Duitse torpedobootjagers van de Z 1-klasse

Z 4 Richard Beitzen

Kapitänleutnant Richard Beitzen was commandant van het XIV. Torpedobootflottille en ging op 30 maart 1918 met zijn torpedoboot G 87 ten onder na een aanvaring met een mijn. Op 30 november 1935 werd Z 4 naar hem vernoemd.

Net als haar zusterschepen kreeg Z 4 Richard Beitzen in 1938 een nieuwe boeg en was de torpedobootjager in maart 1939 aanwezig in Memel. In december van dat jaar begeleidde Z 4 Richard Beitzen, samen met Z 8 Bruno Heinemann, de door een Britse torpedotreffer beschadigde lichte kruiser Leipzig naar een veilige haven. Begin 1940 werd de Zerstörer ingezet als mijnenlegger en escorteschip van de slagschepen Gneisenau en Scharnhorst en de zware kruiser Admiral Hipper. Op 22 februari van dat jaar was Z 4 Richard Beitzen, in het kader van operatie Wikinger, aanwezig toen de zusterschepen Z 1 Leberecht Maass en Z 3 Max Schultz tot zinken kwamen. De torpedobootjager ondernam na de ondergang van Z 3 Max Schultz als gevolg van een mijnaanvaring, geen pogingen om opvarenden van beide schepen op te pikken.

Tijdens de Duitse invasie van Noorwegen, die op 9 april 1940 begon, namen Z 4 Richard Beitzen en Z 7 Hermann Schoemann als reserve-eenheden positie in, in de Duitse Bocht. In de tweede helft van 1940 en in 1941 werd Z 4 Richard Beitzen als mijnenlegger en escorteschip ingezet in Frankrijk vanuit Brest en in Noorwegen vanuit Kirkenes. Van 14 tot 18 januari 1942 escorteerde Z 4 Richard Beitzen, samen met Z 5 Paul Jakobi en Z 8 Bruno Heinemann, het slagschip Tirpitz naar Trondheim. Op 24 januari gingen de drie torpedobootjagers, samen met Z 7 Hermann Schoemann, op weg naar Brest om deel te nemen aan operatie Cerberus, de uitbraak van de Scharnhorst, Gneisenau en Prins Eugen vanuit Brest naar veilige havens in Denemarken en Duitsland.

Gedurende 1941 had Z 4 Richard Beitzen tot driemaal toe ernstige machineproblemen gehad en ging daarom op 14 maart 1942 in groot onderhoud bij Deschimag te Bremen. In mei 1942 was de torpedobootjager weer operationeel en begeleidde, samen met Z 10 Hans Lody, Z 27 en Z 29, de zware kruiser Lützow naar Bogen bij Narvik. De vier Zerstörer namen in de zomer van 1942 deel aan operatie Rösselsprung, de aanval op het geallieerde konvooi PQ-17. Van 17 tot 19 augustus begeleidde Z 4 Richard Beitzen, tijdens operatie Wunderland, de zware kruiser Admiral Scheer voordat de torpedobootjager weer ingezet werd als mijnenlegger. In april 1943 escorteerde Z 4 Richard Beitzen de lichte kruiser Nürnberg naar Gotenhafen. Na een onderhoudsbeurt in Swinenmünde liep de Duitse torpedobootjager op 27 oktober 1943 aan de grond in de Karmsund, de zeearm bij Haugesund in West-Noorwegen. Op 5 november kon de torpedobootjager vlot getrokken worden en het schip kon op eigen kracht Bergen bereiken voor noodreparaties. Definitieve reparaties volgden in lange werfperiodes in Stettin en Gotenhafen. Pas in augustus 1944 was Z 4 Richard Beitzen weer operationeel en werd als mijnenlegger en escorteschip ingezet met als basis Horten, aan de Oslofjord in Zuid-Noorwegen.

Op 5 november 1944 liep Z 4 Richard Beitzen wederom aan de grond, ditmaal in de Oslofjord. De Duitse torpedobootjager liep een beschadigde schroefas op en op 28 december van dat jaar haalde het schip zelf een nieuwe op in Aarhus, Denemarken. De schroefas werd in Oslo vervangen, een karwei dat tot 16 januari 1945 duurde. Op 24 april van dat jaar werd Z 4 Richard Beitzen in de Oslofjord, tijdens een Britse luchtaanval, beschadigd als gevolg van een indirecte bomtreffer. De Zerstörer kon met een maximale snelheid van vijftien knopen de werf in de Noorse hoofdstad nog bereiken, maar werd niet meer gerepareerd. Op 14 mei 1945 werd de Duitse torpedobootjager door de Britten in beslag genomen en in februari 1946 door de Britse sleepboot HMS Enchanter naar Rosyth in Schotland gesleept. In januari 1949 werd het schip naar Gateshead in Noordoost-Engeland overgebracht waar de Duitse torpedobootjager onder de slopershamer verdween.

Definitielijst

invasie
Gewapende inval.
kruiser
Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
operatie Cerberus
Uitbraak van de Duitse schepen Scharnhorst, Gneisenau en Prinz Eugen uit de haven van Brest met als eindbestemming havens in Duitsland en Denemarken. van 11 februari t/m 13 februari 1942.
operatie Rösselsprung
Codenaam van de geplande Duitse aanval op Arctic convoy PQ-17 door onder andere het slagschip Tirpitz, de zware kruisers Admiral Hipper, Admiral Scheer en Lützow, juli 1942.
slagschip
Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Z 4 Richard Beitzen.
(Bron: World Naval Ships)


Z 4 Richard Beitzen in een onbekende haven.
(Bron: German Navy)


Z 4 Richard Beitzen voor de verbouwing van 1938.
(Bron: World Naval Ships)


Z 4 Richard Beitzen na de verbouwing.
(Bron: World Naval Ships)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
11-11-2014
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.