Nederlandse patrouilleboten

Hr. Ms. Van Masdijn en Hr. Ms. P37 tot en met Hr. Ms. P40

Hr. Ms. Van Masdijn

Hr. Ms. Van Masdijn was de voormalige Japanse visserstrawler Borneo Maru. Het schip was aan het begin van de oorlog met Japan door de mijnenlegger Hr. Ms. Prins van Oranje buitgemaakt en ingericht als patrouillevaartuig. Van het patrouillevaartuig zijn geen technische gegevens bewaard gebleven. Ook de verdere afkomst van het vaartuig is geheel onbekend. Wel bekend is dat Hr. Ms. Van Masdijn groot genoeg was om een vijftigtal militairen van het KNIL over te brengen van Tarakan naar Balik Papan bij de ontruiming van Noordoost-Borneo. Op de avond van 10 januari 1942 werd het prijsschip hierbij gebombardeerd door Japanse vliegboten en tot zinken gebracht. De commandant van het schip, luitenant-ter-zee der 2e klasse Koninklijke Marine Reserve (KMR) J. Engels, en stoker Askander kwamen hierbij om het leven. Matroos milicien R.F. Falkenberg raakte zwaargewond tijdens het bombardement, maar slaagde er in om samen met de andere overlevenden overboord te springen. Nederlandse Dornier DO 24 vliegboten van de 4e Vliegtuiggroep ontdekten het zinkende wrak en landden midden in de nacht op het donkere water van Straat Makassar. De vliegboten namen de overlevenden aan boord en zetten hen veilig aan wal op de oostkust van Borneo. Matroos Falkenberg stierf later in een ziekenhuis in Tarakan.

Hr. Ms. P37 tot en met Hr. Ms. P40

Naast de hiervoor beschreven patrouilleboten had de Koninklijke Marine vanaf eind december 1941 de beschikking over een onbekend aantal hulppatrouilleboten. Dit waren gevorderde sleepboten waarvan de technische specificaties onbekend zijn. Vier van deze vaartuigen waren Hr. Ms. P37 tot en met Hr. Ms. P40. Hr. Ms. P37 en Hr. Ms. P38 waren uitgerust met een radio-installatie en bewapend met twee 3,7cm kanonnen en twee 6,6mm mitrailleurs. Hr. Ms. P39 en Hr. Ms. P40 beschikten alleen over twee mitrailleurs van het genoemde kaliber en hadden geen radio. Hr. Ms. P37 tot en met Hr. Ms. P40 waren, samen met de mijnenlegger Hr. Ms. Pro Patria, gestationeerd in Palembang, de hoofdstad van Sumatra aan de Moesi Rivier. Hr. Ms. Pro Patria kreeg op 14 februari de opdracht om een sluitversperring in de rivier te leggen ten einde de oprukkende Japanners zolang mogelijk op te houden. In de nacht van 14 op 15 februari werden de mijnen daadwerkelijk in de monding van de Moesi Rivier gelegd. Hr. Ms. P38 werd aangewezen deze mijnenversperring te bewaken. De volgende morgen werd Hr. Ms. Pro Patria, na bestookt te zijn door drie Japanse gevechtsvliegtuigen, op de Moesi Rivier tot zinken gebracht door de eigen bemanning. Een gedeelte van die bemanning en het overige marinepersoneel in Palembang werden door Hr. Ms. P37 en Hr. Ms. P39 naar Kertapati gebracht, een stad met een treinstation enige tientallen kilometers stroomopwaarts. Voordat het marinepersoneel op de trein stapte werden de patrouilleboten vernield. Hr. Ms. P38 was aangewezen om het in Palembang aanwezige loodslichtschip te bewaken. Op 15 februari 1942 werden zowel het loodslichtschip als de patrouilleboot door de bemanning tot zinken gebracht. Wat er met Hr. Ms. P40 gebeurde, is geheel onbekend.

Dit alles verliep in een uiterst chaotische wanorde. K.W.L. Bezemer schrijft hier over in "Zij vochten op de zeven zeeŽn": "In Palembang had, op diezelfde 15e februari, de Commandant Maritieme Middelen, kapitein-luitenant-ter-zee De Jong van Beek en Donk, om een uur of zes `s morgens zijn besluit bekend gemaakt tot algehele evacuatie door de marine. Het merendeel van het personeel (de totale sterkte bedroeg nog geen 40 man) was op de P37 en P39 naar Kertapati gevarenÖ zonder op de commandant en een paar andere officieren te wachten, wel een bewijs van de heersende verwarring! Toen de overste en de anderen er later in geslaagd waren toch het station te bereiken, constateerde de commandant dat de patrouilleboten onvoldoende vernield waren. Daar hij hier nog iets aan wilde doen, werd verzocht de onder stoom staande trein korte tijd te laten wachten, welk verzoek echter niet werd ingewilligd. De overste moest dus achter blijven. Een konstabel en een machinist had hij echter nog uit de trein kunnen halen en zo lukte het toch de P37 en P39 onklaar te maken". Kapitein-luitenant-ter-zee J.F.W. de Jong van Beek en Donk kon later toch ontkomen naar Java en deed samen met ander marinepersoneel een ontsnappingspoging met Hr. Ms. Endeh, een tot hulpmijnenveger omgebouwde politiekruiser.

Definitielijst

kaliber
De inwendige diameter van de loop van een stuk geschut, gemeten bij de monding. De lengte van de loop wordt vaak aangegeven in het aantal kalibers. Zo is bv de loop van het kanon 15/24 24 ◊15 cm lang.
KNIL
Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in IndonesiŽ.

Pagina navigatie

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
07-10-2013
Laatst gewijzigd:
20-11-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.