Amerikaanse vliegdekschepen van de Essex-klasse

Essex-klasse vliegdekschepen na de Tweede Wereldoorlog

De meeste Essex-klasse vliegdekschepen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in actie waren geweest, werden in 1947 buiten dienst gesteld en in conservatie genomen. De acht overige carriers kregen de eerste straaljagers aan boord en vormden samen met de drie nieuwe Midway-klasse vliegdekschepen de ruggengraat van de US Navy vanaf eind jaren `40 tot begin jaren `50.

USS Oriskany werd volgens een nieuw ontwerp opgeleverd in 1950. Het vliegdekschip beschikte over een veel robuuster vliegdek en een nieuw ontworpen brugeiland. De originele 12,5cm kanonnen en luchtafweermitrailleurs waren verwijderd. De modernere vliegdekschip-tactieken gingen er immers vanuit dat de vliegtuigen zelf het vliegdekschip moesten beschermen tegen vijandelijke luchtaanvallen. Acht van de oudere Essex-klasse carriers werden volgens hetzelfde programma, dat SCB-27A werd genoemd, verbouwd en kwamen tijdens de oorlog in Korea (1950-1953) weer in actieve dienst. Nog eens zes Essexen werden verbouwd volgens het verbeterde SCB-27C moderniseringsontwerp. Deze schepen kregen onder andere de beschikking over stoomkatapulten die veel krachtiger en betrouwbaarder waren dan de hydraulische varianten. USS Antietam viel buiten het SCB-27 programma en kreeg de beschikking over een experimenteel hoekdek.

Vooral de toepassing van grotere en zwaardere gevechtsvliegtuigen eiste een verdere aanpassing van vliegdekschepen. Daarom werd een groot aantal Essex-klasse vliegdekschepen in de tweede helft van de jaren`50 nogmaals verbouwd, maar ditmaal volgens het SCB-125 programma. De belangrijkste veranderingen van dit programma waren een hoekdek, rompuitstulpingen voor meer drijfvermogen, zwaardere vliegdekliften aan de buitenzijden van de vliegdekken, zwaardere bomliften, en orkaanboegen. Het op deze boegen dichtplaten van de oorspronkelijk overhangende vliegdekken had als voordeel dat de carriers veel minder stormschade opliepen. Sommige carriers die de SCB-27C modernisering ondergingen, werden nog voor de oplevering omgebouwd volgens het SCB-125 programma. USS Oriskany vormde hierbij wederom een uitzondering en onderging een aangepast SCB-125A programma. De belangrijkste aanpassing was hierbij een aluminium vliegdek. De carriers die volgens de SCB-27 en SCB-125 plannen verbouwd waren, werden geclassificeerd als Attack Carriers (CVA).

Met de komst van de Forrestal-klasse supercarriers, begin jaren `60, werd een achttal Essex-klasse vliegdekschepen verbouwd tot onderzeebootbestrijdingsvaartuigen (CVS). Zij kregen volgens het SCB-144 programma de beschikking over een SQS-23 boegsonar en vliegtuigen en helikopters om onderzeeboten op te sporen en te vernietigen. Drie Essexen, USS Boxer, USS Princeton en USS Valley Forge, vielen buiten de genoemde programma`s en werden geclassificeerd als Landing Platform Helicopters (LPH). Zij fungeerden als amfibische aanvalsschepen ten behoeve van de mariniers en bleven met hun originele rechte dekken in dienst tot in de jaren `70. Een drietal schepen van de klasse, USS Leyte, USS Tarawa en USS Philippine Sea werd nooit verbouwd en werd, net als een aantal wel gemoderniseerde schepen, ingezet als aanvalscarriers (CVA).

Uiteindelijk werden 22 van de 24 Essex-klasse vliegdekschepen na de Tweede Wereldoorlog verbouwd of kregen een nieuwe functie. USS Franklin en USS Bunker Hill bleven echter in conservatie tot zij in 1966 en 1973 gesloopt werden. De grote schade die de schepen in de Pacific hadden opgelopen aan vitale onderdelen zoals de spanten en vliegdekken, maakte modernisering van beide schepen onrendabel. Door alle verbouwingsprogramma`s, moderniseringen en herclassificaties leken geen twee Essex-klasse vliegdekschepen meer precies op elkaar en kon een goed geoefende observator alle individuele schepen herkennen.

Tussen 1960 en 1973 kreeg een aantal Essex-klasse carriers nog wereldwijde bekendheid doordat zij als bergingsschepen werden ingezet bij de verschillende Amerikaanse ruimtevaartprogramma`s. Zij pikten zowel onbemande als bemande ruimtevaartcapsules op, die na hun missies in de Stille Oceaan terecht kwamen.

De komst van de supercarriers vanaf de jaren `60 en `70 zorgde er voor dat de Essex-klasse vliegdekschepen verouderd en overbodig werden. Vanaf de jaren `70 werden de eerste carriers van de klasse dan ook gesloopt. USS Lexington (CV-16) bleef echter tot 1991 in de vaart als opleidingsschip. USS Oriskany werd aan het einde van Koude Oorlog geschrapt uit het US Naval Vessel Register waarna de carrier helemaal gestript werd. Verschillende onderdelen van het schip zijn nog te zien in diverse musea. De romp werd voorbestemd om als onderdeel van de City of America tentoonstelling in de Baai van Tokyo te dienen, maar de Japanse zakenlieden, die hier het initiatief in hadden genomen, kwamen in financiŽle problemen. Vervolgens werd de romp van de Oriskany in 1995 voor sloop verkocht naar Vallejo, CaliforniŽ, maar het sloopcontract werd ongeldig verklaard door gebrek aan voortgang. De Amerikaanse marine nam de resten van het vliegdekschip weer over en doneerde het aan de staat Florida. In 2006 werd de Oriskany als kunstmatig rif afgezonken in de Golf van Mexico.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


USS Bon Homme Richard op de Naval Shipyard te Alameda, CaliforniŽ, 27 oktober 1945.
(Bron: History Navy)


USS Hornet (CV-12) na de verbouwing volgens het SCB-27A programma, 10 januari 1954.
(Bron: Wikipedia)


USS Boxer vaart de Baai van San Fransisco binnen, jaren `50.
(Bron: History Navy)


USS Antietam met experimenteel hoekdek als opleidingsschip voor piloten, 19 april 1961.
(Bron: History Navy)


USS Yorktown met orkaanboeg in 1962.
(Bron: Wikipedia)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
02-06-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.