Scheepsbewegingen in Nederland, mei 1940

Voorwoord

Inhoudsopgave

In de vroege ochtenduren van vrijdag 10 mei 1940 overschreden Duitse troepen de Nederlandse grenzen. Tegelijkertijd wierpen Duitse vliegtuigen magnetische mijnen af voor de havenmonden in Hoek van Holland, IJmuiden, Den Helder en Vlissingen. Omdat de Kriegsmarine alle beschikbare schepen nodig had bij de strijd in Noorwegen (operatie WeserŁbung), waren er vrijwel geen Duitse oorlogsschepen betrokken bij Fall Gelb, zoals de Duitsers hun veldtocht in het westen aanduidden. Alleen de kleine onderzeeboten U-7, U-9 en U-13 werden achter de hand gehouden om ingezet te worden bij Fall Gelb.

Boven Hoek van Holland verschenen bij dageraad enkele niet in verband vliegende drijvervliegtuigen, die op ongeveer 50 meter boven het wateroppervlak magnetische mijnen aan parachutes loslieten. Als gevolg van het snelle verloop van deze operatie kreeg de Nederlandse luchtafweer nauwelijks de kans de Duitse vliegtuigen onder vuur te nemen. De plaats waar de zes mijnen terecht gekomen waren, was gelukkig wel vrij nauwkeurig bepaald en vastgelegd. Ongeveer twee uren na het lanceren explodeerden, zonder duidelijke oorzaak, de twee magnetische mijnen ten zuiden van de lichtenlijn (twee of meer bakens op ťťn lijn die ter navigatie van de scheepvaart dienen). Ondertussen kon met vrij grote zekerheid worden vastgesteld dat het scheepvaartverkeer nog zonder veel risico kon plaatsvinden, indien men dicht langs de rode tonnen hield. Dit gegeven werd aan de plaatselijke loodsen medegedeeld. Omdat positiecommandant, kapitein-luitenant-ter-zee J. van Leeuwen, niet over mijnenvegers beschikte, die geschikt waren om magnetische mijnen op te ruimen, gaf hij opdracht om een stalen prauw over de vastgestelde ligplaatsen te trekken. Deze toch handige improvisatie bleef echter zonder resultaat.

De volgende dag arriveerden twee Britse mijnenvegers die er in slaagden de twee mijnen, die in de lichtenlijn lagen, te ruimen. Tijdens de eerste oorlogsdagen werden voor zover bekend geen magnetische mijnen meer afgeworpen in de Nieuwe Waterweg, maar op 13 mei kwamen berichten binnen over het afwerpen van dergelijk wapentuig tussen Vlaardingen en Rotterdam. Laat in de middag van die dag maakten Britse mijnenvegers dan ook een veegslag in dit gebied. Bij terugkeer naar Hoek van Holland werden achter hen echter opnieuw mijnen afgeworpen door Duitse vliegtuigen. Uit binnengekomen meldingen viel op te maken dat de scheepvaart, indien krap langs de kribben (strekdammen) op de zuidelijke oever gevaren zou worden, het minste risico zou lopen.

Te IJmuiden begon de eerste oorlogsdag op vrijwel dezelfde wijze. Daar werden rond 03:30 uur drie vijandelijke vliegtuigen waargenomen die precies in de lichtenlijn magnetische mijnen afwierpen boven de Buitenhaven. Waarschijnlijk werd ťťn van de vliegtuigen getroffen door luchtafweergeschut, want het liet een zwarte rookpluim achter en draaide naar het noorden af, terwijl later een neergestort vliegtuig werd gemeld bij Castricum. Vrijwel onmiddellijk daarna werden nog eens drie Duitse vliegtuigen ontdekt, die mijnen afwierpen waarvan er echter ťťn in onbevaarbaar water terecht kwam terwijl een andere tot ontploffing kwam tijdens de lancering. Kort daarna werden nog eens drie mijnen afgeworpen waarvan er ťťn voor de zuidersluizen terecht kwam en een volgende wat verder in oostelijke richting. Nadat de plaatsen van de gedropte mijnen zo nauwkeurig mogelijk waren vastgelegd, kon worden vastgesteld dat, indien het scheepsverkeer in de haven langs de zwarte tonnen geleid werd en buitengaats ten noorden van de lichtenlijn, deze route als veilig beschouwd kon worden. Net als in het Rotterdamse havengebied werd dit aan de loodsen medegedeeld. De commandant van de positie IJmuiden, kapitein-luitenant-ter-zee C. Hellingman, gaf onmiddellijk opdracht aan Divisie Mijnenvegers II, die bestond uit de mijnenvegers Hr. Ms. M1 t/m M4, de mijnen op te ruimen. Omdat de mijnenvegers niet beschikten over het juiste veegtuig, trokken zij een aantal malen een stalen schuit over de gelokaliseerde mijnen, maar zonder resultaat.

Ook te Vlissingen bestonden de eerste Duitse oorlogshandelingen uit het afwerpen van magnetische mijnen. Dit gebeurde in het Oostgat, de Deurloo, de Wielingen en op de rede. Het afwerpen van de mijnen werd waargenomen door schepen op de rede, door posten van de kustwacht en de vaartuigen van de Bewakings- en Onderzoekingsdienst. Hierdoor had men ter plaatse een goed beeld van de posities waar de mijnen zich bevonden. In het Oostgat lagen de mijnen vrijwel in het midden van het vaarwater, in de Deurloo waar dit vaarwater samenkomt met het Oostgat, terwijl in de Wielingen de mijnen zich in hoofdzaak ten noorden van de tonnen bevonden waar zij geen belemmering voor de scheepvaart opleverden. Deze kennis was niet alleen belangrijk voor het scheepvaartverkeer van en naar Antwerpen, maar ook voor de Nederlandse koopvaardij- en oorlogsschepen die nog niet beschikten over een degaussing-kabel (een elektrische kabel langs de binnenwand van een schip die een magnetisch veld opwekt en zodoende het magnetisch veld van het schip zelf neutraliseert).

Bij de mijnenlegoperaties, die in de vroege morgen van 10 mei door de Luftwaffe werden ondernomen, bleven Delfzijl en Harlingen ongemoeid. De reden hiervoor was dat de Duitsers deze havens snel in hun bezit dachten te hebben. Bovendien kon men vanuit Emden gemakkelijk beletten dat schepen uit Delfzijl zouden ontsnappen. Van Nederlandse kant werd een groot deel van de havenfaciliteiten te Delfzijl vernield. Tevens werd de sluis van het Eemskanaal versperd en onklaar gemaakt. Twee van de negen aanwezige Duitse koopvaardijschepen werden met behulp van springstofladingen tot zinken gebracht. De overige zeven bleven voor de Duitsers gespaard omdat de nog aanwezige bemanningen aan boord het onmogelijk maakten de schepen te beschieten of op te blazen. Al in de vroege morgen van 10 mei kreeg de havencommandant, luitenant-ter-zee der eerste klasse J. Aarents, bevel zich met zijn personeel terug te trekken naar Harlingen. In de nacht van 10 op 11 mei trok hij met zijn marinedetachement over de Afsluitdijk om zich te melden bij de Commandant van de Stelling Den Helder, schout-bij-nacht H. Jolles.

Definitielijst

Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
operatie WeserŁbung
Codenaam voor de Duitse inval in Denemarken en Noorwegen. Deze operatie, die begon op 9 april 1940, was bedoeld om Engelse acties in ScandinaviŽ te voorkomen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De Bodegraven verliet als laatste grote koopvaardijschip de haven van IJmuiden op 14 mei 1940.
(Bron: Kustvaartforum)


Het stoomschip Simaloer werd op 10 mei van Vlissingen naar Londen gedirigeerd.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De Scheldedelta in 1940-1945.
(Bron: P. Kimenai Go2War2)


De vernielde sluis in de Eemshaven te Delfzijl.
(Bron: Martiem Digitaal)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
09-01-2015
Laatst gewijzigd:
12-03-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.