Weserübung-Süd, de Duitse inval in Denemarken

De Duitse inval in Denemarken, Weserübung Süd

Inhoudsopgave

Inleiding
Op 9 april 1940 om 05.15 uur staken Duitse troepen de grens over tussen Duitsland en Denemarken. Bijna tegelijkertijd verlieten overvaltroepen de ruimen van diverse in Deense havens liggende Duitse vrachtschepen en bezetten strategische locaties. Fallschirmjäger namen een strategische brug en vliegvelden in. Denemarken werd volledig verrast. Na vier uur was de 'strijd' zo goed als voorbij. Binnen record tijd hadden Duitse troepen een land veroverd. De belangrijkste reden om Denemarken binnen te vallen was dat Duitsland voor een succesvolle operatie in Noorwegen, Weserübung-Nord, de vliegbasis bij Aalborg nodig had. Tevens kon men door Denemarken te bezetten, de toegang tot de Oostzee controleren.

Weserübung-Süd
Op 21 maart 1940 werd bij het Duitse opperbevel, als aanvulling op Operatie Weser (Weserübung), het operatieplan voor Weserübung-Süd bekend gemaakt. Rond die tijd werd ook de Duitse Slagorde voor Weserübung, vastgesteld.
Voor de invasie in Denemarken werd de Armeegruppe XXXI geformeerd. De opmars in Jutland zou worden ondernomen door de 170. Infanterie-Division, aangevuld met de 2. Batterie en 3. Batterie, schwere Artillerie-Abteilung 729 en het Maschinengewehr-Bataillon 14. De divisie werd ondersteund door de 11. Schützen-Brigade, versterkt met het Maschinengewehr-Bataillon 4 en de Panzer-Abteilung z.b.V. 40.
Voor de invasie van Saelland was de 198. Infanterie-Division aangewezen, aangevuld met het Maschinengewehr-Bataillon 13. Aanvullend had men de beschikking over drie pantsertreinen en wel Panzerzug 23, Panzerzug 24 en Panzerzug 25.  Deze gepantserde treinen werden gebruikt bij het transport van de troepen en als ondersteuning.
Als opperbevelhebber werd General der Luftwaffe Leonhard Kaupisch aangewezen. Hij zou op de grond worden bijgestaan door Generalmajor Kurt Himer. Voor het bezetten van enkele vliegvelden en de brug tussen Falster en Seeland, werden parachutisten van het X. Fliegerkorps ingezet, en wel de 4. Kompagnie van I. Bataillon, Fallschirmjäger-Regiment 1.
Voor de luchtlanding bij Alborg zouden de troepen dekking krijgen van het 8. Staffel van het II. Gruppe, Kampfgeschwader z.b.V.1 en het 2. Staffel van de I. Gruppe, Zerstörergeschwader 76. Daarnaast zou er jagerdekking worden gegeven door II. Gruppe, Jagdgeschwader 77. Alle Luftwaffe-eenheden maakten evenals voor de operaties boven Noorwegen deel uit van het X. Fliegerkorps.

Het plan voor de inval in Denemarken was voorts zeer simpel. Naast de inzet van de parachutisten zou vanuit Schleswig de aanval over land Denemarken binnentrekken en in Kopenhagen zou een aanvalsgroep vanuit in de haven liggende schepen enkele vitale punten in bezit nemen. Voorts zouden diverse troepen op belangrijke plaatsen en eilanden aan wal worden gezet. De toevoer over zee zou plaats vinden door enkele groepen van de Maritieme groepen voor Weserübung.

De verdediging
Op basis van een niet-aanvalsverdrag tussen Denemarken en het Duitse Rijk, afgesloten op 31 mei 1939, waren de Deense strijdkrachten slechts gedeeltelijk gemobiliseerd en waren op land geen aanvullende versterkingen aangebracht.
Het Deense leger bestond uit ca.14.500 man en was verdeeld over een Saellanske Division (Saelland divisie) en een Jydske Division (Jutland Divisie). Daarnaast waren een onafhankelijk Luftforsfars Regimentet (luchtafweerregiment) en een Ingeniör Regimentet (Genieregiment) ingesteld. Het leger was er geheel op ingericht om in geval van vijandelijkheden de vredesformatie op te schalen naar een oorlogsformatie. Dit betekende dat de meeste parate eenheden ingericht waren op het opvangen en verdelen van de vele gemobiliseerden. Hierdoor kon het Deense leger pas echt optreden na een algehele mobilisatie.

De Saellanske Division had haar hoofdkwartier in Kopenhagen. Het was opgebouwd uit het 1. Regiment , 4. Regiment en 5. Regiment, Kongelige Livgarde (Koninklijke garde), een Garde Hussar Regimentet (Gardisten Huzaren), het 1. Feltartilleri Regiment en 2. Feltartilleri Regiment (Regiment Veldartillerie), het 13. Antiluftskyts Enhed (Luchtafweerbataljon) en het 1. Pioneer Bataljon (Genie bataljon). Het hoofdkwartier van de Jydske Division zetelde in Viborg. Deze had tot haar beschikking het 2. Regiment, 3. Regiment, 6. Regiment en 7. Regiment, Infanterie Pioneer Kommandoen (opleidingseenheden), het Jydske Dragon Regiment (Regiment Dragonders), het 3. Feltartilleri Regiment (Regiment Veldartillerie), het 14. Luftforsfars Enhed (Luchtafweerbataljon) en het 2. Pioneer Bataljon (Genie Bataljon).

Een gemiddeld infanterieregiment bestond uit 3000 manschappen en was bewapend met Krag-Jorgensen M84/24 geweren en Bayard M1910 pistolen. Voor de zwaardere vuursteun kon men gebruik maken van de Madsen M24 lichte machinegeweren, Madsen M29 zware machinegeweren en 37 mm Bofors Anti-tank geschut. Een gemiddeld artillerieregiment kende een staf en vier batterijen. Deze waren bewapend met Krupp 75 mm veldgeschut, Schneider 105 mm geschut of Schneider 50 mm houwitsers.

De luchtverdediging bestond uit een Sövaernets (marineluchtmacht) en een Haerens Luftväben (legerluchtmacht). De marineluchtmacht telde 28 toestellen en de legerluchtmacht was verdeeld over twee jachteskaders met 23 toestellen en twee verkenningseenheden met 35 toestellen. Daarnaast bestond er nog een trainingseskader. Ook de twee jachteskaders waren verdeeld over Seeland en Jutland. Het modernste vliegtuig waarover men kon beschikken was de Fokker D.XXI.
De Deense marine kende twee kustverdedigingsschepen, 6 torpedoboten, 7 onderzeeboten, 3 mijnenleggers en een aantal andere schepen.

Pas op 8 april 1940 constateerden grenswachten een Duitse troepenopbouw aan de Duitse zijde van de grens met Denemarken. Dit leidde op dat moment slechts tot de oproep voor een gedeeltelijke mobilisatie. De operationele eenheden werden op 8 april 1940 om 13.30 uur in volle paraatheid gebracht.

Definitielijst

Bataillon
Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond meestal uit een aantal Kompanien. In theorie bestond een Bataillon uit 500 - 1.000 man.
Brigade
Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
divisie
Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
Fallschirmjäger
Duitse parachutisten van de Luftwaffe.
Infanterie
Het voetvolk van een leger (infanterist).
invasie
Gewapende inval.
Luftwaffe
Duitse luchtmacht.
mobilisatie
Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Een stuk luchtafweergeschut dekt de Duitse grensoverschrijdingen
(Bron: Wilco Vermeer collection)


Weserübung-Süd
(Bron: Wilco Vermeer / Google Maps)


Een Deense Fokker D.XXI, het modernste Deense vliegtuig
(Bron: Wilco Vermeer collection)


Deense wielrijders op pad
(Bron: Wilco Vermeer collection)


Deens licht luchtafweergeschut
(Bron: Wilco Vermeer collection)

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
04-03-2015
Laatst gewijzigd:
31-03-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

Categorieën


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.