Geheim Leger

De oorsprong en de vorming van het Geheim Leger

In de zomer van 1940 ontstonden de eerste verzetsbewegingen: "de Phalange" van graaf FranÁois-Xavier de Hemricourt de Grunne, "het Heropgericht Leger van BelgiŽ" (ook gekend als Armťe Belge Reconstituťe, ABR) onder leiding van reserve-kolonel Robert Lentz en "het Belgisch Legioen" van kapitein-commandant Charles Claser. Zij recruteerden overwegend bij de reserve- en beroepsofficieren die in BelgiŽ waren gebleven.

Robert Lentz was een rasechte militair. Zijn vader was officier. Hij ging naar de militaire school, maakte de Eerste Wereldoorlog mee en klom op tot majoor. Toen het leger in 1925 aanzienlijk werd ingekrompen, stapte hij er uit, maar bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Lentz weer opgeroepen. Hij diende als stafchef van de 17de Infanterdivisie.

Na de capitulatie zocht Lentz contact met de officieren van zijn eenheid en leden van de Nationale Unie van Reserve-officieren (UNOR), waarvan hij voorziter was. De recrutering verliep echter zeer moeizaam, de organisatie was weinig gestructureerd. Kortom, de ABR was niet van die aard dat het een bedreiging vormde voor de Duitse bezetter.

Toen er nauwe contacten met de Phalange van Grunne werden gelegd, kwam het al gauw tot een fusie van de twee bewegingen in oktober Ė november 1940.

Net als Lentz was ook Claser een rasechte militair. Na zijn opleiding in de militaire school klom hij snel op tot kapitein-commandant. Hij toonde zijn moed in de achttiendaagse veldtocht. Een dagorder van 24 mei 1940 vermeldde het volgende : "Moedig en dapper stafofficier was hij sedert het begin van de campagne, spontaan, altijd bereid om de moeilijkste en gevaarlijkste opdrachten uit te voeren. Op 24 mei werd hij naar een regiment gezonden dat zwaar in de moeilijkheden zat. Vrijwillig bood hij zich aan. Moedig en dapper wist hij de vluchtenden te verzamelen. Hij wierp zich op als hun leider en de terugtocht werd in feite een aanval tegen de vijand.(...) Hij is een voorbeeld van energie, optimisme, kalme moed en bedachtzaamheid."

Gewond geraakt bij de capitulatie kon Claser uit krijgsgevangenschap ontsnappen en onderduiken. Hij richtte het Belgisch Legioen op. Tijdens de recruteringen van nieuwe leden werden er contacten gelegd met zowel de Phalange als het ABR. Dit resulteerde in de zomer van 1941 in een fusie van deze drie groepen onder de naam Belgisch Legioen / Lťgion Belge (BL/LB).

De drie bewegingen hadden namelijk veel met elkaar gemeen. Het ging telkens om een groep militairen die de koning vereerde en zich afkeerde van de politici. Bovendien wilden ze de koning een eenheid voor de ordehandhaving ter beschikking stellen zodra het land zijn onafhankelijkheid terug had. In eerste instantie was het de bedoeling de Rijkswacht bij te staan voor ordehandhaving in geval de Duitsers na het eventueel sluiten van een vredesakkoord met Engeland onverwacht het land zouden verlaten. Toen duidelijk werd dat zoín vredesakkoord er niet onmiddellijk inzat, maakte de idee van ordehandhaving stilaan plaats voor deze van militaire actie.

Claser en zijn naaste medewerker Renť Gallant zetten zich hard in om de beweging uit te bouwen. Ze trachtten zoveel mogelijk contacten te leggen met andere officieren, oudgedienden, teruggekeerde krijgsgevangenen en rijkswachters. In alle provincies werden in de loop van 1940 en 1941 eenheden gevormd. Enkele reeds bestaande kleinere verzetskernen sloten zich aan (bv. Het Zwart Legioen, het V-leger).

BelgiŽ werd opgesplitst in drie zones: Zone I was Vlaanderen, Zone II Brussel en een deel van Brabant en WalloniŽ was Zone III. Elke zone was op zijn beurt onderverdeeld in regioís. De zone Brussel werd georganiseerd door luitenant-kolonel Camille Mardulier, verantwoordelijk voor de agglomeraties Vilvoorde, Leuven, Waver, Eigenbrakel en Halle, en kolonel Gaston Heenen, verantwoordelijk voor Groot-Brussel. De zone Vlaanderen telde vier regioís: de kust onder leiding van Serruys, Oost- en West-Vlaanderen onder kapitein Edouard Franckx en de regio Antwerpen onder leiding van luitenant-kolonel Paul Housmans. In Limburg kreeg de beweging moeilijk voet aan de grond en daar zouden pas in de loop van 1941 onder impuls van majoor en rijkswachter Ferdinand Coppenolle verschillende secties uitgebouwd worden. De 3de zone WalloniŽ (met regioís Luik, Henegouwen en Namen) werd geleid door luitenant-generaal Jules Pire.

De organisatie was op typisch militaire leest geschoeid met een hoofdkwartier, vier leiders en vijf diensten. Er was een generale staf (EMC), een gevechtsorganisatie (OC), een politieke organisatie (OP), een algemene mobiele reserve (RMG) en een aantal andere diensten. De generale staf of het algemene commando bestond uit Claser als de stichter en het hoofd van de gehele organisatie, samen met de hoofden van de andere diensten. Robert Lentz stond aan het hoofd van de gevechtsorganisatie. De mobiele reserve, geleid door kolonel Jules Bastin, viel hier ook onder. Reserve-luitenant Charles Vander Putten leidde de politieke organisatie. Deze hield zich bezig met de samenwerking met andere verzetsbewegingen en vergaarde informatie over de collaboratie. Andrť Boereboom ten slotte beheerde de diensten (bewapening, genie, transmissie, financiŽn, enz). Elk van de drie zones had een hoofdkwartier: voor Vlaanderen was dat Gent, voor Brussel en Brabant Brussel zelf en voor WalloniŽ Namen.

Definitielijst

capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
collaboratie
Medewerking vanuit de bevolking aan de bezetters, meer in het algemeen samenwerking verleend aan de vijand door zogeheten collaborateurs.
Eerste Wereldoorlog
Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. ItaliŽ en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
LB
Landing Barge (zonder motor en hellingbaan)
onderduiken
Het verstoppen voor de vijand.
regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van ťťn wapensoort.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Reserve-majoor Graaf Xavier de Hermicourt de Grunne, stichter van de Phalange


Reserve-kolonel Robert Lentz, bevelhebber van Armťe Belge Reconstituťe en later chef van de gevechtsorganisatie in het Belgisch Legioen.


Charles Claser, oprichter van het Belgisch Legioen en grondlegger van het Geheim Leger


Reserve-luitenant Andrť Boereboom, chef van de diensten van het Belgisch Legioen, aangehouden op 28/10/1942 en bevrijd te Sachsenhausen op 6/05/1945


De territoriale organisatie van het Belgisch Legioen (maart 1942)

Informatie

Artikel door:
Gerd Van der Auwera
Geplaatst op:
10-09-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.