Geheim Leger

Contacten met Londen

Contacten met andere bewegingen of met de Belgische regering, in ballingschap in Londen liepen gezien de oorlogssituatie uiteraard niet van een leien dakje. Vanuit Londen werden pogingen ondernomen om met de verzetsgroepen in de bezette landen contact op te nemen. Al gauw werden agenten gedropt in de hoop dat zij de eerste contacten tot stand konden brengen. Dat gebeurde ook in BelgiŽ. Pierre Vandermies was de eerste agent die in opdracht van de Belgische Staatsveiligheid werd gedropt. Hij vestigde zich in Montpellier in Zuid-Frankrijk van waaruit hij geregeld BelgiŽ bezocht en in contact kwam met de inlichtingendiensten Luc en Zťro. Op dat moment werkten het Belgisch Legioen en Zťro onder leiding van Fernand Kerkhofs al samen. Het was hen echter nog niet gelukt een verbinding met Londen tot stand te brengen. Vermoedelijk via Vandermies kreeg Claser te horen dat de Belgische regering negatief stond tegenover het Belgisch Legioen. Uit de verslagen van Vandermies bleek dat de leden van het Legioen inderdaad niet hoog opliepen met de politici. Zij toonden zich vooral loyaal aan de koning Leopold III. Omdat hij geweigerd had de regering naar Londen te volgen en verkoos in bezet BelgiŽ te blijven, waren de relaties met de regering ernstig vertroebeld geraakt. Overtuigde royalisten zoals Claser, Lentz en hun medewerkers werden door de regeringsleden dan ook met het nodige wantrouwen bekeken. Bovendien had eerste minister Hubert Pierlot reeds voor de oorlog overhoop gelegen met de militairen.

In september 1941 werden Adolphe Lheureux (codenaam Lacquer of Charlier) en Jean Scohier (Conjugal) in de buurt van Dinant gedropt. Zij waren in opdracht van de Special Operations Executive (SOE) op sabotagemissie. Dankzij contacten met Zťro leerden deze saboteurs Claser en het Belgisch Legioen kennen. Scohier zocht contact met Londen, niet alleen in het kader van zijn opdracht maar ook om in te gaan op de wensen van de leiders van het Belgisch Legioen. Deze wilden de zaken met de regering uitklaren en hoopten ook financiŽle en materiŽle steun los te weken. Een eerste poging om Claser naar Londen te brengen draaide op niets uit.

Intussen was ook Jean Cassart gedropt. Hij moest contacten leggen met sabotagegroepen en met hergroeperingen van militairen, zoals het Belgisch Legioen. Cassart verdeelde sabotagemateriaal en had ook geld mee, waarvan een deel voor Claser was bedoeld. Toch opvallend, gezien het wantrouwen tussen Londen en het Belgisch Legioen. In ieder geval deed Cassart wat van hem werd verwacht. Het liep echter fout toen hij in december 1941 terug naar Londen wilde om verslag uit te brengen. Duitse troepen lagen in een hinderlaag rond het landingsveld. Cassart en zijn gezellen konden nog net ontsnappen, maar heel wat documenten (in verband met statuten, effectieven, bewapening, wensen en mogelijkheden,...) over het Belgisch Legioen vielen in Duitse handen. Claser tilde weliswaar niet te zwaar aan de verloren documenten (die geen namen bevatten), maar niettemin was het voor de Duitse bezetter een interessante vondst. Cassart zou uiteindelijk nooit in Londen meer geraken, want hij werd op 13 december 1941, samen met enkele leden van de inlichtingendienst Luc, alsnog opgepakt.

Ondanks zijn arrestatie had Cassart er toch voor gezorgd dat Londen een beter zicht had gekregen op de werking en de organisatie van het Belgisch Legioen.

In het voorjaar van 1942 geraakte Claser uiteindelijk in Londen. Philippe de Liedekerke was gedropt in de nacht van 1 op 2 maart 1942 met een gemengde Britse (SOE) en Belgische (Staatsveiligheid) opdracht. Voor de SOE moest de chef van het Belgisch Legioen zo snel mogelijk naar Londen gebracht worden om met hem het militaire verzet op poten te zetten. Via zijn rapporten stelde de Liedekerke Londen op de hoogte van de actuele toestand van het Belgisch Legioen, al klopten zijn cijfers zeker niet allemaal. Zo sprak over 80 000 leden, terwijl er ongeveer 16 000 waren. De Liedekerke oordeelde dat het Legioen vooral met de Britse strijdkrachten nauw wilden samenwerken.

Claser en de Liedekerke vertrokken op 9 april 1942 per trein naar BesanÁon in Frankrijk. De leider van het Belgisch Legioen had een aantal documenten bij zich, de zogenaamde Ordonnances gťnťrales, waaruit de naoorlogse politieke bedoelingen van het Legioen moesten blijken, net als zijn afkeer van de politici. Met behulp van een Franse gids staken ze in Salins-les Bains de demarcatielijn met Vichy-Frankrijk over. Via Toulouse en Perpignan bereikten ze Spanje. Van daaruit leidde hun tocht naar Portugal en uiteindelijk Gibraltar. Pas op 17 juli kwamen de twee mannen aan in Londen.

Definitielijst

SOE
Special Operations Executive. Britse organisatie uit WO II die zich bezig hield met geheime operaties en spionage. Een van zeven geheime organisaties die door de Britse regering tijdens WO II in Engeland werd opgericht.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Hubert Pierlot, eerste minister van BelgiŽ
(Bron: National Portrait Gallery)


Reserve-kapitein Pierre Vandermies, geparachuteerd op 13 juni 1942


Philippe de Liedekerke, gedropt met een gemengde Britse (SOE) en Belgische (Staatsveiligheid) opdracht

Informatie

Artikel door:
Gerd Van der Auwera
Geplaatst op:
10-09-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2018
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.