Nederlandse torpedomotorboten

Torpedomotorboten van de TM 51-klasse

Hr. Ms. TM 51

Technische gegevens

Bouwwerf:British Power Boat Company te Hythe, Groot-BrittanniŽ
Grootste lengte:21,34 meter
Grootste breedte:6,1 meter
Diepgang:1,4 meter
Waterverplaatsing:32 ton
Machine-installatie:3 x Rolls Royce Merlin benzinemotoren
Machinevermogen:3.000 pk
Maximale snelheid:39 knopen
Bemanning:9 of 10 koppen
Bewapening:4 x 45cm torpedolanceerbuizen, 2 x 20mm Hispano Suiza en 1 x 20mm Oerlikon mitrailleurs

Eind jaren `30 wilde Nederland een serieuze poging ondernemen om kleine, maar snelle torpedoboten te bouwen naar Brits voorbeeld. Omdat Nederland geen enkele ervaring had met het ontwerpen en bouwen van torpedomotorboten, besloot men om een prototype te laten bouwen bij de British Power Boat Company. De boot werd op 6 november 1939 als Hr. Ms. TM 51 in Nederlandse dienst gesteld. Omdat de Koninklijke Marine bang was dat de Royal Navy alle beschikbare schepen in Groot-BrittanniŽ op zou eisen, kreeg commandant luitenant-ter-zee der 1e klasse (LTZ 1) O. de Booy opdracht de torpedomotorboot tijdens een proefvaart over te brengen naar Nederland.

De Schiedamse bouwwerf Gusto kreeg vervolgens de opdracht om twee boten te bouwen naar voorbeeld van de TM 51. Dit zouden de TM 52 en TM 53 worden en kregen de bouwnummers M2 en M3. Later volgde een order voor acht boten met de bouwnummers M4 tot en met M 11. Dit zouden de TM 63 tot en met TM 70 worden. In maart 1940 kreeg de werf de opdracht om nog eens acht TM 51-klasse torpedomotorboten op stapel te zetten. Dit werden de TM 54 tot en met TM 61 met de bouwnummers M23 tot en met M30. Op 10 mei 1940 waren alleen TM 52 en TM 53 bijna zover dat ze te water gelaten konden worden. De lange bouwtijd was vooral te wijten aan een tekort aan materialen. Het werfpersoneel en personeel van de Koninklijke Marine kregen de opdracht om de boten te vernielen, maar door een combinatie van besluiteloosheid, twijfel en een gebrek aan krachtdadig optreden, kwam het hier niet van. Alle in aanbouw zijnde boten vielen in Duitse handen.

Hr. Ms. TM 51 lag echter geheel oorloggereed op de werf in Schiedam. De torpedomotorboot was op 10 mei 1940 zeer actief betrokken bij de strijd om de Rotterdamse Maasbruggen. Met de 20mm Hispano Suiza mitrailleurs nam zij Duitse paratroepen onder vuur bij de Willemsbrug tot de boot zelf schade opliep en er een dode viel. De boot keerde terug naar Gusto in Schiedam voor noodreparaties en kon op 14 mei ontsnappen naar Engeland. De in Rotterdam opgelopen schade werd definitief hersteld op de werf van British Powerboat Company te Hythe. De TM 51 werd vervolgens overgedragen aan de Royal Navy, die de boot ombouwde tot Motor Gun Boat en in dienst nam als HMS MGB 46. Van 2 juni 1941 tot 25 november 1942 was de boot weer in Nederlandse dienst als Hr. Ms. Panter. Tijdens deze periode liep de torpedomotorboot in St. Anstell`s Bay, Zuidoost-Engeland op een mijn, maar kon te Fowey worden binnengebracht. Op laatstgenoemde datum werd de boot vervangen door de moderne MGB 114. De Britten gebruikten de MGB 46 nog een tijdje als oefenboot, maar de boot werd nog voor het einde van de oorlog afgeschreven.

TM 52 en TM 53

Na de Duitse inval in Nederland werden de in aanbouw zijnde torpedomotorboten TM 52 en TM 53, met bouwnummers M2 en M3, voor de Kriegsmarine afgebouwd volgens origineel ontwerp en op 20 augustus en 17 september 1940 als S 201 en S 202 in dienst gesteld, de S stond hierbij voor Schnellboot. De boten werden naar Duits inzicht bewapend met een 37mm en twee 20mm snelvuurkanonnen waardoor de boten iets aan snelheid inboetten. De boten voldeden niet aan de Duitse eisen, maar vooral het feit dat de boten benzinemotoren hadden, deed de Duitsers beslissen ze van de hand te doen. De Duitsers waren tegen het gebruik van benzinemotoren in verband met het brand- en explosiegevaar. In 1942 werden beide boten verkocht aan de Bulgaarse marine. De Bulgaren namen de boten in dienst als S 3 en S 4. De beide torpedomotorboten werden op 22 oktober 1944 door de Sovjet Unie in beslag genomen en herdoopt in TKA 961 en TKA 962 en op 2 april 1945 teruggegeven aan Bulgarije. In Bulgaarse dienst deden de boten nog bijna vijftien jaar dienst als patrouilleboten no. 3 en no. 4.

TM 54 tot en met TM 61

Technische gegevens

Bouwwerf:Gusto te Schiedam
Grootste lengte:28,3 meter
Grootste breedte:4,3 meter
Diepgang:1,9 meter
Waterverplaatsing:54 ton
Machine-installatie:3 x Daimler-Benz dieselmotoren
Machinevermogen:2.850 pk
Maximale snelheid:35 knopen
Bemanning:21 koppen
Bewapening:2 x 53,3cm torpedolanceerbuizen, 2 x 20mm en 1 x 15mm mitrailleurs

Al op 23 mei 1940 werd een overeenkomst gesloten door de Kriegsmarine en Gusto om de acht TM 51-klasse torpedomotorboten met de bouwnummers M23 tot en met M30 af te bouwen volgens een gewijzigd ontwerp. De ontwerpwijzigingen werden aangeleverd door de Duitse Schnellbooten bouwer Fr. LŁssen te Bremen. Het ging hierbij om de TM 54 tot en met TM 61 die aanmerkelijk groter waren dan de bouwnummers M2 tot en met M11. De acht boten kregen de namen S 151 tot en met S 158.

De boten werden in Duitse dienst gesteld op:
S 151 19 december 1941
S 152 31 maart 1942
S 153 19 april 1942
S 154 10 juni 1942
S 155 19 juli 1942
S 156 5 september 1942
S 157 8 september 1942
S 158 9 september 1942.

De torpedomotorboten waren bestemd voor dienst in de Middellandse Zee en vertrokken op 15 september 1942 in twee groepen vanuit Rotterdam, gecamoufleerd als reddingsboten van de Luftwaffe en de torpedolanceerbuizen weggestopt achter triplexplaten. Via Nijmegen, Mannheim, Straatsburg en Port St. Louis kwamen de boten op 8 oktober aan in La Spezia.

De S 151, S 152, S155 en S 156 werden op 3 mei 1945 te Ancona overgedragen aan de geallieerden. De S 153 werd op 12 juni 1944 door de Britse torpedobootjagers HMS Eggesford en HMS Blackmore bij het eiland Lissa in de Adriatische Zee door kanonvuur tot zinken gebracht. De S 154 werd op 22 januari 1945 bij Pola vernietigd door geallieerde vliegtuigbommen. De S 157 werd op 1 mei 1945 door een Joegoslavische mortier vernield en de S 158 werd op 25 oktober 1944 tot zinken gebracht bij een geallieerde luchtaanval bij Sibenek.

TM 63 tot en met TM 70

De overeenkomst die gesloten was door de Kriegsmarine en Gusto gold ook voor de acht TM 51-klasse torpedomotorboten met de bouwnummers M4 tot en met M11, de TM 63 tot en met TM 70. De boten kregen de voorlopige namen S 203 tot en met S 210. Mede als gevolg van de negatieve ervaringen met de S 201 en S 202 zagen de Duitsers in december 1940 af van de afbouw van de acht torpedomotorboten. Een verdere reden voor de bouwstop was het gebrek aan geschikte torpedolanceerbuizen, torpedo`s en andere onderdelen. De casco`s van de acht boten werden opgelegd op de dependance van Gusto te Slikkerveer. Gusto wilde de boten verkopen aan de Roemeense en Bulgaarse marines, maar er waren problemen met de voortstuwing. Er waren voldoende Rolls Royce Merlin motoren voorradig van neergestorte Britse vliegtuigen, maar de keerkoppelingen en de rubberschijven, die tussen deze koppelingen en de motoren geplaatst moesten worden, ontbraken. De keerkoppelingen werden vervaardigd bij een CitroŽnfabriek in Parijs nadat de toenmalige bedrijfsleider van Gusto naar de Franse hoofdstad was afgereisd om technische aanwijzingen te geven. De 24 keerkoppelingen werden vervolgens samen met de casco`s en de motoren aan RoemeniŽ en Bulgarije geleverd.

Zes van de acht torpedomotorboten werden geleverd aan de Roemeense marine en in 1942 in Galatz afgebouwd. Ze werden in Roemeense dienst gesteld als no. 4 Vedenia, no. 5 Vantul, no. 6 Vijelia, no. 7 Viforul, no. 8 Vartejul en no. 9 Vulcanul. De tweedehands Rolls Royce motoren presteerden zo slecht dat de boten slechts 20 tot 25 knopen konden halen. Pas nadat een gespecialiseerd Roemeens bedrijf nieuwe rubberschijven voor de keerkoppelingen had geleverd, waren de boten normaal inzetbaar. De zes Roemeense torpedomotorboten werden op 20 oktober 1944 door de Sovjets in beslag genomen en TKA 991 tot en met TKA 954, TKA 956 en TKA 957 genoemd. Op 22 september 1945 werden de zes boten weer overgedragen aan de Roemeense marine, die ze echter niet meer in dienst stelde. De boten werden later gesloopt.

De Bulgaren slaagden er in om twee complete boten uit de onderdelen te bouwen die in dienst gesteld werden als F 6 en F 7. Deze twee boten werden eveneens door de Sovjet Unie in beslag genomen en kregen de namen TKA 963 en TKA 964. Op 2 april 1945 werden de torpedomotorboten teruggegeven aan Bulgarije en deden tot eind jaren `50 dienst als patrouilleboten.

Definitielijst

geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
mortier
Kanon dat zijn granaten op korte afstand (via een zeer kromme baan) kan doen neerkomen.
torpedo
Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hr. Ms. TM 51 in Schiedam, 1940.
(Bron: Maritiem Digitaal)


Type S 151 torpedomotorboten in aanbouw bij Gusto in Schiedam.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


S 201, ex TM 52 in Rotterdam.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Gecamoufleerde Duitse torpedomotorboten van het type S 151 aan de Kroatische kust
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


Duitse type S 151 boten en een type 30 boot in Ancona, 3 mei 1945.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
01-12-2013
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.