Luchtaanval op Wangerooge

De dwangarbeiders

De gevangenen hadden vooral de Poolse, Russische, Franse en Nederlandse nationaliteit, maar er waren ook enkele tientallen Belgen en een handvol Franssprekende Marokkanen. De gevangenen hadden per nationaliteit een eigen status en werden al naar gelang hun afkomst ook verschillend behandeld. De Polen hadden in de ogen van de Duitsers de laagste status. De Russen waren over het algemeen ex-krijgsgevangenen en hadden zelf voor de Duitse dienst gekozen om aan een langzame hongerdood in de Duitse krijgsgevangenkampen te ontkomen. Formeel waren zij dus vrijwilligers. De Fransen en Marokkanen waren officiŽle krijgsgevangenen en werden overeenkomstig het oorlogsrecht behandeld. Zij hadden haast onbeperkte bewegingsvrijheid op het eiland en waren gehuisvest op bovenverdiepingen van huizen en openbare gebouwen in het enige dorp dat het eiland rijk was.

Van de 350 buitenlanders, die aanvankelijk op het eiland tewerkgesteld waren, hadden er ongeveer 110 de Nederlandse en Belgische nationaliteit. Zij waren strikt genomen geen gevangenen, maar zeer zeker ook geen vrijwilligers. De Nederlanders waren vooral mannen uit Oost-Groningen die verplicht werden voor de Duitsers te werken. Eťn van hen was de heer Jans Hut. Hij herinnert zich het volgende over die tijd: "wij waren zoals gewoonlijk bezig met ons ontginningswerk voor de Heidemij toen er opeens Duitsers op het werk kwamen, die de papieren van onze baas in beslag namen. Wij kregen de opdracht om ons de volgende dag in Appingendam te melden voor werkzaamheden in Delfzijl. Toen we daar de volgende dag aankwamen, leek het me direct al niet goed, want daar waren ook lui van Organisation Todt. Dat waren Duitsers die over bouwkundige zaken gingen. We gingen niet naar Delfzijl, maar in een bus via Nieuweschans naar het kustplaatsje Norddeich en van daar naar het eiland Norderney. Daar moesten we beton storten. We hebben daar een behoorlijke tijd gezeten tot we met kleine kustvaarders werden overgebracht naar het haventje van Wangerooge."

Formeel waren de Nederlanders geen gevangenen, maar de leef- en werkomstandigheden waren niet best. De heer Hut daarover: "ook op Wangerooge hebben we onder trieste omstandigheden gewerkt. We kwamen in barakken waar voordien Polen in gezeten hadden. Het was er een en al wandluis. Van tijd tot tijd gingen we naar de vaste wal, naar een fabriek in Bremen waar we werden ontluisd. Daar werd ook de kleding gereinigd. Het was van dat grijze soldatengoed. Je kreeg het zo gloeiend heet terug dat je het niet aan je lichaam kon houden. En daarna terug naar Wangerooge". Vanaf eind 1943 werden een aantal Nederlanders aangevoerd vanuit het kamp Amersfoort. Dit waren vooral mannen die zich onttrokken hadden aan de verplichte tewerkstelling in Duitsland. Sommigen hadden in eerste instantie niet gereageerd op de oproep zich te melden voor de Arbeitseinsatz. Anderen hadden zich na verlof niet terug gemeld. De mannen uit Oost-Groningen hadden nog enigszins wat vrijheid op Wangerooge, maar degenen die afkomstig waren uit Kamp Amersfoort werden, net als de Polen, behandeld als gevangenen en hadden de laagste status.

De omstandigheden waar de dwangarbeiders in moesten werken waren vanaf het begin van de oorlog slecht en gingen naarmate de oorlog vorderde van kwaad naar erger. Er was een chronisch tekort aan kleding, schoeisel en vooral aan eten. Tijdens de laatste jaren was er voor de gevangenen alleen nog brood en verdunde erwtensoep of koolsoep beschikbaar. Op dit karige rantsoen moesten de mannen van acht uur `s morgens tot vijf uur `s middags werken. Dit werk was fysiek zwaar. Het bestond vooral uit graaf- en sjouwwerk, betonijzer vlechten en beton storten. De Groninger Daan Smit vertelde over het werk: "de Baustellen werden met de hand gegraven. We hebben massa`s zand verzet. Je was met zo`n vijftig man in zo`n put aan het werk. Je stond elkaar soms gewoon in de weg als je een schep zand weg wilde gooien. Als zo`n kuil klaar was, ging er een ijzeren mat onderin en dan begon het beton storten. De bouwmaterialen werden per smalspoor uit de haven aangevoerd."

De heer Bob Veenstra uit Groningen over de slechte omstandigheden op Wangerooge: "wij hebben daar een slechte tijd gehad. Zwaar en ongewoon werk van `s morgens tot `s avonds. Je zat in het grind, zand of cement. Vooral dat laatste was niet best, zeker niet als er wat wind stond. Dat spul stoof zo dat je na een paar dagen helemaal vol zat en je ogen kapot waren. Op een keer vroegen we de voorman of we afgelost konden worden, maar daar kwam niks van in. Maar wij konden eenvoudig niet meer. Toen kwamen er soldaten bij met het geweer in de aanslag. Je stond als het ware voor een vuurpeloton. Maar ook al hadden ze me toen willen doodschieten, het interesseerde me niet, zo moe was ik. Toen kwam er een superieur die wel eens wilde zien waarom er niet gewerkt werd. Hij nam de zaak in ogenschouw en verdween weer even snel. Even later werden we afgelost en gingen we van cement naar zand. Achteraf realiseer je je dat je op dat moment ook dood had kunnen zijn."

Definitielijst

Arbeitseinsatz
Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.

Pagina navigatie

Afbeeldingen


Een 30,5cm kustbatterij op Wangerooge.
(Bron: Wikipedia)


De stellingen op Wangerooge die door de dwangarbeiders werden gebouwd.
(Bron: Wikipedia)


Alles op Wangerooge, inclusief het bouwmateriaal voor de stellingen en de dwangarbeiders zelf, werd aangevoerd via het Westanleger.
(Bron: Insel Rundgang)

Informatie

Artikel door:
Peter Kimenai
Geplaatst op:
07-04-2015
Opmerkingen? Spelfouten?
Geef ons uw feedback!

CategorieŽn


Deze website is een initiatief van STIWOT Alle rechten voorbehouden © 2002-2017
Hosted by Vevida. Privacyverklaring, cookies, disclaimer en copyright.