Nederlandse niet-gemilitariseerde hulpschepen: tankers

Tankers en benzinetransportschepen 1

Tankboot 1

Bouwwerf:Van der Giessen te Krimpen aan de IJssel, 1941
Grootste lengte:132,1 meter
Grootste breedte:16,15 meter
Diepgang:7,47 meter
Waterverplaatsing standaard:5.600 ton
Machine-installatie:2 x 8-cilinder Werkspoor dieselmotoren
Machinevermogen:7.000 pk
Maximale snelheid:15 knopen
Bemanning:55 koppen
Bewapening:2 x 12cm kanonnen, 4 x 40mm mitrailleurs

De Koninklijke Marine had voor de Tweede Wereldoorlog nooit beschikt over een eigen bevoorradingsschip. Als een eskader voor langere tijd op reis ging, werd er een koopvaardijtanker gehuurd die ingezet werd als bevoorrader. Dit waren in de meeste gevallen Shelltankers. Andere voorraden dan olie, zoals voedsel en munitie, werden meegevoerd aan boord van de kruisers en torpedobootjagers zelf. Eén van de nadelen van het huren van deze tankschepen was het feit dat zij niet gebouwd waren als oorlogsschepen. Daarom waren zij langzamer, ongepantserd en onbewapend. Verder hadden de koopvaardijtankers geen faciliteiten aan boord om oorlogsschepen op zee te bevoorraden zoals de juiste tuigage en olieslangen. Bovendien was het huren zeer duur en moeilijk in te plannen. De Nederlandse marine had daarom al jaren gepleit om een vloottanker te laten bouwen. De wens van de Koninklijke Marine om over een eigen bevoorradingsschip te beschikken, ging in 1939 in vervulling. In dat jaar werd door het Departement van Defensie een bevoorrader in de begroting voor de marine opgenomen.

Op 14 december 1939 werd op de werf van Van der Giessen te Krimpen aan de IJssel, onder werfnummer 667, de eerste kielplaat gelegd van het eerste Nederlandse marine bevoorradingsschip. Het schip kreeg nog geen officiële naam, maar werd simpelweg Tankboot 1 genoemd. Het schip zou 6.640 ton stookolie kunnen vervoeren. Buiten de geplande bewapening zou de tanker ingericht worden om een boordvliegtuig mee te nemen. Op 14 mei 1940 viel het op de helling staande casco van Tankboot 1 onbeschadigd in Duitse handen. De Kriegsmarine gaf de werf opdracht om het schip af te bouwen voor de Duitse marine en bracht slechts kleine wijzigingen aan in het ontwerp. Op 3 mei 1941 werd het schip te water gelaten en kreeg, net zoals andere Duitse bevoorradingsschepen, de naam van een Duitstalig gebied toegekend: Kärnten. Naar Duits inzicht werd de bewapening gewijzigd in twee 7,5cm kanonnen, twee 37mm en zes 20mm luchtafweermitrailleurs en twee 7,5cm raketwerpers. Het boordvliegtuig werd geschrapt.

De proefvaarten van de nieuwe aanwinst van de Kriegsmarine begonnen op 20 september 1941, maar er waren een aantal problemen met de machines. Nadat de technische problemen verholpen waren werd de Kärnten op 30 september 1941 in Duitse dienst gesteld. De bevoorrader werd ondergebracht bij de rederij van John T. Essberger uit Hamburg, die tevens zorgde voor de bemanning en hun opleiding. Op 15 maart 1942 was de bemanning ingewerkt en werd de Kärnten ingedeeld bij Troβschifverband Gruppe Nord en vertrok de maand daarna, samen met de bevoorraders Dithmarschen en Tsingtau, onder begeleiding van de torpedobootjager Z 28 en de torpedoboten T7 en T16, naar Noorwegen. Het schip werd tijdelijk gestationeerd in de Skomenfjord bij Narvik. In augustus 1942 werd de bevoorrader ter beschikking gesteld van de Führer der U-boten Norwegen en gestationeerd in Kirkenes, Noord-Noorwegen. Van hier uit bood het schip haar logistieke diensten aan, aan U-boten in de Noorse Zee en de Noordelijke IJszee.

Na de Duitse capitulatie moesten alle Duitse oorlogsschepen in Noorwegen zich op 12 mei 1945, op last van de Royal Navy, verzamelen in de Skomenfjord. Drie dagen later vertrok een Duits konvooi, dat bestond uit de bevoorradingsschepen Kärnten en Grille, dat de staf van de Führer der U-boten aan boord had, het reparatieschip Kamerun, de depotschepen Huascaran en Stella Polaris en vijftien U-boten heimelijk naar Trondheim. De Duitse schepen werden twee dagen later echter onderschept door de 9th Escort Group van de Royal Navy en gaven zich onvoorwaardelijk over. De Kärnten en de U-boten werden naar de onderzeebootbasis Loch Eriboll in Schotland begeleid en daar opgelegd. De vier andere Duitse schepen werden in Trondheim aan de ketting gelegd. In juni werden de U-boten overgebracht naar Loch Ryan in Schotland of Lisahally in Noord-Ierland en in het kader van operatie Deadlight, samen met nog eens 139 andere in beslag genomen U-boten, tot zinken gebracht.

De overige Duitse schepen, die in beslag waren genomen, werden onder de geallieerde marines verdeeld. De Sovjetunie eiste de Kärnten op en in december 1945 werd het schip daadwerkelijk aan de Sovjets toegewezen als onderdeel van de schadeloosstellingen. De Sovjetmarine stelde het bevoorradingsschip in dienst als VB 415. In 1964 werd de VB 415 omgedoopt in Polyarnik en ingedeeld bij de Flocie Oceanu Spokojnego, de Sovjet Stille Oceaanvloot. In de jaren `80 van de vorige eeuw werd de Polyarnik in Jane`s Fighting Ships aangeduid als oudste marinetanker ter wereld. Vanuit Wladiwostok werd het schip in 1992 nog gespot, maar een jaar later, na meer dan 50 jaar dienst, werd het schip gesloopt.

ms Aletta

Bouwwerf:Caledon Shipbuilding & Enginering Co. te Dundee, Schotland, 1927
Grootste lengte:92,95 meter
Grootste breedte:15,32 meter
Diepgang:5,9 meter
Waterverplaatsing standaard:3.085 ton
Machine-installatie:1 x 6-cilinder Werkspoor dieselmotor
Machinevermogen:1.400 pk
Maximale snelheid:9 knopen
Bemanning:40 koppen

De Aletta was een motortankschip van de Nederlands Indische Tankstoomboot Mij. (NIT). Vanaf augustus 1939 deed het tankschip regelmatig dienst voor de Koninklijke Marine in Nederlands Oost-Indië. Begin maart 1942 kon de tanker uitwijken naar Australië. In 1955 werd het schip verkocht aan de Lou Shipping Corporation te Panama en kreeg de naam La Paz. Op 5 april 1966 werd de La Paz opgelegd in Singapore en daar in 1968 gesloopt.

ms Aldegonda

Bouwwerf:Gusto te Schiedam, 1931
Grootste lengte:79,35 meter
Grootste breedte:14,66 meter
Diepgang:4,32 meter
Waterverplaatsing standaard:2.088 ton
Machine-installatie:1 x 6-cilinder Werkspoor dieselmotor
Machinevermogen:1.020 pk
Maximale snelheid:9 knopen
Bemanning:40 koppen

De Aldegonda was eveneens een tanker van de NIT. Het schip deed vanaf 1939 dienst voor de Koninklijke Marine als TAN 5. Op 1 januari 1942 werd de tankboot bij Poelau Soesoe bij een Japanse luchtaanval beschadigd. Op 2 maart van dat jaar werd de Aldegonda door de eigen bemanning tot zinken gebracht bij Soerabaja. De Japanners lieten het schip lichten en herstellen en brachten het op 7 september in de vaart als Aiten Maru. Eind 1945 werd de tanker te Singapore teruggevonden en teruggegeven aan de NIT, die het schip tot 1955 in de vaart hield. In 1955 verkocht de NIT de Aldegonda als Glory aan de Chin Hwa Shipping & Trading Co. te Singapore. Deze firma verkocht het schip in 1963 op haar beurt weer aan de Lou Shipping Corporation te Panama, die het twee jaar later al liet slopen in Singapore.

ms Ambo

Bouwwerf:Staalskibvaerft te Odense, Denemarken, 1928
Grootste lengte:139,2 meter
Grootste breedte:18,2 meter
Diepgang:8,3 meter
Waterverplaatsing standaard:7.691 ton
Machine-installatie:2 x Burmeister & Wain dieselmotoren
Machinevermogen:2.900 pk
Maximale snelheid:11 knopen

Het ms Ambo was een Deens prijsschip dat op 17 mei 1940 in beslag genomen was binnen de territoriale wateren van Nederlands Oost-Indië als Jane Maersk van de Maersk Line van rederij A. P. Moller. Het schip werd in beheer gegeven van de NIT. Eind februari 1942 werd de tanker door de Nederlandse marine gevorderd, maar kwam niet als vloottanker in actie. Op 6 maart 1942 werd het schip, met nog 6.000 ton olie aan boord, bij Soerabaja door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Later dat jaar werd het schip op last van de Japanners gelicht, hersteld en in de vaart gebracht als Teikai Maru. Op 30 december 1944 werd de tanker door een Amerikaanse luchtaanval tot zinken gebracht in de Zuid-Chinese Zee.

Definitielijst

capitulatie
Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
Führer
Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
operatie Deadlight
Codenaam voor de operatie die tot doel had het tot zinken brengen van een groot aantal U-boten nadat Duitsland had gecapituleerd.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De Kärnten, ex Tankboot 1, bij Narvik.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De motortanker Aletta.
(Bron: Kombuispraat)


De motortanker Aldegonda in 1931.
(Bron: Kombuispraat)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
01-12-2014
Laatst gewijzigd:
24-03-2017
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.