, het spijt me wanneer dat wel het geval was.
De PRESIDENT: Dat bedoel ik niet, Sir David maar ik denk dat er een probleem was bij de toepassing ervan en ik meen dat er een voorstel lag om dat te veranderen. Ik zal het bekijken om te zien of ik gelijk heb. Ik meen een dergelijke aanvraag te hebben gezien en daarna hadden we die discussie in openbare zitting waarin we besloten ons aan de regeling van 8 maart te houden; ongetwijfeld is dit probleem ontstaan omdat, zoals u erop wees, de documenten van Rosenberg van te voren al waren behandeld. Het zou misschien nu het beste zijn om ......
(er volgt een onderbreking van de zitting waarin de rechters overleggen.)
Mr. Justice Jackson, zou het voor u het beste zijn schriftelijk te protesteren tegen alle documenten waartegen u bezwaar maakt en die zullen dan na bespreking door het Tribunal worden behandeld.
Mr. JUSTICE JACKSON: Maar Edelachtbare, het Tribunaal heeft deze documenten al eens afgewezen en toch krijgen we opdracht die te drukken. De regels van het Tribunaal worden niet nageleefd en – ik wil de raadsheren niet beledigen – we hebben geen mogelijkheid gehad ze te weigeren. De stencils waarvan ik het drukken gisterenavond heb laten stoppen zijn niet alles wat aan ons is overlegd. Ze hebben geen enkele plek in de wettelijke onderwerpen van dit Tribunaal en we bereiken niets door er met Dr. Thoma over te spreken. Hij meent dat hun filosofie een op zich staande kwestie is.
Wat ik denk dat er moet gebeuren, als we dit willen oplossen, is dat het Tribunaal – als ik een suggestie mag doen, die ik met de grootste eerbied doe; ik mag bevooroordeeld zijn over wat er moet gebeuren, ik heb nooit voorgegeven volkomen onpartijdig te zijn – dat het Tribunaal een official benoemt die haar vertegenwoordigt in het beoordelen van deze dingen. We komen hier niet uit met discussies tussen Dr. Thoma en ieder ander die ik kan noemen. Mijn voorstel is dat een official deze documenten beoordeelt voordat ze worden vertaald. Als hij een twijfelachtige kwestie tegenkomt kan ik die terug verwijzen naar u. We moeten niet in een positie komen waarin we al of niet met hem instemmen in enige definitieve zin; ik ben me er natuurlijk van bewust dat het voor het Tribunaal een te grote last is deze documenten vooraf te beoordelen en een te grote last voor de Verenigde Staten om ze te blijven drukken. Papier is een schaars artikel in deze dagen. Er zijn meer dan 25.000 pagina’s gebruikt voor het drukken van een boek dat is afgewezen. Ik meen dat er geen andere mogelijkheid is behalve dat een jurist met enig inzicht in relevantie en irrelevantie dit Tribunaal vertegenwoordigt bij het vooraf beoordelen van deze zaken, liever dan het aan de raadsheren zelf over te laten.
Ik zou niet eens willen proberen met Dr. Thoma te discussiëren omdat wij van verschillende standpunten uitgaan. Hij wil het anti-Semitisme rechtvaardigen. Ik denk dat dat hier niet het punt is. Het punt hier is de moord op Joden, op mensen, niet of de Duitsers het Joodse ras aardig vinden of niet. Dat interesseert ons niet. Het is een kwestie van een paar zaken rechtzetten.
KOLONEL Y. V. POKROVSKY (plaatsvervangend hoofdaanklager namens de U.S.S.R.): Met toestemming van het Tribunaal wil ik een paar woorden toevoegen aan wat Mr. Jackson net heeft gezegd. Ik wil de raadsheren ook niet bekritiseren maar het Tribunaal heeft al gezegd dat er mogelijk een fout gemaakt is. En ik mag de aandacht van het Tribunaal vestigen op het feit dat die fout al te vaak gemaakt is. Ik zou u willen herinneren aan de documenten in verband met het Verdrag van Versailles die door het Tribunaal op de meest resolute wijze werden geweigerd als zijnde niet van belang; het Tribunaal zal zich ook herinneren dat er een aanzienlijk hoeveelheid tijd is verknoeid bij het luisteren naar het voorlezen van documenten ingediend door Dr. Stahmer en Dr. Horn. En ik zou het Tribunaal aan nog iets willen herinneren, toen er een andere regel van het Tribunaal werd overtreden. Dat gebeurde misschien per ongeluk, misschien ook niet. Het gebeurde toen een van de documenten die door Dr. Seidl waren gepresenteerd in de krant werden gepubliceerd voordat het Tribunaal ze als bewijsmateriaal had aanvaard. Het lijkt mij toe dat het zeer nuttig zou zijn wanneer het Tribunaal, om tijd te besparen er beter voor kan zorgen dat de regels, gesteld door het Tribunaal worden nageleefd, niet alleen door de aanklagers, die ze altijd stipt naleven maar ook door de verdedigers.
De PRESIDENT: Ja, Dr. Thoma?
Dr. THOMA: Ik ben zeer ontdaan door het verwijt dat ik de instructies van het Tribunaal niet heb opgevolgd. Tijdens gesprekken over welke documenten toelaatbaar waren heb ik tot in bijzonderheden uitgelegd uit welke filosofische werken ik wil citeren en waarom. Tijdens het pleidooi van de Aanklager is gesteld dat Rosenberg zijn filosofie ontwikkelde met als doel een oorlog van agressie en het plegen van oorlogsmisdaden enzovoorts. Ik acht het mijn taak te bewijzen dat dit zogenaamde nationalistische .......
De PRESIDENT: Wilt u het Tribunaal vertellen waar de Aanklager stelt dat hij zij filosofie ontwikkelde, of wel in de Aanklacht of wel tijdens de presentatie?
Dr. THOMA: Ik kan het bewijzen. Het komt voor in de toespraak van Churchill; ook in de toespraak van Justice Jackson staan overeenkomstige uitdrukkingen dat Rosenberg’s filosofie daartoe heeft geleid.
De PRESIDENT: U zegt dat het in de toespraak van Churchill voorkomt?
Dr. THOMA: Ja.
De PRESIDENT: Wat hebben we daar mee te maken? Ik vroeg u of de Aanklager dat beweerde in de Aanklacht of tijdens de presentatie van zijn zaak en u antwoordt mij dat Mr. Churchill......
Dr. THOMA: Nee, het is Churchill niet maar eerder Mr. Justice Jackson. In zijn presentatie zei hij dingen die ongeveer hetzelfde zijn. Ik vond dus dat het mijn plicht was die filosofie aan het Tribunaal voor te leggen die voor de periode van Rosenberg gelijksoortige argumenten opwierp en die inderdaad de filosofie van de hele wereld is.
Betreffende de presentatie van het documentenboek gebeurde het volgende: de vertaalafdeling vroeg mij mijn documentenboek onverwijld in te leveren omdat ze op dat moment de tijd ervoor hadden voordat het aan het Tribunaal werd overhandigd. De vertaalafdeling kreeg dit document dus eerder dan het Tribunaal. Maar het Tribunaal had mij in het besluit van 8 maart uitdrukkelijk toestemming gegeven citaten uit deze filosofische werken te gebruiken; mij werden alleen de anti-Semitische werken van Goldstein, Elbogen en Homan-Harling geweigerd. Ik heb dus het Tribunaal onmiddellijk meegedeeld dat mijn documentenboek documenten bevatte die mij niet waren toegestaan. En nu, Heren Rechters, iets van groot belang; ik heb net vastgesteld dat het citaat dat Mr. Jackson net heeft voorgelezen afkomstig is van een Franse geleerde, Mr. Larouse. Ten tweede heb ik met rood potlood die passages in mijn documentenboek gemerkt die vertaald moesten worden. De passage die door Mr. Jackson is geciteerd was niet gemerkt en was niet bedoeld om te worden opgenomen in het documentenboek. Dat is een betreurenswaardige vergissing.
Ten derde zou ik naar het feit willen verwijzen – mijn aandacht werd daar zojuist op gevestigd – dat het citaat letterlijk luidt: “Rosenberg ontwikkelde de filosofische techniek van samenzwering en schiep zo een educatief systeem voor een oorlog van agressie.” Dat was de uitdrukking in de presentatie van Mr. Jackson. Ik vond het daarom gerechtvaardigd erop te wijzen dat deze hele filosofie al bekend was en een filosofische noodzaak die genoemd moest worden. Ik geloof daarom dat ik mij heb vrijgepleit van de beschuldiging dat ik de regeling van het Tribunaal niet heb opgevolgd.
De PRESIDENT: Nu, Dr. Thoma, zijn deze documenten naar de drukkerij of naar de vertaalafdeling gestuurd?
Dr. THOMA: Naar mijn mening zijn ze naar de vertaalafdeling gestuurd omdat die afdeling mij had gezegd dat ze er op dat moment tijd voor hadden, maar al gauw grote drukte verwachtten. Ik had mijn document klaar en heb het aan de vertaalafdeling gegeven.
De PRESIDENT: Mr. Justice Jackson heeft blijkbaar gezegd dat ze naar de perskamer waren gestuurd en op die manier onder het publiek verspreid maar op de buitenkant van ieder documentenboek staat de waarschuwing dat niet er mag worden gepubliceerd voordat ze in openbare zitting aan het Tribunaal zijn voorgelegd en alleen dat gedeelte in feite als bewijsmateriaal is ingediend. Daarom worden alle documenten die naar de vertaalafdeling worden gestuurd niet verspreid of mogen niet onder de pers worden verspreid en mogen niet worden gepubliceerd voordat ze aan dit Tribunaal zijn voorgelegd.
Er schijnt hierover een aantal misverstanden te bestaan die in principe zijn gerezen uit het feit dat u uw documenten aan de vertaalafdeling hebt overhandigd voordat ze aan het Tribunaal waren voorgelegd en enkele ervan zijn vertaald die daarna door het Tribunaal zijn afgewezen. Is dat juist?
Dr. THOMA: Nee, Heren Rechters, dat is niet juist. Allereerst was dit in feite een kwestie van interne procedure op de diverse secties van de vertaalafdeling. Ik heb dit boek aan de vertaalafdeling gegeven omdat ze mij erom vroegen en toen.....
De PRESIDENT: Ik heb niet gezegd wie wat aan wie heeft gevraagd. Ik heb gezegd dat de de vertaalafdeling de documenten ter vertaling had gekregen. Ze kregen die voordat ze bij het Tribunaal waren ingediend en als gevolg werden er bepaalde documenten vertaald die later door het Tribunaal niet werden toegelaten.
Dr. THOMA: De enige afgewezen werken waren zoals bekend de anti-Semitische werken. Dat deze documenten vanuit de rechtszaal de pers hebben bereikt wist ik natuurlijk niet. Ik probeerde alleen maar het werk van de vertaalafdeling te verlichten. Ik heb vervolgens de secretaris-generaal ingelicht dat ik het documentenboek heb overhandigd en hem ernaar verwezen. De citaten uit mijn filosofische werken werden mij later echter toegestaan. Ik wil er nogmaals op wijzen dat ik altijd van mening ben geweest dat dit een zuiver interne aangelegenheid was en dat deze documenten op geen enkele manier de pers konden bereiken. Daar ben ik niet over ingelicht. Ik ben me er volledig van bewust dat van citaten die niet tijdens de zitting zijn voorgelezen wordt verondersteld dat ze de pers niet bereiken. Ik heb me aan die regel gehouden. Er is tijdens de zitting nog niets over gezegd en daarom zouden ze de pers niet mogen bereiken.
De PRESIDENT: Zoals u ongetwijfeld weet is de eerste toewijzing van documenten wanneer die worden aangevraagd, tijdelijk en daarna moet u uw documenten in openbare zitting presenteren zoals Dr. Horn heeft gedaan. Daarna oordeelt het Tribunaal over de toelaatbaarheid en die andere regel werd opgesteld met als doel onnodig vertaalwerk te voorkomen. Er was daarna besloten dat nadat het Tribunaal haar voorlopig oordeel had gegeven over wat voorlopig van belang was, u de passages die u wilt citeren aan de Verdediging moet overleggen om die een kans te geven er tegen te protesteren zodat de vertaalafdeling niet onnodig wordt belast. Dat is, zoals u hebt uitgelegd en zoals Sir David het heeft gezegd, in uw geval niet gebeurd, mogelijk deels omdat zoals u zegt de vertaalafdeling bereid was bepaald werk te doen. Daarom werden er documenten aan hen overhandigd die het Tribunaal vervolgens niet toelaatbaar achtte.
Mr. JUSTICE JACKSON: Mag ik iets rechtzetten wat tot misverstanden heeft geleid? Ik bedoelde niet te zeggen dat de raadsman de documenten naar de pers had gestuurd in de zin van de schrijvende pers. Ze werden naar de pers, de drukkerij gestuurd. Ze werden uiteraard gedrukt. De 260 exemplaren die wij moesten drukken bevatten de gebruikelijke waarschuwing dat ze niet vrijgegeven mochten worden totdat ze waren gebruikt. Ze hebben de pers niet bereikt en ik bedoelde niet te zeggen dat ze naar de schrijvende pers waren gestuurd; ze werden naar onze drukkerij gestuurd.
De PRESIDENT: Ja, Dr. Dix?
Dr. DIX: Heren Rechters, voordat er een besluit wordt genomen over de kwestie in discussie zou ik een paar opmerkingen willen maken, niet verwijzend naar de zaak Rosenberg maar naar de Verdediging in het algemeen. Er zijn ernstige beschuldigingen tegen de hele Verdediging geüit. De uitdrukking “de Aanklager is niet de persagent van de Verdediging” is gebruikt. De beschuldiging is geüit dat de Verdediging propaganda probeert te maken en dan bereiken deze beschuldigingen het toppunt in de ernstigste beschuldiging die men tegen een deelnemer aan een proces kan uiten, die van belediging van het Hof.
Namens alle raadsheren van de verdediging neem ik met het best en sterkst mogelijke argument stelling tegen deze zware beschuldigingen: een in dit opzicht absoluut rein en zuiver geweten. Ieder die het debat van het afgelopen half uur heeft aangehoord moet hebben gemerkt dat de meningsverschillen die hier zijn ontstaan en waarover het Tribunaal nu een beslissing moet nemen alweer zijn ontstaan uit misverstanden die in deze zaal zijn gerezen.
Mr. Justice Jackson heeft op vriendelijke wijze duidelijk gemaakt dat hij het niet over de schrijvende pers had toen hij “pers” zei maar over een drukpers. Mijn confrčre Dr. Thoma zei dat de enige reden waarom deze documenten op de vertaalafdeling terechtkwamen, het feit was dat die afdeling, begrijpelijk en realistisch vanuit hun oogpunt, heeft gezegd “we hebben op het moment niet veel werk. Geeft u het ons alstublieft dan kunnen we beginnen met het vertalen.” Ik meen dat wij al die moeilijkheden kunnen voorkomen als we onderling afspreken dat beide partijen, de Aanklager en de Verdediging met goede wil en loyaliteit te werk gaan en dat de gedachte, de regels van het Tribunaal te negeren, verre van ons is. Fouten en vergissingen kunnen altijd worden gemaakt. Mag ik u eraan herinneren dat het lekken van nieuws naar de pers, dat enkele uitlatingen aan de pers werden meegedeeld voordat ze feitelijk onderwerp van behandeling in deze zaal waren, dat dat iets was dat vrij regelmatg gebeurde bij aanvang van dit proces. Ik wil geen voorbeelden noemen omdat het Tribunaal weet dat het niet de Verdediging was. Ik weet niet wie het was, in elk geval was het niet de Verdediging. Maar ik uit geen beschuldigingen. Dat soort dingen gebeuren en een orgaan als dit Tribunaal moet een inwerkperiode hebben. Er bestond destijds ook geen kwade opzet. Maar ik herinner u eraan dat wij het waren, de Verdediging – ik was de woordvoerder – die energiek de regeling ondersteunde dat alleen die zaken de pers zouden bereiken die hier in openbare zitting in het verslag zijn opgenomen en het was daarna dat het Tribunaal die regeling trof. Voorheen was dat anders.
Ik beschouwde dat nooit als een beschuldiging meer eerder de door God gegeven afhankelijkheid van mensen. Bijvoorbeeld was het voor mij niet mogelijk om bij het begin van dit proces het Handvest in te zien, de basis van dit Tribunaal maar uiteindelijk werd het mij door de pers welwillend ter beschikking gesteld.
Wanneer dus ooit een zo gecompliceerd apparaat in werking wordt gesteld ontstaan er natuurlijk veel fouten en vergissingen. Maar we zijn nu al begonnen met Sir David om kwesties rond documenten in de meest praktisch mogelijke manier te behandelen. Zolang we alleen over de Duitse tekst beschikten, overlegden we met de Aanklager om uit te zoeken tegen welke passages de Aanklager meent bezwaar te kunnen maken. Er waren technische problemen, taalkundige problemen zolang we alleen ovder de Duitse tekst beschikten en de aanklagers andere talen spraken. Ik heb met de aanklager gesproken en we realiseerden ons de problemen waar andere partners voor stonden. Maar ook dat kon met goede wil worden opgelost, waar nodig gebruikten we een tolk. Dat was dus een prima en praktische methode, allereerste om de vertaalafdeling onnodig werk te besparen en ten tweede het Tribunaal onnodige beslissingen te besparen.
En het werkte prima, het was een goede start. Ik wil namens de verdediging stellen – en ik weet zeker dat Sir David mij niet zal tegenspreken – dat dit echt ons idee was net zoals de manier van samenwerking om van te voren tot een inofficiële overeenstemming te komen door met de Aanklager te overleggen. De verdediging bevindt zich bij dit proces in een zeer moeilijke positie. Ik meen dat ieder van u zal toegeven dat menselijk kunnen en een bijna uitzonderlijke mate van politieke tact vereist is om in dit proces de verdediging te voeren zonder ooit foutjes te maken. In elk geval pretendeer ik niet dat ik in dit geval absoluut zeker ben van mijzelf of dat ik geen misstap zal maken. We bevinden ons in een zeer moeilijke situatie, moeilijk waar het de buitenwereld betreft, moeilijk waar het dit Tribunaal betreft en moeilijk waar het het Duitse volk betreft.
Mag ik Mr. Justice Jackson dringend verzoeken onze moeilijke taak op waarde te schatten en niet zulke beschuldigingen te uiten als die welke we helaas vaak in de Duitse pers moeten lezen. Wanneer we in krantenartikelen worden aangevallen met onterechte beschuldigingen tegen ons, dan kunnen we niet altijd naar het Tribunaal rennen en zeggen “help ons alstublieft.” Het Tribunaal heeft taken die belangrijker zijn dan het voortdurende beschermen van de verdediging.
Echter, met betrekking tot de specifieke beschuldiging dat hier Nationaal-Socialistische of anti-Semitische propaganda wordt gemaakt, meen ik met een rein geweten te kunnen zeggen dat geen van de raadsheren voor de Verdediging, ongeacht wat zijn eigen filosofische ideeën of politieke opvattingen in het verleden geweest mogen zijn, er ooit van gedroomd heeft om deze rechtszaal te gebruiken voor het maken van propaganda voor de dode, ik benadruk het woord dode, wereld van het Derde Rijk. Dat zou niet alleen verkeerd zijn, het zou meer dan verkeerd zijn; Ik zou, met gebruikmaking van de woorden van Talleyrand, willen zeggen dat het een ondraaglijke stommitiet zou zijn iets dergelijks te doen.
Maar juist omdat we worden aangevallen, omdat we ons niet kunnen verdedigen en omdat we het Tribunaal gewoonweg niet kunnen vragen ons tegen elke beschuldiging te beschermen, vraag ik Mr. Justice Jackson de sfeer ietwat te verlichten en tegen ons te zeggen dat deze ernstige beschuldigingen, belediging van het Hof, anti-Semitische propaganda of Nationaal-Socialistische propaganda enzovoorts, niet echt serieus bedoeld waren.
Ik meen dat de prettige samenwerking die tot dusverre tussen ons en de Aanklager heeft bestaan, ik moet eerlijk toegeven dat ik met dankbaarheid op deze samenwerking terugkijk en dat ik met heel mijn hart de hulp en kameraadschap aanvaard die deze heren mij hebben gegeven. Dat moet behouden blijven. Waartoe zal het ons leiden als wij in deze arena als kemphanen tegeover elkaar staan? Wij streven allemaaal hetzelfde doel na.
Niet alleen verzoek ik hem dit te doen maar, hem kennende zoals ik hem ken, ben ik er zeker van dat hij zelfs zonder mijn verzoek een verklaring zal afleggen om de sfeer te verlichten met betrekking tot deze beschuldigingen die niet alleen voor de Verdediging maar ook voor het hele Hof uiterst pijnlijk zijn.
Mag ik u danken, Edelachtbare dat u zo vriendelijk bent geweest mij zo lang aan te horen maar ik meen dat de kwestie belangrijk genoeg was om tot verdere samenwerking op te roepen, zonder wrijving en in het belang van de zaak tussen de Aanklager en de Verdediging.
Dr. THOMA: Heren Rechters, ik verzoek u enkele woorden te mogen zeggen om een correctie aan te brengen. Ik zou precies willen citeren in welke passges het duidelijk wordt dat uitsluitend Rosenberg verantwoordelijk wordt gehouden voor de foutieve ideologie. Er staat in de presentatie van de zaak door de Amerikaanse aanklager, op pagina 2254 (Deel V, pagina 41) van het Duitse verslag dat Rosenberg het Duitse educatieve systeem omvormde om het Duitse volk bloot te stellen aan de wil van de samenzweerders en om de Duitse natie psychologisch voor te bereiden op een aanvalsoorlog. Dat is een citaat dat ik tot mijn beschikking heb.
Ten tweede, nog een woord. Ik voel mij gedwongen persoonlijk te reageren op de door Mr. Jackson geüite beschuldiging – ik moet iets zeggen wat ik normaal gesproken in deze zaal niet zou hebben gezegd – namelijk dat ik herhaaldelijk tegen de heer Rosenberg heb gezegd, “Meneer Rosenberg, ik kan uw anti-Semitisme niet verdedigen, dat moet u zelf doen.” Om die reden heb ik mijn documenten aanzienlijk beperkt maar heb het als mijn plicht gezien, elk mogelijk middel aan de heer Rosenberg ter beschikking te stellen om zich op dit punt te verdedigen.
Ik zou uw aandacht er nogmaals op willen vestigen dat de passage die door Mr. Jackson is geciteerd in het documentenboek niet in rood was gemerkt en abusievelijk daarin is opgenomen.
Mr. JUSTICE JACKSON: Ik wil zeker niet onvriendelijk zijn tegenover onze tegenstanders; ik weet dat ze een zeer moeilijke taak hebben. Ik hoop dat het Tribunaal voor zich heeft – en ik zal geen waardeoordeel geven en alles wat ik zeg op feiten laten berusten – het besluit van 8 maart 1946, paragraaf 3 daarvan. Ik vestig de aandacht van het Tribunaal erop dat dat luidt: “De volgende documenten worden geweigerd als zijnde niet van belang: Rosenberg....”en dan volgt een lijst documenten: Kunstwart, Die Geschichte der Juden in Deutschland, Die Geschichte des jüdischen Volkes. Dat zijn de enige drie waarop ik uw aandacht wil vestigen.
Twee dagen na dat besluit, op 10 maart, diende Rosenberg’s raadsman een nogal lang memorandum in waarin hij zijn verzoek herhaalde, citaten uit de genoemde boeken te gebruiken. Op 23 maart 1946 wees dit Tribunaal dat verzoek nogmaals af als zijnde van geen belang.
Ik zal u nu de stencils geven waarvoor wij, bij besluit van 8 april 1946, opdracht kregen die te drukken. Ze zijn wat moeilijk te lezen. Het eerste is een citaat uit Die Geschichte des jüdischen Volkes, een van de verboden boeken. Het volgende is een citaat uit Kunstwart, nog een geweigerd document. En het derde is uit Die Geschichte der Juden in Deutschland, het derde boek dat ik heb genoemd.
We hebben de tijd niet gehad om al deze stencils te lezen maar een vluchtig onderzoek ervan geeft aan dat ze grotendeels, zo niet helemaal, citaten zijn uit de geweigerde documenten.
Ik vel geen waardeoordeeel, ik noem slechts de feiten.
De PRESIDENT: Mr. Justice Jackson, draait het hele punt niet om de datum waarop deze documenten aan de vertaalafdeling werden overhandigd? Want wat Dr. Thoma zegt is dat als gevolg van het feit dat de vertaalafdeling tijd had om documenten te aanvaarden, hij ze heeft ingeleverd voordat ze in feite door het Tribunaal werden afgewezen. En als dat zo is, zou het duidelijk zijn, niet waar .....
Mr. JUSTICE JACKSON: Edelachtbare, ik weet niet wat hij heeft gezegd. Ik heb niet begrepen dat ze voor 8 maart 1946 zijn ingeleverd. Maar hoe dan ook, zelfs als ze waren vertaald, onze opdracht om te drukken is gedateerd 8 april en werd samen met de documenten op 8 april ingeleverd. Nu was er na de afwijzing zeker tijd om ons geld en moeite te besparen om dingen te drukken die waren afgewezen en die twee keer zijn afgewezen.
Ik zal geen waardeoordeel geven, de feiten spreken voor zich.
De PRESIDENT: Dr. Thoma, kunt u ons helpen met de datums? Kunt u ons hiermee helpen? Mr. Justice Jackson heeft verklaard dat nadat deze drie documenten in eerste instantie waren afgewezen u toen uw verzoek daarvoor op 10 maart hebt herhaald en dat ze op 23 maart uiteindelijk werden afgewezen.
Welnu, wanneer hebt u die documenten naar de vertaalafdeling gestuurd?
Dr. THOMA: De documenten zijn meen ik voor 8 maart aan de vertaalafdeling gegeven. Er was een zitting betreffende de toelaatbaarheid van documenten en het was ongeveer in die tijd, voordat er een beslissing was genomen, dat de vertaalafdeling contact opnam met mijn secretaresse en haar vroeg het documentenboek in te leveren omdat ze hadden gehoord dat het klaar was.
Ik heb toen in deze zaal geprobeerd de filosofie toegelaten te krijgen en kreeg de indruk dat het Tribunaal niet genegen was deze documenten toe te laten. Daarop heb ik nogmaals een schriftelijk verzoek bij het Tribunaal ingediend om deze documenten toegelaten te krijgen. Toen ik daarna werd geďnformeerd dat de anti-Semitische boeken niet zouden worden toegelaten – en dat was een paar dagen na de datum van deze beslissing – heb ik het Tribunaal meegedeeld dat ik de aandacht wilde vestigen op het feit dat boeken die niet waren toegelaten werden vertaald.
De PRESIDENT: Dr. Thoma, u kunt ons op dit moment natuurlijk niet de exacte datums geven maar we zullen deze kwestie grondig onderzoeken.
Dr. THOMA: Ik zou nogmaals uw aandacht willen vestigen op het feit dat ik er zelf op gewezen heb dat er passsages in het documentenboek staan die niet waren toegelaten. Ik verzoek u daaruit de conclusie te trekken dat ik niet heb geprobeerd iets te doen dat niet toelaatbaar was.
De PRESIDENT: Ik meen dat wanneer het document is afgewezen, de juiste weg zou zijn het document terug te trekken of contact op te nemen met de vertaalafdeling om die te laten weten dat ze moeten worden teruggetrokken.
Het Tribunaal is echter van mening dat de beste manier in deze kwestie zou zijn dat het Tribunaal de suggestie van Mr. Justice Jackson in overweging neemt. Dat wil zeggen, om de Aanklager van de taak te ontlasten, te beslissen over of bezwaar te maken tegen documenten die aan de vertaalafdeling moeten worden overhandigd dat die kwestie beoordeeld moet worden door iemand die als ambtenaar daartoe door het Tribunaal wordt aangewezen.
Het Tribunaal is van mening dat Mr. Justice Jackson of de commissie van Aanklagers schriftelijk moet verzoeken uit het documentenboek dat namens beklaagde Rosenberg is ingediend, alle onbelangrijke documenten te schrappen waarover zij klagen.
Ten derde, voorlopig zal het Tribunaal zich houden aan de regeling die zij met toestemming van de aanklagende raadsheer hebben vastgesteld.
Het enige dat ik hieraan nog hoef toe te voegen is dat ik ontdekt heb dat ik gelijk had toen ik zei dat de Commissie van Aanklagers op 29 maart 1946 het Tribunaal heeft verzocht – ik heb het document voor mij – de regeling die zij hebben gemaakt te wijzigen namelijk regeling 297, vastgesteld op 8 maart 1946.
Dr. THOMA: Ik heb de ambtenaar ook echt opgezocht en hem gezegd dat de documenten eruit moesten worden gehaald, dat ze er niet in mochten blijven. Het bleek echter dat er al honderden exemplaren waren gebonden en klaar gemaakt en mij werd gezegd: “Nou, ja tenslotte worden ze toch niet geciteerd dus ze kunnen er net zo goed in blijven omdat ze toch niet worden geciteerd.” Ik heb nadrukkelijk het verzoek gedaan om ze uit het documentenboek te laten halen.
De PRESIDENT: Natuurlijk bedoelde ik niet dat het Tribunaal de Verdediging vraagt om schriftelijk te verzoeken al die documenten te verwijderen die al zijn afgewezen. Die documenten zullen natuurlijk automatisch worden verwijderd maar als en voor zover er andere documenten in het documentenboek van Rosenberg zitten waartegen de Verdediging bezwaar maakt, dan kunnen ze gewoon een verzoek indienen hoewel die kwestie natuurlijk in open zitting moet worden besproken.
Zoals ik al heb gezegd, het toelaten van welk document dan ook is uitdrukkelijk tijdelijk en de aanvraag voor het uiteindelijk toelaten van documenten moet in open zitting worden gedaan.
Het Tribunaal zal een verslag laten opstellen door de algemeen secretaris wat deze datums en kwesties betreft. En nu wordt de zitting 10 minuten geschorst.

Definitielijst

ideologie
Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
Nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
oorlogsmisdaden
Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

Pagina navigatie

Informatie

Vertaald door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
05-03-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.