Operatie Wilfred, mijnenlegoperatie in Noorse wateren

Operatie Wilfred, Britse mijnenlegoperatie bij Noorwegen

Inleiding
Op 8 april 1940, startte de Royal Navy een operatie, waarbij voor de Noorse kust een aantal mijnenvelden zouden worden gelegd met als doel de ijzererts transporten vanuit de Noorse havenstad Narvik naar Duitsland lam te leggen. Deze operatie Wilfred zou, zo werd verwacht door de Geallieerden, vrijwel zeker een reactie uitlokken van de Duitsers. Middels Plan R 4, werd een aanzienlijke strijdmacht in gereedheid gehouden om, indien de Duitsers in Noorwegen aan land zouden ingrijpen, naar Noorwegen te worden getransporteerd om zich tegen de Duitse troepen te verweren. Op hetzelfde moment trof de Wehrmacht echter de laatste voorbereidingen voor Operatie Weser (WeserŁbung) die op 9 april 1940 zou aanvangen en de gehele situatie zou veranderen.


Operatie Wilfred
Het was bij de Duitse inlichtingendiensten†begin 1940†al geruime tijd duidelijk dat de Britten hun eigen operatie voor Noorwegen aan het plannen waren. Inderdaad was een Brits plan, met als codenaam Wilfred, al in een vergevorderd stadium. Winston Churchill had eindelijk zijn kabinet kunnen overtuigen van de noodzaak tot inmenging in Noorse aangelegenheden. De naam Wilfred was gekozen aan de hand van een komisch stripverhaal uit de Daily Mirror genaamd Pip, Squeak and Wilfred.

Al vanaf het begin van de oorlog op 3 september 1940, trachtten Groot-BrittanniŽ en Frankrijk door middel van een maritieme blokkade de bevoorradingsroutes naar Duitsland te verstoren. Eťn van de belangrijke transportroutes was die van Zweeds ijzererts via de Noorse havenstad Narvik. De Britten, met name Winston Churchill, hadden al verscheidene keren voorgesteld over te gaan tot een grote operatie, waarbij mijnen dienden te worden gelegd in de neutrale wateren van Noorwegen, aangezien deze door de Duitse schepen werden gebruikt als route. Tegelijk werd door de Geallieerden gekeken naar mogelijkheden om Noorwegen te bezetten. Dit was vooral ingegeven om te voorkomen dat Duitsland dit zou doen en op deze wijze Atlantische bases en vliegvelden zouden kunnen bemachtigen. De plannen hiervoor werden echter keer op keer om politieke redenen vooruitgeschoven. Militair ging de plannenvorming echter door en tegen maart 1940, werd de geplande operatie langs de Noorse kust verbonden met een operatie om mijnen te leggen in de rivier de Rijn om de scheepvaart en bruggen daar schade toe te brengen. Deze Operatie Royal Marine, werd nooit uitgevoerd omdat met name de Fransen angst hadden dat een dergelijke operatie tot vergelding van Duitse zijde op Frans grondgebied zou leiden.

Vanaf 3 april 1940 kregen de Geallieerde inlichtingendiensten meldingen van grote Duitse militaire opbouw in de havensteden Rostock, Stettin en Swinemunde. Alles wees erop dat Duitsland een operatie richting ScandinaviŽ was aan het voorbereiden. De Geallieerden gingen er vanuit dat de Duitsers lucht hadden gekregen van de Geallieerde plannen langs de Noorse kust en daarom tegenmaatregelen waren aan het voorbereiden. Dit had tot gevolg dat de Geallieerden op 3 april 1940 besloten om Operatie Wilfred en†Plan R 4 direct tot uitvoering te brengen. Als aanvangsdatum werd 8 april 1940 gekozen.

De operatie begint
De eerste schepen ten bate van Plan R 4 gingen op 3 april 1940 naar hun verzamellocaties. Op 5 april 1940 kozen de vloten bestemd voor de beide operaties het ruime sop. De vloot bestond uit drie smaldelen. Vroeg in de morgen was Commander King-Hartman met zijn mijnenlegger HMS Teviotbank (M04) onder begeleiding van HMS Inglefield (D02), HMS Isis (D87), HMS Imogen (D44) en HMS Ilex (D61) van de 3rd Destroyer Flotilla onder bevel van Captain Percy Todd vertrokken als Force WS. Later op 5 april vertrok HMS Renown onder bevel van Captain Charles Edward Barrington onder escorte van de torpedobootjagers HMS Greyhound (H05), HMS Glowworm (H92), HMS Hero (H99) en HMS Hyperion (H97) vanuit Scapa Flow. Zij stonden onder bevel van Vice Admiral William Whitworth, bevelhebber van Battlecruiser Squadron. Zij zouden op 6 april gezelschap krijgen van de 20th Destroyer Flotilla met haar escorte van schepen van de 2nd Destroyer Flotilla. Op 7 april zouden de schepen nog gezelschap krijgen van HMS Birmingham (19). Deze vloot zou zich later opsplitsen in een Force WV en een Force WB.

Operatie Wilfred behelsde drie eskaders mijnenleggers met begeleidende schepen. Operatie WV moest mijnen leggen bij de Lofoten in de monding van de Vestfjord, de waterweg naar Narvik. Operatie WS was bestemd voor het leggen van mijnen langs de Noorse kust ter hoogte van Stadtlandet. Een afleidingsoperatie, Operatie WB zou plaatsvinden ter hoogte van Bud, waarbij het leggen van mijnen zou worden gesimuleerd.

Samenstelling mijnenlegvloten  

Force WV:


HMS Renown

HMS Glowworm (H92)

HMS Greyhound (H05)

HMS Impulsive (D11)

HMS Esk (H15)

HMS Icarus (D03)

HMS Ivanhoe (D16)

HMS Hardy (H87)

HMS Havock (H43)

HMS Hotspur (H01)

HMS Hunter (H35)


Force WS:


HMS Teviotbank (M04)

HMS Inglefield (D02)

HMS Imogen (D44)

HMS Ilex (D61)

HMS Isis (D87)


Force WB:


HMS Birmingham (19)

HMS Hyperion (H97)

HMS Hero (H99)

Vroeg in de ochtend van 6 april 1940, meldde HMS Glowworm†dat er een man overboord geslagen was en verzocht toestemming de drenkeling te gaan zoeken. Na enige uren zoeken, gaf men de hoop op en wilde HMS Glowworm (H92) terugkeren naar Force WV.†Dit bleek onmogelijk en er werd koers gezet naar Scapa Flow. Om 11.43 uur†was men dicht genoeg bij Scapa Flow om contact op te nemen en ordes te vragen.†Hier kreeg Lieutenant Commander Gerard Broadmead Roope de coŲrdinaten van Force WV en de opdracht terstond deze eenheid op te zoeken.

Om 19.00 uur op 7 april 1940 bereikte de vloot met de smaldelen voor Force WV en†Force WB†de Vestfjorden. HMS Renown en HMS Greyhound (H05) verlieten de mijnenleggers om op zee de operatie te beschermen. Force WV voerde haar opdracht volledig volgens plan uit. Rond 05.26 uur op 8 april waren 234 mijnen gelegd. Het enige incident dat plaatsvond werd veroorzaakt door het Noorse patrouilleschip KNM Syrian. Het Noorse patrouilleschip vaarde op de mijnen leggende torpedobootjagers af en maande hen te vertrekken. De Britten weigerden en overhandigden een memorandum van de Britse regering met uitleg en kaarten van de gelegde mijnenvelden.

Force WB voerde haar misleidingsactie met gebruik van olievaten eveneens geheel volgens plan uit. Om 05.15 uur constateerde de Noorse kustwacht dat† er onbekende†schepen in Noorse territoriale wateren aanwezig waren en de Noorse torpedobootjager KNM Sleipner werd erop uit gezonden om het voorval te onderzoeken. De Sleipner ontving hetzelfde bericht als de Syrian in de Vestfjorden.

Toen Force WS echter haar operatiegebied naderde, bereikte haar het bericht dat schepen van de Kriegsmarine waren gesignaleerd in de Helgolander Bocht. Hierop werd besloten†dit onderdeel van de†operatie af te blazen.

Na uitvoering van hun opdracht, keerden de drie eskaders terug naar hun vooraf afgesproken posities binnen de uitgevaren vloot van de Britse†Home Fleet voor hun taak bij de uitvoering van Plan R 4. HMS Glowworm was opgehouden omdat†gezocht moest worden naar een overboord geslagen bemanningslid. Op de terugweg naar Force WV stuitte de torpedobootjager op de Duitse Zware Kruiser Admiral Hipper. HMS Glowworm raakte in gevecht met de veel grotere Admiral Hipper wat leidde tot de ondergang van HMS Glowworm.†HMS Renown ontving een noodsignaal van de torpedobootjager en†snelde de torpedobootjager te hulp, maar liep ten Westen van de Lofoten op de Duitse slagschepen Scharnhorst en Gneisenau, waarmee het de strijd aanbond. Alle drie schepen plaatsten treffers, maar geen wist de andere uit te schakelen en het gevecht werd afgebroken. Beide zijden hadden angst dat andere oppervlakteschepen van de vijand in de buurt waren.

Op 8 april 1940 werd de Noorse regering door de Britten op de hoogte gesteld en om 05.15 uur, werd een nieuwsuitzending door de Britten uitgebracht waarin de operatie werd aangekondigd en de redenen ervoor werden uitgelegd. Zoals voorzien werd door de Noorse autoriteiten geprotesteerd en onmiddellijke stopzetting van de operatie geŽist.

Al deze operaties, zowel van Geallieerde als Duitse zijde, hadden de Noren kunnen waarschuwen dat er iets op handen was. Toch werden de Noorse troepen slechts gedeeltelijk in paraatheid gebracht. Op 9 april 1940 landden Duitse troepen in Noorwegen. Op 11 april verantwoorde Winston Churchill het toepassen van Operatie Wilfred voor het Britse parlement en op 14 april 1940 landden Britse en Franse troepen bij Narvik. Op 9 juni 1940 capituleerde Noorwegen.

 

Definitielijst

Geallieerden
Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
Kriegsmarine
Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
Kruiser
Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
Operatie Royal Marine
Geallieerd plan uit begin 1940 om mijnen te leggen in de Rijn.
operatie Wilfred
Het leggen van mijnen door de Royal Navy in de Noorse kustwateren eind 1939, begin 1940.
torpedobootjager
(Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

Afbeeldingen


HMS Renown in volle vaart tijdens Operatie Wilfred
(Bron: Wilco Vermeer collection)


HMS Teviotbank, hier nog als ss Teviotbank
(Bron: Wilco Vermeer collection)


HMS Birmingham
(Bron: Wilco Vermeer collection)


De ondergang van HMS Glowworm gezien vanaf de Admiral Hipper
(Bron: Wilco Vermeer collection)

Informatie

Artikel door:
Wilco Vermeer
Geplaatst op:
08-03-2015
Laatst gewijzigd:
17-03-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.