Weserübung-Nord, de Duitse inval in Noorwegen

Weserübung-Nord

Inhoudsopgave

Inleiding
Operatie Weser (Weserübung) bestond uit twee onderdelen, Weserübung-Nord, de inval in Noorwegen en Weserübung-Süd, de inval in Denemarken. De bezetting van Noorwegen had voor Duitsland twee doelstellingen. De eerste was vooral economisch ingegeven. Door Noorwegen te controleren kon Duitsland de doorvoer van het Zweedse ijzererts veiligstellen, dat van belang was voor haar oorlogvoering. De tweede doelstelling was militair. Controle over de vaarroutes rond Noorwegen, de havens van Noorwegen en de vliegvelden in Noorwegen, zouden de Duitse oorlogvoering kunnen helpen. De bases konden dienen als uitvalsbases voor zowel de Kriegsmarine als de Luftwaffe in de strijd tegen Groot-Brittannië.

Operatieplan Weserübung Nord
Zo'n 10.000 manschappen van Armeegruppe XXI onder General Nikolaus von Falkenhorst, zouden op verschillende plaatsen in Noorwegen aan land worden gezet. Voor het transport en de inval, werden Maritieme groepen voor Weserübung opgebouwd. Von Falkenhorst zou tevens fungeren als opperbevelhebber voor de gehele operatie in Denemarken en Noorwegen. Onder zijn commando voor Weserübung-Nord, werden de 3. Gebirgs-Division, de 69. Infanterie-Division, de 163. Infanterie-Division, de 181. Infanterie-Division, de 196. Infanterie-Division en de 214. Infanterie-Division geplaatst. Drie divisies zouden de eerste aanvalsgolf vormen, terwijl de anderen in reserve zouden blijven. Later werd hier nog de 2. Gebirgs-Division aan toegevoegd. Het X. Fliegerkorps zou zorgen voor luchttransport, luchtsteun en de nodige luchtlandingstroepen.

De Noren
Het Norge Forsvaret (Noorse Leger) was opgedeeld in de Norske Haeren (Noorse Landmacht) en de Sjöforsvaret (Noorse Marine). De Norge Haeren (Noorse Landmacht) was verdeeld in zes militaire districten die ieder een Divisie huisvestten. De hoofdkwartieren waren gevestigd in Bergen, Halden, Harstad, Kristiansand, Oslo en Trondheim. Buiten oorlogstijd werd er in ieder district slechts een brigade aangehouden. In geval van buitenlandse agressie moest, via mobilisatie, iedere brigade zich vergroten tot een divisie. De Norge Haeren, beschikte tevens over een Haeren Flyregimentet (Legerluchtvaartregiment).
De Sjöforsvaret (Noorse Marine) telde in vredestijd drie kustverdedigingsdistrikten, het 1. Sjöforsvarsdistrikt, 2. Sjöforsvarsdistrikt en 3. Sjöforsvarsdistrikt en vier marinedistrikten voor haar oppervlakteschepen, het 1. Marinedistrikt, 2. Marinedistrikt, 3. Marinedistrikt en 4. Marinedistrikt. Bij moblisatie zouden de schepen binnen de marinedistrikten worden onderverdeeld over de operationele Sjöforsvarsdistrikten.

De Noorse opperbevelhebber was General Kristian Laake, maar in oorlogstijd zou Koning Haakon VII optreden als opperbevelhebber over alle strijdkrachten. Binnen het leger werden ook totaal 3 cavalerieregimenten georganiseerd. Deze waren nog veelal afhankelijk van paarden. Daarnaast was de cavalerie standaard uitgerust met ski's. Voorts kende het Noorse leger 3 bataljons veldartillerie, door paarden getrokken, twee bataljons gemotoriseerde artillerie, drie bataljons bergartillerie en enkele onafhankelijke eenheden. De Noorse luchtmacht was ingedeeld bij het leger en beschikte slecht over verouderde vliegtuigen, waarvan de modernste de Gloster Gladiator jager was. De Noorse marine beschikte over een schepen die vooral geschikt waren voor kustbewaking.

De bewapening was betrouwbaar, maar verouderd. Het standaard infanteriegeweer was de Krag-Jorgensen M/1894. Men had verder de beschikking over een klein aantal Madsen M14 en M22 lichte machinegeweren, Hotchkiss M1898 en Colt-Browning M29 zware machinegeweren. De artillerie was sterk verouderd (75 mm Ehrhardt M1901), maar nog goed bruikbaar. Voor het luchtafweer had men de beschikking over Madsen 20 mm machinegeweren en het 75 mm zware Kongsberg M1932 geschut.

Duitse operatie vastgesteld
Nadat op 16 februari 1940 de Britten een overval op de Altmark hadden gepleegd in neutrale Noorse wateren, nam Adolf Hitler het besluit dat Noorwegen binnen moest worden gevallen. Het voorval had hem tot het inzicht gebracht dat de Noren niet in staat waren hun neutraliteit te beschermen en dat de Geallieerden niet schroomden de Noorse neutraliteit te schenden. Dit zou de belangen van Duitsland schaden en die moesten dan ook worden veilig gesteld. Op 19 februari 1940 gaf hij toestemming tot het in gang zetten van Operatie Weser (Weserübung). Op 1 maart 1940 gaf Hitler zijn officiële richtlijnen af voor Fall Weserübung via zijn Weisung für "Fall Weserübung" (Weisung 10a-1940).
De operatie zou in twee onderdelen worden uitgevoerd, de invasie van Denemarken, Weserübung-Süd en de invasie van Noorwegen, Weserübung-Nord. De invasiedatum werd voorlopig vastgesteld op een dag tussen 8 en 10 april 1940.

Op 26 maart 1940, liep U 21, onder bevel van Kapitänleutnant Wolf-Harro Stiebler, in een sneeuwstorm vast bij Oddskjaeret. De Noren, al eerder in verlegenheid gebracht door het voorval met de ms Altmark, reageerden resoluut en interneerden de bemanning en de U 21. Hoewel Duitsland diplomatiek protesteerde, hield het zich, om de aanstaande operatie niet in gevaar te brengen, op de vlakte. Op 1 april 1940 keurde Adolf Hitler formeel de plannen voor Operatie Weser goed. Na overleg met de betrokken bevelhebbers, legde Hitler de aanval vast op 05.15 uur, 9 april 1940, Duitse tijd. Op 2 april om 19.17 uur werden alle betrokken kommandanten ingelicht over het vastgestelde moment.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
cavalerie
In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
Divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
neutraliteit
Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


De invasiegroepen voor Noorwegen
(Bron: Google maps)


Naar marineschepen werden veel koopvaardijschepen gebruikt voor het transport
(Bron: Wilco Vermeer collection)


De door de Britten overvallen Altmark
(Bron: Wilco Vermeer collection)

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
09-04-2015
Laatst gewijzigd:
17-04-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.