Hess, Rudolf

Veroordeling en gevangenschap

Proces van Neurenberg

Op 10 oktober 1945 werd Hess overgebracht naar Duitsland. Vanaf 20 november 1945 stond hij tegelijk met andere Duitse kopstukken terecht voor het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Voorafgaand aan het proces werd hij onderzocht door meerdere psychiaters. Hess beweerde dat zijn geheugen niet verder terugging dan de afgelopen twee weken. De psychiaters in Neurenberg probeerden van alles om Hess zijn voorgaande leven te laten herinneren. Zij lieten hem oude propagandafilms uit het Derde Rijk zien en confronteerden hem met zijn familie en voormalige secretaresses. Dit alles zonder resultaat. Een ontmoeting met Hermann Göring liep er op uit dat Göring een opsomming begon te geven van de prestaties van de Reichsmarschall met de vraag of Hess zich deze kon herinneren. Toen dit niet het geval bleek, gaf Göring aan dat Hess knettergek was.

De gevangenispsychiater Douglas Kelley concludeerde dat Hess geestelijk gezond was, alhoewel hij hem wel bestempelde als een zeer neurotisch, hysterisch type. Hij verklaarde over Hess: "Als je de straat als gezond beschouwd en de stoepen als ongezond, staat Hess het grootste gedeelte van de tijd op de stoeprand." Op 30 november 1945 bogen de rechters van het Tribunaal zich over de kwestie of Hess in staat was om terecht te staan. Tot verrassing van iedereen legde Hess vervolgens een verklaring af waarin hij aangaf, dat zijn geheugenverlies gefungeerd was om redenen van tactische aard en dat hij alleen last had van concentratieproblemen. Het Tribunaal concludeerde vervolgens dat hij in staat was om terecht te staan. Men kan er over twijfelen of de voormalige Stellvertreter daadwerkelijk in staat was om het proces te volgen. Tijdens de zittingen leek Hess vaak geestelijk afwezig. Meestal las hij een boek, of staarde maar wat in de ruimte. Op vragen van de rechters antwoordde de beklaagde meestal dat hij zich het niet meer kon herinneren. Vlak na het afleggen van zijn verklaring wekte Hess weer de indruk dat hij aan geheugenverlies leed. Mogelijk was een deel van zijn geheugenverlies gefungeerd. Er is geopperd dat hij op deze wijze trachtte ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard en daardoor de doodstraf te kunnen ontlopen. Het is wel zeker dat Hess tijdens het Proces van Neurenberg kampte met een geestelijke stoornis. Toen hij geconfronteerd werd met de gruwelijkheden die hadden plaatsgevonden in de concentratiekampen, beweerde hij dat dit propaganda van de geallieerden was. Later verkondigde hij dat de kampbewakers waren gehypnotiseerd door de Joden en dat zij daardoor tot hun daden waren gekomen.

De hoofdaanklager tijdens het proces, Robert Jackson, beschreef Hess tijdens het proces als volgt:

"De ijveraar Hess was, voordat hij bezweek aan reislust [vloog naar Schotland in mei 1941], de ingenieur van de partijmachine. Hij gaf orders en propaganda door aan de algemene leiding. Hij begeleidde elk aspect van de partijactiviteiten en handhaafde de organisatie als een loyaal machtsinstrument."

De rechters van het tribunaal erkenden dat Hess afwijkend gedrag vertoonde en geestelijk achteruit ging. Uit niets bleek echter dat hij de aanklachten niet begreep, of dat hij ten tijde van het plegen van de daden waarvan hij werd beschuldigd ontoerekeningsvatbaar was. Hierdoor was er voor de rechters van het tribunaal geen enkele reden om aan te nemen dat Hess niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor zijn daden. De voormalige Stellverteter weigerde tijdens het proces een verklaring af te leggen, uitgezonderd de verklaring van 30 november en zijn slotverklaring. Officieel deed hij dit omdat hij het Tribunaal niet erkende. In werkelijkheid had zijn advocaat hier op aangedrongen, omdat hij Hess geestelijk niet in staat achtte om ondervraagd te worden. Uiteindelijk werd hij schuldig bevonden aan twee van de vier punten van de tenlastelegging, namelijk:

  1. Samenzwering tot het voeren van een agressieve oorlog, ofwel misdaden tegen de vrede.
  2. Het voeren van een agressieve oorlog.

Het feit dat Hess tijdens het proces totaal geen berouw toonde voor zijn daden, deed zijn situatie waarschijnlijk weinig goed. In zijn slotverklaring zei hij bijvoorbeeld: "Het was mij vergund, vele jaren van mijn leven te werken onder de grootste zoon die mijn volk in zijn duizendjarige geschiedenis ooit heeft voortgebracht. Zelfs als ik het kon, ik zou deze periode niet uit mijn herinnering willen wissen. Ik ben gelukkig in de wetenschap dat ik mijn plicht jegens mijn volk, mijn plicht als Duitser, als Nationaalsocialist, als trouwe volgeling van mijn Führer heb gedaan. Ik heb nergens spijt van." Uiteindelijk werd Rudolf Hess veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.

Spandau en dood

Voor het uitzitten van zijn straf werd Hess op 18 juli 1947 overgeplaatst naar de Spandau-gevangenis in Berlijn waar hij voortaan werd aangeduid als gevangenen nr. 7. In Spandau heerste, zeker de eerste jaren, een vrij streng regime. Er gold een strakke dagroutine, slechts eens in de vier weken mocht er een brief worden verstuurd en contact tussen de gevangenen werd tot een minimum beperkt. De gevangenen kregen hetzelfde voedselrantsoen als de Duitse burgers. De bevolking kon dat echter aanvullen met zaken van de zwarte markt en eigen gekweekte groenten en fruit. Voor de gevangenen gold dit niet, waardoor het voedsel vrij karig was. Tijdens zijn gevangenschap hield Hess zich bezig met lezen (voornamelijk geschiedkundige en wetenschappelijke werken), het schrijven van brieven en werken in de gevangenistuin. Hess isoleerde zich van zijn medegevangenen. Naar zijn zegge ging alleen Albert Speer vriendschappelijk met hem om.

Gevangene nr. 7 bleef zich paranoïde gedragen. Hij was er van overtuigd dat men hem probeerde te vergiftigen en weigerde daarom vaak zijn eigen portie voedsel. Ook klaagde hij vaak dat hij leed aan ondraaglijke pijnen. Eerst werd hij hiervoor behandeld, later kreeg hij alleen nog maar placebo's toegediend. Midden in de nacht begon hij vaak ineens te schreeuwen, wat zeer storend was voor zijn medegevangenen en bewakers. Voorts weigerde hij jarenlang om zijn familie te ontvangen, omdat hij het niet eens was met de omstandigheden waaronder dit bezoek zou moeten plaatsvinden. Ook was hij bang dat dit weerzien een te zware emotionele belasting zou vormen voor beide partijen. Op 26 november 1959 probeerde Hess zelfmoord te plegen door met een glasscherf uit zijn bril zijn polsen door te snijden. Hij hield hier echter slechts lichte verwondingen aan over. Tot aan zijn dood bleef Hess Adolf Hitler en het nationaalsocialisme verdedigen. Ook stond hij er in de eerste jaren van zijn gevangenschap op dat zijn medegevangenen hem aanspraken met Führer Stellvetreter."

Hoewel anderen die in Neurenberg veroordeeld waren vrij snel vrijkwamen, zoals Konstantin von Neurath (1954), Erich Raeder (1955) en Walther Funk (1957), werden de vrijlatingsverzoeken van de advocaat Dr. Alfred Seidl, voor Rudolf Hess telkens afgewezen.

Churchill verklaarde in 1950 al dat hij blij was niet meer verantwoordelijk te zijn voor de manier waarop Rudolf Hess werd behandeld. Hij was immers geen premier van Groot-Brittannië meer. Ook al had hij een morele schuld op zich geladen, doordat hij naast Hitler stond, dan nog had Hess volgens hem al geboet voor deze "toegewijde en ondoordachte daad van een welwillende krankzinnige. Hij kwam naar ons in vrije wil, hoewel zonder gezag, had hij iets van de kwaliteiten van een gezant. Zijn zaak dient te worden beschouwd als een medische en niet als een strafzaak."

De Sovjet-Unie stond er echter op dat levenslang voor Hess ook daadwerkelijk levenslang zou zijn. Hierbij speelde waarschijnlijk een rol dat Hess ten tijde van zijn vlucht naar Schotland al op de hoogte was van de komende aanval op de Sovjet-Unie (operatie Barbarossa) en dat hij hierover niets had gezegd tegen te Britten. Hess keurde deze daad waarschijnlijk goed. Wat ook meespeelde was dat Hess een hoge positie had bekleed in het naziregime, waardoor hij in de ogen van de Sovjets een symboolfunctie had.

De voorwaarden van Hess’ gevangenschap werden vanaf eind jaren 60 wel versoepeld. Hij kreeg een grotere cel, hij hoefde niet te werken en binnen de gevangenis kreeg hij veel vrijheid. Op 1 oktober 1966 werden Albert Speer en Baldur von Schirach ontslagen uit de Spandau-gevangenis. Hess was vanaf dat moment de enige gevangene in een gevangenis met 600 cellen. De kosten voor zijn gevangenschap liepen op tot 800.000 mark per jaar. In december 1969 bezochten zijn vrouw Ilse en zijn zoon Wolf Rüdiger hem voor de eerste keer. Op dat moment lag hij in een Brits militair hospitaal in West-Berlijn wegens een geperforeerde maagzweer en darmklachten. In januari 1970 keerde hij terug naar Spandau. Ondanks dat vele personen zich uitspraken voor de vrijlating van Hess, onder wie Winston Churchill, Willy Brandt, Hartley Shawcross (een van de aanklagers tijdens het proces van Neurenberg) en in de jaren 80 de toenmalige Britse premier Margaret Thatcher, bleef de Sovjet-Unie onvermurwbaar.

Op 22 februari 1977 ondernam Hess wederom een zelfmoordpoging. Deze maal sneed hij met een mes in zijn polsslagader. Wederom overleefde hij het. Op 17 augustus 1987 werd de 93-jarige Rudolf Hess uiteindelijk dood gevonden in een tuinhuisje op het gevangenisterrein. Hij had zich opgehangen met een stuk elektriciteitskabel. De officiële lezing was zelfmoord, wat onder meer bleek uit een afscheidsbrief die bij het lichaam van Hess werd aangetroffen. Een aantal personen, onder wie ook zijn zoon, beweerden dat Hess werd vermoord in opdracht van de Britten, omdat hij te veel zou weten over de onderhandelingen tussen Groot-Brittannië en Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor deze theorie is echter, ondanks twee secties op het lichaam en ander uitgebreid onderzoek, nooit enig bewijs gevonden.

Rudolf Hess werd op zijn eigen verzoek begraven op het kerkhof van Wunsiedel, de Beierse stad waar zijn familie oorspronkelijk vandaan kwam en waar zijn ouders vroeger in de buurt een vakantiewoning hadden. Het graf van Hess groeide uit tot een bedevaartsoord voor neonazi’s, die er elk jaar op 17 augustus, de sterfdag van Hess, grote manifestaties hielden. Vanwege deze omstandigheden, werd het graf op 20 juli 2011, toen het pachtcontract bijna was afgelopen, geruimd. Met toestemming van de familie werd het lichaam van Hess verbrand en werd de as boven zee uitgestrooid.

In 1992 werd het overgrote deel van de Britse dossiers over Rudolf Hess vrijgegeven voor het publiek. Zijn vrouw Ilse, die op 3 juni 1947 werd gearresteerd en op 23 maart 1948 weer werd vrijgelaten, overleed in 1995. Haar begrafenis werd bijgewoond door een aantal kinderen van bekend figuren uit het Derde Rijk, zoals Gundrun Himmler, Ilsebill Todt, Wolf Rüdiger Hess en Martin Bormann jr. Wolf Rüdiger Hess overleed zelf op 24 oktober 2001.

Definitielijst

Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hess (midden) met medebeklaagden Göring ( links) en Von Ribbentrop (rechts) tijdens het proces van Neurenberg.
(Bron: United States Holocaust Memorial Museum)


Hess gedurende zijn gevangenschap in Neurenberg.
(Bron: United States Holocaust Memorial Museum)


De Spandaugevangenis in Berlijn, waar Hess jarenlang gevangen zat, in 1951.
(Bron: U.S. Army in Germany)


Gevangene Hess (rechts) maakt een wandeling op de binnenplaats van de gevangenis van Spandau.
(Bron: Yad Vashem)


Het graf van Rudolf Hess, dat in 2011 geruimd werd.
(Bron: Wikimedia Commons)

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
09-08-2014
Laatst gewijzigd:
21-05-2018
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.